Biografie Gaudi - Mozaiëken á la Gaudí
Home

Antoni Gaudí

Gaudí werd geboren op 25 juni 1852 in Reus (Spanje) als zoon van een kopersmid. In 1873 begon hij in Barcelona zijn architectuurstudie aan de academie. Al tijdens zijn studie kreeg hij zijn eerste openbare opdracht: het ontwerpen van een straatlantaarn voor de stad Barcelona. Bij zijn ontwerpen zette hij zich af tegen de heersende bouwtradities. Hierin werd hij beïnvloed door de filosoof Pau Milà y Fontanals. Naast een grote voorliefde voor het op de Middeleeuwen geïnspireerde ambachtelijke, ontwikkelde hij een sterke voorkeur voor vormen uit de natuur.
In zijn eerste projecten in Barcelona volgde hij grotendeels de in die tijd gangbare bouwstijlen - speciaal de neogotiek en het Spaanse neo-arabisch - maar juist in de decoratie viel al onmiskenbaar een eigen vormentaal te ontdekken, zowel door toepassing van nieuwe vormen (parabool, hyperbool) als door een zeer origineel materiaalgebruik. Een voorbeeld is Casa Vicens (1883-1888).
In 1889 voltooide hij het neogotische stadspaleis Palacio Güell (1886-1889). De torentjes en schoorstenen op het dak, veelal met mozaïeken versierd, hebben speelse vormen die Gaudí later liet terugkomen in  de Sagrada Familia.
Een ander interessant voorbeeld van een neo-gotiek ontwerp is het klooster Colegio Teresiano (1888-1889). Hoewel Gaudí in zijn ontwerp gebonden was aan allerlei voorschriften van de kloosterorde heeft hij hier toch een eigen interpretatie weten te geven aan de gotische vormen. Vooral in de gangen zijn de paraboolvormen prachtig van eenvoud.
Een van de hoogtepunten in Gaudí’s leven was de schepping van het Parc Güell (1900-1914). Het in eerste instantie als tuin ontworpen park met prachtig uitzicht over de stad Barcelona vertoont allerlei kenmerken van zijn fantasievolle stijl. De twee paviljoens aan de ingang lijken zo uit een sprookjesbos te komen. 

Eenmaal binnen valt direct de angstaanjagende draak, symbool voor Python de bewaker van de onderaardse wateren, op. Achter de draak bevindt zich namelijk een groot waterreservoir van 12.000 liter, bedoeld voor de irrigatie van het kale, waterarme terrein.

Via de trap bereikt men een groot plein van 86x40 m. De ene helft is gebouwd op vaste grond, de andere helft rust op zuilen in Dorische stijl. De balustrade van het plein wordt gevormd door een bijna eindeloos kronkelende bank met mozaïek van afvaltegels en glasscherven.

De paden in het park zijn voor een groot deel langs de berg geconstrueerd, steunend op zuilen die een eenheid vormen met de hellingen. Net zoals bij de bloemschalen langs de paden gebruikte Gaudí alleen natuurlijke vormen. Hoewel de zuilen er fragiel uitzien zijn ze uitgebreid door Gaudí getest op hun draagvermogen.

Ongetwijfeld het meest spraakmakende door Gaudí ontworpen huis is Casa Batlló (1904-1906). Bij dit in opdracht van de rijke stoffenfabrikant Batlló gebouwde huis zijn bijna geen rechte hoeken en strakke lijnen te vinden. Zelfs de muren zijn gegolfd.

De zuilen op de begane grond in de vorm van poten van een mammoet lijken het gebouw te dragen. De sierlijke balkons en de dakrand doen denken aan het skelet van een reusachtig dier. De gegolfde voorgevel is versierd met ronde tegeltjes die op visschubben lijken. Ook binnen heeft Gaudí vastgehouden aan zijn avant-gardistische opvattingen. In het interieur overal organische lijnen. De gebruikte materialen lijken mede door hun kleur in hun uiteindelijke vorm gekneed te zijn

Gaudí's laatste creatie voordat hij zich toelegde op de Sagrada is Casa Milà (1906-1910), ook wel La Pedrera - de steengroeve - genoemd. Bij het zien van dit gebouw krijgt men al gauw associaties met duinen en steile rotswanden waarin woningen zijn uitgehakt. Net zoals Casa Batlló staat dit gebouw ook op reusachtige zuilen. Oorspronkelijk had Gaudí allerlei religieuze ornamenten aan de gevel gepland. Na bezwaren van de opdrachtgever heeft hij hier (gelukkig) van afgezien.

Vanwege het grote oppervlak (1000 m2) zijn er met het oog op de lichtinval ronde patio's die naar boven toe wijder worden. Op het dak staat een imitatie van de gemozaïekte bank uit Parc Guëll. Verder imposante schoorstenen, kleine ranke in de vorm van wachters en grote in de vorm van stolpen. Sommige zijn weer van mozaïek voorzien. Het interieur bevat door Gaudí ontworpen meubels waarin organische vormen de overhand hebben.

De kathedraal Sagrada Familia (1883-1926) wordt gezien als het levenswerk van Gaudí. Hij nam in 1883 de bouw over van Francisco de Paula de Villar. Deze collega-architect tekende in 1877 het oorspronkelijke neogotische ontwerp van de kathedraal en onder zijn leiding werd in 1882 de eerste steen gelegd. Een groot deel van de crypte is nog volgens het ontwerp van Villar gebouwd. Gaudi  weigerde echter het ontwerp van Villar over te nemen. Hiervoor in de plaats kwam zijn eigen interpretatie van gotische stijlvormen.

Gaudí bouwde niet naar een vast ontwerp, maar ontwikkelde zijn ideeën tijdens de voortgang van het project. De Sagrada is als basiliek ontworpen. De plattegrond heeft daarom de vorm van een kruis. Het hoofdschip moest 95 meter lang worden, het dwarsschip 60 meter. Dergelijke afmetingen maken een bijzondere constructie noodzakelijk. Gaudi grijpt terug op de ervaring die hij in Colegio Teresiano en in het Parc Guëll heeft opgedaan met paraboolbogen en scheve pilaren.

Het ontwerp voorzag in drie hoofdfaçades (Kerstmis, Passie en Glorie-façade), omgeven met twaalf klokkentorens, symbolen voor de twaalf apostelen. In de façades bevinden zich talrijke portalen met bijbelse voorstellingen. Gaudi had in strijd met de heersende opvattingen voor de portalen allerlei kleuren in gedachten. De toppen van de meer dan 100 meter hoge torens hebben de vorm van een mijter en zijn met mozaïeken afgewerkt.

De hoofdtoren, die Christus symboliseert, zou 170 meter hoog moeten worden en 's nachts vanuit de twaalf andere torens met schijnwerpers bestraald worden. Tegelijkertijd moest vanuit de hoofdtoren een sterk licht over de stad stralen. In 1886 was Gaudí nog optimistisch over de bouw. Hij dacht met voldoende financiële steun de kathedraal in 10 jaar af te kunnen maken. Echter de bouw verliep traag en Gaudi stierf in 1926 nadat hij door een tram was aangereden.

Op dat moment waren de crypte, drie van de vier oostelijke torens en de oostelijke (Kerstmis-) façade grotendeels voltooid. De rest van de kathedraal bestond slechts als ontwerp en als gipsmodel. Inmiddels heeft men in de laatste dertig jaar(!) volgens Gaudí's ontwerp de westelijke (Passie-) façade gestalte gegeven. De grote vraag is of de Sagrada ooit zal worden voltooid.