|
1 C INTERRELIGIEUS LEZEN IN BIJBELSE CONTEXT?
Bijdrage aan een bundel opstellen voor Dirk Monshouwer
"Liturgisch Centrum, Taal in Schrift en Eredienst"
Uitg. NZV, isbn 90 6986 2360
In een meer dan twintigjarige samenwerking in de sectie Eredienst van de Raad van Kerken en in de lectionariumcommissie voor het SoW-Dienstboek heb ik van Dirk geleerd hoe je teksten door ze uit hun context te lichten kunt laten zeggen wat je maar wilt. Op die manier zijn veel oudtestamentische teksten al sinds apostolische tijden in christelijk liturgisch kader omgeduid door ze achter de zegekar van het Nieuwe Testament te hangen. Gaat die geschiedenis zich herhalen als we zouden gaan proberen in de christelijke liturgie ook uit andere dan bijbelse religieuze bronnen te lezen?
Dirk Monshouwer 1947-2000
Typologische valkuilen
In veel christelijke liturgieën worden uit het OT vooral die fragmenten gekozen, die bruikbaar zijn om te illustreren dat het Oude Verbond nu als voorschets door het Nieuwe definitief is ingehaald. Toen in de 20e eeuw de gruwelijke consequenties van zo'n substitutietheologie tot ons begonnen door te dringen, kwam bij velen het verlangen op om ook in de christelijke eredienst meer recht te gaan doen aan "het tegoed van het Oude Testament". Maar hoe kon je het Oude Testament ooit laten uitspreken wanneer het ingepast moest worden in het kader van het kerkelijk jaar? Pas de ontdekking, dat althans de Thora op de adem van het liturgisch jaar geredigeerd is , zou de mogelijkheid scheppen om ook in de christelijke eredienst oudtestamentische teksten in doorlopende lezing te laten uitspreken. Dat die mogelijkheid niet in de studeerkamer is blijven hangen, maar in sommige parochies en talloze gemeenten sinds advent 1977 aan de hand van het Oecumenisch Leesrooster en De Eerste Dag praktisch beproefd wordt is de onbetwiste verdienste van een zeer volhardende Dirk Monshouwer, die daarmee velen aan zich verplicht heeft. In ieder geval ook mij. Want ook al is het laatste woord over het goede recht van typologie (als noodzakelijke herinterpretatie van de eigen traditie, die ook in het OT zelf niet geheel ontbreekt) nog niet gezegd, mij zul je niet vaak meer betrappen op het zo maar uit hun verband rukken van bijbelse teksten.
Nieuwe valkuilen?
Niet van bijbelse teksten. Maar wel van buitenbijbelse teksten? Mag je die wel naar je (christelijke) hand zetten? Sinds kort ben ik er namelijk steeds meer van overtuigd geraakt, dat het een "Gebot der Stunde" is om in de christelijke eredienst bij de bijbellezingen systematisch teksten te betrekken zowel uit de wereldgodsdiensten als uit onze eigen "zoek geraakte" geschiedenis . Waarom zou dat moeten en hoe?
Vanwege de anderen?
Om in onze multicultureel geworden samenleving de angst te overwinnen dat andere godsdiensten er alleen maar op uit zouden zijn ons te overtroeven is het van levensbelang dat wij over en weer vertrouwd raken met elkaars levensbronnen en religieuze geschriften. Niet slechts zo nu en dan door het toevallige enthousiasme van deze of gene pastor, maar in systematische betrokkenheid op de liturgische leessystemen van kerken, synagogen, moskeeën en tempels.
Of vooral vanwege onszelf?
Veel meer nog dan omwille van de anderen zullen wij omwille van onszelf onze leespraxis moeten uitbreiden. Zelden zat ons kerkgebouw zo vol als toen collega Klink najaar 1999 kwam getuigen van de talloze stemmen die ons het ophanden Aquariustijdperk aankondigen en alle enquêtes over God in Nederland betuigen ons, dat Nederlanders de secularisatie ten spijt in vrijwel alles geloven behalve in de door de kerk verkondigde Here God. In de doorsnee boekhandel is christelijke theologie een speld in de esoterische hooiberg geworden. En sinds de kerken hun monopolie verloren hebben, scharrelen mensen op de supermarkt van geloven zich een religie naar eigen smaak bijeen. Niet alleen "buitenstaanders" zijn daarvoor vatbaar. Ook in ons eigen midden en in ons eigen hart huist het verlangen naar een directere godservaring. Is dat ook een reden om onze leespraktijk te verruimen? Ik kom daar zo dadelijk op terug maar stel eerst graag een algemenere vraag aan de orde: moeten en kunnen we er blij mee zijn dat, ondanks de afkalving van kerk, de religie tenminste blijkt te bloeien?
Geloof of religie?
Zelfs Remonstranten, die van huis uit geneigd waren, minstens in theorie, alle godsdiensten als gelijkwaardig te beschouwen, zijn na de wereldoorlogen van de twintigste eeuw wat teruggekomen van hun cultuuroptimisme en, hoe aarzelend ook, begrip gaan opbrengen voor het barthiaanse onderscheid tussen geloof en religie. De Broederschap mag dan zelf heel vroeg geweest zijn met haar verklaring tegen de religie van het Nationaal-socialisme, over het algemeen waren cultuurprotestanten tamelijk weerloos geweest tegen de Mythos des 20sten Jahrhunderts. Zonder bezielend geloof was de christelijke religie blijkbaar als een lege verbondskist naar de Filistijnen gegaan. Een zielloos geworden instituut kan blijkbaar snel ten prooi vallen aan onheilige machten, die er op uit zijn de religieuze gevoelens van mensen voor hun eigen onheilige doeleinden te misbruiken.
Maar moeten wij daarom voortaan alle religieuze behoeften en emoties van mensen wantrou-wen? Natuurlijk zijn ze gemakkelijk te manipuleren. Maar zijn ze desondanks niet ook onmisbaar om ons te ontroeren en te motiveren? Kan geloof wel in reincultuur bestaan? Is geloof zonder religie niet even onbestaanbaar als een sinaasappel zonder schil? Zonder schil kan immers de vrucht niet rijpen.
Hanteerbare criteria?
Om niet in een geweldige spraakverwarring terecht te komen is het dan ook zaak, denk ik, om onderscheid te maken tussen verschillende soorten religie: de negatieve definitie van religie als binding aan goden die ons knechten en de positieve definitie van religie als hoog te achten zustergeloof. Het bijbelse onderscheid tussen God en de goden valt overduidelijk niet samen met dat tussen christendom en de andere religies. Of is dat te simpel en zal het altijd moeilijk blijven om tussen ware en valse religie te onderscheiden? Beslissend zijn waarschijnlijk niet zo zeer de oorsprongen van onze religieuze gevoelens als wel de effecten. Wat is de uitwerking van een religie? Maakt ze een mens liefdevoller en een gemeenschap heilzamer of precies het tegendeel? Wie was het ook weer die zei: "aan zijn vruchten zal men de boom kennen?" Moeten omwille van vrede en gerechtigheid in onze wereld niet álle godsdiensten, de christelijke incluis, aan dat criterium getoetst worden?
Samenklank, maar hoe?
En daarmee ben ik, zoals beloofd, terug bij de vraag of naast de globalisering van ons werelddorp de New Age-tendenzen (om het kortheidshalve voor de goede verstaander zo maar even samen te vatten) niet nog een veel gewichtiger reden zijn om onze leespraktijk te verbreden. Doen alsof het in onze gemeenten geen rol speelt lijkt me geen wijsheid. Een kerk die zich voor mens en samenleving verantwoordelijk voelt zal haar leden uitdagen tot het nemen van eigen zelfstandige geloofsbeslissingen zonder ze daarbij in de kou te laten staan. Want het is nu eenmaal niet zo eenvoudig om de geesten te onderscheiden. Een kerk, die tegelijkertijd van harte aanvaardt dat mensen zelf beslissen wat ze wel en niet geloven én hoopt op een redelijke geloofsverantwoording zal een uiterste poging moeten doen om spirituele humbug en religieuze poespas in de hoofden te voorkomen. En dat maakt het des te gewichtiger om alles wat mensen van de Reli-markt meebrengen, hetzij Wijsheid uit het (verre) Oosten hetzij gnostiek uit New Age-kringen, niet uit de weg te gaan maar in de geloofsgemeenschap te beproeven. Grote vraag is dan: hoe? Hoe kan dat op een werkelijk vruchtbare manier gebeuren? Als bij "eenvoudig" bijbellezen al zoveel verkeerd gaat door de teksten uit hun verband te rukken, laat je buitenbijbelse teksten zeker buikspreken wanneer je losse fragmenten als illustratiemateriaal aan de bijbelse zegekar gaat hangen.
Studieverlof en World Wide Web
Toch zie ik voorlopig niet goed hoe het anders kan. Tijdens mijn studieverlof voorjaar 2000 ben ik begonnen me enigszins te oriënteren op dit terrein vol voetangels en klemmen. Zoals te verwachten was bleek het een mer à boire. Ik ben dan ook vrijwel verdronken en heb me vastgeklampt aan het Worldwide Web als reddingsboei. In het engelse deel van deze amateuristische website (zie boven onder 1A heb ik wat vragen neer gezet voor ieder die helpen wil
De spaarzame antwoorden, die ik tot nu toe binnen heb gekregen, beperken zich vooral tot vriendelijke aanmoedigingen en hartelijke vredeswensen van christelijke en boeddhistische zijde. Nu heb ik mijn aanwezigheid op het WWW ook nog niet echt wereldkundig gemaakt. Dat is een kunst op zichzelf.
Bij de bijbel probeer ik om te beginnen een register van buitenbijbelse parallel- of contrapuntteksten aan te leggen ondanks alle hierboven ook door mij zelf gevoelde bezwaren. Uiteraard zie ik voorlopig nog geen kerkelijk geordend pericopensysteem van buitenbijbelse teksten verschijnen. Maar een verantwoorde en goed uitgewogen uitgave ten dienste van predikanten, waarin bovendien de opgeroepen vragen van een aantal zijden belicht worden zou geen overbodige luxe zijn. Het vinden van geïsoleerde gewijde teksten uit de grote wereldreligies is op zichzelf geen probleem. Na enig surfen zijn die in veelvoud op het net te vinden. Maar "synopsen" zijn nog schaars. Tot nu toe heb ik eigenlijk alleen het boek World Scripture van Andrew Wilson gevonden , dat de verschillende teksten ordent op 21 thema's en besluit met een Index of Sources en een Subject Index. Ondanks alle bewondering die ik ervoor heb illustreert dit boek al meteen hoezeer teksten gemanipuleerd worden door ze uit hun eigen verband te halen en vervolgens in het keurslijf van een thema te wringen.
In mijn Eindhovense gemeente staan dit jaar het cursuswerk en een aantal kerkdiensten in het teken van Vergelijkend Bijbel lezen. Een voorzichtige poging dus om ook hiermee niet helemaal in de studeerkamer te blijven hangen. Ook al zal er zeker nog veel door vele volhardende werkers van het kaliber Monshouwer gestudeerd moeten worden om op deze weg verantwoord voortgang te boeken.
back to homepage
to paragraph D (Sermon about pagan roots of Christmas)
|