Luther en de Reformatie

 

Luther en de Reformatie, "Een vaste burcht"

Terug

Na de theologie geeft Luther de eerste plaats aan de muziek. Dat blijkt uit de vele liederen die hij maakte en die in vertaling, ook opgenomen werden in het Liedboek der Kerken. Zoals gezang 24, 48, 122, 133, 142, 165, 203, 204, 239, 240, 241, 272, 310, 331, 354, 401 en 402. Verder blijkt zijn liefde voor de muziek uit wat hij over het lied schrijft: "Zingt de Heer een nieuw lied, zingt de Heer gij ganse aarde, want God heeft ons hart vrolijk gemaakt door zijn lieve Zoon, die Hij voor ons gegeven heeft tot verlossing van zonde, dood en duivel. Wie dit met ernst gelooft, die kan het niet laten: hIj moet vrolijk en met lust ervan zingen en spreken, opdat anderen het ook horen en naderbij komen... Daarom doen de drukkers er zeer wel aan dat ze vlijtig goede liederen drukken...." Zo schreef Luther in het voorwoord van het Gesangbuch van Valentin Babst (1545). Het nieuwe Verbond (waarin de genade centraal staat) en het nieuwe lied zijn niet te scheiden. Wie dat begrijpt gaat vanzelf zingen en God loven en danken.
"Musica is één van de beste kunsten, de noten maken de tekst levend." Het spreekt het gevoel aan. Muziek is een gave van God en een werktuig van de Heilige Geest: De Heilige Geest gebruikt de muziek om de harten van de mensen te bewegen en tot God te brengen. Muziek is bij Luther gemeenschapskunst: ieder moet er iets bij kunnen beleven.

"Luther im Kreise seiner Familie". Een schilderij van G.A. Spangenberg. Waarschijnlijk geeft dit wel een goed beeld van de familie Luther. Links: Katharina von Bora (1499 - 1552). Met haar trouwde Luther in 1525. Tot zijn dood was hij gelukkig getrouwd met haar. Achter de tafel zien we Philippus Melanchton, vriend van Luther. Zo moet Luther ook het kinderlied, gezang 133,' Von Himmel hoch da komm ich her' met zijn gezin gezongen hebben in de Kersttijd. De eerste zeven verzen werden waarschijnlijk door een als engel verkleed kind gezongen, waarna de anderen antwoordden met de overige coupletten vanaf het achtste. Ook zijn naaste medewerker in de muziek, Johann Walter zong menig lied met Luther. Beiden hielden ze ook van meerstemmige muziek.

Het beroemdste lied van Luther is wel "Een vaste burcht is onze God."  Waarschijnlijk werd dit door Luther tussen 1526 en 1528 geschreven. Luther schreef dit in een moeilijke tijd van zijn leven: naast persoonlijke aanvechting kwam de aan- vechting ook van buitenaf in de vorm van het overlijden van vrienden door de pest. We kunnen dit strijdlied zo eerder in verband brengen met persoonlijke strijd dan met strijd tegen de Roomsen of de Turken. Luther gebruikt in dit lied woorden en beelden uit psalm 46. Vast staat dat de melodie van gezang 401 LBK de oorspronkelijke melodie is. Hieruit blijkt dat Luther het lied niet het karakter van een strijdlied heeft willen meegeven. Wel een kerklied: God is ons een toevlucht.
In de 18e en 19e eeuw onderging de melodie wijzigingen zodat menigeen het lied nog in de - strijdbare - vorm kent.  En er bepaalde gevoelens bij heeft.

Luther en de Reformatie 1  
Luther en de Reformatie 2   
Beschrijving van zijn leven    
Maarten Luther wandeltocht