| Lutma en aanverwante goudsmid-families te Amsterdam (17e eeuw) |

| Tenslotte de familie van de beroemde Lutma: |
| Over Roelants en De Bie volgt verderop meer. Hendrik Quickelberg is zilversmid (en neemt als zodanig in 1620 tegen een vergoeding van f 45,- per jaar een leerling in dienst) in Amsterdam en later schout in Diemen. Hij trouwt met Annetje Adams en hij hertrouwt (ondertrouw Amsterdam 9-2-1629) met Sara de Bie. Van kinderen Quickelberg is mij niets gebleken. |
| 1. Johannes, gedoopt Amsterdam 20-7-1661, overleden kort daarna. |
| 2. Johannes, gedoopt Amsterdam 6-12-1662, begraven Amsterdam 29-7-1664 |
| 3. Kraamkind, begraven Amsterdam 8-7-1664 (met zijn of haar moeder) |
| In het gezin van Isaac Lutma heeft zich een gruwelijk drama afgespeeld. De hele familie is in luttele weken in de zomer van 1664 aan de pest gestorven. Niet alleen Isaac, zijn vrouw en hun kinderen, maar ook Isaacs broer Francoys en Abigaels ongetrouwde zusters Sara (op 25 juli 1664) en Susanna (op 29 juli) van Hardenbergh. Er is door deze twee zusters alsmede door hun ongetrouwde broer Samuel van Hardenbergh, op 21 juli 1664 nog een testament opgemaakt onder andere ten gunste van het weeskindje Johannes Lutma. |
| Al deze pestlijders worden begraven in een graf in de noorderkerk, dat op naam staat van Jan van Hardenbergh - mogelijk Abigaels vader. Jans enige twee kleinkinderen, Jacobus en Josina van Hardenbergh, doen het graf in 1692 van de hand. |
| Abigael van Hardenbergh heeft invloedrijke relaties. Bij de huwelijkse voorwaarden in 1660 wordt zij onder meer bijgestaan door haar oom Everhardus van Hardenbergh (predikant te Hattem), Eduard May, bewindhebber van de WestIndische Compagnie, Anthony Nieuwgaert en John Pym, twee Amsterdamse notabelen: haar neven. |
| Abigaels broer, Joannes Hardenbergh, verfkoper, trouwt in 1662 Hester van der Hoeven. |
| Lutma was tot de pestepidemie leermeester van de goudsmidsgezel Joannes Lublink, die later een grote rol zou spelen in het goudsmidsgilde. Lublink ontvluchtte het huis in de Beursseteeg toen de pestepidemie uitbrak, en trad een paar maanden later in de leer bij Andries Bilstijn. |
| 1. Abraham de Bie, volgt AII.a |
| 2. Cornelis de Bie, volgt AII.b |
| 3. Sara de Bie, gedoopt Amsterdam 23-12-1596, begraven Amsterdam 19-8-1666. Ondertrouwt Amsterdam 9-2-1629 Hendrik Quickelberg, zilversmid en later schout te Diemen, de weduwnaar van Annetje Adams. Sara de Bie hertrouwt (ondertr Amsterdam 18-5-1638) Johannes Lutma sr, de weduwnaar van Maaike Roelands. Zij kende Lutma al goed, want ze was in 1628 en 160 doopgetuige bij twee van zijn kinderen. |
| 4. Jeremyas de Bie, gedoopt Amsterdam 7-1-1601 |
| 5. Susanna de Bie, gedoopt Amsterdam 9-11-1603 |
| 1. Cornelia de Bie, trouwt Jan Fonteyn, zijdelakenkoopman, de broer van zijn schoonzus |
| 2. Susanne de Bie, trouwt Philip Fonteyn, de broer van zijn schoonzus |
| 1. Ada de Bie, gedoopt Amsterdam 22-10-1617, overleden voor 1684 |
| 2. Elisabeth de Bie, gedoopt Amsterdam 23-5-1620, begraven (Oude Kerk, in het familiegraf van Lutma) Amsterdam 5-2-1695. Zij woont in 1688 op de Warmoestraat bij de Sint Jansstraat. |
| 3. Alixander de Bie, volgt BII.a |
| 4. Sara de Bie, gedoopt Amsterdam 16-2-1616. Kinderloos overleden na 1678, voor 1688, wanneer zij een erfenisje nalaat aan haar zuster Elisabeth |
| 1. Ada Catharina de Bie, in 1694 meerderjarige dochter. |
| 2. Maria de Bie, in 1694 meerderjarige dochter. |
| 1. (?) Abraham van der Hoeven (filiatie niet bewezen), volgt II.a |
| 2. Jacob, volgt II..b |
| 3. Anneke van der Hoeven, gedoopt Amsterdam 16-8-1609, overleden voor 30-11-1656. Zij ondertr. Amsterdam 26-3-1631 Isaac Verheijck. Hij hertrouwt, na haar dood Barbara Ranson (de weduwe van zijn zwager Alexander van der Hoeven). |
| 4. Alexander, volgt II.c |
| 1. Alexander van der Hoeven. + voor juli 1678. Enige erfgenaam van zijn `moeitje' Maria van Houte, de in Antwerpen overleden dochter van Pieter van Houte en Clara van Lippelo. Hij heeft acht erfgenamen van vaderskant en twee van moederskant. |
| 1. Jacob van der Hoeven, volgt III |
| 2. Hester van der Hoeven (in elk geval de zuster van Jacob), + voor september 1684, X 1662 Joannes (van) Hardenbergh, broer van Abigael van Hardenbergh, de vrouw van Isaac Lutma. Zij heeft in 1684 nakomelingen. |
| 1. Barbara van der Hoeven, gedoopt Amsterdam 6-11-1650. Ondertrouwt Amsterdam 20-12-1685 Jan Tieboel, wijnkoper te Amsterdam, overleden na 1694. Ze is de stiefdochter van Isack Verheyck, en dus de halfzuster van zijn kinderen. |
| III. Jacob van der Hoeven, overleden eind 1678 (filiatie met Jacob II.b niet bewezen). Doodgraver in de Oude Kerk. Waarschijnlijk is hij het die in Amsterdam in 1661 trouwt met Geertruyt Florianus: hij is oomzegger van Abraham van der Hoeven (en van Johannes Lutma en Isaac Verheijck in 1661) |
| 1. Eva van der Hoeven. In 1684 met haar zuster de erfgename van Johannes Lutma en weeskind van Jacob. |
| 2. Jacoba van der Hoeven. In 1684 met haar zuster de erfgename van Johannes Lutma en weeskind van Jacob. |
| 1. Anna Maria Verheijck. Overleden voor 1682. Trouwt Jan van Dinteren, eveneens overleden voor 1682. Hieruit nageslacht. |
| 2. Hester Verheijck. Ondertrouwt Amsterdam 22-4-1663 Roelof Janse van Norden. Na zijn dood ondertrouwt zij te Amsterdam 27-2-1687 Michiel Lubeecx |
| Waarschijnlijk is Anna van Norden haar enige kind. In 1734 verkopen de erfgenamen van Anna van Norden en Jan Marcus een huis in de Nes (`de Witte Fles'), dat in 1688 door Hester Verheijck uit de boedel van Alexander van der Hoeven is aangekocht. |
| 3. Jacob Verheijck. Koopman te Amsterdam. |