9 december 1999

Hallo allemaal
Hier mijn vierde verslag van de Zuid-Amerika reis. Het is grappig om te bedenken dat
het in Nederland nu erg koud is, terwijl het hier zomer dreigt te worden: onder de
kerstboom met een verfrissend biertje en een verbrande neus.
Nadat ik in Pisco lekker uitgerust had, nam ik de bus naar het iets zuidelijker gelegen
Ica, de hoofdstad van dit district. De tocht voerde door de kurkdroge kuststrook, waar het
gloeiend hete zand slechts af en toe onderbroken werd door een vruchtbaar gedeelte met
palmbomen. Ica bleek een gezellig provinciestadje met weinig toeristen (gringo's). De
Plaza de armas omvatte naast de kathedraal en het gemeentehuis schitterende
bovengalerijen. Alles ademt rust en hitte uit. Wat enigszins vervelend is, is het continue
stof dat me in deze streek voortdurend omringt en in mijn ogen waait.
Ica heeft een aantal mooie pleinen en kerken die allemaal in grijze steen zijn ontworpen,
alsof men vergeten is ze te verven. Het regionaal museum is een juweeltje; hier liggen
voorwerpen en resten van de Nazca en Paracas cultuur, die dankzij het gortdroge klimaat
bewaard zijn gebleven. Beide culturen situeren zich rond 2000 jaar voor Chr. en kennen de
traditie van schedelvervorming. In de hogere maatschappelijke lagen kregen kinderen vanaf
hun derde jaar touwen en banden om de schedel gebonden om zo hun schedel een punt te
geven: de huidige interpretatie hiervan is dat men dacht op deze manier de
hersencapaciteit te vergroten (meer ruimte). In het museum liggen mummies met totaal
vervormde schedels, nog grotendeels in tact. Sommige zelfs nog met huid en al. Griezelig,
als aliens staren die je aan. Verder veel textiel en aardewerk
Ica is omgeven door woestijn: zodra je de laatste huizen verlaat sta je midden in een
enorme zandbak waar het gloeiend heet is. Vlakbij ligt Cachiche: een samenscholing van
bouwvallen en muren (de naam dorp is te veel eer), waar volgens de tradities veel brujos
wonen. Mannelijke heksen of sjamanen die met behulp van kruiden en geesten mensen genezen
of de toekomst voorspellen. Temidden van het stof en het zand, staan wat muren, een heuse
kerk. Zwerfhonden komen blaffend naar mij toe. uit sommige huisjes klinkt luide muziek; zo
arm als ze zijn, een TV hebben ze bijna allemaal.
Buiten het dorp liggen een
aantal katoenvelden omgeven door rijen bananen-, mango- en sinaasappelbomen. Daarachter
zand, zand en nog eens zand. Achter zo'n zandduin ligt de Huacachina. Dit oasemeer is een
verademing: prachtige palmbomen en andere exotische planten omringen een plas van
enigszins smerig water. Een gezellig terras biedt ruimte voor een lekker biertje. Dit dal
in het zand wordt ook gebruikt voor sandboarding: met een brandvrij snowboard suizen
waaghalzen de duinen af, die tot 300m. hoog zijn. Mooi gezicht, maar gelukkig heb ik mijn
brace niet bij me.
Vanuit Ica neem ik
de colectivo naar Nazca. Een colectivo is een oude, grote auto (in mijn geval een Dodge
Cutro) die zodra die vol is een rit maakt. In mijn geval twee uurtjes tuffen, vooral de
bergen zijn problematisch voor deze antieke bakken, met 8 personen in de auto gepropt.
Nazca is echt tien keer niks. De enige trekpleister zijn een aantal lijnen die de
Nazca-cultuur heeft voorgebracht. 's Morgens vroeg stapte ik in het vliegtuigje voor een
rondvlucht boven deze mysteries. Onze piloot wees even snel de kotszakjes aan, wenste dat
we ze niet nodig zouden hebben en we stegen op. In de woestijn hebben de Nazca indianen
raadselachtige figuren getekend, soms wel tot 150m. groot: een condor, spin, aap, boom,
papegaai en veel geografische figuren. Men heeft geen idee waar deze enorme afbeeldingen
toe dienen, noch hoe ze gemaakt zijn, noch hoe de Nazca cultuur (woestijn) van het bestaan
van bv. de aap af wist.
's Middags naar een goudwinnerij geweest: de steenbrokken uit de omringende bergen worden
verbrijzeld en vermengd met kwik. Het kwik verbindt zich met het goud, zodat het met een
zeef gescheiden kan worden. Vervolgens wordt het papje verwarmd en het kwik verdampt
vrijwel direct, zodat het goud achterblijft. Op deze manier, zeer arbeidsintensief en vaak
vruchteloos, verdient de mijnbouwer $10 per gram goud; een goede week levert 6 gram
op......
Chauchilla
is een begraafplaats vlakbij Nazca. Door de droogte zijn de lijken en mummies goed bewaard
gebleven. De rovers maakten daar dankbaar gebruik van. Om echter de kostbare kleding van
de mummies te krijgen, werden deze letterlijk in stukken gescheurd: de plek is dan ook
luguber bezaaid met botten en beenderen van mensen, vaak nog bedekt met wat vlees of huid.
Diezelfde avond doorgereisd naar Arequipa, een uurtje of 10 bussen naar het zuiden.
Arequipa is de tweede stad van Peru en ligt dientengevolge in voortdurend conflict met
Lima, vergelijkbaar met Madrid en Barcelona. Politiek en economie zijn in theorie
blijkbaar makkelijker te verenigen dan in de praktijk. Arequipa, ook wel de witte stad
genoemd naar de gebouwen die uit de blanke vulkaansteen zijn opgetrokken, is erg
aantrekkelijk. de Plaza de Armas is wonderschoon, de stad is rustig maar leeft. Veel leuke
barretjes, winkeltjes en erg aardige mensen.
Voordat ik de stad ga bekijken, doe ik een excursie naar de nabijgelegen Colca vallei. 's
Morgens vroeg vertrekt ons groepje van een engels echtpaar met zoon, een Spanjaard en ik
door het prachtige natuurgebied Aguada Blanca.
Dit gebied op een gemiddelde hoogte van 3,5km. biedt een natuurlijke omgeving
aan lama's, vicuņas, alpacas, vizcachas etc. Het landschap is schitterend: vulkanen als
de Misti en Chanchani (resp. 5890 en 6400m. hoog) rijzen op uit het pampalandschap van
pollen gras en hier en daar een struik. Her en der wervelt de wind het zand op tot een
mini-tornadootje. Lama's en aanverwanten kijken niet naar ons op of om.
In Chivay wordt eerst gegeten (alpacavlees) en vervolgens een bad genomen in de thermale
baden. Het dorp ligt op 3800 m. zodat ademhalen enigszins lastig is. In het dorp stikt het
verder van de traditioneel geklede mensen: vrolijke kleuren en prachtig geborduurde
hoedjes dragen de mensen hier. Foto's worden echter niet gewaardeerd, zo ontdekken wij
spoedig. Onze huisspanjaard raakt bijna zijn dure camera kwijt als hij een groepje vrouwen
kiekt. Op deze hoogte is bierdrinken een heuse sport, want na twee flesjes sta ik te
tollen op mijn benen.
De volgende dag worden we om
5:00 gewekt om de condors te spotten. Na een schitterende rit langs de canyon die hier en
daar tot 1200m. steil naar beneden reikt, bereiken we de spot plek. En nog geen vijf
minuten later stijgt de eerste condor op: een enorme vogel van wel drie meter omvang suist
vlak over onze hoofden. Wat een gratie! Een groepje jongeren zet zich even rustig op een
rotsblok, zodat het fotograferen wel erg makkelijk wordt. Erg mooie ervaring. Naarmate de
temperatuur stijgt, gaan de vogels hoger vliegen. Zij kunnen wel tot 7km. hoog vliegen en
ruiken dan hun (dode) prooi op de grond.
Op de terugweg doen we nog wat uitgestorven dorpen aan en brengen een laatste groet aan de
lamakuddes. dwars door de hoogpampa voert de hobbelweg ons terug naar Arequipa. 's Avonds
verkennen we daar het nachtleven dat erg gezellig is......
Dat was het weer voor deze keer. Volgende keer mijn ervaringen uit Arequipa en
uiteraard een uitgebreid verslag uit Cuzco....
Groetjes Adriaan