Spreekwoorden over paarden
Beter een blind paard dan
een leeg halster.
Dat paard zal mij niet meer slaan.
De een mag een paard stelen, de ander mag niet over het
hek kijken.
Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een
groter hoofd.
Die met een paard uit gaat is met zijn meester uit.
Een blind paard zou er geen schade doen.
Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken.
Een schurftig paard vreest de roskam.
Een ziekte komt te paard, en gaat te voet.
Eten als een paard.
Gauw op het paard zitten.
Het paard achter de wagen spannen.
Het best paard van stal.
Het beste paard struikelt wel eens.
Het hinkende paard komt erachteraan.
Het hooi moet het paard niet volgen.
Het oog van de meester maakt het paard vet.
Het trojaanse paard.
Honger als een paard hebben.
Iemand te paard helpen.
Je moet een paard niet doodknuppelen voordat je thuis
bent.
Jong te paard, oud te voet.
Men kan geen paard al lopende beslaan.
Men moet een paard de rug niet stuk rijden.
Op het verkeerde paard wedden.
Over het paard getild zijn.
Waar het paard aangebonden is moet het vreten.
Werken als een paard.
Zo sterk als een paard.
paarden vallen ook, al hebben zij vier benen.
De paarden die de haver verdienen krijgen ze niet.
De beste paarden staan op stal.
Je hebt luxe paarden en werkpaarden.
Met de paarden van Sint Franciscus.
Oude paarden jaagt men aan de dijk.
Op zijn stokpaardje zitten.