VITESSE NET - nieuws, geschiedenis, muziek, achtergronden. Actuele tekst & tickers voor úw site! - Vitesse, vitesse, vitesse! Arnhem, Gelredome, voetbal, Aalbers, nieuws, muziek, mp3, midi, commentaar, wedstrijden, actualiteit, links, geschiedenis 1885 - 1914, 1914 - 1945, 1945 - 1980, 1980 - 2000, gratis content, live nieuws op radio & tv, zoekmachines, Apeldoorn, Ede, Veluwe, Liemers, Betuwe. Dutch soccer, football, Arnheim, fußbal.
HOME

H O M E
Op de AS van Karels Hel i.s.m. Diap Gelderland Net en Vitesse Net en Op de As van de Hel
- vitesse geschiedenis 1885 - 1914 - vitesse geschiedenis 1914 - 1945
- vitesse geschiedenis 1945 - 1980 - vitesse geschiedenis 1980 - 2000
Actuele tickers voetbal


1885-1914
BLAUWE SJERPEN &
GEELZWARTE BLOKKEN

Vitesse door de jaren heen

Op deze pagina's het verhaal over de geschiedenis van Vitesse. Rond 1885 begonnen als cricket- en voetbalclub voor een stel Arnhemse en Velpse HBS-ers, groeide de club uit tot een van de belangrijkste voetbalorganisaties van Nederland. Een successtory, die niet zonder horten of stoten verliep.


Naar veuren, deel 1
1885-1914
TRAPVELDJE TUSSEN ARNHEM EN VELP
In maart 1998 verhuisde Vitesse van Nieuw Monnikenhuize naar het Gelredome Onlosmakelijk verbonden met deze verhuizing is de naam van de in 1949 in Velp geboren Karel Aalbers. Aalbers, die in 1983 toetrad tot het bestuur van de club werd in 1984 voorzitter van de Stichting Betaald Voetbal Vitesse. In anderhalf decennium maakte hij van Vitesse een Nederlandse topper, zowel in bedrijfseconomisch als in sportief opzicht. Vitesse is een Arnhemse club, maar er stroomt heel wat Velps bloed door de club-aderen. Zelfs voor er sprake was van een officieel geregistreerde voetbalorganisatie toog voetballend Velp naar de Arnhemse Velperweg om er een balletje te trappen op een veldje van de Velpse kasteelbewoner Lüps.

1885
AL CRICKET EN VOETBAL OP KLARENBEEK ROND 1885

Rond 1885,zeven jaar voor de officiële oprichting van Vitesse, zocht een stel Arnhemse en Velpse HBS-ers, met onder hen bijvoorbeeld Willem en Herman Hesselink, naar een geschikt veldje om er de uit Engeland overgewaaide cricket- en voetbalsport eens uit te proberen. Zomersporten allebei, maar in de praktijk was cricket vooral in de zomer geliefd, terwijl het gedoe met een voetbal vooral in de lente en in de herfst veel beoefenaren telde. De Arnhemse stadswijken Geitenkamp, Paasberg, Angerenstein en Presikhaaf moesten nog gebouwd worden en wie met de paardentram of omnibus van Velp naar Arnhem reisde zag onderweg vrijwel nergens bebouwing. Wat landhuizen van gefortuneerde oud-indiëgangers, afgewisseld met landbouwgrond, rogge-, tabaks- en korenvelden, en wat onbebouwde terreintjes, dat was alles.

1885-1886
BILJOENBEWONER LÜPS

Op landgoed Klarenbeek, halverwege Velp en Arnhem, voor iedereen gemakkelijk bereikbaar, vonden de voetballers een ongebruikt veldje met een oude houten tent en kleedkamertjes. De gebouwtjes waren blijven staan na een eerder gehouden concours hippique (en ze zouden later gedemonteerd worden om aan de Amsterdamseweg nog een tijdlang als 'rijwielschool' te dienen). Het nogal hobbelige weiland lag rechts van de Velperweg (gerekend vanuit Velp)daar waar later de woonwijk Angerenstein werd aangelegd. Echt lekker voetballen kon je er niet, want het terrein werd door het kabbelende bronwater van de Klarenbeek in tweeën gespleten, een omstandigheid, die slootje-springen tijdens de wedstrijden noodzakelijk maakte. Bovendien liep het speelveld in de richting van de Velperweg sterk naar beneden, zodat er om de haverklap achter wegrollende ballen aangerend diende te worden. Deze taak werd meestal gedelegeerd aan de jongste aanwezigen, een paar twaalfjarigen, die nog niet echt mochten meedoen. In 1886 werd landgoed Klarenbeek aangekocht door de president-kerkvoogd van de Nederlands Hervormde Kerk, de 'Duitse' Velpenaar Johann Heinrich Lüps. Lüps was na de dood van zijn vader, zeven jaar eerder, niet alleen eigenaar en bewoner geworden van het Velpse kasteel Biljoen, maar ook Nederhagen en Beekhuizen behoorden tot zijn bezittingen. De nieuwe eigenaar van Klarenbeek begon het landgoed in te richten als accommodatie voor sportevenementen en tentoonstellingen. Want sport, in de ruimste zin des woords, hoorde nu eenmaal bij de moderne tijd en niet alleen hield een groot deel van de welgestelde jeugd zich ermee bezig, maar ook bestond er al een soort 'publieke belangstelling' en sportieve evenementen van allerlei soort vormden sociale attracties waar men contacten legde, verloofdes ontmoette en sociale vaardigheden kon uitproberen.

1886-1889
OEFENVELD VAN DUYVENÉ DE WIT

De voetballende scholieren mochten hun veldje blijven gebruiken en op het met oude eiken omzoomde terrein zag je regelmatig de vijf Arnhemse broertjes Dezentjé een balletje trappen. Ook de broertjes Couvée, de broertjes Willem en Herman Hesselink, de broertjes d'Arnaud Gerkens en de scholieren Lauer, Fischer, v.d. Zande, Vriesman en Felger brachten vele uren op Klarenbeek door. Opvallende Velpse aanwezigen waren bijvoorbeeld de beide 'jonkheertjes' De Geer, twee broertjes, waarvan er één later nog minister-president van Nederland zou worden. Ook de broertjes Brandt en de broertjes Piekema meldden zich menigmaal aan de oevers van het beekje. Eén van deze Piekema's zou zich later als dokter in Velp vestigen, een ander in Arnhem, en ook de andere voetballende jongeheertjes kwamen eigenlijk uiteindelijk allemaal goed terecht. Soms was het veldje op Klarenbeek in gebruik voor een ander doel, maar de Velpse kasteelbewoner Lüps zorgde in dergelijke gevallen via zijn overbuurman voor een alternatief. In de villa Nederhagen tegenover het kasteel woonde immers Jacobus Johannes Duyvené de Wit, de man die rond 1865 een enorm hotel met park en bijgebouwen had ontworpen, dat zich uitstrekte van Beekhuizen tot aan de voordeur van kasteel Biljoen. Het complex was nooit gerealiseerd, maar Duyvené de Wit had vervolgens, in 1883, aan de andere kant van Velp, schuin tegenover Bronbeek, wel een vergelijkbaar project van de grond gekregen, de 'Vogel- en Plantentuin'. Een gigantisch luxe bouwwerk (ongeveer daar, waar nu Regina Pacis staat), goeddeels gelegen binnen de gemeentegrenzen van Arnhem, met tennisbanen, fonteinen, receptiezalen, uitheemse planten en dieren. Eigenlijk schuin tegenover Klarenbeek dus, en met een gazonnetje dat precies geschikt was voor cricket en dat tevens kon dienen als voetbaloefenveldje. Voor officiële voetbalwedstrijden was het veel te klein. De sportende scholieren maakten niettemin maar al te graag gebruik van deze alternatieve accommodatie. Aanvankelijk werd er op Klarenbeek en in de vogeltuin in wisselende samenstellingen, min of meer bij wijze van aangename verpozing, gevoetbald en gecricket. Daarbij waren wel twee kampen te onderscheiden: die van de cricketers en die van de voetballers. Want lang niet iedereen was in gelijke mate tuk op de beide sporten.

1889-1892
VITESSE 1890

In 1889 liet het sportende gezelschap zich als 'Vitesse' (officieel: 'Cricket en Footballclub Vitesse') inschrijven bij de voorloper van de K.N.V.B. Dit althans is terug te vinden in het jaarverslag, het allereerste, van de Nederlandse Voetbal en Athletiekbond aangaande het seizoen 1889 - 1890. 'Met vreugde' werd in dit jaarverslag de toetreding van twaalf nieuwe clubs vermeld (de meeste zijn inmiddels al lang weer ter ziele), waaronder het Arnhemse Vitesse. Toen grondeigenaar Lüps een jaar later, in 1891, op Klarenbeek een wielerbaan liet aanleggen, werd dit Vitesse-avant-la-lettre weer opgeheven. Nu zij niet langer over hun vaste trapveldje beschikten, zochten de HBS-ers hun heil op een braakliggend stuk grond achter de Arnhemse Boulevard Heuvelink. Er werd wat aan cricket (vooral), voetbal en athletiek gedaan en ook werden er bijvoorbeeld 'snipperjachten' georganiseerd in de bossen van Rozendaal. Toen een oom (Bram Knoops) van één van de leden (d'Arnaud Gerkens) hen gratis een nieuwe accommodatie aanbood werd op 14 mei 1892 'Vitesse' voor de tweede maal als cricket en footbalclub opgericht. De oprichtingsvergadering van het 'definitieve' Vitesse werd gehouden, na een zeer strenge winter, op het grasveld van het nieuwe terrein, dat van de Arnhemse IJsclub aan de Molenbeekstraat. Daarbij waren aanwezig: voorzitter Frans Dezentjé, secretareis D.J. Couveee, penningmeester F. Couvee, matchcaptain K.F. d'Arnaud Gerkens, eerste captain jonkheer L. de Geer, tweede captain C. Piekema. De overige oprichters heetten: B.Lauer, K. Fischer, P.R. d'Arnaud Gerkens, B.Dezentjé, J. v.d. Zande, F. Felger en E. Piekema. In het totaal zestien personen, waarvan iets minder als de helft afkomstig uit Velp. M.J. Adriani Engels schreef er in het 'Gedenkboek 60 jaar Vitessehistorie' in 1952 over: 'Vijf weken na de oprichting werd de eerste officiële cricketmatch gespeeld en gewonnen. Op 19 juni 1892 gingen veertien Vitessenaren met een grote janplezier via Ede naar Barneveld om daar uit te komen tegen de kostschool van Oom Kreiken, die in dat dorp gevestigd was... Er werden die zomer nog meer cricketwedstrijden gespeeld, maar in het najaar begonnen diverse Vitessenaren weer aan het bruine monster te denken. Men vergete niet dat cricket niet zo gemakkelijk te leren was als voetbal en dat het spelmateriaal bij cricket heel wat duurder was. Het resultaat van deze voetbalpropaganda in de Vitessekring was, dat er op 10 september 1892 een voorstel aan de orde kwam om naast cricket ook voetbal te gaan beoefenen. Het voorstel werd met grote meerderheid van stemmen aangenomen en in Vitesse's notulenboek kwam te staan: 'Voorgesteld wordt het voetbalregelement van het oude Vitesse over te nemen,' Een bewijs te meer dat er vroeger al een Vitesse geweest was!

1892-1894
OP HET GAZON VAN BRONBEEK

Als eerste captain van het nieuwe voetbalelftal werd Frits Dezentjé gekozen, zodat men deze als eerste aanvoerder van Vitesse kan beschouwen. Bij de eerste wedstrijden deed men het nog zonder buitenspelregel, waarvan de latere dokter Piekema listig profiteerde door zich dicht bij het vijandelijke doel op te stellen, en dankzij die bevoorrechte positie menig goaltje te maken. Het voetbalcostuum bestond in die tijd uit wollen truien met ijsmutsen of baretten.' Tot zover Adriani Engels, één van de weinige bronnen waaruit, voor zover het dat hele prille begin betreft, nog geput kan worden. Aan het IJsclub-terrein kleefde wel één belangrijk bezwaar. Het veld werd immers 's winters onder water gespoten in afwachting van eventuele ijspret. Vitesse week dan uit naar het braakliggende stuk grond achter de Boulevard Heuvelink, maar dat was voor de uit Velp afkomstige voetballers toch wel een flink eind uit de buurt. Ook het veldje in de vogeltuin was nog beschikbaar, maar dit was te klein voor voetbal. Na bemiddeling door generaal Karel v.d. Heyden mocht er tenslotte ook nog getraind worden op het grasveld vóór Bronbeek, alweer een buurman, maar hier stond midden op het gras een (ook toen al) oude dikke boom in de weg. Zo bleef het twee jaar lang behelpen, vooral in de wintermaanden. Overigens waren voetbal en cricket niet de enige sporten waarmee het gezelschap zich bezighield, wand de bond heette niet voor niets ook 'Athletiek' bond en bijvoorbeeld werd er op 13 oktober 1893 een wandelwedstrijd over de Amsterdamseweg georganiseerd, waarbij in het totaal 25 kilometer werd afgelegd. Na de winter volgde nog iets vergelijkbaars, maar nu zonder een vaste route en de tocht werd dan ook, heel toepasselijk, 'Go As You Please' -race genoemd. De eerste voetbalwedstrijd met een enigszins serieus karakter was een match tegen Quick Nijmegen op 17 december 1893. De spelers wearen keeper Rossum en de spelers Edmond Dezentjé, Kien, Jonker, Donkers B. Dezentjé, Elie dezentjé, Elias, Hagedoorn, D.J. Couvee en Willem hesselink. De Vitesse-jongetjes haalden de veel oudere Quick-spelers af van de trein en ze droegen zelfs de Nijmeegse koffertjes eerbiedeig en galant naar het ijsclubterrein. Daar werd Vitesse vakkundig en weinig eerbiedig 'afgedroogd' met 0 - 4.

1894-1895
NAAR KOESTAL IN ZUID

Tot het seizoen 1894-1895 speelde Vitesse niet in competitieverband. Toen besloot de club om definitief te stoppen met cricket, hetgeen diverse bedankjes opleverde van hen die voor het spel met de batten een voorkeur hadden, en men meldde zich aan als lid van de 'Nederlandse Voetbal Bond'. Vitesse werd ingedeeld in de nieuwe 'Gelderse' competitie. Eigenlijk bestond die 'Bond' uit slechts een handvol nauwelijks serieus te nemen jongensclubjes en naast Vitesse was in het Gelderse alleen het in 1888 opgerichte Nijmeegse Quick een tamelijk serieuze voetbalvereniging. De andere clubs kwame helemaal uit Overijssel, en zelfs uit het bijna in Duitsland gelegen Twente: PW uit Enschede, ZAC uit Zwolle en Celeritas uit Kampen. Gezien de toendertijd gangbare vervoersmogelijkheden (stoomtrein, omnibus en stoomtram) een ontzettend eind reizen. Bij zulke officiële competitiewedstrijden hoorde natuurlijk wel een écht speelveld dat twaalf maanden per jaar beschikbaar was, bedacht men nu. Dat was het ijsclubterrein dus niet, vanwege de winterbestemming, maar ook omdat de pachter van het gras 's zomers zijn halmen wenste te kunnen maaien en omdat hij voortdurend heibel erover maakte, dat de voetballers een groot deel van zijn veld geheel plattrapten. Letterlijk stad en land werden afgezocht en op het laatste ogenblik, op 13 december 1894, terwijl de competitie al begonnen was (met een uitwedstrijd in Den Bosch die met 17 - 0 was gewonnen), werd er een oplossing gevonden aan de overkant van de Rijn. Niet ver van de Eldense dijk, ten zuiden van de Praets, huurde Vitesse, aanvankelijk voor een periode van vier maanden, de 'Paaswei', een weiland dat lange tijd door de gemeente Elst was gebruikt als feest- en kermisterrein. Als kleedruimte diende de zolder van een koeienstal, bereikbaar via een laddertje aan de buitenzijde. Het voormalige weiland, dikwijls als feestweide gebruikt, was gelegen op een steenworp van het latere Gelredome, op een locatie, die destijds bij de gemeente Elst behoorde. De burgemeester van die gemeente was niet bepaald een supporter van Vitesse. Hij verbood het heffen van entreegelden op zondag, enerzijds uit religieuze overwegingen, maar anderzijds toch ook omdat de toenemende drukte in het buitengebied van zijn dorp hem een doorn in het oog was. Vitesse had daarmee een financieel probleem want de huur van het veld (25,- per vier maanden) moest worden betaald. Dit probleem werd opgelost door lidmaatschapskaarten te verkopen die slechts een dag geldig waren, te weten precies op de dag waarop de betreffende thuiswedstrijden werden gespeeld. De Elster veldwachter, die e.e.a. stipt controleerde, kon niet anders dan constateren dat er slechts gratis toegelaten 'leden' rond de weide aanwezig waren.

1895-1896
NAAR TERUG NAAR KLARENBEEK

Een andere noviteit op de Paaswei was dat, voor het eerst, geen doelpalen met dwarslint werden gebruikt, maar met dwarslat. Hoe nuttig zo'n ding was, bleek wel uit een voorval tijdens de voornoemde met 17-0 gewonnen uitwedstrijd tegen Victoria Den Bosch. Van die wedstrijd werd beweerd dat het eigenlijk wel degelijk 18-0 was geworden, omdat de scheidsrechter ten onrechte een doelpunt van Edmond Dezentjé had afgekeurd, terwijl de bal het lint toch duidelijk aan de onderkant had geraakt en niet aan de bovenkant. Wijs geworden door deze ervaring besloot Vitesse geen lint maar een lat te gebruiken. Op 13 januari van het jaar 1895 veranderde Vitesse zijn officiële naam in 'Arnhemse Voetbal- en Athletiekclub Vitesse'. Er werd immers niet meer gecricket, terwijl de athletiek wel degelijk serieus werd genomen. In de zomer van datzelfde jaar werd er op en rond de Paaswei een onderlinge athletiekwedstrijd georganiseerd, waarbij touwtrekken, worstelen, roeien, hardlopen en wandelen op het progrramma stonden. Opmerkelijk was ook, dat Vitesse onder deze plattelandsomstandigheden tussen de koeienflatsen zijn eerste internationale voetbalmatch speelde: al in 1895 werden de degens gekruist met het Engelse Maidstone (recette: 142 gulden, uitslag onbekend). Vitesse behaalde in de competitie onmiddellijk twee kampioenschappen achter elkaar.
De club promoveerde naar de oostelijke eerste klasse. Dat was het hoogst haalbare, want de kampioen van die klasse speelde nog niet om het algemeen kampioenschap van Nederland met de kampioen van 'West', die als algemeen landskampioen werd beschouwd. De publieke belangstelling groeide explosief, er ontstond wat financiële ruimte, en toen in 1896 eigenaar Lüps de aloude locatie bij de Klarenbeek te huur aanbood, aarzelde Vitesse niet lang. Lekker dicht bij huis voor de Velpenaren, want het Velp-gehalte van Vitesse was nog altijd hoog en zou dat ook in de komende jaren blijven (tot rond 1910 bestond het eerste team van Vitesse voortdurend voor bijna de helft uit Velpse voetballers).

DE WEDSTRIJDEN VAN 1894-1895

(OP VERZOEK VAN VITESSE:) NIEUW OPGERICHTE 'GELDERSE' COMPETITIE

Vitesse - Get On Wageningen (verloren)
Vitesse - Voorwaarts Tiel
Vitesse - Victoria Den Bosch: 14 - 0 (uit: 0 - 17)
Vitesse - Quick Nijmegen

VITESSE KAMPIOEN

De eksakte uitslagen zijn niet meer te achterhalen. Vitesse won de eerste zes competitiewedstrijden echter met een doelsaldo van 42 - 0. Toen de club al kampioen was werd van Get On uit Wageningen verloren, de eerste nederlaag uit de Vitesse-geschiedenis. De eindstand van het eerste competitieseizoen: 1. Vitesse 13 punten (doelsaldo 47 - 5), 2. Get On Wageningen 12 punten, 3. Quick Nijmegen 9 punten, 4. Voorwaarts Tiel 6 punten, 5. Victoria Den Bosch 0 punten (doelsaldo: 2 - 67!)

DE WEDSTRIJDEN VAN 1895-1896

TWEEDE SEIZOEN 'GELDERSE' COMPETITIE

Vitesse - Get On Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen

VITESSE KAMPIOEN EN GEPROMOVEERD NAAR DE (IN DIT JAAR NIEUW OPGERICHTE) 'OOSTELIJKE EERSTE KLASSE'

Victoria Den Bosch en Voorwaarts Tiel zagen het niet meer zitten en de 'Gelderse competitie' bestond nog slechts uit drie clubs. De eindstand van Vitesse's tweede competitieseizoen: 1. Vitesse 6 punten, 2. Get On Wageningen 4 punten, 3. Quick Nijmegen 2 punten.

1896
1896: TERUG OP KLARENBEEK

Het nieuwe 'oude' terrein, ingeklemd tussen de (latere) Julianalaan, Huygenslaan, Velperweg en Rozendaalselaan, was in feite het middenterrein van de wielerbaan, die eerder aanleiding was geweest tot het tijdelijk opheffen van de club. Het voor een voetbalveld wat hinderlijke beekje kabbelde er nog altijd dwars doorheen. Dit probleem werd opgelost door het water via twee parallelle duikers onder het veld door te geleiden. Hiervoor moest een flinke geldlening worden afgesloten, maar men schatte in dat, gezien de publieke belangstelling en de successen, deze investering wel de moeite zou lonen. Dat bleek al spoedig te kloppen. Ook liep het veld nog altijd af naar de Velperweg, maar dit euvel werd als minder storend ervaren, want beide partijen hadden er immers in gelijke mate last van en men liet het maar zo. In het jaar van de verhuizing, 1896, stichtte Vitessekeeper d'Arnaud Gerkens een speciale Arnhems-Velpse competitie voor de lagere elftallen. Aan deze competitie namen Vitesse II, Olympia en Gelria (niet het later ontstane Gelria) deel. Vitesse linksbuiten Roqué werd als eerste Vitessenaar uitgenodigd voor het nog zeer onofficiële Nederlands elftal. Hij verloor met 'Oranje' met 6-2 van The English Wanderers. In mei 1897 werd het eerste lustrum van de club gevierd. De toneelvereniging 'Fraternitas', bestaande uit de Vitesseleden A. Bleckman, Willem van Rossum, H.M. Keppel Hesselink, Piet en Rein Hendriks, M.J. Wolf en P. Boone voerde voor een enthousiast publiek een humoristisch toneelstuk op. Ook in dit seizoen, het derde opeenvolgende, werd Vitesse kampioen van zijn afdeling. Optisch niet z'n hele grote kunst, want de concurrentie bestond slechts uit Go Ahead Wageningen en PW Enschede. Anderzijds moet men deze optische eenvoud ook weer niet verkeerd interpreteren, want er waren natuurlijk wel andere clubs, maar die speelden op een zo laag niveau dat ze niet in de 'oostelijke eerste klasse' van Vitesse werden toegelaten. Zelfs Quick had tijdelijk een stapje achteruit moeten doen. De verhuizing naar Klarenbeek had merkbaar onmiddellijk een positieve invloed gehad op het spel van Vitesse. In de negentien seizoenen, dat Vitesse op er voetbalde boekte het team talrijke successen. Vitesse speelde meestal mee om de hoogste plaatsen in de oostelijke eerste klasse, degradeerde nooit, kwam nooit een concurrent uit Arnhem of omgeving tegen en de club werd maar liefst zes maal kampioen van Oost Nederland. In de strijd om het algemeen kampioenschap van Nederland ging het echter telkens, soms op het nippertje, mis. Door alle successen was er wel flink wat belangstelling bij alle wedstrijden. De club leefde bij de Arnhemse bevolking en niet alleen als de resultaten goed waren.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1896-1897

NIEUW GEVORMDE 'OOSTELIJKE EERSTE KLASSE'

Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - PW Enschede

VITESSE KAMPIOEN

Slechts drie clubs in deze competitie! Vitesse won twee maal van PW en eenmaal van Go Ahead De andere wedstrijd werd gelijk. Doelsaldo van de eindrangschikking: 12 - 5.

1897-1898
VOOR HET EERST: BIJNA LANDSKAMPIOEN!

In het seizoen 1897-1898 werd de kampioen van West Nederland niet langer, zoals in het verleden het geval was geweest, als algemeen kampioen van Nederland beschouwd. Voor het eerst moest er een beslissingswedstrijd worden gespeeld tussen de kampioenen van 'West' en van 'Oost'. De overige regio's deden nog niet mee. Deze verandering was het gevolg van de inspanningen van Vitessevoorzitter Engelberts, die zich enorm stoorde aan de arrogante houding van de westerlingen. Vitesse werd wederom oostelijk kampioen, maar de beslissingswedstrijd om het landskampioenschap (tegen RAP) liep uit op een teleurstelling. In Utrecht verloren de Arnhemmers met 4-2. Eervol, dat wel, en Vitesse had meer tegenstand geboden dan men in de Randstad had verwacht, maar de begeerde titel bleef buiten bereik en de suprematie van de club in het oosten van Nederland had geen passend vervolg gekregen. Als pleister op de wonde kon nauwelijks de 3-0 overwinning dienen, die het 'Oostelijk elftal' (met zeven Vitessenaren) behaalde op een Rotterdamse selectie. Ook het feit dat voetballer Willem Hesselink algemeen athletiekkampioen van Gelderland werd verdreef de de pijn onvoldoende. En het feit dat dezelfde voetballer Nederlands kampioen verspringen werd (met een Nederlands record dat tot 1910 zou blijven staan: 6.10 meter) al evenmin. Ook het algemeen touwtrekkampioenschap was in dat jaar 1898 voor Vitesse trouwens, maar men had het graag ingeleverd als RAP in Urecht was verslagen.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1897-1898

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - UD Deventer
Vitesse - PW Enschede

VITESSE KAMPIOEN (VOOR DE VIERDE OPEENVOLGENDE MAAL)

Vier tegenstanders ditmaal. Vitesse behaalde in de eindstand 13 punten, tweede werd Go Ahead met 11 punten, Quick behaalde er 7, UD 5 en PW 4.

VOOR HET EERST: EEN BESLISSINGSWEDSTRIJD OM HET ALGEMEEN LANDSKAMPIOENSCHAP
RAP – Vitesse: 4 - 2 (gespeeld in Utrecht)

RAP ALGEMEEN KAMPIOEN, VITESSE TWEEDE

1898-1902
VAN BLAUWWITTE SJERPEN NAAR ZES GEELZWARTE BLOKKEN

In de periode tussen 1898 en 1902 ging het even wat minder. Vitesse eindigde vier maal in de middenmoot en het was het Wageningse Victoria dat gloriejaren doormaakte. Drie maal achtereen werden de Wageningers kampioen. En dat, terwijl er nog een tweede Wageningse club, Go Ahead, in die hoogste afdeling speelde. De belangrijkste gebeurtenis bij Vitesse was misschien nog wel de veranderig van clubkleuren. Had het clubtenue tot aan de eeuwwisseling bestaan uit een witte trui, een blauwe sjerp en een mutsje, soms nog aangevuld met een verplicht rode broek, op 27 augustus 1900 stelde de Vitessevoorzitter voor om voortaan af te zien van de kleur blauw (een verwijzing naar het wapen van Arnhem). Vitesse was immers vooral een club met een uitstraling naar heel Gelderland en de Gelderse kleuren waren geel en zwart. Er werden geelzwart geblokte shirts aangeschaft. Twee jaar later trad de voorzitter af en hij werd opgevolgd door erevoorzitter Leo Lauer, een van de andere mede-oprichters, en praktijkvoorzitter Caderius van Veen. Ook werd in 1902 het tienjarig bestaan gevierd met een toernooi waaraan HVV, Victoria, Quick Nijmegen, Quick Amersfoort, Zutphania, Go Ahead Wageningen, het 'Brabants Voetbalbondselftal' en het 'Gelders Voetbalbondselftal' deelnamen. Vitesse verloor de finale van Nederlands kampioen HVV met 2-1. In hetzelfde jaar werd een andere Arnhemse voetbalclub 'Voorwaarts' in Vitesse opgenomen. Met het versterkte elftal werd de oostelijke kampioen Victoria (met 8-2) van de mat geveegd. Andere opmerkelijkheden uit die verder wat kleurloze episode in de Vitesse- geschiedenis: In 1898 werden Roqué (voor de tweede maal) en keeper d'Arnaud Gerkens geselecteerd voor het (onofficiële) Nederlands elftal, maar de keeper stond zijn plaats af aan Immink van Celeritas, omdat hij diens speelstijl zo bewonderde. Deze wedstrijd, weer tegen het Engelse 'toerteam' The English Wanderers, werd nog wel gespeeld op het Vitesseterrein en al was het dus geen officiële interland, toch was het de eerste keer dat er in Arnhem een wedstrijd van het vertegenwoordigende Nederlands Elftal werd gespeeld. Holland won overigens met 7-0, want de Wanderers hadden dat jaar een tamelijk zwak team Europa in gestuurd. In 1900 speelde nog Vitessenaar Goedvriend voor Oranje, in een met 5-1 gewonnen wedstrijd tegen Preussen uit Berlijn. Ook Meijer en Willem Hesselink deden in die wedstrijd mee, maar die waren inmiddels verhuisd naar de Randstad en zij kwamen uit voor resp. HBS en HVV. In 1901 was het nog Vitessenaar Hesselink die met Oranje FC de Paris met 8-1 versloeg. Vitesse speelde zelf ook diverse wedstrijden tegen buitenlandse teams: Vitesse versloeg in 1898 het Engelse 'toerteam' The English Wanderers op Klarenbeek met dezelfde cijfers als het onofficiële Nederlands Elftal (7-0), Duisburg verloor van Vitesse (in 1899) met resp. 6-0 en 8-0. De uitwedstrijd tegen Duisburg was Vitesse's eerste in het buitenland gespeelde wedstrijd.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1898-1899

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - UD Deventer
Vitesse - PW Enschede

VITESSE SLECHTS DERDE. VOOR HET EERST GEEN KAMPIOEN.

Dezelfde vier tegenstanders. Vitesse behaalde in de eindstand slechts 8 punten. Kampioen werd zowaar PW, de nummer laatst van het voorgaande jaar (14 pnt.). Tweede werd Go Ahead met (10 pnt.), Vitesse derde, dan gedeeld laatste Quick en UD (4 pnt).

DE WEDSTRIJDEN VAN 1899-1900

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Victoria Wageningen
Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Hercules Utrecht
Vitesse - PW Enschede

VITESSE VIERDE.

Vitesse behaalde in de eindstand 10 punten en werd daarmee vierde. Twee Wageningse teams eindigden als eerste: Victoria (15 pnt.) en Go Ahead (12 pnt.)!.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1900-1901

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Victoria Wageningen
Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Hercules Utrecht
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE VIERDE.

Vitesse behaalde in de eindstand 11 punten en werd daarmee wederom vierde. Victoria (20 pnt.) werd weer kampioen.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1901-1902

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Victoria Wageningen
Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Hercules Utrecht
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE VIJFDE IN DE EINDRANGSCHIKKING.

Dezelfde teams als in het voorgaande jaar. Vitesse behaalde in de eindstand 10 punten en werd daarmee vijfde. Victoria (17 pnt.) werd voor de derde opeenvolgende keer kampioen.

1902-1903
...EN WEER OOSTELIJK KAMPIOEN!

In 1902 was er plotseling weer eens sprake van een piekjaar. Vitesse putte moed uit het vacuum dat ontstond toen plotseling bleek dat het ongenaakbare Wageningse Victoria er helemaal niets meer van bakte. De ene na de andere tegenstander werd als vanouds aan het spit geregen en nog voor het eind van de competitie bleek Vitesse zowaar weer kampioen te zijn geworden, met eindelijk weer eens de kans om de randstedelijke hegemonie te doorbreken. Voor het eerst zou de beslissing vallen in een toernooitje met drie teams, en niet in een allesbeslissend duel. Het werd een mission impossible, want nadat Vitesse en Volharding in twee wedstrijden de balans in evenwicht hadden gehouden won het favoriete HVV twee maal achter elkaar van Volharding. Vitesse zou nu twee maal moeten winnen van HVV om kampioen te worden, een zware opgave omdat de Hagenaars in die tijd bijna onverslaanbaar waren. Het lukte dan ook niet. Vitesse verloor zowel uit als thuis, maar door een beter doelgemiddelde eindigde de ploeg toch nog als tweede, voor Volharding, dat toch door menigeen vooraf als de grootste concurrent voor HVV was beschouwd.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1902-1903

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Victoria Wageningen
Vitesse - Go Ahead Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE OOSTELIJK KAMPIOEN.

Alweer dezelfde teams als in het voorgaande jaren. Vitesse behaalde in de eindstand 18 punten. Victoria (3 pnt.) dat het drie jaar achtereen fantastisch had gedaan werd slechts laatste.

BESLISSINGSWEDSTRIJDEN OM HET ALGEMEEN LANDSKAMPIOENSCHAP
Vitesse - Volharding: 4 - 2 (uit: 1 - 4)
Vitesse - HVV: 1 - 3 (uit: 0 - 1)
HVV 4x winst (doelsaldo: 11-2), Vitesse 1x winst (doelsaldo: 6-10), Volharding 1x winst (doelsaldo: 7-12).

VITESSE TWEEDE. HVV LANDSKAMPIOEN.

1903-1905
DÜSSELDORFER FUSZBALL CLUB

Na het plotseling kampioensjaar verwachtte menigeen in Arnhem, dat Vitesse de draad van het succes weer zou oppakken. Eigenlijk zagen de supporters Vitesse nog altijd als een landelijke topper en die klasseringen als tweede of derde club van Oost Nederland, ach, dat kon niets anders zijn dan een inzinking van tijdelijke aard. Het kampioenschap betekende tevens ten minste een tweede of derde plaats van Nederland en het zou toch eigenlijk slechts een kwestie van tijd moeten zijn, tot de Arnhemmers ook eens de nationale titel zouden gaan grijpen. Een al te optimistische blik op de werkelijkheid! Het oostelijk kampioenschap van 1903 bleek eerder een uitschieter te zijn dan een teken van hervonden waardigheid en de glans van de beginjaren kwam niet terug. Voorlopig nog niet, tenminste. Twee jaar achtereen miste Vitesse op een haar na de eerste plaats n het district, beide malen was het PW uit Enschede dat de club de kaas van het brood snoepte. Toen leek het of de hooggestemde ambities gebroken waren en het team zakte af op de ranglijst, niet op een dramatische manier, maar toch ook niet in overeenstemming met zowel de toppers-status als met de verwachtingen. Als vereniging bloeide Vitesse wel, het aantal leden reikte naar de honderd en zo'n drie tot vierduizend vaste supporters steunden hun favorieten door dik en dun. Er namen vier elftallen deel aan de diverse competities, ook was er een gezellig veteranenelftal ontstaan, en toen de club twaalf en een half jaar bestond vierde half Arnhem het feest mee. Nu kwam dat ook wel doordat de rhum, wiskey en de cognac slechts vijftien cen per glas kostte, maar ook zonder alcoholische nevelen 'leefde' de club als nooit tevoren. In de zalen en in de tuin van de Buiten Societeit aan de Utrechtseweg werd een kermis, of eigenlijk meer een 'nep-circus' (genaamd Circus Blanus') georganiseerd, waarbij allerlei vermakelijkheden en attracties om de gunst van het toegestroomde publiek dongen.
1905-1906
VITESSEKERMIS MET OPGESCHILDERDE ZWERFKATTEN

Zo was er een wildedierenspel, bestaande uit een aantal kisten met gaas bespannen, waarin met leeuwen, tijgers, wolven, kamelen e.d. kon bewonderen. Geen echte wilde beesten, maar opgeschilderde honden, katten, varkens, geiten en konijnen, die voor het merendeel op straat waren gevangen. Een andere attractie werd gevormd door de Vitesseleden zelf, die in de Ronde Zaal met kartonnen paardenpakken aan een dressuurnummer uitvoerden alsof het een circus betrof. Als dresseur Vitessenaar Engelberts met zijn zweep knalde stijgerden de paarden of ze veranderen tot ieders grote pret bijna gelijktijdig van richting. Gevoetbald werd er ook nog: een jubileumwedstrijd gespeeld tegen de Düsseldorfer Fuszball Club, hetgeen de feestvreugde nog verheugde, want de uitslag, 11-0, mocht gezien worden. In 1905 speelde Vitessenaar Willem Hesselink als midvoor in Rotterdam mee met Oranje tegen België (4-0). Dat was in de return van de allereerste officiële Nederlandse interlandwedstrijd (waarin Nederland met 1-4 van de Rode Duivels had gewonnen). Hesselink scoorde een kwartiertje voor tijd de eerste goal, waarna Holland er vlak na elkaar nog drie in pegelde. Het zou voor Hesselink bij deze ene westrijd in het Oranje shirtje blijven. Verder nog geen internationals in de Hollandse gelederen in deze prille fase van La Balle Epoque.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1903-1904

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE TWEEDE.

In Wageningen waren Victoria en Go Ahead gefuseerd. De nieuweling heette GVC en eindigde beneden zijn stand als vierde. PW werd kampioen met 11 punten, Vitesse werd met tien punten tweede.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1904-1905

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - PW Enschede
Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse – UD Deventer

VITESSE WEER TWEEDE MET EEN PUNTJE ACHTERSTAND.

Wederom werd PW kampioen (16 pnt.) en, zoals een jaar eerder, met een puntje voorsprong op de nummer twee, Vitesse (15 pnt.). Ook nu eindigde de vroeger zo succesvolle Wageningers slechts als laatste.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1905-1906

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE VIERDE.

PW kampioen (18 pnt.), dan UD (12 pnt.), Wilhelmina (9 pnt.) en dan pas Vitesse (9 pnt.).

1906-1907
1906: EEN VIJFTIENJARIGE LINKSHALF, DIE SPOEDIG EEN LEGENDE ZOU WORDEN

In het seizoen 1906 - 1907 liep het met het eerste nog altijd niet naar behoren. Toch, al zou het pas achteraf blijken, was 1906 een memorabel jaar voor de Arnhemse voetbalclub. In dat jaar namelijk maakte in het tweede elftal een nieuwe slungelig-lange linkshalf zijn debuut. Het was de toen vijftienjarige Marius 'Just' Göbel. De carrière van de spoedig ook in West Nederland om zijn grote keeperstalenten gewaardeerde Göbel had een curieus verloop. Begonnen als speler, werden al snel zijn keeperstalenten ontdekt en in die hoedanigheid behaalde hij met Vitesse drie kampioenschappen van Oost Nederland. Zijn ster steeg snel en op 19 maart 1911 stond de Vitessenaar voor het eerst onder de lat bij het Nederlands elftal om de nationale driekleur tegen de 'Rode Duivels' te verdedigen (5-1 voor Nederland). Een jaar na zijn debuut in het Nederlands elftal later reisde hij met Oranje mee naar Zweden, waar de Olympische Spelen werden gehouden (Nederland werd daar derde). Gõbel werd vooral gewaardeerd om de vernieuwende stijl, waarin hij zijn doel 'schoon' trachtte te houden. Hij stompte of sloeg de bal niet weg, zoals voor die tijd gebruikelijk was, hij gaf er ook geen harde trap (stijl 'weg-is-weg', zouden we nu zeggen) tegen, maar hij probeerde de bal uit de lucht te plukken, of raapte het leer van de grond, hetgeen door velen uiterst merkwaardig werd gevonden. Efficiënt was het echter wel, daarover verschilde men niet van mening, en toen de Vitessenaar zelfs zo ver ging om zich voor de aanstormende tegenstanders op de grond te werpen, de eerste poging om ballen 'van de voet de plukken', werd hij al snel als de beste doelman van de wereld beschouwd. Laatstgenoemde manoeuvrte had Göbel overigens had afgekeken van de Engelsman Warburton, die trainer was van het Utrechtse UVV. De niet-rokende & geheelonthoudende Arnhemmer studeerde namelijk in Utrecht medicijnen en hij volgde daar doordeweeks de trainingen van de Brit Wartburton, die in zijn vaderland al menig doelman naar de trappende voeten van de vijand had zien duiken. Maar ook het spelinzicht en de athletische bouw van Göbel droegen bij aan zijn immense populariteit. De Vitessekeeper kon aan het gedrag en de houding van zijn tegenstanders zien hoe zij zouden gaan schieten, zo werd beweerd (een soort Van Breukelen avant la lettre?), en daarom stond hij meestal al in de goede hoek van het doel op de bal te wachten, voor het schot was afgevuurd. Niet zelden hoefde hij daarom slechts zijn lange armen uit te steken om de bal tegen te houden. Just Göbel was niet erg genegen om zijn talenten met vertegenwoordigers van de pers te bespreken, hij zag het voetbal slechts als een onbeduidende bijzaak en aanbiedingen om in Engeland als prof aan de slag te gaan wees hij af. Tijdens de WO I werden er geen interlands gespeeld en zo kwam er aan de carrière van de Arnhemse 'Wonderdokter' een wat anti-climaxerig einde. De doelman speelde nog wel wat, ook na 1918, maar niet meer met dezelfde gedrevenheid, en niet meer met dezelfde frequentie. Met 22 wedstrijden voor het Nederlands elftal bleef Gòbel niettemin de hele eeuw record-international van Vitesse.
Wie had dit alles kunnen voorzien, toen in 1906 een slungelachtig ventje als linkshalf debuteerde in het tweede? Een gezellige club was het, Vitesse, vooral een club overigens waarin de betergesitueerden zich thuisvoelden, want er werd stevig geballoteerd voor je lid mocht worden en voor velen was het supporterdom het hoogst haalbare. In voelbalkundige zin leek de club echter op z'n retoer, er werd meer verloren dan gewonnen en een zesde klassering op de eindranglijst van het seizoen 1906 - 1907 was het logische gevolg.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1906-1907

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Quick Amersfoort
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE ZESDE.

PW wederom kampioen (21 pnt.), dan GVC (15 pnt.), UD (13 pnt.) dan Quick Nijmegen (13 pnt.), Quick Amersfoort (11 pnt.) en dan pas Vitesse (9 pnt.).

1907-1910
OVERDEKTE TRIBUNE& KLEEDKAMER & RECREATIEZAAL & GEEN KAMPIOENSCHAP DOOR GEMISTE STRAFSCHOP

In 1909 had Vitesse pech. De club had een uitstekend seizoen achter de rug, waarbij de stand op de ranglijst vanaf de eerste competitieronde veelzeggend was geweest. Vitesse stond steeds bovenaan, met slechts Wilhelmina Den Bosch, als een hinderlijke horzel, op een punt achterstand. In de voorlaatste competitieronde verloren de Arnhemmers van GVC, waarna op de slotdag van de competitie nog Wilhelmina Den Bosch, dat nu dus een punt voorsprong had genomen, naar stadion Klarenbeek moest komen. Vitesse moest dus winnen om kampioen te worden. Het bleef gelijk tot vlak voor het einde. Toen kreeg Vitesse een strafschop toegekend. De bal ging er niet in en Wilhelmina was kampioen. Verder gebeurde er minder op het veld dan rondom het veld in die jaren.In 1909 werd het speelveld vergroot, zodat het voldeed aan de internationaal gangbare afmetingen en tevens werd er een ruime overdekte tribune aan de lange zijde gebouwd. Er werd geld geleend voor verbeteringen aan de accommodatie en er werden een kleedkamer en een recreatiezaal gebouwd. Al met al was het terrein nu veel aantrekkelijker geworden voor zowel spelers als publiek en spoedig zou blijken welke voordelen dat zoal had.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1907-1908

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Quick Amersfoort
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE VIJFDE.

UD kampioen (20 pnt.), PW tweede (15 pnt.), dan GVC (15 pnt.) dan Quick Amersfoort (10 pnt.) en Vitesse (met eveneens 10 pnt.). Alleen Wilhelmina (9 pnt.) en Quick Nijmegen (5 pnt.) eindigden slechter.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1908-1909

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - 't Zesde Breda
Vitesse - Quick Amersfoort
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE TWEEDE. NET GEEN KAMPIOEN DOOR GEMISTE STRAFSCHOP

Wilhelmina kampioen (17 pnt.), dan Vitesse (16 pnt.), UD (15 pnt.) dan 't Zesde Breda (15 pnt.), GVC (10 pnt.) PW (9 pnt.) en Quick Amersfoort (2 pnt.).

DE WEDSTRIJDEN VAN 1909-1910

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - 't Zesde Breda
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE VIJFDE.

Quick Nijmegen kampioen (20 pnt.), dan GVC (15 pnt.), dan UD (13 pnt.), 't Zesde Breda (11 pnt.), Vitesse (11 pnt.). PW (11 pnt.) en Wilhelmina (4 pnt.) eindigden nog onder Vitesse.

1910-1911
1910: TIENDUIZEND TOESCHOUWERS OP VITESSETRIBUNE

Over de publieke belangstelling 'rond 1910' kan men gemakkelijk te licht denken. Zeker nu de accommodatie zo ingrijpend was verfraaid trokken de thuiswedstrijden vaak meer dan vier- of vijfduizend toeschouwers en toen in 1910 de interland Nederland-Duitsland in 'stadion' Klarenbeek plaatsvond, kwamen er maar liefst zo'n tienduizend belangstellenden op af. Om al dat publiek te kunnen herbergen had de club een extra zittribune voor 1500 toeschouwers en twee extra staantribunes voor bij elkaar nog eens 3000 toeschouwers laten bouwen. Het was dan ook de eerste keer in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal dat er een interlandwedstrijd van Oranje buiten de Randstad werd georganiseerd. Nederland won nog met 4-2 ook, die 24ste april van het jaar 1910, en alle moeite was niet voor niets geweest. Ook diende het vernieuwde stadion als athletiekstadion en Vitessenaar Wim Lingbeek verbeterde er op 28 augustus het twaalf jaar oude Nederlands record verspringen van Vitessenaar Hesselink. Maar liefst 6.40 meter sprong Lingbeek en passant bracht hij ook het Nederlands record hoog-ver-springen op zijn naam. Met 1.72 hoog en 2.90 ver. Dit laatste record is in de hele twintigste eeuw door niemand meer verbeterd en het staat nog altijd in de boeken. Maar dat heeft er vooral mee te maken dat deze tak van sport al snel na de introductie ervan door niemand meer werd beoefend. Vermeldenswaardig is verder nog dat Göbel, zoals hierboven vermeld, dus op 19 maart 1911 (als vervanger van de naar Nederlands Indië verhuisde Beeuwkes) zijn debuut in het Nederlands elftal maakte. In Antwerpen won hij met 5-1 van de Rode Duivels. Drie weken later werd op het Vitesseveld de semi-interland Oost Nederland - West Duitsland gespeeld. Een initiatief van het Vitessebestuur, dat zich voortdurend door de Nationale Voetbal Bond (nog niet koninklijk) achtergesteld voelde ten opzichte van de randstedelijke clubs. Oost Nederland, uiteraard met de Vitesse-keeper anneks kersverse international Gõbel in de goal, won verdiend met 1-0 (deze wedstrijd werd spoedig een soort traditional, want ook in 1921, 1929 en 1931 speelden dezelfde teams op het Vitesseterrein tegen elkaar). In de competitie ging het ook niet slecht. Het eerste won een inderhaast georganiseerde nacompetitie (de echte competitie was door het goede weer veel te snel afgelopen). Achteloos versloegen de Arnhemmers een handjevol concurrenten. Het tweede werd gelijktijdig kampioen van de splinternieuwe Oostelijke Reserve Eerste Klasse. Terreinknecht Jan de Geest, bij velen geliefd en bij enkelen gevreesd, werd in dienst genomen.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1910-1911

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - 't Zesde Breda
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer

VITESSE DERDE.

GVC (15 pnt.), dan Quick Nijmegen (15 pnt.), dan Vitesse (11 pnt), Wilhelmina (8 pnt.), PW (7 pnt.). UD (4 pnt.).
VITESSE EERSTE IN NACOMPETITIE (GEORGANISEERD VANWEGE HET LEKKERE WEER):
1. Vitesse 2. PW 3. UD / Finale tegen winnaar ander groep:
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch: 3 - 1 (uit: 3 - 1)

1911-1913
SUCCESRIJK VLAK VOOR HET UITBREKEN VAN WO I

Opmerkelijke verschijningen rond de decenniumwisseling waren, vooral buiten het veld, de deftige broertjes Carel, Maurits en Eb van Pallandt, die naast het Vitesseveld op het landgoed Renenenck aan de Velperweg woonden. Met name de jonge baron Maurits ('Mau' voor bekenden) van Pallandt toonde zich zeer betrokken bij de club. Rond 1910 bracht hij het zelfs tot reserve van het eerste elftal, en nadat 'jonker Maurits' in 1913 vanwege een voetbalknietje met de actieve sportbeoefening moest stoppen, bleef hij nog tot 1949 bestuurslid en vervolgens beschermheer van Vitesse. Een neef van jonker Maurits, neef 'Rein' van Pallandt, een telg van kasteel Roosendaal, speelde in 1912 ook nog een bijzondere rol. Namelijk ontving Vitesse in dat jaar van baron Rein van Palland een schenking, bestaande uit een twaalftal Vitesseshirts. Er stonden echter geen geelzwarte blokken op, zoals het hoorde, maar vertikale geelzwarte banen. De club besloot een gegeven paard niet in de bek te kijken en sinds deze vergissing bleef voortaan het vertikale geelzwart het officiële clubtenue. In het seizoen 1911 – 1912 werd Vitesse in de competitie slechts zesde, maar wel bereikte de club de finale van de NVB beker. In Amsterdam werd echter met 2-0 van Haarlem verloren. Göbel speelde dat jaar maar liefst acht maal voor Oranje. Weinig spektakel verder, maar dat zou een jaar later ingrijpend veranderen. Vitesse had een uitstekend team (onder meer speelden Göbel, Holtus, Wennekes en de beide Van Laar’s voor het Oostelijk Elftal) en na een zinderend spannende competitie volgde op 13 april 1913 een beslissende match tegen UD. Vitesse moest winnen om kampioen te worden en hoewel de Deventer ploeg in de slotfase met man en macht ten aanval trok Vitesse met 3-2 aan het langste eind. Kampioen!

1913
KOEIEN, DIE ZIELSVERHEFFEND LOEIEN

Voetbal was geleidelijk een steeds belangrijker rol in de samenleving gaan innemen en hoezeer het spelletje ook in Arnhem ‘leefde’ bleek wel uit de grootse huldiging die de zegevierende ploeg ten deel viel. Honderden supporters, aangevoerd door terreinknecht Jan de Geest, verwelkomden de nieuwe oostelijke kampioenen op het station waarna in optocht koers werd gezet naar Musis Sacrum, dat wel bijna als een soort permanente Vitesse-sociëteit dienst deed in die jaren. G.A.Willinge schreef naar aanleiding van het kampioenschap een juichend gedicht:
"Waar je loopt in Arnhems straten,
Hoor je 't schreeuwen, hoor je 't blaten:
Ons Vitesse is kampioen!
Duizend voetbaljochies springen,
Duizend voetbaljochies zingen:
En d'r is niks meer aan te doen!
Schoorsteenvegers en soldaten,
Bakker, bakers, advocaten
juichen: Wij zijn kampioen!
Voetbalgeestdriftelingen hikken,
Lachen, juichen, grienen, snikken:
En (hik) d'r is (hik) niks (hik) meer
(hik) aan te (hik) doen!
Loop je buiten langs de wegen,
klinkt alweer dat lied je tegen:
Ons Vitesse is kampioen!
In de wei hoor je de koeien
't zielsverheffend loeien:
En d'r is niks meer aan te doen!"
Wie zich niet onmiddellijk aangesproken voelt door rijm en ritme van dit poëem bedenke dat 'olé, olé' of 'wie niet springt die is voor ...' nou ook niet direct veel eeuwigheidswaarde bezitten. Om over de hondelul en het hoerenjong nog maar te zwijgen. Vitesse had veel bewondering geoogst door in de slotfase van de niet zo sterk begonnen competitie acht maal achtereen te winnen en het had er alle schijn van dat nu eindelijk ook het algemeen landskampioenschap eens binnen bereik zou liggen. De tegenstander van Vitesse was het roemruchte Rotterdamse Sparta. Zesduizend toeschouwers zagen Vitesse op Klarenbeek met 1-2 verliezen, een beetje onterecht, want de ploegen waren geheel aan elkaar gewaagd geweest. Per trein en per boot trokken zo’n tweeduizend Arnhemse supporters vervolgens mee met hun ploeg die in Rotterdam immers zeker niet kansloos zou zijn. Hen stond een drama te wachten, dat z’n weerga in de Vitesse-historie nauwelijks kent. Vitesse speelde een zeer uitstekende, zeer aanvallende wedstrijd, en was veel sterker dan Sparta. Toch kon de nachtburgemeester van Rotterdam tevreden zijn, want het was Sparta dat met 2-0 voorkwam, waarna Rodermond de meer dan verdiende ‘aansluitingstreffer’ scoorde. Het eigenlijke drama school ‘m echter in het vervolg. Vitesse kreeg twee strafschoppen te nemen en miste beide keren! De eerste werd gemist door veldspeler Staal en voor de tweede stak Just Göbel het veld over. De Vitessedoelman stond bekend om zijn keiharde loepzuivere linker en in deze thriller mocht Vitesse niet nog eens een penalty verprutsen! Immers. Dat gebeurde dus wel en zo miste Vitesse, en niet voor de eerste keer, toch weer de kans om voor het eerst in de geschiedenis algemeen landskampioen van Nederland te worden. Niet veel later bood Sparta de Arnhemmers een ‘revanche-wedstrijd’ aan en Vitesse won nu eenvoudig met 4-1. Overigens maakte Göbel zijn gemiste strafschop in 1913 op 'nationaal niveau' meer dan goed door met het Nederlands Elftal te winnen van Eneland. Twee één werd het. Niet tehen het échte Engeland natuurlijk, dat was veel te sterk, maar tegen de amateurs.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1911-1912

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse – Go Ahead
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer
Vitesse – ZAC

VITESSE ZESDE.

Acht teams voor het eerst. Kampioen werd GVC (24 pnt.), ZAC laatste (6 pnt.) en Vitesse op twee na laatste met 13 punten.

FINALE NEDERLANDSE BEKER

Haarlem - Vitesse 2 - 0 (gespeeld in Amsterdam)

HAARLEM EERSTE, VITESSE TWEEDE

DE WEDSTRIJDEN VAN 1912-1913

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse - Wilhelmina Den Bosch
Vitesse – Go Ahead
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer: 4 – 1 (uit: 3 –2)
Vitesse – Tubantia

VITESSE OOSTELIJK KAMPIOEN.

Vitesse werd kampioen met 21 punten, dan Wilhelmina met 19 punten. Verder: UD (17 pnt.), Quick (17 pnt), Tubantia (13 pnt.), Go Ahead (12 pnt.). GVC (9 pnt.) en PW (4 pnt.).

BESLISSINGSWEDSTRIJDEN OM HET ALGEMEEN LANDSKAMPIOENSCHAP:
Vitesse – Sparta: 1 - 2
Sparta – Vitesse: 2 - 1

SPARTA ALGEMEEN KAMPIOEN, VITESSE TWEEDE

1913-1914
EN ALWEER OOSTELIJK KAMPIOEN. ZOU VITESSE DITMAAL OOK LANDSKAMPIOEN WORDEN?

In 1913 ging de Arnhemse voetbalvereniging ODO, een uitstekende (oostelijke) tweedeklasser, op in Vitesse. Diverse goede ODO-voetballers kwamen het toch al goed spelende team nog versterken en niemand keek er vreemd van op dat Vitesse alweer oostelijk kampioen werd, ditmaal na een spannende slotwedstrijd tegen het Apeldoornse Robur et Velocitas. Vitesse trok de Engelse trainer Sutcliffe aan, want een trainer uit Engeland was per definitie tien maal beter dan een Nederlander en eindelijk, eindelijk, zou Vitesse dan toch eens de beste van Nederland moeten worden. De strijd om het algemeen kampioenschap zou gaan tussen Vitesse, Willem II (ook het district ‘Zuid’ deed, voor het eerst, mee) en het favoriete HVV. Sutcliff zag hoe Willem II thuis onder de voet werd gelopen door HVV (1-5), maar ook zag hij dat de Haagse verdedigers nogal log waren gebouwd en hij voorspelde dat de Vitesse aanvallers, lichtgebouwd, snel en wendbaar, de gerenommeerde randstedelingen van het veld zouden spelen. Het gebluf van de Engelsman had de toch al hooggespannen verwachtingen tot een kookpunt gebracht en toen het Haagse HVV op Klarenbeek het veld betrad was het als underdog, ondanks de enorme reputatie en staat van dienst van het team. De tribunes waren afgeladen en heel Oost Nederland verheugde zich al op de overwinning, zoals die door de Engelse trainer was voorspeld. Of het er ook werkelijk van kwam? Lees daarover verder in deel 3 van de Kas Vitesse Links Geschiedenis-pagina’s. Immers was in 1914 inmiddels de loopgravenoorlog in België uitgebroken en al hield het voetbalseizoen daarmee geen rekening, deze site doet het wel. Overigens: al ging de voetbalcompetitie tijdens die WO I, zij het op een laag pitje, vooralsnog gewoon door, voor het interlandvoetbal gold dat niet. Mede daardoor duurde het nog tot 9 juni 1919 voor Just Göbel weer eens in Oranje kon spelen. Nog volgden er twee interland-matches en vervolgens zag Göbel er vanaf om zijn Nederlands Elftal carrière nog te continueren. De reden? De doelman was te kippig geworden om het spel nog goed te kunnen volgen en hij vond het niet verantwoord om de eer van het vaderland met bijziende ogen te verdedigen. Voor de eer van Vitesse gold dat kennelijk in mindere mate, want nog tot 1923 bleef Göbel (incidenteel) bij Vitesse onder de lat staan. In 1924 werd hij benoemd tot erelid van de club, arts werd hij in 1928, vervolgens eerste geneesheer bij het sanatorium Groot Blaricum en (van 1938 tot 1962) huisarts in Arnhem, waar hij pas in 1984, 92 jaar oud, overleed. M.a.w.: kippigheid en loopgravengevechten maakten voortijdig een eind aan de interlandcarrière van Vitesse’s sterdoelman.

DE WEDSTRIJDEN VAN 1913-1914

OOSTELIJKE EERSTE KLASSE

Vitesse - GVC Wageningen
Vitesse - Quick Nijmegen
Vitesse – Robur et Velcitas
Vitesse – Go Ahead
Vitesse - PW Enschede
Vitesse – UD Deventer: 4 – 1 (uit: 3 –2)
Vitesse – Tubantia

EN… VITESSE WEDEROM OOSTELIJK KAMPIOEN!

Vitesse werd kampioen met 22 punten, dan Tubantia (19 pnt.). Verder: UD (16 pnt.), Quick (14 pnt), Go Ahead (14 pnt.). GVC (13 pnt.) Robur et Velocitas (11 pnt.) en PW (4 pnt.).

BESLISSINGSWEDSTRIJDEN OM HET ALGEMEEN LANDSKAMPIOENSCHAP:
Zou het ditmaal gaan lukken? Zie voor het antwoord deel 3 (pag. 16) van de Kas Vitesse Links Geschiedenispagina’s.


Lees verder op pagina 16
(periode 1915-1945)
Home
(Inhoud)
Ga naar start van 'geschiedenis'
(Inhoud)



















VITESSE NET*
bevat o.m. de volgende onderwerpen / losse pagina's:
- vitesse - overzicht / inhoud - vitesse - nieuws - vitesse - commentaar - vitesse - flashback - vitesse - geschiedenis 1885 - 1914 - vitesse - geschiedenis 1914 - 1945 - vitesse - geschiedenis 1945 - 1980 - vitesse - geschiedenis 1980 - 2000 - vitesse - midi & mp3 - vitesse - terpenmuziek - vitesse - midi's achtergrond - vitesse - radio & tv actualiteit - vitesse - zoekmachines - vitesse - arnhem - vitesse - veluwe, apeldoorn - vitesse - ism startpagina.nl: arnhem, apeldoorn, ede, oosterbeek, liemers, betuwe, renkum, dieren - vitesse - ism startpagina.nl: vitesselinks - vitesse - vitesse emailkaarten - vitesse - algemene emailkaarten - vitesse - aalbers - vitesse - gelredome - vitesse - nieuws links - vitesse - wedstrijdverslagen links - vitesse - actualiteit voor úw site! gratis tickers. gratis dagelijks tekstje - vitesse - [ arno ] [ kasper ] - vitesse -
*Klik hier als u zich op een 'losse pagina'
bevindt via een zoekprogramma!