Noorse Elandhond - zwart

Beknopte beschrijving

NOORSE ELANDHOND, ZWART

FCI standaardnr. 268A

Hoewel de zwarte Noorse Elandhond iets kleiner is dan zijn grijze soortgenoot vertoont hij veel overeenkomsten. Door zijn kortere, glanzende vacht geeft hij de indruk lichter gebouwd te zijn.

Het ras komt oorspronkelijk uit het grensgebied van Noorwegen en Zweden en werd als ras in 1877 erkent, hoewel het ras op zich veel ouder is.

Terwijl de grijze Elandhond min of meer nog steeds verbeterd werd uit een reeds bestaand spitsras om het ideale type te bereiken, was de zwarte Elandhond reeds een zuiver gefokt ras.

Buiten Scandinavië is de zwarte Elandhond vrijwel onbekend.

De vachtkleur is glanzend zwart, een beetje wit op de borst en de voeten is toegestaan.

De ideale hoogte is 47 cm voor de reu en 44 cm voor de teef.

Aantal in Nederland: 4

Een uitvoerige beschrijving is beschikbaar >> index


Rasstandaard

FEDERATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE (F.C.I.)

SECRETARIAT GENERAL: 14, rue Leopold II, 6530 THUIN (Belgique)

NO 268 a

22 Juli 1982

STANDAARD: NOORSE ELANDHOND - ZWART

NOORS RAS

ALGEHELE VERSCHIJNING:

Een typische spitshond, een weinig onder de gemiddelde maat, licht gebouwd met een kort, vierkant lichaam,zachte vacht echter niet borstelig; rechtopstaande oren; de staart gekruld over de rug; onbevreesd en energiek van aard.

HOOFD:

Droog en tamelijk licht; verhoudingsgewijs breed tussen de oren, wigvormig, spits naar de neus toelopend. Schedel bijna vlak met een duidelijke, doch geen steile stop. De snuit meer kort dan lang, van boven als van opzij gezien, spits toelopend,rechte neusbrug, lippen goed gesloten.

OREN:

Hoog aangezet, rechtop staand, de hoogte iets groter dan de breedte aan de basis, puntig en zeer beweeglijk (niet afgerond) Indien de hond luistert zijn de oren naar voren gericht, in rust mogen de oren naar achter gevouwen zijn.

OGEN:

Niet uitpuilend. Bruin, bij voorkeur donker, een onbevreesde en energieke blik gevend.

HALS:

Van gemiddelde lengte, sterk, zonder losse huid en omhoog gedragen.

LICHAAM:

Sterk en kort, doch tamelijk licht. Diepe borstkas met een goede ribben aanzet; rechte rug, lendenen goed ontwikkeld. Recht kruis; buik iets opgetrokken.

BENEN:

Stevig, recht en sterk; ellebogen noch naar binnen noch naar buiten gedraaid. De achterbenen weinig gehoekt; recht van achteren gezien.

VOETEN:

Tamelijk klein, ovaal, compact en niet naar buiten gedraaid, bij voorkeur zonder St. Hubertusklauwen.

STAART:

Hoog aangezet, kort, bedekt met een dikke en dichte vacht, echter niet met een vlag. Licht gekruld over de rug; doch aan gene zijde gedragen. Een natuurlijke korte staart is foutief doch niet diskwalificerend.

VACHT:

Zacht en ruig, maar dicht tegen het lichaam aanliggend. Op het hoofd en voorzijde van de benen kort; aan de voorzijde van de hals, onderzijde van de borstkas en op de achterzijde van de benen en onderzijde van de staart is de vacht langer. Het is samengesteld uit een wat langere en ruwe bovenvacht en een zachte wollige, zwarte ondervacht.

KLEUR:

Glanzend zwart. Een weinig wit op de borst, voorbenen en voeten mag worden toegestaan.

IDEALE HOOGTE:

47 cm voor reuen, 44 cm voor teven.

N.B.

Reuen moeten twee normale, gescheiden testikes hebben, welke volledig in het scrotum zijn ingedaald.


NEZ-links

TERUG NAAR OVERZICHT VAN DE SCANDINAVISCHE RASSEN:
TERUG NAAR INDEX:

F2481339 - sinds 01-08-‘99


FastCounter by bCentral