NOORSE ELANDHOND, GRIJS
FCI standaardnr. 242
Het nationale ras van Noorwegen en vormt dan ook het logo van de Noorse Kennel Klub. (N.K.K.)
De Noorse Elandhond is een sterk, bespierd, compact en vierkant gebouwde spitshond met een trots voorkomen.
Zijn vacht is grof en dik waarvan de kleur grijs moet zijn met alle tinten van licht tot donker.
Het typische spitshoofd is tamelijk smal met hoog aangezette, rechtopstaande oren.
De ideaal maat is voor de reu 52 cm en de teef 49 cm.
De Noorse Elandhond is een jachthond voor groot wild, uiteraard de eland maar ook beren
en lynxen behoren hier onder en het behoeft geen betoog dat de hond beschikt over een grote dosis moed, zelf-verzekerdheid en uithoudingsvermogen om de koning van het woud op te sporen en te stellen.
Als huishond is hij door zijn sociale betrokkenheid met de mens uitemate geschikt mits hem voldoende gelegenheid geeft om zijn overmaat aan energie uit te leven.
In Nederland en Engeland, buiten Scandinavië, het best vertegenwoordigd in Europa met rond 750 exemplaren.
Een uitvoerige beschrijving is beschikbaar >> index
GROEP : 5 NKK-datum 18-10-1997 Nordisk Kennel Union - FCI standaard : 242 FCI -datum 09-08-1999
NOORSE ELANDHOND - GRIJS Norsk Elghund grå
LAND VAN OORSPRONG: Noorwegen
GEBRUIK: Een hond voor de jacht op de eland.
FCI CLASSIFICATIE : Groep 5: Spits- en Oertypen Sectie 2: Scandinavische jachthonden Met werk proef
ALGEHEEL VOORKOMEN: Een typische spitshond. Gedrongen en kort lichaam, kwadratisch gebouwd. Veerkrachtig, goed opgeheven hals. Rechtopstaande oren. Vacht dik en overvloedig, maar niet borstelig of lang. De staart stevig gekruld over de rug gedragen.
BELANGRIJKE VERHOUDINGEN/ PROPORTIES: Vierkant gebouwd. De lengte van de schedel en de lengte van de snuit is gelijk.
GEDRAG/KARAKTER: Onbevreesd, energiek, moedig.
HOOFD: Wigvomig, relatief breed tussen de oren. Licht gewelfd.
SCHEDEL PARTIJ: schedel: Licht gebogen stop: Gemarkeerd, maar niet uitgesproken.
AANGEZICHT: neus: zwart snuit: van boven en van opzij gezien geleidelijk taps toelopend. Neusbrug recht. lippen: strak aangesloten. kaken/gebit: schaargebit. Compleet gebit ogen: niet uitpuilend, donkerbruin van kleur. oren: hoog aangezet, vast en rechtopstaand, relatief klein. De hoogte iets meer dan de breedte aan de basis , puntig en zeer beweeglijk.
HALS: van gemiddelde lengte, sterk, goed opgeheven hals, overvloedige kraag, zonder losse keelhuid.
VOORHAND: Algemene verschijning: sterk, vast en recht. schouders: schuin bovenarm: tamelijk schuin elleboog: goed geplaatst, niet naar binnen noch naar buiten gedraaid. onderarm: van voren en van opzij gezien, recht. voormiddenvoet: van voren gezien; recht. Matig schuin van opzij gezien voeten: tamelijk klein, compact; tenen recht naar voren wijzend.
LICHAAM: sterk, kort van bouw. bovenbelijning: recht van de schoft tot aan de staartaanzet. schoft : goed ontwikkeld. rug: sterk, gespierd en recht. lendenen: goed ontwikkeld. kruis: sterk en breed. borst: breed en diep, goed gebogen ribben buikbelijning: bijna recht STAART: Hoog aangezet, sterk, relatief kort. Dikke vacht maar geen vlag/ bevedering. Stevig, niet links of rechts, over het midden van de rug gekruld. Van een volwassen hond kan de staartpunt niet recht gebogen worden.
ACHTERHAND: algemene verschijning: sterk, iets hellend en gespierd. Van achteren gezien parallel. Matig gehoekt. boven dijbeen: gespierd en breed. knie: matig gehoekt. onderdijbeen: van gemiddelde lengte. spronggewricht: matig gehoekt. sprong: in stand mag de sprong niet achter de aanzet van de staart reiken. voeten: betrekkelijk klein. ovaal van vorm, compact, de tenen recht vooruit.
GANGWERK: licht en moeiteloos. Van voren en achter gezien parallel gaand
HUID: strak, zonder rimpels op het hoofd.
VACHT:
haar : van gemiddelde lengte; dik, grof en overvloedige bovenvacht zonder krullen. Op het hoofd en de voorbenen kort en zacht; langer op hals, dijen, achter- benen en staart. Zachte ondervacht.
kleur: Grijs, in verschillende nuances. De kleur wordt veroorzaakt door de zwarte haarpunten van de bovenvacht. Lichter op de borst, buik, benen, de onderzijde van de staart, onder de staartaanzet en op de
FOUTEN: Elke afwijking van de voorgaande punten zal als een fout moeten worden beschouwd en de ernst van de fout behoort in de juiste mate in overweging genomen worden.
- ronde of gewelfde schedel.
- spitse of korte snuit.
- tanggebit, onregelmatig gebit.
- lichte ogen.
- te grote of te wijd geplaatste oren.
- te korte staart. Een niet vast gekrulde of opzij hangende staart.
- platte voeten.
- te lange of te korte bovenvacht.
- bruine of gelige vachtkleur. Donkere ondervacht. Roetachtige kleur.
- witte staatpunt. Wit op de borst.
- zacht of gespannen temperament.
DISKWALIFICERENDE FOUTEN: - een van nature korte staart
- gele of blauwe ogen
- geen rechtopstaande oren.
- elke andere kleur dan grijs.
- boven- of onderbijt.
- hubertusklauwen aan de achterbenen.
- een schofthoogte 3 cm onder of meer dan 4 cm boven de ideale hoogte.
- agressieviteit.
N.B.
Reuen moeten twee duidelijk normale, en volledig in het scrotum ingedaalde testikels te hebben.
Vertaling: kennel "fra Laikahuset"
april 2000
F2481337 - sinds 01-08-‘99
FastCounter by bCentral