Geschiedenis
Naamgeving
Beknopte historiek
Bevolkingsevolutie
Een stukje
oorlogsverleden: een schuilkelder onder het dorpsplein
Kroniek van Bissegem
Historische
verklaring van de Bissegemse straatnamen
Bissegem
statie: een beschermd monument
100
jaar Brandweer Bissegem
Bissegem,
zo was het vroeger (Powerpoint-voorstelling)
Bissegem
in de Eerste Wereldoorlog: een verslag van pastoor Dierick ![]()
| Over de betekenis en de herkomst van de naam "Bissegem" werden nogal wat gissingen gemaakt. Maar vrijwel zeker kan men stellen dat "Bissegem" afkomstig is van het Frankische Bissingaheim. Bisso-inga-heim: de woonplaats (heim) van de afstammelingen (inga) van de Frankische heer Bisso. Bis(s)o zou hier geleefd hebben omstreeks de jaren 960. |
De oudste vermelding van de parochie Bichengen dateert van 1107. De naam Bissigen vinden we terug in het 13-de eeuwse oorkondenboek van de Sint-Amandsabdij, die tot aan de Franse Revolutie het patronaatsrecht over de parochiekerk van Bissegem bezat. In 1206 lezen we Bissengiem. Daarnaast vinden we in het Cartularium van Groeninghe in 1353 de schrijfwijze Bissenghem.
De schrijfwijze van Bissegem heeft in de loop van duizend jaar geschiedenis heel wat varianten gekend:
|
964 Bucingehim 1107 Bichengen 1136 Bissigen 1206 Bissengiem 1238 Bissenghiem 1330 Bissenghem 1382 Bysseghem 1398 Bissighem |
1455
Biszeghem 1595 Bissighem 1614 Bissinghiem 1648 Bissighem 1680 Bissegem ! 1800 Bieseghem 1818 Bisseghem 1928 Bissegem |
| Recente vondsten tonen aan dat er al 3000
v.C. mensen woonden in de Neerbeekvallei dicht bij de monding in de Leie. Vanaf de 4de eeuw na C. vestigden er zich Franken in onze streken. Toen was Bissegem een vrij moerassig gebied aan de samenvloeiing van de Leie en de Neerbeek. De Neerbeek was trouwens een bevaarbare waterloop, terwijl de Leie wel 200 m breed was. |
In de 7de eeuw bezat een
Frankische edelman, Gerboda, het Hof van Bissegem met de landerijen
eromheen. Christelijk als hij was, schonk hij het gehele Hof met alle gronden - het
gebied tussen de huidige Meensesteenweg, Neerbeek, Leie en Kruiskouter - aan bisschop
Audomarus, stichter van een abdij in het Franse Saint-Omer. Op die manier
werd het kapittel van Saint-Omer tot aan de Franse Revolutie (1795) heer
van het zuid-westelijke deel van Bissegem.
De kern van deze heerlijkheid was de Sint-Omaarshoeve (ex hof
Pol Wyseur; Hendrik Dewildestraat), met een oppervlakte van 37 bunder (ca 52 ha) in 1787.
![]() |
De Heren van
Saint-Omer lieten van op afstand hun heerlijkheid besturen door een afgevaardigde, de baljuw,
en een schepenbank. Er woonden in 1795 zo'n 159 inwoners, die cijns moesten betalen aan
het kapittel van Saint-Omer. Het zegel van het kapittel van Saint-Omer werd meteen het wapenschild van Bissegem. Het vertoont drie gouden dennenappels op een azuurblauwe achtergrond. |
| Het
Bissegem van vandaag is wel veel uitgestrekter dan de heerlijkheid van Sint-Omaars, eind
achttiende eeuw. Het grondgebied vormde een grote puzzel van heerlijkheden,
achterlenen en landgoederen, bestuurd volgens de toen geldende feodale principes. We noteren enkele andere heerlijkheden: - Ten Dappaert, voor het eerst vermeld in 1642, met als baljuw Loys Vanneste, groot 9 bunder - Te Gommaers, groot 6 bunder Beide heerlijkheden telden samen 108 inwoners en waren vanaf 1634 eigendom van ridder Geeraert Geys - Nieuwenhuyze, 11 inwoners en zetel in Kuurne - Caverinus, 33 inwoners, met zetel te Gullegem - 't Namense, 49 inwoners, met zetel in Wevelgem Verder zijn er tal van versnipperde gebieden, afhangende van de proosdij van
Sint-Amand Kortrijk (38 inwoners) en achterlenen van de Heer van Heule (75
inwoners). |
Samengevat kunnen we stellen dat vanaf het jaar 1100 de parochie Bissegem, de Sint-Omaars heerlijkheid omvatte (52 ha) met ten noorden en ten oosten daarvan diverse versnipperde landgoederen (298 ha). Vanaf 1795 werd dit hele gebied de gemeente Bissegem genoemd en het telde 473 inwoners. Ze behoorde vanaf de 12de eeuw tot het einde van de 18de eeuw bestuurlijk tot het graafschap Vlaanderen, kasselrij (arrondissement) Kortrijk en roede (kanton) Menen.
Op het einde van de 18de eeuw maakte de Franse bezetter een einde aan het feodale tijdperk. De heerlijkheden en landgoederen vormden vanaf nu de gemeente Bissegem. Een burgemeester verving de baljuw. De gemeente had ook een wethuis, zeg maar gemeentehuis. Bissegem werd ingedeeld in het Franse stelsel en behoorde vanaf 1 oktober 1795 tot het Departement van de Leie, arrondissement Kortrijk, kanton Menen.
| In 1803 werden
de gemeentelijke grenzen vastgelegd door het aanplanten van bomen. In 1805 moest
elke woning een huisnummer hebben en elke straat een officiële naam. Vroegere
aanduidingen op grond van natuurlijke kenmerken, zoals de Neerbeekhoek (rond
herberg 'De Neerbeek') bleven echter nog lange tijd in gebruik door de lokale bevolking. Toen in 1815 onze streken onder Hollands Bewind kwamen, werd Bissegem een gemeente van de provincie West-Vlaanderen. Op 1 januari 1977 tenslotte werd Bissegem een fusie- of deelgemeente van de stad Kortrijk, en verloor op die manier zijn zelfstandigheid. |
| anno 1469
105 inwoners (21 woningen) 1705 151 (34 woningen) 1770 275 1784 493 1795 473 1800 462 1816 506 1836 669 (110 woningen) 1858 665 1870 800 1882 989 1890 1400 1900 1866 1910 2465 1920 3175 |
anno 1935
3669 inwoners 1940 3962 1950 4328 1955 4650 1959 4721 1976 5570 1986 5598 1993 5463 1998 5444 1999 5420 2000 5373 2005 5581 2007 5533 |
Vierhonderd jaar lang bleef Bissegem een landbouwdorp
met en geringe bevolking. Het leven van de landbouwers veranderde eeuwenlang heel
weinig. Beeldenstorm (1566 en 1579), pest (1580), Franse, Spaanse en Oostenrijkse
legers, hongersnoden en overstromingen zorgden ervoor dat de bevolking nauwelijks
aangroeide.
Vanaf 1800 verschafte de vlasnijverheid werkgelegenheid en geldgewin in
het Leiedorp. Dit resulteerde in een sterke aangroei van de bevolking, vooral vanaf
het einde van 19de eeuw. De 20ste eeuw werd ingezet met een steeds maar drukkere
vlassersbedrijvigheid en het inwonertal groeide enorm aan.
Van een vredig landbouwersdorp evolueerde Bissegem echter
naar een verstedelijkte deelgemeente van de stad Kortrijk. De ringlaan (R8), de A17,
de drukke verkeersader Kortrijk-Menen zetten een domper op de leefbaarheid van
Bissegem. Nog altijd zijn er blijkbaar (beleids)mensen die vinden dat Bissegem pas
echt "af" zal zijn, wanneer de laatste vierkante meter vrije ruimte zal
ingenomen zijn als industriegrond of als woonzone. Hun verkavelingswoede lijkt voorlopig
nog niet te stoppen. Ook de lawaaihinder van het nabijgelegen
vliegveld van Wevelgem (lees: www.vliegveldwevelgem.be)
deden de woonkwaliteit in de voormalige Vlassersgemeente geen goed.
Resultaat: leegstand en verkrotting in Bissegem slaan alom toe, vooral in
het oudste deel van de gemeente. Vanaf de jaren '80 komt er een einde aan de
bevolkingsaangroei. Meer nog: niettegenstaande de realisatie van nieuwe woonwijken en
verkavelingen blijft de Bissegemse bevolking afnemen.
Door het uitblijven van ernstige maatregelen zoals meer groenvoorzieningen,
het beperken van storende activiteiten op het vliegveld, verkeersbeperkende
maatregelen,... is er (voorlopig) geen verandering in zicht.
[home] [algemeen] [kerkgeschiedenis] [cultuur] [reacties] [Bissegemse links]