Geschiedenis Hollandscheveld E.O.

Informatiecentrum Geschiedenis Hollandscheveld e.o.

© Albert Metselaar, Hoogeveen 1999. Niets uit deze publicatie mag worden vermenigvuldigd, op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van het Informatiecentrum Geschiedenis Hollandscheveld e.o.

Terug naar de hoofdpagina
Naar de bibliotheek!

DE OUDE EIGEN GRAVEN TE

HOLLANDSCHEVELD

 

UITGEGEVEN IN DE PERIODE 1858-1925

GEDEELTE 5EG BIJ HET BAARHUISJE

------------------------------------

ALBERT METSELAAR

------------------------------------

In 1854 werd in het Hollandsche Veld een begraafplaats in gebruik genomen, waarop sinds 1858 ook de eerste eigen graven te vinden waren. De oudste algemene graven zijn verdwenen. De oude eigen graven zijn er nog, en bevinden zich op gedeelte 5EG, bij het baarhuisje. De oorspronkelijke bevolking van het Hollandsche Veld was niet gewend om doden bij te zetten in eigen graven. Men koos voor algemene graven, ook als men wel geld had om eigen graven te betalen. Het is dus niet zo dat er een duidelijke scheiding is tussen mensen met geld in eigen graven, en de mindere man in algemene graven. Ook in algemene graven werden mensen met geld bijgezet. Er is een andere scheiding. De keus tussen een algemeen graf en een eigen graf werd natuurlijk enerzijds gemaakt op basis van financiële mogelijkheden. Mensen zonder geld werden hier dan ook niet bijgezet. Maar binnen de groep mensen met geld werd weer een andere scheiding duidelijk en een keus gemaakt. Velen waren niet gewend om een eigen graf te kopen, of omdat de ouders minder gegoed waren en in een algemeen graf werden bijgezet, of omdat men principieel koos voor een algemeen graf. Daarvoor kon men verschillende redenen hebben. In de dood was men gelijk aan ieder ander. Men wilde geen ‘ijdelheden’ aan het graf verbinden, door met een eigen graf of een mooie zerk boven elkaar uit te steken. Verder beleefde men het zo dat het aardse lichaam werd afgelegd, en tot stof verging, maar dat de geest in Gods Koninkrijk een nieuw leven begon. Het ‘zelf’ was niet verbonden aan het stoffelijke omhulsel, en kon na ontbinding zonder gedenkplaats. Dit speelde ook vaak door bij eigenaren van koopgraven. Daarom kon het ook zo zijn dat men meerdere generaties ter aarde bestelde in een graf waar in feite maar ruimte was voor drie bijzettingen. Na tien jaar of langer werd het graf geschud, het gebeente van de eerste bijzettingen terzijde gelegd, en werden volgende generaties in het graf begraven.

Gedeelte 5 van de begraafplaats te Hollandscheveld is niet de begraafplaats van de gegoeden van het gebied, maar de begraafplaats van dat deel van de gegoede bevolking dat met enigszins vernieuwende ideeën had geleefd. Verder is het opvallend dat veel mensen van oorsprong niet afkomstig waren uit het Hollandsche Veld. Ze kwamen uit de plaats Hoogeveen, of nog verder weg, en namen de gewoonte om bij te zetten in eigen graven vandaar mee. De gewoonte om eigen graven te gebruiken is dan ook een niet-Hollandscheveldse gewoonte, welke later door de autochtone bevolking werd overgenomen. Dat neemt niet weg dat we de personen die hier begraven liggen absoluut niet kunnen zien als buitenstaanders. Ze waren geheel opgenomen in de Hollandscheveldse samenleving, zoals zal blijken uit wat rondom de personen wordt verteld, en hebben zich vaak op velerlei gebied daarvoor ingezet. Sommige personen hoorden tot de gegoede bevolking van omliggende dorpen, zoals Nieuwlande en Noordscheschut.

Tussen de op gedeelte 5 begraven personen bestaat nogal eens onderlinge verwantschap. Daarbij zijn drie hoofdtakken te onderscheiden, naast diverse kleinere groepen van graven met verwante personen. Zowel de familie Raak als de families Bakker en Troost zijn overheersend aanwezig. Tussen deze families onderling bestaan nogal eens banden. Diverse hier begraven personen zijn in zijlinie afstammend van genoemde families. Van de telgen uit deze families zijn op de oude Hoogeveense begraafplaats aan de Zuiderweg ook nog diverse eigen graven bewaard gebleven. We noemen hier alleen de lijnen die naar het Hollandsche Veld voeren. De familie Bakker woonde in de Franse Tijd in het dorp Hoogeveen. Harm Berends Bakker was winkelier aan de huidige Hoofdstraat, toen streek De Huizen. Hij was op 15-9-1765 gedoopt te Hoogeveen als zoon van Berend Jans Bakker (zelf een zoon van Jan Berends Bakker en Margje Wolters) en Annegien Harms. Aanvankelijk was hij getrouwd met Klaasje Abrahams Stoter. Na haar dood (1816) was hij in het huwelijk getreden met Geesje Roelofs Mulder (1775-1829), weduwe van Koop Thelen Hoek van Zuidwolde. Een dochter uit haar eerste huwelijk, Geesje Koops Hoek, was getrouwd met Klaas Troost, een oom van Roelof Troost uit graf 7 van gedeelte 5 EG te Hollandscheveld. Harm Berends Bakker stierf 10-8-1826 in zijn woning aan De Huizen. In deze periode had de familie nog geen eigen graven in gebruik. Geesje Roelofs Mulder overleed 6-3-1829 en werd één van de eerste bijzettingen in een eigen graf op de toen pas geopend nieuwe begraafplaats van Hoogeveen, aan de Zuiderweg. Landbouwer Berend Harms Bakker was een zoon van Harm Berends Bakker en Klaasje Abrahams Stoter. Hij werd 11-1-1792 geboren en is 20-12-1862 in zijn woning in de streek De Huizen overleden. Hij werd 24-12-1862 bijgezet in eigen graf 273 van blok 4 van de Hoogeveense begraafplaats aan de Zuiderweg. Daar was op 6-10-1852 zijn vrouw Margje Egberts Zwiers al begraven. Margje Egberts Zwiers was een dochter van Egbert Zwiers (1749-1827) en Jentje/Jantje Hendriks (1755-1827). Roelof Bakker (1823-1890) was een zoon van Berend Harms Bakker en zijn Egbertje, en trouwde met Femmigje Troost (1829-1907). Ze rusten in eigen graf 614 van blok 3 van die begraafplaats. Femmigje was een zuster van Roelof Troost uit graf 7 van gedeelte 5 te Hollandscheveld. Twee zonen van Berend Harms Bakker en Margje Egberts Zwiers, te weten Egbert Berends Bakker en Jan Berends Bakker, zijn naar het Hollandsche Veld vertrokken. Ze kochten aldaar eigen graven, de nummers 32 en 79 van het hier beschreven gedeelte 5 van de begraafplaats van Hollandscheveld.

De familie Troost ging op en neer, tussen Hoogeveen en het Hollandscheveld. De voorouders woonden in het dorp Hoogeveen. Klaas Roelofs Troost was schipper, veenbaas en veeneigenaar. Hij woonde in en rond de Franse Tijd aan wat later bekend zou worden als de Wolfsbosstraat, toen nog behorend bij het Hollandsche Veld. In de periode 1798-1822 was hij mede-participant, wat inhield dat hij minstens 25 morgen ondergrond en veen had. Klaas overleed 5 juli 1823 en zijn vrouw Femmigje Jacobs Fieta stierf 26 december 1820. Beiden werden ze begraven in de Hervormde kerk aan de Grote Kerkstraat. Ze hadden een dochter en vijf zonen. De zonen waren Roelof Troost (1788-1853), Jacob Troost (1790-1854), Jan Troost (1793-1838), Jannes Troost (geb. 1797) en Klaas Troost (1800-1851). Ze waren opgegroeid in het Hollandsche Veld en na hun huwelijk stuk voor stuk gaan wonen in het dorp Hoogeveen. Al deze zonen waren schipper, veeneigenaar en veenbaas. Ze bezaten grote complexen veen en ondergrond in het Hollandsche Veld. Roelof Troost (1788-1853), de oudste zoon, werd mededirecteur van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen. Op 6 maart 1829 overleed Geesje Roelofs Mulder, de schoonmoeder van Klaas Troost (1800-1851), weduwe van Koop Thelen Hoek en Harm Berends Bakker. Dat was voor de familie het signaal om graven te gaan kopen op de vanaf 1 januari 1829 in gebruik genomen nieuwe Hoogeveense begraafplaats. Er werden 16 graven op een rij gekocht, nu bekend als de nummers 75 tot en met 90, ten zuiden van het baarhuisje. In een later stadium werden ook de graven 72 en 73, in dezelfde rij, door vererfing eigendom van de Troosten. De gebroeders Troost werden er zelf begraven (op Jannes na, die uit de gemeente vertrok) en hun kinderen werden er voor een deel begraven. De graven 88, 89 en 90 gingen over op de familie Veningen, familie van de vrouw van Roelof Troost (1788-1853), en daarin werden geen ‘Troosten’ bijgezet. Opvallend is echter wel dat als eigenaar Roelof Troost vermeld bleef. Dit grote familiegraf van de familie Troost is nog steeds aanwezig, op blok 4 van de huidige begraafplaats aan de Zuiderweg te Hoogeveen. Generatie op generatie werd er bijgezet, en 53 ‘Troosten’ en aanverwanten vonden er een laatste rustplaats. De ook in één van deze graven bijgezette Jacob Troost (1790-1854) werd er bijgezet, evenals zijn vrouw Hilligje Karst Sempel (1801-1845). Twee van hun zonen trokken naar het Hollandsche Veld en kochten aldaar eigen graven op wat we nu kennen als gedeelte 5 EG: Roelof Troost (graf 7) en Jan Troost (graf 41). Een beschrijving van het Hoogeveense familiegraf van de ‘Troosten’ wordt als bijlage toegevoegd.

Anders dan voorgaande families had de familie Raak geen voorgeschiedenis in het dorp Hoogeveen. De 28-jarige Geert Roelofs Raak werd in 1822 onderwijzer aan de Openbare Lagere School van de streek het Hollandsche Veld. Het eerste graf van de familie Raak in de gemeente Hoogeveen wordt echter wel in de plaats Hoogeveen gevonden. Grietje Raak (1824-1855) was een dochter van Geert Roelofs Raak. Ze trouwde 8-8-1847 met Jacob Koster (1823-1876), een zoon van Albert Roelof Koster en Aaltje Cornelis Wildeboer. Beiden rusten in graf 286 van blok 4 van de Hoogeveense begraafplaats aan de Zuiderweg. Grietje Raak werd daar 12-6-1855 bijgezet. Op de grafzerk zal men hun namen vergeefs zoeken. Er werden inmiddels negen familieleden bijgezet, voornamelijk ‘Kosters’, en de zerk geeft alleen de namen van de laatsten. Geert Roelofs Raak, zijn vrouw, vier van hun kinderen en diverse andere nazaten vinden we begraven op gedeelte 5 bij het baarhuisje te Hollandscheveld.

De hierna weergegeven gegevens over de graven van gedeelte 5 bevatten achtereenvolgens de volgende onderwerpen: Het nummer van het koopgraf, de naam van de oorspronkelijke eigenaar, de naam van de overledene, de datum van de begrafenis en de leeftijd van de overledene. Deze gegevens werden dinsdag 15 april 1997 genoteerd, aan de hand van het register, zoals dat bewaard wordt in het baarhuisje op de begraafplaats te Hollandscheveld. Zaterdag 6 juni 1998 werden aan het begin van de avond alle zerken op dit gedeelte van de begraafplaats beschreven. In de gegevens wordt weergegeven of het gaat om staande zerken, liggende zerken, en of er, in dat geval dat er geen liggende zerk is, al dan niet sprake is van grafbedekking. Verder wordt ook de richting van begraven aangegeven. Opvallend is dat de eerste en oudste rij graven al vanaf 1858 gericht was op het voetpad, op het westen. Dit terwijl men op de begraafplaats te Hoogeveen alleen begroef op het oosten, de traditionele richting van begraven. Daarmee is de eeuwenoude traditie van begraven op het oosten (de voeten oostwaarts gericht) in een zo traditioneel ingestelde streek als het Hollandsche Veld al vroeg doorbroken. De namen op de grafzerken hebben niet altijd betrekking op alle bijzettingen. In sommige graven werden meer mensen bijgezet dan men aan de steen af zou lezen. Onder enkele liggende zerken bevindt zich een grafkelder, doch dit is niet apart vermeld. Met grafbedekking wordt veelal gedoeld op grind of kiezel, veelal met een betonplaat er onder en een natuurstenen of betonnen rand om het graf en de kleine steentjes. Hekwerk betekent meestal dat er een ijzeren spijlen-hekwerkje om het graf staat. Indien niet anders vermeld, zijn de graven geoost. Dat houdt in dat de tekst van de zerk op het oosten is gericht en dat de bijzetting heeft plaatsgehad met de voeten naar het oosten en het hoofd naar het westen.

Na deze gegevens volgen aanvullingen en commentaren, op basis van historische kennis van de streek en de informatie uit de overlijdensakten en het bevolkingsregister van Hoogeveen. Indien niet anders vermeld, hebben alle date van geboorten, huwelijken en overlijdens betrekking op gebeurtenissen in de gemeente Hoogeveen. Huisnummers veranderden nogal eens, doordat nieuwe huisnummerregisters werden ingevoerd. Gemelde huisnummers hebben dan ook alleen betrekking op het aangegeven jaar. De achtergrondinformatie over personen geeft slechts een indruk. Er is niet gestreefd naar volledigheid. Het aanvullen zou onbeperkt door kunnen gaan. Om toch ergens een punt te zetten, is op 7 juli 1998 het laatste gerichte onderzoek gedaan, waarna van alle graven iets te zeggen was. Van meerdere koopgraven is formeel onbekend wie er begraven is. Dit duidt erop dat dit oorspronkelijk te Hollandscheveld niet werd bijgehouden. Enkel de eigenaar werd geregistreerd, als een nieuw graf werd uitgegeven. In sommige gevallen werden de rechten overgeschreven op nabestaanden, in veel gevallen is dat niet gebeurd en bleef de naam van de eerste eigenaar gehandhaafd. Eind 1934 was een commissie van Plaatselijk Belang actief, met als doel de koopgraven te Hollandscheveld opgeknapt te krijgen. Daarvoor moest men de eigenaren kennen. Uit de notulen van de Vereniging Hollandscheveld van 19 december 1934: ‘Damming geeft een overzicht hoeverre zij zijn met de plannen om ‘t kerkhof fraaier aanzien te geven. Dit is een omslachtig werk, daar er van sommige graven moeilijk de eigenaar is te vinden. Zij zullen evenwel hun werk voortzetten.’ Het bewaard gebleven register, dat hier als bron is gebruikt, zal, onder invloed van het werk van de Vereniging Hollandscheveld, door de gemeente Hoogeveen eind 1934 zijn samengesteld, met behulp van de summiere informatie van de gemeente Hoogeveen en de op de graven aanwezige grafstenen, planken en plankjes (nu verdwenen). Diverse graven waarvan de overledene in het officiële begrafenisregister niet bekend is, kunnen op basis van genealogische informatie toch van een naam worden voorzien. Dit is alleen gedaan als er een aanzienlijke mate van zekerheid over bestaat. Ondanks dit speurwerk, is het hierna volgende gereconstrueerde register niet compleet. Behalve dat er enkele malen ‘onbekend’ moest blijven staan, kan het ook zijn dat in graven waarvan wel gegevens zijn meer mensen zijn bijgezet dan hier is weergegeven. Hier wordt eerst de ‘kale’ versie weergegeven, de gegevens zoals ze in het register van de begraafplaats voorkomen, en daarna de uitgebreide versie, de reconstructie met achtergrondgegevens

 

DE EIGEN GRAVEN OP HET OUDST BEWAARD GEBLEVEN GEDEELTE

VAN DE BEGRAAFPLAATS TE HOLLANDSCHEVELD (GEDEELTE 5 EG, ‘KALE’ VERSIE’)

EERSTE RIJ, VAN DE BRUG TOT HET BAARHUISJE:

1.Ds.C.J.C.Venema: onbekend.

2.Ds.C.J.C.Venema: onbekend.

3.Ds.C.J.C.Venema: onbekend.

4.Ds.C.J.C.Venema: Ds.C.J.C.Venema, juli 1862, 64 jr en Trijntje Haijes Elgersma, november 1869, 61 jr.

5.Geert Roelofs Raak: Geert Roelofs Raak, 1860, 66 jr.

6.Geert Roelofs Raak: onbekend.

7.Roelof Troost: Roelof Troost, december 1876, 51 jr en Margaretha Brink, december 1871, 44 jr.

8.Roelof Troost: onbekend.

9.Jacob Troost Rzn.: Margaretha Troost, september 1878, 2 jr, Hendrika Troost, februari 1885, 1 mnd, Berend Troost, 24 oktober 1896, 19 jr.

10.Onbekend: onbekend.

11.W.Bomert: Wolterdina Bomert, 13-8-1902, 44 jr, en Rink Hummel, 12-5-1932, 78 jr.

12.Hendrikje Wever (wed.Willem Bomert): Onbekend.

13.Lute Blomsma: onbekend.

14.Lute Blomsma: onbekend.

15.David Kleine: onbekend.

16.Fake Metselaar: onbekend.

17.Jan Raak: onbekend.

18.Gerrit Jan Willering: Gerrit Jan Willering, december 1901, 72 jr, W.Veldkamp, oktober 1879, 52 jr en Aleida Willering, januari 1880, 11 jr.

19.Jan Post: onbekend.

20.Femmigje Post: Femmigje Post, 5-11-1889, 65 jr, Martina Post, 25-11-1893, 6 mnd, Jan Berend Post, 13-11-1894, 12 dgn en Martina Post, 14-1-1898, 13 mnd.

21.Jan Arents Metselaar: onbekend.

22.Jan Raak: onbekend.

23.Hendrik Klaassens: Hendrik Klaassens, 39 jaar.

24.Wed.Berend Brink: Hendrik Brink, mei 1884, 65 jr, Hendrika Kuiper, maart 1890, 71 jr.

25.Klaas Harents: Alberdina Harents, 18-12-1884, 2 ½ mnd, Hendrikje Harents, 19-7-1887, 8 mnd, Hendrik Harents, 30-7-1889, 4 mnd, Harm Harents, 18-8-1889, 5 mnd.

26.Arend Eshuis: Femmigje Eshuis, december 1886, 12 jr, Arend Eshuis, 27-1-1908, 76 jr.

27.Jacob van der Haar: onbekend.

28.Wed.H.Middelveldt: Zowel op 18-2-1903 als op 6-8-1907 werd hier een levenloos kind begraven van H.Middelveldt en zijn vrouw Klaasje Bakker.

29.Wed.H.Middelveldt: Hendrik Middelveldt, 10-2-1902, 12 mnd.

30.Erven R.Raak: Roelof Raak, 27-11-1889, 67 jr, Hendrik Raak, 10-12-1917, 67 jr, Roelofje Botter, 24-11-1927, 71 jr.

31.Albert Oost: Ferdinand Oost, 25-4-1891, 5 jr.

32.Egbert Berends Bakker: onbekend.

33.Helena Vos, wed.Jan Haveman: Jan Jans Haveman, 15-8-1892, 67 jr, en Roelof Haveman, 11-1-1898, 17 mnd.

34.Geert Bakker: onbekend.

35.Elsje Baven, wed.Albert Roelofs Kikkert: Albert Kikkert, 16-9-1896, 74jr en Elsje Baven, 5-10-1904, 80 jr.

36.Albert Strijker Wolterszoon: Catharina Brink, 25-3-1897, 46 jr.

37.Wed.Albert R.Kaptein: Jentje Scholten, 22-2-1911, 75 jr. Op dit graf staat geen gedenkteken en het vele groen tussen de laatste gedenktekens en het baarhuisje wekte

TWEEDE RIJ, VAN DE BRUG TOT HET BAARHUISJE:

38.Wed.Berend Kleine: Geesje Booij, 13-6-1903, 85 jr en Berend Klaas Kleine, 1897, 81 jr.

39.Gerrit Boersma: onbekend.

40.Wed.Adam Varekamp: ds.Adam Varekamp, juni 1898, 37 jr.

41.Jan Troost: Aaltje Fernhout, 3-9-1898, 57 jr en Jan Troost, 26-1-1909, 67 jr.

42.Jan Troost: Alida Cornelia Warmolts, 16-8-1909, 36 jr en Jacob Troost, 29-12-1950, 78 jr.

43.Hendrika Brink, wed.Jacob Troost: Jacob Troost, 28-1-1901, 47 jr en Hendrika Brink, 27-4-1929, 82 jr.

44.Jacob Berkenbosch Hgzn.: Margje Bakker, 6-12-1901, 38 jr en Jacob Berkenbosch, 18-2-1938, 73 jr.

45.Anthonie van Dijk: Alberta van Dijk, 12-7-1902, ruim 2 mnd.

46.Frens Klooster: Geertje Vos, 7-6-1911, 46 jr en Johan Klooster, 16-8-1911, 2 mnd.

47.Jacob Berkenbosch: Margje Bakker, 2-12-1901, 38 jr, Geesje Blanken, 23-2-1908, 36 jr en een levenloos kind van Jacob Berkenbosch en Grietje Kramer, 1-3-1912.

48.Albert Mol: Dina Mol, 10-12-1912, 52 jr en Albert Mol, 6-8-1914, 57 jr.

49.Carl Theodorus Broekhoff: Willem Joh. Broekhoff, 31-3-1913, 14 jr.

50.Roelof Giethoorn: Roelof Giethoorn, 2-8-1919, 81 jr en Lammigje Boer, 13-10-1919, 80 jr.

51.Jantje Boertien, wed.L.Belle: Lute Rinks Belle, 27-1-1915, 59 jr.

52.Geert Raak Hzn.: Hendrik Raak, 8 jr, en Jan Gerrit Raak, 1 jr, werden beiden begraven op 28-8-1915.

53.Sieger Booij: Jan Booij, 13-10-1915, 19 jr.

54.Frederik Brands: Marijtje Vos, 24-11-1915, 84 jr.

55.Ds.Watze Fokkens: Aaltje de Vries, 29-12-1916, 63 jr.

56.Jan Hendriks Boer: Annigje Booij, 3-1-1917, 55 jr en Jan Boer, 23-12-1921, 60 jr.

57.Berendina J.Willering: Martinus Botter, 10-2-1917, 55 jr en Berendina J.Willering, 7-1-1919, 59 jr.

58.Hendrik Haveman: Jantje Kaptein, 24-3-1919, 56 jr en Hendrik Haveman, 5-12-1921, 63 jr.

59.Antje Mulder, wed.Johannes Blomsma: Jannes Blomsma, 17-4-1917, 54 jr en Abraham Blomsma, 17-11-1923, 22 jr.

60.Karst Berkenbosch: Levenloos kind, 29-6-1917 en Hendrik Roelof Berkenbosch, 20-1-1977, 57 jr.

61.Hendrik Thalen: Femmigje Kikkert, 31-7-1917, 60 jr en Trijntje Thalen, november 1918, 27 jr.

62.Roelofje Metselaar, wed.Didericus van Leeuwen: Didericus van Leeuwen, 21-9-1917, 70 jr.

63.Diena Mol: Albert Mol, 12-7-1918, 27 jr en Wessel Mol, 25-5-1954, 86 jr.

64.Izaäk ten Hoeve: Lammigje ten Hoeve, november 1918, 10 jr, en Margriet Bakker, 13 m 1928, 49 jr.

65.Aaltje Troost, wed.H.H.ten Hoeve: Hotze Hilbert ten Hoeve, 23-11-1918, 38 jaar en Aaltje ten Hoeve-Troost, 3-5-1945, 65 jr.

66.Izaäk ten Hoeve: onbekend.

67.Klaas Roelofs Koekoek: Margrieta Smit, 30-11-1918, 47 jr.

68.Klaas Roelofs Koekoek: 1.onbekend, 2. Trijntje Koekoek, 12-5-1943, 37 jr, en 3. een levenloos kind.

69.Jan Rozeman: Lamberta Bakker, 12-12-1918, 28 jr.

70.Jan Zwiggelaar: Jan Gerrits Zwiggelaar, 15-2-1919, 90 jr.

71.Jan Duin Duinkerken: Heiltje Schonewille, 24-4-1919, 84 jr en Jan Duinkerken, 20-5-1942, 79 jr.

72.Hendrikje Kloeze, wed.Arend de Vries: Arend de Vries, 27-6-1919, 81 jr en Hendrikje Kloeze, 4-1-1940, 90 jr.

73.Hendrik Haveman: Geertje Groen, 14-8-1919, 60 jr en Jan Haveman, 10-6-1966, 83 jr.

DERDE RIJ, VAN DE BRUG TOT HET BAARHUISJE:

74.Pietronella Bijleveld, wed.Frens Klooster: Frens Klooster, 11-10-1919, 52 jr en Pietronella Bijleveld, 24-3-1966, 79 jr.

75.Gerrit Jan Zwiggelaar: Trijntje Benjamins, 14-11-1919, 79 jr.

76.Willem Kleine: Grietje Kleine, januari 1920, 7 jr en Albertje Boertien, april 1945, 75 jr.

77.Martinus Bolk: Eildertdina Fernhout, 12-3-1920, 75 jr.

78.Hendrik Bakker: 1. Cornelis Bakker, 22-3-1920, 10 mnd, 2. Cornelis Bakker, 10-3-1921, levenloos, 3. Cornelis Bakker, 31-3-1922, levenloos, 4. Cornelis Bakker, 22-12-1923, levenloos en 5. Cornelis Bakker, 24-9-1928, levenloos.

79.Onbekend: Lammigje Raak, 20-12-1881, 47 jr en Jan Berends Bakker, januari 1910, 84 jr.

80.Geert Bakker: Hilligje Troost, 21-9-1937, 69 jr en Geert Bakker, 27-10-1944, 84 jr.

81.Lefert Jans: Derkje Bremmer, januari 1907, 69 jaar en Lefert Jans, 12-11-1921, 78 jaar.

82.Wed.Geert Maatjes: Hilligje Kleine, wed.Geert Maatjes, 18-11-1918, 81 jr en Geert Maatjes, oktober 1903, 60 jr.

83.Jacob Berkenbosch: onbekend.

84.Femmigje Kikkert, wed.Jacob Thalen: Jacob Thalen, januari 1908, 57 jr.

85.Hilligje Berkenbosch: Berend Bakker, april 1908, 49 jr.

86.Ds.Jan Kooiman: Louis Marie Kooiman, mei 1908, 11 mnd.

87.Ds.Jan Kooiman: Willem Kooiman, januari 1909 (vader van de predikant), ds.Jan Kooiman, 4-3-1938, 69 jr en Maria Christina Schimmel, 6-1-1958, 86 jr.

88.Pieter Steenbergen: Albertien Zoer, 18-12-1909, 79 jr.

89.Jan Strijker: Booy Slot, 3-4-1920, 72 jr.

90.Gesina Maria Eshuis: Maria E. Admiraal, 17-5-1920, 78 jr.

91.Johanna Margaretha Haverkamp: Hilbrand Wiersma, 4-9-1920, 45 jr en Johanna Margaretha Haverkamp, 19-10-1940, 67 jr.

92.Albert Schonewille: Hendrik Schonewille, 5-1-1921, 3 mnd.

93.Hendrik Willem Damming sr.:Christina Damming, 5-4-1921, 9 mnd.

94.Harm van der Weide: Antje Rinks Belle, 29-6-1921, 68 jr.

95.Aaltje Kelly: Klaas Okken, 19-9-1921, 70 jr en Aaltje Kelly, 1-7-1936, 86 jr.

96.Willem Louissen: Egbert Louissen, 19-10-1921, 64 jr.

97.Willem Louissen: Willem Louissen, 23-10-1945, 93 jr.

98.Willem Louissen: Jantje Koops, 14-1-1949, 83 jr.

99.Aaltje Sol: Jacob Kikkert, 6-1-1922, 55 jr en Aaltje Sol, 9-10-1952, 83 jr.

100.Aaltje Sol: Aaltje Kikkert, 10-5-1971, 65 jr en Hendrikus Kikkert, 15-11-1978, 80 jr.

101.Jantje Pleizier, wed.Jan Kip: Jan Kip, 18-3-1922, 60 jr en Jantje Pleizier, 18-5-1929, 68 jr.

102.Ritsiena Tjapkes: Oene Meek, 8-9-1922, 76 jr en Ritsiena Tjapkes, 82 jr.

103.Hendrik Hagedoorn: Berendina Christina Kremer, 31-12-1923, 73 jr.

104.Hendrik Hagedoorn: Hendrik Hagedoorn, 23-3-1927, 84 jr.

105.Onbekend: Engbert Hagedoorn, 2-10-1980, 95 jr.

106.Roelof Koekoek: Trijntje Duinkerken, 16-6-1924, 76 jr.

107.Roelof Koekoek: Roelof Koekoek 3-1-1929, 78 jr.

108.Jacoba Mol: Wolter Benjamins, 13-2-1925, 49 jr en Jacoba Mol, 7-10-1966, 89 jr.

109.Jan Keizer: Albertus Keizer, 21-2-1925, 8 mnd.

110.Geesje van Rhoden: Berend Klunder, 9-5-1925, 80 jr en Geesje van Rhoden, 28-1-1930, 83 jr.

 

DE EIGEN GRAVEN OP HET OUDST BEWAARD GEBLEVEN GEDEELTE VAN DE BEGRAAFPLAATS TE HOLLANDSCHEVELD (GEDEELTE 5 EG, UITGEBREIDE VERSIE)

 

EERSTE RIJ, VAN DE BRUG TOT HET BAARHUISJE:

1.Ds.C.J.C.Venema: onbekend. Dit is het eerste graf dat uitgegeven en in gebruik genomen werd, in het gedeelte met koopgraven. Ds. Cornelis Johannes Christianes Venema en zijn vrouw verloren op 18-9-1858 hun inwonende volwassen dochter Cornelia Maria Louisa Venema. Deze was op 25-5-1835 geboren. Volgens de bewaard gebleven registers van de begraafplaats van Hoogeveen werden ze daar in ieder geval niet begraven. Noch in een eigen graf, noch in een algemeen graf. Ze zal in één van deze drie Hollandscheveldse graven begraven liggen, waarschijnlijk in graf nummer 1. Dit eerste graf ligt op een wel héél ongelukkig punt. Als we ervan uitgaan dat het graf in het verlengde moet liggen van dat van Frens Klooster en zijn vrouw, nummer 74, en op één lijn met dat van haar vader en moeder, nummer 4, dan komen we uit op het pad. Om met de lijkwagentjes en de machines van de groenvoorziening de bocht beter te kunnen nemen, werd deze afgerond en werd koopgraf 1 geheel en koopgraf 2 gedeeltelijk opgenomen in het pad. We weten niet wie er in de graven 2 en 3 begraven zijn. Het is niet eens bekend of er ze wel gebruikt zijn. De familie Venema heeft hier vier graven naast elkaar gekocht. Het gezin Venema telde man vrouw en zeven kinderen, zodat vier graven naast elkaar geen overdreven luxe waren, en bedoeld zullen zijn geweest als familiegraf voor het hele gezin. Maar of dit ook werkelijk is gebeurd? De Venema’s trokken weg en hebben na de dood van Trijntje Haijes Elgersma (zie graf 4) geen banden meer met het gebied gehad.

2.Ds.C.J.C.Venema: onbekend.

3.Ds.C.J.C.Venema: onbekend.

4.Ds.C.J.C.Venema: Ds.C.J.C.Venema, juli 1862, 64 jr en Trijntje Haijes Elgersma, november 1869, 61 jr. Liggende zerk, gericht op het westen. De eerste predikant van de Hervormde Gemeente van Hollandscheveld was snel ziek en heeft amper wat kunnen doen aan de opbouw van de nieuwe gemeente. Daarna dreef de gemeente enkele jaren op hulppredikers. Met de op 25-7-1798 in het Gelderse Doornspijk geboren ds. Venema, zoon van Jan Cornelis Venema en Antonia Judith Busman, had de gemeente een zeer ervaren man in huis gehaald. Vanaf zijn komst in 1858 naar het Hollandscheveld heeft ds.Venema zich vol vuur ingezet voor het werk in deze gemeente. Het fundament eronder is dus grotendeels van zijn hand. Ds. Venema heeft meer dan drie jaar lang al zijn krachten aan de gemeente gegeven. Op 15-12-1861 werd hij wegens ziekte van zijn taken ontheven. Hij overleed op zijn verjaardag, op 25-7-1862, om 23.30 uur, in de Hervormde pastorie te Hollandscheveld. De buren, meester Berend Veldkamp en Gerrit Jan Willering (graf 18) graven zijn overlijden aan op het gemeentehuis. Deze pastorie is later afgebroken en vervangen door een nieuwe, die op de zelfde plaats kwam te staan. Op 22-11-1869 overleed zijn vrouw. Ze werd in het zelfde graf bijgezet. Trijntje Haijes Elgersma werd 1-12-1808 geboren te Schraard, Friesland, als dochter van Haije Steffens Elgersma en Rinske Jans. Na de dood van haar man bleef ze als predikants-weduwe in het Hollandsche Veld wonen, in het pand E 79. Wetend hoeveel werk ze op hun schouders hebben gehad, en hoe intensief het was om als eerste predikantenechtpaar, de zieke ds. Middendorp niet meegerekend, te moeten werken aan de opbouw van de nieuwe gemeente, krijgen de woorden uit Job die hun graf sieren extra inhoud: ‘Hier rusten de vermoeiden van kracht’. Het pionierswerk had hen gesloopt

Na zijn dood werd een stapeltje preken ter hand gesteld aan ds. J.B.Nijhoff van de Hervormde Gemeente van Dedemsvaart, om een uitgifte daarvan voor te bereiden. Ds.Nijhoff vond de intreepreek van ds.Venema ‘zeker al te wijdlopig, vooral bij zulk een gelegenheid’ en zijn andere werk geen ‘proeven van kanselwelsprekendheid’. Maar wel kon hij uit ds.Venema’s preken opmaken ‘dat hem de Heilige Bediening van het Evangelie diep ter harte ging, dat hij ootmoedig en nederig voor God wenste te wandelen en de zegen, op zijn arbeid hem verleend, aan ‘s Heeren genade alleen toeschreef.’ Ds.Nijhoff zei van de preken: ‘Eenvoudig zijn zij, maar hoogst ernstig. De onbekeerde zondaar wordt zijn beklagenswaardige toestand in dit leven, zijn treurige verwachting hiernamaals op roerende wijze onder het oog gebracht. Dringend wordt hij gebeden het heil, in Christus Jezus geopenbaard, voor zich zelf aan te nemen in ‘s Heeren kracht de enige weg in te slaan, die ook voor hem nog openstaat om vrede voor zijn gemoed en eeuwige zaligheid deelachtig te worden. Kleingelovigen worden opgebeurd en getroost, maar ook met vrijmoedigheid berispt vanwege hun traagheid tot geloven. En aan Gods kinderen wordt niet alleen de heerlijke hoop voorgesteld, waarop zij gelovig mogen staren, maar ook met nadruk herinnerd wat hun te doen staat om in die hoop gedurig meer bevestigd te worden.’

Ds.Venema’s woorden, uitgesproken tot de nabestaanden van zijn overleden gemeenteleden klinken nog na in onze oren, als we over dit grafveld kijken: ‘Wanneer ik mij in de droevige omstandigheden bevond, om het lijk van een afgestorvene naar zijn laatste rustplaats mede te geleiden, zo heb ik het in die sterfhuizen u niet laten ontbreken aan vriendelijke opwekkingen en vermaningen, om gelovig van God te vragen, uw dagen te leren tellen, opdat gij een wijs hart mocht bekomen, om bij aanvang en voortgang van uw zaligheid uit te werken met vrees en met beving.’ Het graf van Ds.Venema en zijn vrouw heeft mogelijk nog een rol gespeeld in de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal gaat, dat onder de steen wapens verborgen zijn geweest. De steen ligt op een gemakkelijk bereikbaar punt, en is vanwege zijn ligging op de hoek van een perceel gemakkelijk herkenbaar, ook in het donker. Hoewel dit verhaal niet officieel bevestigd kon worden, zoals zoveel uit de oorlog nooit op papier is gekomen, is de inhoud niet onwaarschijnlijk.

5.Geert Roelofs Raak: Geert Roelofs Raak, 1860, 66 jr. Liggende zerk, gericht op het westen. Geert werd 6-10-1794 geboren te Staphorst, in ‘t Westerslag, en werd 15-10-1794 te Staphorst gedoopt. Hij trouwde op 22-11-1820 te Staphorst als ‘onderwijzer der jeugd’ met Jentjen Jans Bakker. In 1822 kwam hij naar het Hollandsche Veld, waar sinds 1819 een Openbare Lagere School was. De bevolking had voordien al enkele particuliere streekscholen gehad. De wens om een ‘echte’ school in het gebied te krijgen ging gelijk op met de wens om er een kerk te krijgen. Geert Roelofs Raak nam de droom van de bevolking over en had de tijd mee. Hij overleed 15-9-1860 te Hollandscheveld. Op de steen lezen we: ‘Geschenk voor ware verdiensten als onderwijzer en voornaamste bewerker der gestichte kerk alhier.’ Als we beseffen dat toentertijd in de gemeente Hoogeveen ook op de eigen graven maar weinig grafzerken werden gebruikt, en dan ook nog vaak staande zerken, op dat een graf vaker gebruikt kon worden, dan pas realiseren we ons hoe bijzonder deze gift is geweest. De begraafplaats is gesticht omdat de kerk er kwam, dus in feite is de begraafplaats ook te danken aan Geert Roelofs Raak.

Geert Roelofs Raak woonde naast zijn school. Woning en school waren ondergebracht in het witte huis naast het park bij de Hervormde kerk. De Hervormde kerk van de velden werd gebouwd in 1851. Aanvankelijk werden de diensten in de Hervormde kerk in muzikaal opzicht alleen begeleid door een voorzanger. De eerste voorlezer-voorzanger-koster was meester Geert Roelofs Raak. Hij had oorspronkelijk niet eens een aanstelling. De bouwcommissie had hem gevraagd en hij was dit, blijkbaar tot ieders tevredenheid, automatisch blijven doen, zonder dat daar weer over gesproken werd. Op verzoek van Geert Raak werd daarin verandering gebracht, op de gecombineerde vergadering van kerkeraad en kerkvoogden van 11-12-1855. De vergadering werd door de predikant, toentertijd ds.Middendorp, met gebed geopend. Daarop werd medegedeeld dat men moest overgaan om de onderwijzer Geert Roelofs Raak aan te stellen tot vaste voorlezer en voorzanger bij de openbare godsdienstoefeningen en tevens als koster. ‘Want dewijl de schoolonderwijzer Raak tot dusver slechts provisioneel in die betrekking was werkzaam geweest, daartoe door de commissie tot het bouwen van kerk en pastorie gekozen, verlangde hij, dat men hem als zodanig voor vast mocht benoemen. Dit geschiedde dan ook met algemene stemmen, doch dewijl de beloning hem daarvoor toegedacht, hem niet hoog genoeg voorkwam (vooral ten gevolge van de werkzaamheden aan het uurwerk) heeft hij de benoeming voor één jaar aangenomen.’ Tot zover de notulen. Geert Raak was dus tevens klokkeluider. Hij bleef in functie, ook toen het jaar erop zat.

6.Geert Roelofs Raak: onbekend. Waarschijnlijk ligt hier zijn echtgenote Jentje Jans Bakker. Na de dood van haar man had ze een café aan Het Hoekje. Jentje Jans Bakker was geboren te Staphorst op 9-2-1798 als dochter van Jan Roelofs Bakker en Grietjen Lucas Steenbergen. Tapster Jentje Jans Bakker overleed 26-3-1877 op 79-jarige leeftijd in haar woning te Hollandscheveld, E 133. Wie zijn nog meer bijgezet in graf 6? Waarschijnlijk ook Hilligje Raak, een dochter van Geert Roelofs Raak en Jentje Jans Bakker. Hilligje werd 15-1-1840 te Hollandscheveld geboren en overleed aldaar ongehuwd, op 6-1-1886. Het was de gewoonte in de familie om gebruik te maken van eigen graven. Hilligje kan bijgezet zijn in het graf van haar moeder.

7.Roelof Troost: Roelof Troost, december 1876, 51 jr en Margaretha Brink, december 1871, 44 jr. Liggende zerk, gericht op het westen. Roelof Troost, geboren 15-4-1825 te Hoogeveen als zoon van Jacob Troost en Hilligje Karst Sempel (graf 83, blok 4 te Hoogeveen), was schipper, vervener, broodbakker, koekbakker en landbouwer. Hij overleed op 20-12-1876 in het Hollandsche Veld, zijn nieuwe woonomgeving. In 1852 bouwde hij een bakkerij aan het Zuideropgaande, waaruit de huidige supermarkt van Hotze ten Hoeve is voortgekomen. Het pand van Roelof Troost staat er nog steeds. Het is de monumentale woning voorop het Zuideropgaande, op de westkant ervan, naast de parkeerplaats bij de huidige supermarkt. In 1865 werd hij mede-oprichter en één van de eerste bestuursleden van de Vereniging Hollandscheveld, het huidige Plaatselijk Belang. Verder vervulde hij diverse functies in de Hervormde Gemeente van het dorp. Roelof was op 15-8-1849 getrouwd met Margaretha Brink, geboren op 26-1-1827 als dochter van herbergier Hendrik Brink (zie ook bij graf 24) en Roelofje Gerrits de Jonge. Na haar dood, 2-12-1871, hertrouwde Roelof Troost op 25-5-1873 met Petronella Francina Bruins Slot. De graven van de familie Troost hadden in de 19de eeuw geen grafzerken, hooguit houten planken. De monumentale liggende zerk op het graf van Roelof Troost en Margaretha Brink brak dan ook met een familietraditie. Ze toont aan dat het denken over graven en begraven binnen de familie aan het veranderen was. Verder zal er ook een trend zijn gezet door de graven van Geert Roelofs Raak en ds.C.J.C.Venema, een voorbeeld dat werd nagevolgd door de familie Troost te Hollandscheveld.

Jan Troost, een broer van Roelof Troost, ligt in graf 41. Zonen van Roelof liggen in de graven 8 en 43. Kleinkinderen van Roelof Troost en Margaretha Brink rusten in graf 9. De graven 7, 8 en 9 zijn alle drie in gebruikt door Roelof Troost en zijn nazaten, terwijl de data van eerste bijzettingen uit elkaar lopen. In Hoogeveen had de familie Troost bij het in gebruik nemen van de nieuwe begraafplaats direct meerdere graven naast elkaar genomen, om als familiegraf te kunnen gebruiken. In Hollandscheveld nam ds.Venema direct vier graven ineens. Roelof Troost moet dit voorbeeld van de familie en de dominee zijn gevolgd, en de meest voor de hand liggende verklaring voor drie familiegraven naast elkaar is dan ook dat ze alle drie gelijk gekocht werden. De ouders van Roelof Troost hebben een eigen graf gekregen op blok 4 van de oude Hoogeveense begraafplaats, in graf no.83. Op gedeelte 3 van de oude Hoogeveense begraafplaats ligt in graf 495 ook nog een zoon van Roelof Troost en Margaretha Brink. Het gaat hier om de vroeg overleden Karst Troost. Deze werd 23-7-1858 geboren in het Hollandsche Veld, waar hij ook opgroeide. Zijn eerste huwelijk was op 27-12-1878, met Annigje Ymker, een dochter van Jan Ymker en Geesje Hovingh. Annigje overleed 1-2-1879. Ze werd 4-2-1879 begraven in graf 478 van blok 3 te Hoogeveen. Karst trouwde opnieuw, op 1-5-1880 met zijn nicht Jentje Bakker, geboren 4-7-1858 als dochter van Roelof Bakker en Femmigje Troost (zuster van Roelof Troost uit graf 7). Ze woonden samen te Noord, in het pand C 237, bij de molen. Karst Troost was molenaar van de molen aan de Willemskade te Hoogeveen. Hij overleed op zijn 22ste, op 19-11-1880, en werd 23-11-1880 begraven.

8.Roelof Troost: onbekend. De Roelof Troost uit graf 7 had een zoon Roelof Troost, geboren 21-8-1848, en bij het huwelijk van zijn ouders door zijn vader erkend. Deze Roelof Troost stierf 21-2-1863. Voor de hand ligt dat deze zoon hier begraven ligt. Een ander graf van deze Roelof Troost is namelijk niet bekend, noch te Hoogeveen, noch in het Hollandsche Veld, en het was niet gebruikelijk dat de familie gebruik maakte van algemene graven. Het enige andere kind uit het gezin van vader Roelof Troost en Margaretha Brink dat jong stierf, was Hilligje Troost (1851-1852). Hilligje Troost stierf voordat deze begraafplaats werd geopend en ligt te Hoogeveen begraven (blok 4, graf 80). Zeker is dat Petronella Francina Bruins Slot, Roelof Troost’s tweede echtgenote, hier niet begraven ligt. Petronella Francina Bruins Slot werd 5-12-1839 te Avereest geboren als dochter van Egbert Bruins Slot (bakker, winkelier en ambtenaar van de burgerlijke stand te Avereest) en Johanna Harens. Ze was aanvankelijk getrouwd met Roelof Hendriks Seinen (1838-1867), een schipper, die 24-8-1867 overleed te Krimpen aan de Lek. Na haar tweede huwelijk met Roelof Troost hertrouwde ze voor de derde keer te Avereest op 27-10-1880 met Lukas Andries Mol (1832-1896), weduwnaar van een zuster van haar, Femmigje Bruins Slot. Ze overleed te Avereest op 12-2-1913.

9.Jacob Troost Rzn.: Margaretha Troost, september 1878, 2 jr, Hendrika Troost, februari 1885, 1 mnd, Berend Troost, 24-10-1896, 19 jr. Liggende zerk, gericht op het westen. Margaretha Petronella Troost werd 12-12-1875 geboren en overleed 5-9-1878. Hendrika werd 12-1-1885 geboren en stierf 3-2-1885. Berend Troost werd 20-7-1877 geboren en stierf 19-10-1896. Ze waren kinderen van bakker Jacob Roelofs Troost en Hendrika Brink uit graf 43 en tevens kleinkinderen van Roelof Troost en Margaretha Brink uit graf 7 en van Berend Brink en Hendrika Kuiper uit graf 24. Jacob Roelofs Troost en Hendrika Brink waren neef en nicht. Jacob’s moeder was een zuster van Hendrika’s vader, Berend Brink. Uit dit huwelijk van neef en nicht zijn vier kinderen geboren, waarvan er hier drie begraven liggen. Het ene kind dat volwassen werd, was Margaretha Hendrika Troost, geboren op 26-4-1881. Ze trouwde op 8-5-1901 met brievenbesteller Lute Raak, geboren op 17-11-1879 als zoon van Hendrik Raak en Roelofje Botter uit graf 30. Lute en Margaretha Hendrika trokken weg uit de velden.

10.Onbekend: onbekend. Met zo weinig informatie is er slecht achter te komen wie hier ligt, maar gelukkig is dit het enige graf waar we echt helemaal geen enkele informatie over vinden, in de beschikbare boekhouding. Geen eigenaar en geen namen van bijzettingen. Het enige houvast dat we hebben bij deze reconstructie, is wat we kunnen afleiden uit omliggende graven, en de beschikbare kennis over de gewoonten rondom begraven in de gemeente Hoogeveen. Dat lijkt genoeg te zijn om de veronderstelling naar voren te brengen dat aan dit graf de namen van Warner ten Oever, zijn vrouw Jacoba Aleida Esselbrugge, en hun dochtertje Hermanna Petronella ten Oever gekoppeld kunnen worden.

Warner ten Oever werd 31-7-1821 in het dorp Hoogeveen geboren als zoon van Roelof ten Oever en Hendrika Koops. Vader Roelof ten Oever was afkomstig uit Avereest. Daar werd hij 2-2-1774 gedoopt als zoon van Geugje ten Oever en Zwaantje. In zijn eerste huwelijk was Roelof ten Oever getrouwd met Hendrikje Jannes Sempel, een dochter van veeneigenaar Johannes Jans Sempel. Ze woonden te Hoogeveen. Een zoon uit dit huwelijk, een halfbroer van Warner ten Oever, was Johannes ten Oever, geboren 28-11-1798 te Hoogeveen. Na de dood van Hendrikje Jannes Sempel trouwde vader Roelof ten Oever met Hendrika Koops uit Assen. Roelof ten Oever en Hendrika Koops hadden een landbouwbedrijf en een bierbrouwerij aan de Molendijk, de zuidkant van de huidige Schutstraat te Hoogeveen. Daar woonden ze rond 1830 met de kinderen Otto (12), Warner (9), Johannes (4), Hermanna Rolina (16) en Hendrika (14). Warner’s broer Johannes was toentertijd al getrouwd. Schipper en vervener Johannes ten Oever trouwde 27-10-1822 met Seijertje Sempel, geboren op 28-7-1805 als dochter van Karst Jacobs Sempel en Femmigje Vowinkel. Na haar dood (3-2-1844) hertrouwde Johannes ten Oever met Roelofje Brunsting. Johannes’ eerste vrouw was een zuster van Hilligje Karst Sempel, getrouwd met Jacob Troost. Daardoor was Johannes ten Oever een oom van Roelof Troost (graf 7), Jan Troost (graf 41), en Karst Jacobs Troost van het Van Leeuwenkerkje. Aanvankelijk maakten de Ten Oevers geen gebruik van eigen graven. Op 24-9-1837 overleed Roelof ten Oever, vader van Johannes en Warner. Van hem is geen graf meer bekend, wat inhoudt dat hij is bijgezet in een algemeen graf. De Troosten maakten steeds gebruik van een eigen graf, en ook Johannes ten Oever ging er toe over. 9-2-1844 werd Seijertje Sempel begraven in eigen graf 215 van gedeelte 4 te Hoogeveen. Johannes overleed 2-2-1856. Hij werd bijgezet in graf 294 van gedeelte 4, evenals later zijn tweede vrouw.

Warner ten Oever trouwde 2-4-1845 met Jacoba Aleida Esselbrugge, geboren 5-5-1821 te Hoogeveen als dochter van Quirinus Esselbrugge en Ernstdina Hutten. Het echtpaar kwam van het dorp Hoogeveen naar het Hollandsche Veld, waar Warner zich vestigde als grutter. Hij was tevens vervener, met grond- en veenbezit binnen de De Vriese-Compagnie. In 1851 was Warner ten Oever de enige veldeling die zitting had in de commissie van toezicht bij de bouw en inrichting van de Hervormde kerk van Hollandscheveld. De andere personen, mr.H.G.van Holthe tot Echten, mr.A.H.Witsenborgh, Jan Gerrits de Jonge en Hendrik Berghuis, waren vooraanstaande verveners en grondbezitters, met diverse maatschappelijke functies. De leden van de commissie lieten hun namen op een gedenksteen inmetselen in de voorgevel van de kerk. Zo werd ‘Werner ten Oever’ in natuursteen vereeuwigd, al was meer dan honderd jaar later zijn graf ook onvindbaar. Met de kerstdagen van 1851 werd de kerk ingewijd. Op maandag 5-1-1852 werd de eerste kerkeraadsvergadering van de nieuwe gemeente gehouden. Aanwezig waren ds. De Holl en vier door het classicaal bestuur van Meppel benoemde ambtsdragers, waaronder ouderling Warner ten Oever. Warner zette tevens zijn functie voort als lid van de commissie van toezicht, de beheerscommisie, als lid van de nieuw ingestelde Kerkvoogdij. Op 1-12-1865 werd Warner een van de oprichters van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang). Na de dood van Willem Wolters Bomert (graf 12) kocht Warner ten Oever de korenmolen aan Het Hoekje van diens erfgenamen.

In het bevolkingsregister uit de jaren 1861-1880 vinden we acht kinderen in het gezin Ten Oever/Esselbrugge. De oudste, Hendrika, trouwde 1-7-1865 met de plaatselijke Hervormde predikant, weduwnaar Barend Mellink Post van Griethuijsen. De jongste was Hermanna Petronella ten Oever. Ze was 17-1-1867 geboren en stierf 28-2-1870 in wat in het toenmalige systeem van nummering pand E 511 werd genoemd. Waar werd ze begraven? En hoe? In een algemeen graf of in een eigen graf? Uit de plaats van dit graf, tussen het waarschijnlijk vroeg en in één geheel gekochte blok graven van de familie Troost en het in juli 1870 in gebruik genomen graf van de familie Bomert, kunnen we afleiden dat dit onbekende graf nummer 10 voor juli 1870 in gebruik is genomen. Dit zou dus de rustplaats kunnen zijn van Hermanna Petronella ten Oever. Maar er is meer. Warner ten Oever stierf 10-9-1887 ‘s morgens om half 9 in zijn woning in het Hollandsche Veld, E 112. In die tijd was de molenaar wonend op E 118 (zie bij graf 25), zodat we het pand van Warner ten Oever moeten zoeken op de noordkant van Het Hoekje, de zesde woning ten westen van die van de molenaar. Het enige eigen graf dat in deze periode te Hollandscheveld in gebruik werd genomen, is graf 27. Maar dat is eigendom geworden van Jacob van der Haar. Er is geen enkel ander graf dat, gelet op de namen van de eigenaren, gebruikt zou kunnen zijn voor Warner ten Oever. Deze heeft dus of een algemeen graf gekregen, of werd hier bijgezet in graf 10, van de onbekende eigenaar. Jacoba Aleida Esselbrugge stierf 26-1-1894 in een ander pand. Ze woonde toentertijd in het pand E 523, op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Ook haar graf is onbekend. Ook bijgezet in een algemeen graf? Of bij haar man en kind in graf 10?

Wat zijn de feiten? Het graf van Warner ten Oever, één van de meest vooraanstaande veldelingen uit het midden van de 19de eeuw is onbekend. Hij zou kunnen zijn bijgezet in een algemeen graf, maar het was onder de winkeliers en middenstanders van Het Hoekje gebruikelijk om, als ze het zich konden veroorloven, een eigen graf te gebruiken. Warner ten Oever was in goede doen, en kon zich een eigen graf veroorloven, gezien zijn veenbezit. Zijn collega-participanten van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen gingen ook allemaal over op het gebruik van eigen graven, evenals de meeste in Hoogeveen wonende Esselbrugge’s en Ten Oever’s. Graf nummer 10 is in gebruik genomen in de periode dat er een sterfgeval was in het gezin van Warner ten Oever. Het aantal personen uit de Hollandscheveldse bovenlaag dat in deze periode een eerste sterfgeval in het gezin had, en moest kiezen tussen aankoop van een eigen graf of bijzetten in een algemeen graf, moet erg klein zijn geweest. Warner ten Oever voldoet aan het profiel dat we kunnen opstellen van de eerste eigenaren en gebruikers van eigen graven te Hollandscheveld: gegoede burgers, veelal middenstanders, afkomstig van buiten het Hollandsche Veld, en actief in het maatschappelijke leven van het gebied. Verder is de familie Ten Oever uiteindelijk uit de velden vertrokken, zodat ten tijde van het opstellen van het begrafenisregister van Hollandscheveld, eind 1934, geen directe nazaten van Warner ten Oever meer in het Hollandsche Veld woonachtig waren. Uitgaande van de bijzetting van de familie Ten Oever in dit graf, is het helemaal niet verwonderlijk dat de eigenaar van het graf onbekend bleef. Niemand meldde zich als zodanig, niemand van de familie wist van het onderzoek dat Plaatselijk Belang Hollandscheveld in 1934 deed. Geen enkele volgende generatie had het graf overgenomen, omdat ze elders woonden. Alle stukjes van de puzzel lijken zo in elkaar te passen. Maar het blijft een hypothese.

11.W.Bomert: Wolterdina Bomert, 13-8-1902, 44 jr, en Rink Hummel, 12-5-1932, 78 jr. Staande zerk met grafbedekking, gericht op het westen. Dit echtpaar woonde te Noordscheschut. Wolterdina Bomert werd 25-1-1858 geboren als dochter van molenaar Willem Wolters Bomert (zie graf 12) en Hendrikje Wever. Ze overleed 10-8-1902. Ze was getrouwd met Rink Hummel, geboren 1-2-1854 te Marum als zoon van Jenne Alberts Hummel en Trientje Rinks Pakes, en overleden op 8-5-1932 te Noordscheschut in het pand C 337. Rink was koopman.

12.Hendrikje Wever (wed.Willem Bomert): Zeer waarschijnlijk ligt hier molenaar Willem Wolters Bomert begraven. Zijn vrouw kan hier ook begraven zijn, of in het graf hiervoor, nummer 11, maar waarschijnlijk is dit niet. Na de dood van haar man trok ze namelijk weg uit het gebied. Willem Wolters Bomert werd op 8-10-1811 te Zuidwolde geboren als zoon van Wolter Bomert en Jantje Nijstad. De toenmalige landbouwer Willem Bomert trouwde 18 Apr 1840, te Zuidwolde met Hendrikjen Roelofs Wever, geb. 21 Jul 1817 in De Wijk, als dochter van Roelof Alberts Wever en Albertje Roelofs Stokvis. Hun eerste kind, Jantje, werd 21 augustus 1840 in de gemeente Zuidwolde geboren. Niet lang daarna verhuisden ze naar het Hollandsche Veld. Hun tweede kind, Albertje, werd 15 oktober 1842 in het Hollandsche Veld geboren, in het pand A 226. Blijkens de geboorteakte was Willem ook in het Hollandscheveld als landbouwer werkzaam. Ook de volgende kinderen werden in boerderij A 226 in het Hollandsche Veld geboren. De laatste Bomert-boreling in dit pand was Johannes, op 23 december 1850. Toen de Hervormde kerk in het Hollandsche Veld in aanbouw was, besloot Willem zelf een molen in het gebied te bouwen, op de noordkant van wat we nu kennen als Het Hoekje. Hij kreeg hiervoor op 29-7-1851 toestemming van de minister van Financiën. Door allerlei omstandigheden werd de bouw uitgesteld tot 1852. Het echtpaar Bomert kreeg in totaal negen kinderen, waarvan de laatste vier bij de molen werden geboren.

Het eerste sterfgeval in dit gezin was dat van hun eerste zoon Wolter Bomert, geboren 6-6-1845 en overleden in 15-5-1856. In die dagen woonden ze al we in het Hollandsche Veld, maar hadden nog geen eigen graf. Deze Wolter moet in een algemeen graf zijn bijgezet. 14-1-1857 werd een tweede zoontje Wolter Bomert geboren, dat nog dezelfde maand stierf, 27-1-1857 en eveneens een algemeen graf moet hebben gekregen. Willem Wolters Bomert overleed 21-7-1870 in zijn woning aan Het Hoekje, E 127. Als beroep gaf Gerrit Jan Willering (zie graf 18), die erbij was toen zijn overlijdensakte werd opgemaakt, ‘koopman’ op. De molenaar zal vooral werk hebben gehad in en na het oogstseizoen en handelde erbij om aan de kost te komen. Willem Bomert was op 1-12-1865 een van de oprichters van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang). Aan de woning van Willem Bomert zat de eerste brievenbus van Hollandscheveld bevestigd. Na zijn dood kocht de Vereniging Hollandscheveld deze brievenbus van zijn erfgenamen, omdat deze aangaven de eigenaren daarvan te zijn, en plaatste de bus aan het huis van Gerrit Jan Willering (graf 18).

Op 22-8-1870 werd er in de kerkeraadsvergadering van de Gereformeerde Kerk van Hollandscheveld gesproken over de overleden Willem Wolters Bomert. Hij had de pas gebouwde kerk een lamp in het klankbord boven de preekstoel beloofd. De lamp was er nog niet, maar hoe moest dit nu, nu Willem was overleden? Men besloot om met de weduwe te gaan praten. Misschien dat die de lamp alsnog zou kunnen schenken. Voordien had men zich niet druk gemaakt over lampen in de kerk, maar met het najaar in zicht moest dit nu goed geregeld worden. Op 29 augustus werd al gemeld dat de weduwe Bomert de belofte van haar man zou vervullen. De molen aan Het Hoekje werd na Willem’s dood verkocht aan Warner ten Oever (zie graf 10). Molenaar werd Roelof Bomert, geboren op 21-12-1847 als zoon van Willem Bomert en Hendrikje Wever. Roelof Bomert was ‘hakedrager’ bij de in 1874 opgerichte Hollandscheveldse brandweer. Roelof trouwde 2-5-1872 met Roelofje ten Oever, de dochter van de eigenaar van de molen. Ze verlieten Het Hoekje in 1877. Op 7-8-1877 werden ze uitgeschreven uit het bevolkingsregister van de gemeente Hoogeveen, in verband met hun vertrek naar Steenwijk. De molen werd sindsdien beheerd door Klaas Harents (zie graf 25). Een dochter en schoonzoon van Willem Wolters Bomert rusten in graf 11. Een andere schoonzoon, Fake Metselaar, werd bijgezet in graf 16. Hij was getrouwd met Albertje Bomert.

13.Lute Blomsma: onbekend. Voor de hand zou liggen dat in 13 en 14 Lute en zijn eerste vrouw begraven liggen. Dit is niet het geval. Lute Blomsma werd 11-2-1831 geboren te Smilde, als zoon van Jannes Blomsma en Wemmigje van der Wolde. Hij was kruidenier en tapper te Hollandscheveld, actief lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang) en ontving de vergaderende leden regelmatig in zijn lokaal. Lute regelde samen met meester Berend Veldkamp de administratie van de op 23-1-1875 geopende mattenloods bij de Hervormde kerk, waar arme streekgenoten aan passend werk werden geholpen, opdat ze niet zouden hoeven bedelen. In een brief van 5-4-1874 werden Lute en Jan Troost (graf 41) door de Vereniging Hollandscheveld bij de gemeente Hoogeveen voorgedragen als brandmeesters, bij de in oprichting zijnde Hollandscheveldse brandweer. Ze hebben het dorp als zodanig vele jaren gediend. Lute Blomsma was aanvankelijk getrouwd met Anna Kip. Anna Kip was geboren te Hoogeveen op 28-12-1834 als dochter van Arend Kip (begraven te Hoogeveen in blok 4, graf 360) en Roelofje Jans ten Kleij. Anna en Lute trouwden 15-5-1858 te Hoogeveen. Anna overleed op haar 37e, 13-1-1872, in haar woning te Hollandscheveld, E 480. Lute kocht twee graven op de begraafplaats in deze periode, zo kunnen we aflezen uit de gegevens van de naastliggende graven. In één daarvan, waarschijnlijk nummer 13, werd Anna Kip begraven. Lute hertrouwde met Geertje Kip. Volgens het huisnummerregister dat werd aangelegd in 1890, woonde Lute in het pand Hollandsche Veld E 490. Deze woning stond op de zuidkant van Het Hoekje. Enige tijd daarna deed hij het pand over aan Jacob Berkenbosch (graf 44), en ging zelf er naast wonen, in het pand 489a. Dit kan ook een kamertje binnen het pand E 490 of het pand van buurman Jacob Damming (E 489) geweest zijn. Van daaruit werd hij inwonend bij Jan Botter Kzn., op de westkant van Sloot, de huidige Alteveerstraat te Hoogeveen. Dit was een zoon van zijn tweede vrouw Geertje Kip (zie bij 14) en een oomzegger van Lute. Lute zelf is 80 jaar oud geworden. Hij stierf in het Armwerkhuis in de Kleine Kerksteeg te Hoogeveen, op 11-9-1911. Zijn overlijden werd op het gemeentehuis aangegeven door onder meer armvader Roelof Zwiers. Uit het register van algemene graven te Hoogeveen blijkt dat Lute Blomsma op 15-9-1911 aldaar werd begraven op de algemene begraafplaats. Waren Lute’s rechten op het eigen graf door zijn verzorging in het Armwerkhuis vervallen? Of paste het niet dat iemand die in het armenhuis verpleegd was geweest werd bijgezet in een eigen graf? Een zoon van het echtpaar Lute Blomsma en Anna Kip rust in graf 59.

14.Lute Blomsma: onbekend. Waarschijnlijk is dit het graf van Geertje Kip, tweede echtgenote van Lute Blomsma. Geertje Kip was een zuster van Anna Kip, Lute’s eerste vrouw. Geertje werd 20-12-1829 geboren als dochter van Arend Kip en Roelofje ten Kleij. Ze was aanvankelijk getrouwd met Klaas Botter. Een zoon uit dit huwelijk, Marinus Botter, werd begraven in graf 57. Een dochter, Roelofje Botter, rust in graf 30. Na de dood van Klaas Botter hertrouwde Geertje Kip met de weduwnaar van haar zuster. Ze woonde met Lute Blomsma in het pand Hollandsche Veld E 489a, op de zuidkant van Het Hoekje, waar ze op 18-3-1900 op 70-jarige leeftijd stierf. Als eigenaar van twee graven, ligt het voor de hand dat Lute haar in één daarvan heeft laten bijzetten. Zeker is in ieder geval dat het de gewoonte was in de familie Kip om een eigen graf te gebruiken, en in Hoogeveen werden nog Anna, nog haar zuster Geertje bijgezet, terwijl in Hollandscheveld Lute twee eigen graven op zijn naam heeft staan én twee echtgenotes overleefde.

15.David Kleine: onbekend. David Pieters Kleine uit het Krakeel overleed 5-10-1862. Hij was getrouwd met Hendrikje Jans de Weerd, 14-6-1860 overleden. Beiden werden 61 jaar oud. Deze sterfdata liggen te vroeg voor het uitgeven van dit koopgraf. We zullen een generatie verder moeten. Hun zoon David Davids Kleine werd 3-12-1840 geboren. Hij woonde aanvankelijk in de gemeente Ruinen, aan de Pesserdijk. Later verhuisde hij met zijn gezin naar Hollandscheveld, A 137. David Davids Kleine was 27-6-1868 getrouwd met Fijchien Smid, een dochter van Roelof Jans Smid en Jantien Simons de Jonge. Ze hadden vijf kinderen, allemaal dochters. Daarvan is er één al vroeg overleden. Het meest waarschijnlijke is dan ook, dat dit graf is gekocht in verband met de ter aarde bestelling van Henderkien Kleine, geboren in de gemeente Ruinen op 15-10-1869 en overleden te Hollandscheveld op 1-4-1871. De vier andere dochters mochten een respectabele ouderdom bereiken. David Davids Kleine overleed zelf op 9-2-1893, 52 jaar oud. Hij stierf in zijn woning, het pand Hollandsche Veld E 128. Dat stond op de noordkant van het Rechtuit, bij het 3de Zandwijkje. Na de dood van David Davids Kleine is dit huisnummer aanvankelijk vervallen geweest. Het pand van David Davids Kleine zal dan ook niet best zijn geweest. Enige jaren later werd het huisnummer weer gebruikt, voor de hut van Hendrik Geerts en zijn familie. Deze stond tussen het 2de en 3de Zandwijkje, eveneens op de noordkant van het Rechtuit. Zijn vrouw Fijchien Smid stierf 4-4-1901, 59 jaar oud. Fijchien Smid overleed in het Krakeel, pand D 51c. Dit pand stond op de noorkant van het Bentincks Opgaande, het Krakeel, dichtbij de 31ste Wijk. David Davids Kleine en Fijchien Smid liggen niet in een van de andere koopgraven begraven. Ze zouden natuurlijk ook kunnen zijn bijgezet in een algemeen graf. Met een koopgraf in hun bezit, is het niet direct waarschijnlijk dat dit is gebeurd. Waarschijnlijk liggen dus ook David Davids Kleine en zijn vrouw Fijchien Smid hier begraven. Veenarbeider David Kleine was pomper bij de in 1874 opgerichte Hollandscheveldse brandweer.

16.Fake Metselaar: onbekend. Eigenaren van graven en eerste bijzettingen werden in de eerste rij graven van blok 5 nogal eens door elkaar gehaald. Waarschijnlijk ligt hier Fake Metselaar zelf. Hij had namelijk geen jong overleden kinderen, zijn ouders en schoonouders rusten elders, en zijn vrouw Albertje Bomert overleefde hem vele jaren, zodat er geen andere gegadigden voor dit graf in aanmerking komen. Het enige sterfgeval in de naaste familie tijdens Fake’s laatste levensjaren was Fake zelf. Fake was een zoon van Arend Arends Metselaar en Jentje Stoter. Jan Arents Metselaar, die van graf nummer 21, was zijn oom. Fake Metselaar was geboren op 26-9-1841 in het Krakeel en aldaar overleden op 2-2-1877. Hij was schipper en klein vervener en lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang). Hij voer al toen hij moest loten voor militaire dienst. Signalement: rond aangezicht, rond voorhoofd, bruine ogen, gewone neus, gewone mond, ronde kin en donkerbruine haren en wenkbrauwen. Hij mat 1 meter en 520/508 millimeter. Fake trouwde op 15-5-1869 met Albertje Bomert, geboren op 15-10-1842 als dochter van molenaar Willem Wolters Bomert (uit graf 12) en Hendrikje Roelofs Wever. Na zijn dood hertrouwt Albertje Bomert op 6-12-1879 met Arend Struik. Albertje Bomert overleed op 11-11-1896. De kinderen van haar en Fake (een dochter en twee zonen) vertelden dat ze aan de 31ste Wijk hadden gewoond. Uit de notulen van de Vereniging Hollandscheveld weten we dat het bij de brug over de 31ste Wijk was, bij het punt waar de Bentincks Dijk bij de 31ste Wijk uit kwam. Albertje Bomert was brugwachtster bij deze brug. Een extra reden om aan te nemen dat hier Fake Metselaar rust, is de familietraditie om eigen graven te kopen, en het gegeven dat in het eigen graf dat de familie te Hoogeveen bezat, het lichaam van Fake Metselaar niet werd bijgezet. In graf 249 van gedeelte 4 van de eigen graven op de oude begraafplaats te Hoogeveen werden bijgezet de grootouders en de ouders van Fake Metselaar. Dit graf 258 was eigendom van Fake’s vader, Arend Arends Metselaar, zodat bij een begrafenis te Hoogeveen bijzetting in dit graf voor de hand had gelegen. Dat is dus niet gebeurd, en we vinden Fake’s graf daarom nog steeds te Hollandscheveld.

Fake’s zoon Arend werd kastelein en nam het café van Jannes Blomsma over (zie graf 59). Als bestuurslid diende hij tal van verenigingen. Arend’s zoon Fake werd één van de grondleggers van de DGO-Express. Anders verging het de tweede zoon van Fake Metselaar en Albertje Bomert, Willem Metselaar. Hij vond een graf in Nederlands-Indië. Willem Metselaar, geboren 20-4-1873 in het Krakeel, was ooit schippersknecht. In 1892 trok hij no. 24 bij het loten voor militaire dienst. Willem werd 7-3-1893 ingelijfd bij de zeemilitie, de marine. De dag erop werd hij geplaatst aan boord van H.M. fregat Neptunus. Op 9-6-1893 ging hij over naar het H.M. pantser-schip Schorpioen. Op 26-10-1893 zat zijn soldatenleven er voorlopig op. Hij ging met onbepaald verlof terug naar huis. Na de dood van hun moeder (11-11-1896), werd de eigen huishouding opgeheven en Willem en Arend besloten hun eigen weg te gaan. Naaste familie hadden ze amper meer, van de Metselaarskant leefde op dat moment alleen nog een oude grootmoeder en een tante, dus was Willem min of meer ongebonden. Werk vinden en houden was een probleem in die dagen. Willem koos voor het avontuur en een vast inkomen in de Oost. Per 29-12-1896 vertrok hij naar de kazerne in Harderwijk. Die dag tekende hij een contract voor zes jaar bij de koloniale troepen, zowel in als buiten Europa, ingaande 4-1-1897. Hij ontving f 200,- als gratificatie. Verder zou hij na afloop van het contract recht hebben op een vast pensioen. "Behept met een gezichtsscherpte van 3/4 op het rechteroog en ½ op het linkeroog", lezen we in zijn stukken. Zijn signalement luidde: ovaal aangezicht, lang voorhoofd, grijze ogen, spitse neus, gewone mond, ronde kin, bruine haren en wenkbrauwen en geen merkbare kentekenen. Zijn lengte was 1,61 meter. Zijn oom Rink Hummel (graf 11) trad op als contactadres voor de familie.

Fuselier Willem Metselaar vertrok 17-4-1897 uit Amsterdam, aan boord van SS Burgemeester Den Tex. Op 26-5-1897 is Willem aangekomen in Batavia. Daarna loopt het spoor dood. In de later naar Nederland overgekomen boekhouding van het KNIL zitten hiaten en helaas ontbreken ook Willems gegevens. Uit wat zijn ‘neefje’ kastelein Johannes Fake Willem Metselaar (ook een zoon van kastelein Arend Metselaar) later van hem wist te vertellen kunnen we opmaken dat hij in Indië samenleefde met een Indische vrouw. De soldaten hadden in die jaren niet voldoende salaris om een gezin te onderhouden. Een stelsel van "huishoudsters" was algemeen geaccepteerd door de leiding. De Indische vrouwen leefden met hun Nederlandse mannen in de kazernes, wasten zijn kleren en onderhielden met hen een sexuele relatie. Kinderen uit deze relaties bleven bij moeder in de kazerne, als vader op expeditie moest. Bij hun terugreis naar Nederland bleven deze vrouwen en de eventuele kinderen in Indië achter. Willem schreef zijn familie dat hij niet van plan was zijn contract te verlengen. Zes jaar Indië was hem meer dan genoeg. Hij had begin 1903 terug kunnen zijn, ware het niet dat hij besmet werd met Cholera Asiatica. Ziektes maakten meer slachtoffers dan de strijd. Eén van die slachtoffers werd Willem Metselaar, zo blijkt uit de militaire boekhouding. Hij overleed 18-9-1902 te Palembang aan de cholera. In de tropische hitte werden de doden veelal dezelfde dag begraven, zeker als er besmettelijke ziektes in het spel waren. Willem’s lichaam rust in Indische aarde. In Nederland kreeg oom Rink Hummel van Noordscheschut een simpele mededeling over zijn verscheiden. Geen mens wist of er nog nalatenschap was. Uit een briefwisseling met Indië werd duidelijk dat er nog wat papieren waren en .......f 1,49. Door tussenkomst van de burgemeester van Hoogeveen konden ‘kapitaal’ en papieren in 1904 aan de rechthebbenden worden uitgekeerd. Dat de erfenis niet groter was, is niet verwonderlijk. De betaling was slecht en het drankgebruik groot, zodat er weinig overbleef.

Een horloge en een scheepskist, waarin later bij zijn broer Arend op zolder dekens werden bewaard, waren de weinige tastbare bezittingen die aan Willem herinnerden. Onder de vele vragen die bleven is ook die over wat hij in de periode 1897-1902 in Indië heeft meegemaakt. Palembang ligt op Sumatra. De noordpunt van Sumatra, Atjeh, was het terrein van een 40-jarige guerrilla-oorlog. In 1901 startte een expeditie tegen Djambi, ten noorden van Palembang gelegen. Willem Metselaar moet betrokken zijn geweest bij de Atjeh-oorlog en mogelijk ook bij acties in Djambi. Door gebrek aan gegevens gingen ook de verhalen rondom Willem’s dood een eigen leven leiden. Johannes Fake Willem Metselaar wist niet dat zijn oom Willem aan de cholera was overleden. Binnen de familie hield men de mogelijkheid open dat zijn Indische vrouw hem om het leven had gebracht, om niet alleen in Indië achter te hoeven blijven. Daarvan blijkt niets uit de militaire papieren over zijn dood. Met eventuele nazaten van Willem Metselaar, als deze er al zijn geweest, en met zijn Indische weduwe, is nooit contact geweest. Er was verder ook niets over haar bekend.

17.Jan Raak: onbekend. Afgaande op de graven er naast, moet dit graf uitgegeven zijn in de periode 1877-1879. In die periode stierf Jan Raak, ongehuwd, hulponderwijzer. Hij was een zoon van meester Roelof Raak (zie graf 30) en Clasina Hartman, en werd 9-11-1854 geboren. De jonge meester overleed 20-1-1878, ‘s avonds om half elf, in de woning van zijn ouders aan het Zuideropgaande, Hollandsche Veld E 427. De woning van hoofdmeester Roelof Raak stond naast de Openbare Lagere School, op de westkant van het Zuideropgaande. Voor de hand ligt dat hij hier begraven ligt. Dit vermoeden wordt nog sterker, als we bedenken dat van de oude koopgraven de namen van de eigenaren en van de gestorvenen door elkaar gehaald lijken te zijn. Er zijn meerdere graven, waarvan in deze reconstructie duidelijk wordt, dat de naam van de overledene gelijk is aan de naam die de gemeente als eerste eigenaar op papier heeft staan. De hele stamboom van de familie Raak is al eens uitgezocht, en in genoemde jaren is er niemand overleden uit het gezin van schipper Jan Raak (zie graf 22), de oom van deze meester Jan Raak. Meester Jan Raak was 17-11-1870 op 16-jarige leeftijd naar Meppel vertrokken, zo lezen we uit het bevolkingsregister van de gemeente Hoogeveen. Blijkbaar heeft hij in Meppel zijn opleiding tot onderwijzer kreeg. Waarschijnlijk ligt in dit graf ook nog begraven zijn moeder Clasina Hartman, de vrouw van Roelof Raak (zie het verhaal bij graf 30).

18.Gerrit Jan Willering: Gerrit Jan Willering, december 1901, 72 jr, W.Veldkamp, oktober 1879, 52 jr en Aleida Willering, januari 1880, 11 jr. Liggende zerk, gericht op het westen. Gerrit Jan Willering werd 27-7-1829 geboren te Ambt Hardenberg, als zoon van Peter Willering en Berendina te Veltrop, en overleed 20-12-1901 in zijn woning aan Het Hoekje, E 118. Dit was het pand dat in de toenmalige situatie net ten westen van de tuin van de Hervormde pastorie stond, en in de huidige situatie net naast het Jeugdcentrum te vinden is. Gerrit Jan Willering was schoenmaker en kastelein. Zijn schoonzoon Martinus Botter nam woning en bedrijfspand over en had er een winkel en een café (zie graf 57). Gerrit was jarenlang lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang) en men vergaderde regelmatig in zijn lokaal. Na de dood van molenaar Willem Bomert (1870, zie graf 12) plaatste de Vereniging Hollandscheveld de eerste brievenbus van het dorp aan de gevel van Gerrit’s woning. Hij was meer dan 25 jaar koster van de Hervormde kerk. Zijn 25-jarig jubileum werd vermeld in de Hoogeveensche Courant van 1-4-1888 en hij kwam, afgaande op dit artikel, per 1-4-1863 in dienst van de kerk. Gerrits vrouw, Wemeltje Veldkamp, werd 15-3-1827 geboren te Norg, als dochter van Harm Berends Veldkamp en Jantje Hommes, en overleed 29-9-1879. Aleida Willering was hun dochter. Ze werd 30-5-1868 geboren en stierf 28-12-1879. ‘Hunne asch ruste in vrede’, lezen we op de steen. Een wens die niet te rijmen valt met het ruimen van deze oude graven. Gelukkig is daar ook nog nooit sprake van geweest, voor wat betreft dit oude gedeelte met koopgraven. Een andere jong overleden dochter van Gerrit Jan Willering was Jantje Willering. Deze werd 7-12-1865 geboren, en stierf 17-6-1868. Haar graf is onbekend. Haar overlijden werd op het gemeentehuis aangegeven door onder meer tapper Berend Brink, hun buurman (graf 24). Wemeltje Veldkamp was een volle zuster van Berend Veldkamp, onderwijzer te Hollandscheveld. Hij werd in 1860 de opvolger van meester Geert Roelofs Raak. Berend Veldkamp was 17-4-1834 te Norg geboren als zoon van Harm Berends Veldkamp en Jantje Roelfs Hommes. Na zijn pensionering gingen Berend Veldkamp en zijn vrouw Johanna Halfmouw te Hoogeveen wonen, aan de Stationsweg (nu Pesserstraat), B 449. Daar stierf hij 69 jaar oud op 6-5-1903. Hij werd 9-5-1903 te Hoogeveen begraven, in graf 832 van blok 3 van de oude begraafplaats aan de Zuiderweg. Zijn vrouw werd 90 jaar oud, en werd 22-12-1931 in het zelfde graf bijgezet.

19.Jan Post: onbekend. Jan Berend Post werd 22-9-1819 geboren als zoon van Jan Harms Post en Femmechien Jans Boer. Hij was getrouwd met Cornelia Slot, die al in februari 1853 overleed, voordat deze begraafplaats in gebruik werd genomen. Jan Berend Post overleed zelf op 3-12-1879, 60 jaar oud, in het pand Hollandsche Veld E 70, op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Gelet op de data van uitgifte van de graven ernaast, ligt het voor de hand dat Jan hier zelf begraven ligt. Weer zo’n geval waarin de naam van de eigenaar en die van de overledene door elkaar gehaald zijn, in het grafregister dat in het baarhuisje ligt. De ouders van Jan Berend Post hadden in Hoogeveen een eigen graf gekregen, blok 4, graf nummer 305. Grootvader Harm Jans Post werd op 14-12-1832 begraven. Hij werd 72 jaar oud. Hij was 9-11-1760 gedoopt in de kerk te Hoogeveen, als zoon van Jan Post en Grietje Jans. De schipper/vervener was getrouwd met onder meer Femmigje Roelofs Zwart. Hij stierf 7-12-1832 in zijn woning in het Hollandsche Veld, A 216, op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Daarvoor gebruikte de familie Post steeds algemene graven. Met de dood van Harm Post ging men in 1832 over op eigen graven. Dit was de eerste familie uit de velden die deze stap heeft gezet. Harm Jans Post en Femmigje Roelofs Zwart rusten in de graven 140 en 141 van blok 4 te Hoogeveen.

20.Femmigje Post: Femmigje Post, 5-11-1889, 65 jr, Martina Post, 25-11-1893, 6 mnd, Jan Berend Post, 13-11-1894, 12 dgn en Martina Post, 14-1-1898, 13 mnd. Femmigje Post was een zuster van Jan Berend Post (graf 19). Ze werd 15-10-1822 geboren als dochter van Jan Harms Post en Femmigje Jans Boer. Ze bleef ongehuwd en overleed op 67 jarige leeftijd, op 1-11-1889 in het pand Hollandsche Veld E 70, waar haar broer Jan Berend ook had gewoond. De drie kinderen in dit graf zijn kinderen van Egbert Post (zoon van Jan Berend Post uit graf 19) en Alberta Berendina van Regteren. Martina Post werd 4-5-1893 geboren en overleed 20-11-1893 in het pand E 62, op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Haar vader was toen nog landbouwer. Haar broertje Jan Berend werd 27-10-1894 geboren en overleed op 9-11-1894. Vader Egbert Post heette toen spekslager en het gezin was inmiddels verhuisd naar E 491, op de zuidkant van Het Hoekje. Daar stierf ook de tweede Martina, geboren 7-12-1896 en overleden op 9-1-1898. Vader Egbert Post was toen koopman.

21.Jan Arents Metselaar: onbekend. Waarschijnlijk Jan Arents Metselaar zelf. Hij werd gedoopt op 24-6-1805 te Hoogeveen, en is overleden op 5-9-1881. Hij was arbeider in het Hollandsche Veld. Zijn adres bij overlijden was Hollandsche Veld E 95. Signalement: ovaal aangezicht, smal voorhoofd, donkerblauwe ogen, dikke, brede neus, gewone mond en donkerbruine haren en wenkbrauwen. Jan was gehuwd op 12-4-1829 met Janna Alberts Seijnen, gedoopt 8-6-1806, en overleden op 27-7-1895 in haar woning, toentertijd Hollandsche Veld E 87. De woning van Jan en Janna stond op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Janna Alberts Seijnen was een dochter van Albert Seijnen en Jantje Klaas Snippe. Hoogst waarschijnlijk ligt Janna Alberts Seijnen hier ook begraven. Ze werd niet te Hoogeveen begraven, want noch in de registers van de algemene graven, noch in die van de eigen graven is ze daar terug te vinden. Het is wel erg onwaarschijnlijk dat ze een algemeen graf te Hollandscheveld gekregen zou hebben, terwijl er een eigen graf voor handen was, dat haar eigendom was, en waarin haar man was bijgezet. Jan Arents Metselaar was een oom van Fake Metselaar (graf 16). Deze tak van de familie Metselaar was gewend om eigen graven te gebruiken. De ouders, een broer en een schoonzus van Jan Arents Metselaar rusten te Hoogeveen in graf 249, blok 4. Zijn neef Fake rust in graf 16 alhier.

22.Jan Raak: onbekend. Gelet op het verhaal bij de graven 21 en 23 ligt het voor de hand dat dit een gestorvene uit 1881 is. Hoogst waarschijnlijk werd hier dan ook als eerste begraven Jantje Raak, een in 1881 overleden dochter van Jan Raak en Aleida Bruins Slot. Jan Raak is 26-4-1829 geboren te Hollandscheveld als zoon van meester Geert Roelofs Raak en Jentje Jans Bakker (zie de graven 5 en 6). Jan Raak was schipper. Hij trouwde op 14-5-1857 met Aleida Bruins Slot, in Hoogeveen geboren op 10-8-1931 als dochter van Egbert Bruins Slot en Jantje van Zegeren. Aleida Bruins Slot overleed 15-12-1868. Zowel van de kant van de familie Raak als van de kant van de familie Bruins Slot was men gewend om te begraven in eigen graven. Aleida Bruins Slot werd 21-12-1868 begraven in graf 60 van blok 4 te Hoogeveen, in een eigen graf. Daar rusten ook haar ouders. Van de zes kinderen van Jan Raak en Aleida Bruins Slot zijn er vijf jong overleden. Drie stierven er overver, toen ze met hun schip elders lagen. Dat waren de eerste Jantje Raak uit dit gezin (geboren 6-10-1857 te Vreeswijk, overleden te Amsterdam 19-10-1857), Geert (overleden aan boord te Dubbeldam, 22-1-1867) en Grietje (geboren te Hollandscheveld 7-10-1865, overleden te Utrecht 24-2-1867). Hun graven vinden we noch in Hoogeveen, noch is er iets van hen bekend op de begraafplaats van Hollandscheveld. Ze zullen in de plaats van overlijden begraven zijn. Een zoontje Geert werd geboren te Groningen, en stierf vier maand oud op 30-9-1867 in de plaats Hoogeveen. We vinden hem bijgezet in graf 96 van blok 4 van de oude Hoogeveense begraafplaats. Hij werd daar 2-10-1867 begraven. Het tweede kind uit dit gezin dat in de gemeente Hoogeveen overleed was de tweede Jantje Raak uit dit gezin. Jantje Raak werd 1-8-1860 geboren te Hollandscheveld en overleed aldaar ongehuwd op 5-5-1881, bijna 21 jaar oud. Zeker is dat ze niet te Hoogeveen werd bijgezet in een eigen graf, noch in een algemeen graf. Gezien de gewoonte in de familie om bij te zetten in een eigen graf, en het gegeven dat in 1881 een eigen graf te Hollandscheveld verwierf, moet zij hier begraven liggen. Jan Raak is na de dood van zijn eerste vrouw op 2-7-1874 hertrouwd te Groningen, met Geesje Tol (1847-1900) een dochter van Jurjen Wijgers Tol en Victorine Louise Stephanie de Meulenaere. Uit dit huwelijk werd op 25-2-1881, slechts iets meer dan twee maanden voor de dood van dochter Jantje Raak, een zoon Geert geboren. Deze was later arbeider te Rotterdam. Schipper Jan Raak overleed zelf in het Hollandsche Veld op 24-1-1888. Hij werd niet bijgezet in een eigen graf te Hoogeveen, en kreeg daar eveneens geen algemeen graf, zo blijkt uit de beschikbare registers aldaar. Als eigenaar van een eigen graf te Hollandscheveld, de plaats waar hij stierf, is het hoogst waarschijnlijk dat ook Jan Raak zelf hier werd bijgezet.

23.Hendrik Klaassens: Hendrik Klaassens, 39 jaar. Staande zerk, gericht op het westen. Op het gedenkteken op het graf van Hendrik Klaassens, geboren 4-3-1846 te Ezinge als zoon van Johannes Klaassens en Jantje Hindriks Dijkinga en echtgenoot van Annechien Schuiling, lezen we: ‘Agent van politie alhier’. De ‘Vereniging Hollandscheveld’ heeft in de tweede helft van de 19e eeuw regelmatig getracht extra politietoezicht in het gebied te krijgen, en ving vrijwel steeds weer bot. Klaassens’ graf geeft aan, dat er toch enige tijd een agent is geweest, met een aanstelling voor het Hollandsche Veld. Het was niet zo lang. Hendrik Klaassens is min of meer gesneuveld in de strijd met de plaatselijke belhamels. Een uit de hand gelopen grap werd uiteindelijk zijn dood, als we afgaan op wat de volksoverlevering over dit graf weet te verhalen. Verteld werd dat hij ooit op een draaivonder stond, met de bedoeling een opgaande over te steken. Uit baldadigheid draaide iemand het vonder bij, zodat Klaassens uit balans raakte en in het water viel. Hij probeerde op de wal te klauteren, maar men duwde hem steeds weer terug in het water. Dit ging lang aan, veel te lang. Hij leed zoveel kou, dat hij er nooit weer bovenop is gekomen. Uiteindelijk zetten de daders het op een lopen en kon Klaassens naar huis om een droog pak aan te trekken en op te warmen. Hij heeft nog wel weer dienst gedaan, maar ‘hij hef gien gezond ure meer had’, zo vertelde men. Hij was zo verzwakt, dat hij 15-10-1881 overleed. Tenminste, dat zeggen de gegevens op de grafsteen. Volgens zijn overlijdensakte, waarin hij Hindrik Klasens werd genoemd, stierf hij de 16e oktober. Misschien dat hij op de avond van de 15e nog leefde, en op de vroege ochtend van de 16e dood aangetroffen werd?

Hendrik Klaassens overleed in zijn woning, Hollandsche Veld E 128. Dat was de oostelijke helft van het grote witte huis, bij het park naast de Hervormde kerk. Andere veldwachters die hier woonden waren, volgens de opeenvolgende huisnummerregisters, in de jaren 1890-1899, op E 121: Gerrit Essing, Jacob Cornelis Zwier (vertrokken naar Assen), Harm Wieringa (vertrokken naar Odoorn) en Lute Lunshof. In de jaren 1899-1909 woonden hier op E 121: Lute Lunshof (vertrokken naar Dalfsen), Rink Oosting (vertrokken naar Emmen), Gerben La Fleur (vertrokken naar Emmen) en Cornelis Scheper. In het huisnummerregister over de periode 1910-1923 heet dit pand E 114 en woonden er de veldwachters Cornelis Scheper (overleden), Harm Muskee, en de bekende Hendrikus Cornelis Seller. De laatste heeft hier nog vele jaren gewoond.

Volgens het register, aanwezig op de begraafplaats te Hollandscheveld, is dit graf in onderhoud bij de gemeente Hoogeveen. Het lijstje dat grafdelver Jans Pastoor van zijn meerdere kreeg, maakt daar geen melding van. De financieel verantwoordelijke instantie voor de onderhoud van dit graf is niet de familie, maar de Hervormde Gemeente van Hollandscheveld. Volgens de notulen van 18-1-1944 van de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente van Hollandscheveld, heeft een zoon van Klaassens toentertijd f 75,- gestort in de kas van de Hervormde Gemeente. Voor die tijd een aanzienlijk bedrag. Daarop nam de kerkvoogdij voor onbepaalde tijd het onderhoud van dit graf op zich, met de bepaling dat het om de 7½ jaar geverfd zou worden.

24.Wed.Berend Brink: Hendrik Brink, mei 1884, 65 jr, Hendrika Kuiper, maart 1890, 71 jr. Berend Brink, tapper en broodbakker te Hollandscheveld, werd 17-10-1819 geboren, als zoon van Hendrik Brink en Roelofje de Jonge. Hij overleed 27-5-1884 in zijn eigen woning, op de noordkant van Het Hoekje, Hollandsche Veld E 124. Er is geen andere Brink in de gemeente Hoogeveen overleden in mei 1884. Dat hier dan ook een Hendrik Brink begraven moet liggen, zal een vergissing zijn. Het gaat om Berend Brink. Zijn vrouw, Hendrika Kuiper, werd geboren te Laar op 28-2-1819, als dochter van Jan Harms Kuiper en Catharina Gewald. Ze overleed 6-3-1890 te Hollandscheveld, E 117. Huisnummers wisselden nogal eens in deze periode, terwijl de woning gelijk bleef. In de toenmalige situatie was E 117 het pand tussen Gerrit Jan Willering (E 118, zie graf 18) en Egbert Berends Bakker (E 116, zie bij graf 32). Kinderen van dit echtpaar rusten in de graven 36 en 43. Een zuster van Berend Brink was getrouwd met Roelof Troost (zie graf 7.)

25.Klaas Harents: Alberdina Harents, 18-12-1884, 2 ½ mnd, Hendrikje Harents, 19-7-1887, 8 mnd, Hendrik Harents, 30-7-1889, 4 mnd, Harm Harents, 18-8-1889, 5 mnd. Het gaat hier om vier van de zeven kinderen van Klaas Harents en zijn vrouw Roelofje Snijder. Slechts drie kinderen werden volwassen, een zoon en twee dochters (Lammigje, geb. 3-3-1880, en Alberdina, geb. 21-10-1886). Klaas nam in 1877 de molen aan Het Hoekje over, en was volgens een adres uit 1884 wonend op E 118. In 1890 werd dit E 111. Op 22-11-1877 werd hij lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang). Molenaar Klaas Harents was 22-2-1849 geboren te Zuidwolde als zoon van Jan Alberts Harents en Albertje Klaas Nijboer. Hij stierf 20-9-1913 in zijn woning, toen bekend als Hollandsche Veld E 100. De molen werd overgenomen door zijn zoon Jan Harents, geboren 28-2-1878. Deze was getrouwd met Zwaantje ten Kate, en stierf 25-2-1939 in het pand Hoekje 17, het toenmalige nummer van de molenaarswoning. Molenaar Jan Harents werd 1-3-1939 begraven bij zijn moeder. Zijn moeder, Roelofje Snijder, was 6-8-1850 geboren te Staphorst, als dochter van Hendrik Harms Snijder en Lammigje van Zegeren. Ze is 19-2-1937 overleden in haar Hollandscheveldse woning, E 116. Roelofje Snijder werd 23-2-1937 begraven in eigen graf 52, op gedeelte 4b van deze begraafplaats. Opvallend is dat we van alle genoemde leden van het gezin Harents de graven kennen, behalve van molenaar Klaas Harents. Mogelijk kreeg hij een algemeen graf. De periode Harents werd om onduidelijke redenen enkele jaren onderbroken, toen er een andere molenaar op de molen zat. Dit was Hendrik Altena, geboren 12-12-1884 in de gemeente Ambt Hardenberg, en getrouwd met Geertina Alberdina Bieleveld, geboren 9-10-1894. Het gezin kwam 5-12-1916 vanuit Ambt Hardenberg in het Hollandsche Veld woningen, op E 99, bij de molen. Men sprak in die dagen over ‘de molen van Altena’. Per 8-5-1919 vertrokken ze weer naar de gemeente Ambt Hardenberg. Mogelijk was Jan Harents in deze periode ergens gelegerd als gemobiliseerd militair. In 1926 had molenaar Jan Harents een 18-jarige knecht aangenomen. Deze knecht, Kier Bijl, leerde van hem alles wat hij als molenaar zou moeten weten. In 1937 stierf Klaas’ moeder en werd de molen aan Het Hoekje verkocht aan de gebroeders Scholing. Klaas Harents bleef molenaar, Kier bleef knecht. In 1939 stierf Klaas en werd Kier Bijl molenaar op de molen, als filiaalhouder van de firma Spijkman uit Coevorden. In de 40'er jaren werd de bovenbouw van de molen afgebroken. Kier Bijl heeft nog motorisch gemalen tot 1966/67. Molenaar Kier Bijl werd 81 jaar oud en werd 1-3-1991 begraven in graf 546 van gedeelte 3 van deze begraafplaats.

26.Arend Eshuis: Femmigje Eshuis, december 1886, 12 jr, Arend Eshuis, 27-1-1908, 76 jr. Liggende zerk, gericht op het westen. ‘Hier rust het stoffelijk overschot van onzen geliefden echtgenoot en vader Arend Eshuis, geboren Hoogeveen 3-9-1831, overleden Hollandscheveld 23-1-1908' lezen we in flinke letters op de liggende zerk. Maar Arend rust hier dus met zijn dochter, Femmigje Eshuis, geboren 5-2-1876 en overleden 23-12-1886 bij haar ouders, Hollandsche Veld E 460. Arend was afkomstig van een boerenbedrijf uit Pesse, en was een zoon van Arend Jans Eshuis en Hendrikje Jans de Groot. Hij werd molenaarsknecht op de molen te Ruinen, waar hij alle kneepjes van het vak leerde. Hij trouwde daar 19-3-1861 met de Ruiner winkeliersdochter Annigje Thomas. Arend kocht grond op de westkant van het Zuideropgaande en op de noordkant van de Calkoenswijk. Daar liet hij in 1866 een eigen molen en een boerderij bouwen. Zijn vrouw beheerde een winkel. Annigje Thomas werd geboren op 2-12-1838 te Zwartsluis als dochter van Jan Thomas en Jentien van Raalte. Ze stierf 28-12-1871 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 446, nog maar 33 jaar oud, en Arend bleef met drie kinderen achter. Het graf van Annigje Thomas is niet bekend. Waarschijnlijk kreeg ze een algemeen graf te Hollandscheveld, dat nu is verdwenen. Arend Eshuis hertrouwde met Marie Elisabeth Admiraal uit Dedemsvaart, zie graf 90, welke moeder werd van Femmigje Eshuis. Het was al generaties geleden dat er in het gemeentebestuur een veldeling, een Hollandschevelder, zitting had. In 1883 nam Arend Eshuis zitting in de gemeenteraad van de gemeente Hoogeveen. Hij heeft de belangen van de bevolking van de velden hier twaalf jaar gediend. In 1895 stelde hij zijn raadszetel ter beschikking. Al die tijd had hij als actief lid van de Vereniging Hollandscheveld goed overzicht gehad van wat er allemaal leefde in het gebied. Zijn molen deed hij over aan zijn zoon Dirk Eshuis.

27.Jacob van der Haar: onbekend. Landbouwer Jacob van der Haar, de zoon van landbouwer Jan van der Haar en wijlen Geesje Stoter, werd geboren op 19-11-1855. Hij trouwde op 25-jarige leeftijd op 30-4-1881 met Maria Bakker. Maria Bakker was 19-12-1857 geboren als dochter van Egbert Bakker en Aaltje Pol, het echtpaar uit graf 32. Maria Bakker werd maar 30 jaar oud. Ze stierf 17-2-1888 in haar woning op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande, Hollandsche Veld E 67. Gelet op de feitelijke informatie van begrafenissen met betrekking tot de graven 26 en 30, moet in dit graf (no.27) iemand zijn bijgezet in de periode december 1886 - november 1889. Gezien de in de archieven van de burgerlijke stand bekende informatie over Jacob van der Haar en zijn vrouw, is Maria Bakker de enige die daarvoor in aanmerking komt. Jacob van der Haar is op 12-6-1889 hertrouwd met Jentje Bakker, een zuster van Maria Bakker, op 14-11-1864 geboren als dochter van Egbert Bakker en Aaltje Pol. Ze hebben nog vele jaren samen geleefd. In 1890 woonde Jacob van der Haar nog in zijn woning op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande, toentertijd ingeschreven als E 59. Hij vertrok in de periode 1890-1899 naar het pand Hollandsche Veld E 116, op de noordkant van Het Hoekje (even ten oosten van de dokterswoning), dat daarvoor op naam had gestaan van zijn schoonvader Egbert Berends Bakker. Jacob van der Haar stierf 26-11-1938 op 83-jarige leeftijd, in het pand Hoekje 45. Hij kreeg 30-11-1938 een graf in een ander gedeelte met eigen graven, blok 4b, graf 43, over de brug. Aldaar werd Jentje Bakker bijgezet op 10-6-1960. Ze werd 95 jaar oud.

28.Wed.H.Middelveldt: Zowel op 18-2-1903 als op 6-8-1907 werd hier een levenloos kind begraven van H.Middelveldt en zijn vrouw Klaasje Bakker. Het eerste kind was 15-2-1903 geboren (Hollandsche Veld, E 426), en het ging om een jongetje. Het tweede kind was een meisje, geboren 14-8-1907 (Hollandsche Veld, E 426) Zie bij 29.

29.Wed.H.Middelveldt: Hendrik Middelveldt, 10-3-1902, 12 mnd. Dit kind van bakker en winkelier Hendrikus Middelveldt en Klaasje Bakker werd 26-2-1901 geboren, en overleed 6-3-1902 in zijn ouderlijke woning, Hollandsche Veld E 426). Hendrikus Middelveldt (toentertijd voorzitter van de Landbouwvereniging Hollandscheveld) werd 4-12-1867 geboren als zoon van Hendrik Middelveldt en Roelofje de Goede. Hij trouwde 3-5-1893 te Hoogeveen met Klaasje Bakker, geboren op 8-10-1868 als dochter van Jan Berends Bakker en Lammigje Raak (zie graf 81). Hendrikus en Klaasje bereikten een hoge ouderdom. Hij stierf 24-3-1962, zij 10-12-1864, en ze werden zelf begraven in een ander blok koopgraven, gedeelte 4a, graf 1 en 2.

Hoe komt het zo, dat deze relatief jongere kindergraven tussen diverse oudere graven liggen? Verder is het opvallend dat het graf van de kleine Hendrik op naam staat van de wed.H. Middelveldt, de grootmoeder van het kind, en niet op naam van de ouders. Een antwoord kan liggen in de geschiedenis van de familie Middelveldt. Waarschijnlijk zijn deze graven aanvankelijk gekocht door, en gebruikt voor het begraven van, de grootouders Hendrik Middelveldt en zijn vrouw Roelofje de Goede. Hendrik Middelveldt, geboren te De Wijk op 9-9-1830 als zoon van Wolter Roelofs Middelveldt en Rensje Wildeboer, was bakker in het Hollandsche Veld. Hij stierf 24-5-1889 in zijn woning, Hollandsche Veld E 436. Deze overlijdensdatum ligt net iets voor die van Roelof Raak uit graf 30, ernaast, en het is dus waarschijnlijk dat deze Hendrik Middelveldt de eerste is die hier werd bijgezet. Hendrik Middelveldt hoorde op 1-12-1865 bij de oprichters van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang), maar liet na enige tijd zijn lidmaatschap schieten doordat hij geen contributie meer betaalde. Roelofje de Goede, (de hiervoor genoemde ‘Wed.H.Middelveldt’) werd geboren te Wanneperveen op 9-10-1837 als dochter van Hendrik de Goede en Marchien Frederiks, en overleed 22-1-1894 in haar woning, Hollandsche Veld E 426. Ze zal de tweede bijzetting in één van deze beide graven zijn geweest. Hendrik Middelveldt en Roelofje de Goede hebben aan het Zuideropgaande gewoond. E 426 stond in 1890 op naam van Hendrikus Middelveldt, getrouwd met Klaasje Bakker, en was een woning op de westkant van het Zuideropgaande, de twaalfde vanaf het zuiden gerekend. Het pand staat er nog steeds, met een steentje in de gevel, herinnerend aan bouwer Hendrik Middelveldt.

Nu we eenmaal weten dat de familie Middelveldt al langere tijd eigen graven bezat, waarin twee levenloze en een jong gestorven kind werd bijgezet, kunnen we hier ook de bijzettingen verwachten van twee andere kinderen van Hendrikus Middelveldt en Klaasje Bakker. Helaas is niet bekend of dit gebeurd is in graf 28 of graf 29. Het gaat om de kinderen Lammigje Middelveldt en Roelofje Middelveldt. Lammigje Middelveldt werd 31-10-1897 geboren en overleed 18-3-1901. Roelofje Middelveldt zag het levenslicht op 7-2-1894 en stierf 9-3-1894. Van geen van beide kinderen is een graf bekend, terwijl gezien de gewoonten in de families Middelveldt en Raak een eigen graf verwacht mag worden. Ze moeten hier begraven liggen.

30.Erven R.Raak: Roelof Raak, 27-11-1889, 67 jr, Hendrik Raak, 10-12-1917, 67 jr, Roelofje Botter, 24-11-1927, 71 jr. Staande zerk, met grafbedekking van tegeltjes, gericht op het westen. Onderwijzer Roelof Raak werd 14-5-1822 te Staphorst geboren als zoon van Geert Roelofs Raak (zie graf 5 en 6) en overleed 25-11-1889 te Hollandscheveld. Hij stond aan de openbare lagere school aan het Zuideropgaande. In 1884 rapporteerde een inspecteur over het onderwijs: "Het onderwijs van den braven, eenvoudigen R.Raak neemt geen hooge vlugt, doch voor kinderen dezer kolonie zoude zulks ondoelmatig zijn. Zij leeren er genoeg voor hunnen stand." Roelof Raak was getrouwd met Clasina Hartman (1817-1887), een op 22-1-1817 geboren dochter van broodbakker Hendrik Hartman en Aaltien Harms Bakker uit Hoogeveen. Deze schoonouders van Roelof Raak rusten in een eigen graf, graf 380 van blok 4 van de oude Hoogeveense begraafplaats. Clasina Hartman stierf 11-1-1887. Ze werd niet begraven te Hoogeveen, dat is zeker, gezien de gegevens uit de daar bewaarde registers. Gezien de gewoonte van zowel de familie Raak als de families Hartman en Bakker om eigen graven te kopen, ligt een bijzetting op gedeelte 5 te Hollandscheveld voor de hand. Maar gezien de informatie uit de graven hiervoor, is het zeer onwaarschijnlijk dat dit graf no.30 al in 1887 gebruikt werd. Clasina Hartman is waarschijnlijk elders op gedeelte 5 bijgezet, en te denken valt dan aan bijzetting in graf no. 17.

Na de dood van Geert Roelofs Raak (1860) werd deze als voorlezer en voorzanger opgevolgd door zijn zoon, meester Roelof Raak. Meester Roelof Raak ontving in 1866 f 50,- als jaartraktement. Organist meester Veldkamp ontving f 18,45. Meester Veldkamp hoefde alleen maar te spelen, het trapwerk werd in 1866 gedaan door orgeltrapper B.ten Caat, die daarvoor op jaarbasis f 10,- ontving. Meester Roelof Raak was voorzanger tot zijn bedanken om gezondheidsredenen, wat 30-1-1880 door de Kerkvoogdij werd aanvaard. Zijn hier begraven zoon Hendrik Raak beheerde vele jaren de kerkelijke administratie van de Hervormde Gemeente. Verder was Hendrik Raak voorzitter van de Vereniging Hollandscheveld, Plaatselijk Belang. Hendrik Raak werd geboren op 2-4-1850 en is overleden 5-12-1917. Hij was aanvankelijk bakker te Hoogeveen en werd brievenbesteller, postkantoorhouder en caféhouder te Hollandscheveld, op de zuidkant van Het Hoekje. Zijn woning stond in het huisnummerregister uit de periode 1910-1923 vermeld als Hollandsche Veld E 536. Het was in de toenmalige situatie de eerste woning ten oosten van Hendrik Wemmenhove, die in het stokoude pand E 537 woonde, waar nu het nieuwe pand Hoekje 4 wordt gevonden. Hendrik Raak was getrouwd met Roelofje Botter, geboren te Hoogeveen 10-3-1856 als dochter van Klaas Botter en Geertje Kip (zie graf 14) en overleden op 19-11-1927 te Hollandscheveld. Geertje Raak, een dochter van Hendrik en Roelofje Botter, trouwde met Karst Berkenbosch. Twee kinderen uit dit huwelijk liggen in graf 60. Twee andere kleinkinderen van Hendrik Raak en Roelofje rusten in graf 52.

31.Albert Oost: Ferdinand Oost, 25-4-1891, 5 jr. De jongen stierf 21-4-1891, in het pand E 330, zo verklaarden de buren Willem Snippe en Hendrik Mol op het gemeentehuis. Hij was afkomstig uit de gemeente Coevorden, waar hij 30-3-1886 was geboren, en vestigde zich per 7-6-1886 in de streek die we nu Elim noemen. Op de zuidkant van de Bennerwijk. Zijn ouders waren Albert Oost en Cornelia Abels. Vader Albert Oost was landbouwer en voorganger van het Van Leeuwenkerkje, in de periode 1886-1893. Bij het overlijden van zijn zoontje Ferdinand werd vader arbeider genoemd. Blijkbaar had hij zowel een landbouwbedrijfje als een betrekking bij een baas elders. Onder diens leiding was het kerkje het toevluchtsoord van een vrije gemeente op Gereformeerde grondslag, die enige tijd zelfstandig functioneerde en tevens in deze periode enige tijd aansluiting had bij zowel de Dolerende gemeente van Hoogeveen als de Gereformeerde Kerk van Hollandscheveld. Albert Oost speelde een vooraanstaande rol in de oppositie tegen ds.Diemer van de Gereformeerde Kerk. Anderen die in en rond deze strubbelingen een rol speelden, rusten in de graven 40 en 62. Op 11-8-1893 werden Albert Oost uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Hoogeveen, vanwege hun vertrek naar de gemeente Ommen.

32.Egbert Berends Bakker: onbekend. Staande zerk, gericht op het westen, met de verkeerde namen erop. Egbert Berents Bakker is 2-5-1855 getrouwd met Aaltje Pol. Deze Aaltje Pol werd 7-12-1831 geboren als dochter van Roelof Jans Pol en Margje Klaas Botter. Aanvankelijk woonden Egbert Berends Bakker en Aaltje Pol in het pand dat we nu kennen als Hollandscheveldse Opgaande no.19. De stenen boerderij was in 1757 gebouwd door Albert Arents Metselaar (1706-1772), rechtstreekse voorvader van de auteur dezes. Alberts weduwe woonde er in de periode 1772-1782. In 1782 werd het pand verkocht aan hun schoonzoon Berend Bosman, getrouwd met Grietje Alberts Metselaar. Grietje werd 12-10-1810 begraven. In 1812 hertrouwde Berend Bosman met Maria Harms Koster (15-2-1812), werd er op het plaatsje boeldag gehouden (28-2-1812) en werd de boerderij verkocht aan hun dochter Hilligje Berends Bosman en schoonzoon Harm Johannes Fransen. In 1855 raakte het pand in ‘vreemde’ handen, na 98 jaar bezit te zijn geweest van Albert Arents Metselaar en zijn nazaten. Egbert Berends Bakker kocht deze woning op 31-1-1855 (notaris H.J. Carsten, akte no.25 van 1855) en volgens de gewoonten van die dagen zal de woning per 1-5-1855 voor hem ontruimd zijn. De dag erop is hij getrouwd.

Het pand werd later verkocht aan Jacob van der Haar Bzn., en Egbert en zijn vrouw trokken naar Het Hoekje. Egbert werd 1-12-1884 lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang). Hij had een lokaal, waarin hij tapte. Kastelein Egbert Berends Bakker ontving regelmatig de vergaderende leden van de Vereniging Hollandscheveld in zijn zaak. De eerste keer was al op 29-12-1884. Aaltje Pol stierf 1-3-1892 in haar woning op de noordkant van Het Hoekje, E 116, 60 jaar oud. Gelet op de data van uitgifte van belendende graven moet zij het zijn die hier als eerste begraven werd. Waarschijnlijk is Egbert Berends Bakker zelf hier in 1895 bijgezet. Hij werd 24-9-1821 geboren als zoon van Berend Harms Bakker en Margje Egberts Zwiers en stierf 13-2-1895 in zijn woning, E 116, 73 jaar oud. Dit pand E 116 stond even ten oosten van de dokterswoning. Een broer van Egbert Berends Bakker rust in graf 79, een dochter in graf 27. De families Bakker en Pol waren al langer gewoon om eigen graven te kopen. De ouders van Egbert Berends Bakker rusten op blok 4 van de oude begraafplaats te Hoogeveen, in graf 273. De moeder van Aaltje Pol rust op het zelfde blok te Hoogeveen, graf 395. Haar vader werd aldaar in graf 398 bijgezet. Vandaar dat aangenomen mag worden dat ook Egbert en zijn vrouw een eigen graf hebben gekregen. Dit graf 32 te Hollandscheveld was het enige wat hij op zijn naam had staan.

En nu nog het wonderlijkste: Op dit graf, op graf 32, staat de gedenksteen voor Jan Jans Haveman uit graf 33. Hier moet dus wat zijn mis gegaan. In ieder geval is het duidelijk dat er tussen de stenen voor het echtpaar Raak-Botter en Jan Jans Haveman maar één graf lijkt te liggen, terwijl er volgens de boekhouding twee begravingen naast elkaar hebben plaats gehad en twee graven zijn verkocht. Tussen Jan Jans Haveman en de steen van het echtpaar Kikkert-Baven (graf 35) moet slechts één graf zijn verkocht en heeft slechts één begraving plaats gehad. Maar er is ruimte genoeg voor twee graven! Het meest voor de hand liggend is, dat de steen voor Jan Jans Haveman verkeerd is neergezet en vrijwel boven het graf is neergekomen dat was verkocht aan Egbert Berends Bakker.

33.Helena Vos, wed.Jan Haveman: Jan Jans Haveman, 15-8-1892, 67 jr, en Roelof Haveman, 11-1-1898, 17 mnd. Als je zo voor de steen van Jan Jans Haveman staat, dat je de tekst kunt lezen, dan liggen Jan en zijn kleinzoon Roelof Haveman links daarvan begraven, in een graf zonder gedenkteken er boven. Op het bijbehorende gedenkteken, dat op graf 32 staat, lezen we: ‘Ter herinnering aan onze geliefde vader Jan Jans Haveman, 2-2-1825 tot 10-8-1892, echtgenoot van H.Vos, eerder weduwnaar van J.Lip. Namens de familie J. Van de Zwaag-Haveman te America’. Het type steen geeft aan dat het niet gaat om een oorspronkelijke steen uit 1892. Het lijkt erop dat Jan Jans Haveman oorspronkelijk geen steen op of bij zijn graf heeft gehad, maar het waarschijnlijk met een plankje heeft moeten doen. Het vervolg was, dat de familie uit Amerika, na het vergaan daarvan (bij een bezoek van Jan Jans Haveman’s dochter aan de omgeving waarin ze was opgegroeid?) opdracht heeft gegeven om alsnog een stenen gedenkteken op het toch wel wat ‘kale’ graf te zetten. Dit werd verkeerd geplaatst, en aangezien de opdrachtgevers te ver weg woonden om dit te controleren, bleef het staan waar het stond. Iedere andere logische verklaring is welkom. In ieder geval werd 29-4-1997 voor de zekerheid samen met grafdelver Jans Pastoor de situatie nog eens doorgenomen. Er werd aan de hand van de administratie en de feitelijke situatie ter plaatse geconstateerd dat de grafsteen van Jan Jans Haveman inderdaad niet goed is geplaatst. De Roelof Haveman die bij zijn grootvader in het graf werd begraven werd 8-7-1896 geboren als zoon van timmerman Hendrik Haveman en Jantje Kaptein en stierf 7-1-1898, ‘s morgens om 01.00 uur, ten huize van zijn ouders, Hollandsche Veld E 483 (westkant Zuideropgaande, vierde huis vanaf Het Hoekje). Waarom hij niet op de steen gekomen is? Wist de familie uit Amerika trouwens wel dat de kleine Roelof hier was begraven?

De familie Haveman komt van oorsprong uit Oost-Stellingwerf. Daar werd Jan Jans Haveman geboren als zoon van Jan en Jantje Haveman. Timmerman Jan Jans Haveman kwam naar het Hollandscheveld en was daar getrouwd met achtereenvolgens Jantje Lip en Helena Vos. Ze waren lid van de Gereformeerde Kerk van het Jan Wintersdijkje. Jan was daar ouderling van 1-1-1882 tot 1-1-1884 en van 1-1-1887 tot 24-4-1890. Ze kozen ervoor om tijdens de conflicten rond ds.Diemer naar het toen Dolerende Van Leeuwenkerkje aan het Dwarsgat (Elim) te gaan. Jan Jans Haveman werd een van de initiatiefnemers van een Dolerende kerk-in-wording voor het Zuideropgaande. Op 15-7-1891 verschenen J.Haveman, Egbert van der Weide en Hendrik Boertien, ex-leden van het Jan Wintersdijkje, op de kerkeraadsvergadering van de Hoogeveense Dolerenden. Enkele ogenblikken later kwam ook Albert Oost (zie graf 31) binnen, de toenmalige Dolerende voorganger van het Van Leeuwenkerkje. De heren deelden hun verlangen mee te komen tot de oprichting van een lokaal op het Zuideropgaande en ze wensten daaromtrent het advies van de kerkeraad te horen.

Ds. Kruyswijk, Dolerend predikant te Hoogeveen, adviseerde hen eerst te proberen de eigen (gereformeerde) kerkeraad te bewegen aansluiting te zoeken bij de Doleantie en, mocht dit niet het gewenste gevolg hebben, zelf zo gauw de kans ertoe is ambtsdragers kiezen. De tweede kerk c.q. noodkerk aan het Zuideropgaande is er niet gekomen. Niet onder Dolerend gezag en niet als vrije gemeente of deel van de gemeente van het Dwarsgat. De gelovigen bleven naar het Van Leeuwenkerkje gaan, of sloten zich na het vertrek van ds. Diemer toch maar weer aan bij die van het Jan Wintersdijkje. Waarschijnlijk is Jan Jans is begrafenis, nog midden onder de conflicten met ds.Diemer, geleid door Albert Oost of een andere oefenaar uit het Van Leeuwenkerkje. Jan Jans Haveman overleed in zijn eigen woning, het pand E 395. Dit stond op de oostkant van het Zuideropgaande, op de Groot Hendrikswijk of de Samuëlswijk.

Jan Haveman, de op 8-1-1871 geboren zoon van Jan Jans Haveman, vertrok 2-2-1893 uit de gemeente Hoogeveen naar Michigan, Noord-Amerika. Het ging hem daar goed en op 4-8-1893 vertrokken ook de weduwe van Jan Jans Haveman (Helena Vos) en Jan Jans Havemans zonen Jacob en Johannes naar de VS, naar Joa. Alleen Jan Jans Havemans zoon Hendrik (graf 58) en zijn dochter Jantje bleven achter in Nederland. Timmerman Hendrik Haveman was eerst getrouwd met Jantje Kaptein en later met Geertje Groen. Hendrik en Jantje rusten in graf 58, Geertje Groen en haar zoon Jan Haveman in graf 73. Twee zonen van Hendrik Haveman vertrokken in navolging van grootmoeder en drie ooms eveneens naar Noord-Amerika. Jan Haveman, geboren 4-5-1883, woonde enige tijd buiten de gemeente Hoogeveen en werd toen opgenomen in Oud-Rozenburg, een gesticht voor krankzinnigen te Loosduinen. Toen hij weer was opgeknapt kwam hij naar het Hollandsche Veld terug, naar de woning van zijn ouders. Hij trouwde 19-5-1906 met Boukje Kuperus, geboren in 1882 te Steenwijkerwold, en vertrok met haar 2-6-1906 naar Zuid-Dakota, VS. Jan kwam jaren later terug naar het Hollandscheveld en werd bij zijn moeder begraven. Jans broer Johannes Haveman, geboren 19-8-1890, trouwde 24-6-1911 met Hendrika Johanna Steen en vertrok met haar al de 28ste juni van dat jaar naar Noord-Dakota, VS.

34.Geert Bakker: onbekend. Bakker Geert Bakker (zie graf 80), zoon van Jan Bakker en Lammigje Raak (zie graf 79) was getrouwd met Hilligje Troost (zie graf 80), een dochter van Jan Troost en Aaltje Fernhout (zie graf 41). Ze woonden bij Noordscheschut. Hun zoontje Jan Bakker werd 3-9-1889 geboren en overleed 17-2-1895, 5 jaar oud, in hun woning, Noord C 231. Dit kind moet hier begraven zijn. Een zuster van Jan Bakker rust in graf 69.

35.Elsje Baven, wed.Albert Roelofs Kikkert: Albert Kikkert, 16-9-1896, 74 jr en Elsje Baven, 5-10-1904, 80 jr. Staande zerk, gericht op het westen. Albert Roelofs Kikkert, schipperszoon, landbouwer en vervener, werd 5-9-1822 geboren als zoon van Roelof Berends Kikkert en Hendrikje Gritter. Hij was ouderling in de Gereformeerde Kerk aan het Jan Wintersdijkje van 1-1-1872 tot 1-1-1879, van 1-1-1880 tot 1-1-1883 en van 1-1-1884 tot 1-1-1886. Albert Roelofs Kikkert overleed 11-9-1896. Hij trouwde op 6-9-1862. Zijn vrouw Elsje Baven werd 23-9-1824 geboren, als dochter van Jacob Baven en Alberdina Wedeven, en overleed 30-9-1904. Kortom, alles in september. In de op de steen vermelde tekst van Openbaringen 14:13 lezen we (NBG-vertaling): "En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na." Een mooie tekst, die aangeeft hoe de nabestaanden over hen dachten. De zoon van dit echtpaar Kikkert rust in graf 99. Zoon Jacob woonde volgens het huisnummerregister uit de jaren 1890-1899 op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande, op E 535, en Albert Roelofs Kikkert en zijn vrouw woonden er naast, op E 535a. Aldaar is Albert Roelofs Kikkert overleden.

36.Albert Strijker Wolterszoon: Catharina Brink, 25-3-1897, 46 jr. Catharina Brink was een dochter van Berend Brink en Hendrika Kuiper uit graf 24. Ze was sinds 10-3-1880 getrouwd geweest met schipper Albert Strijker, geboren op 23-8-1854 als zoon van Wolter Strijker en Trijntje Boer. Ze overleed 20-3-1897 in de gemeente Soest. Ze werd overgebracht naar Hollandscheveld om hier begraven te worden. Hollandscheveld was hun domicilie. Ze overwinterden er ook. Dat blijkt onder meer uit de overlijdensakten. Op 30-1-1886 beviel Catharina Brink van een doodgeboren dochter, terwijl ze met hun schip in het water van Het Hoekje lagen, bij de woning van Gerrit Jan Willering (graf 18). Na het overlijden van Catharina Brink is Albert Strijker op 2-11-1898 weer getrouwd met Margje Haar, de dochter van Gerard Haar en Geesje Kreuzen.

37.Wed.Albert R.Kaptein: Jentje Scholten, 22-2-1911, 75 jr. Op dit graf staat geen gedenkteken en het vele groen tussen de laatste gedenktekens en het baarhuisje wekte blijkbaar de indruk dat daar niemand meer lag. Dit graf wordt dan ook min of meer gebruikt als pad, om langs het baarhuisje naar de achterliggende koopgraven te lopen. Het graf kan moeilijk in 1911 in gebruik zijn genomen, want dat past niet ten opzichte van de belendende graven. Volgens de volgorde van uitgifte zou dit graf in 1897 in gebruik genomen moeten zijn. Dat jaar overleed Albert Roelofs Kaptein, de echtgenoot van Jentje Scholten. Hij moet de eerste bijzetting in dit graf zijn geweest.

Zowel de familie Scholten als de familie Kaptein hoorde tot de oude Hollandscheveldse families. Schipper Sijmen Alberts Scholte, een rechtstreekse voorvader van Jentje, bouwde in 1712 de eerste woning aan wat we nu kennen als het Hollandscheveldse Opgaande, bij de huidige panden no. 41/43 en 45. Zijn nazaat schipper Jan Simens Scholten (getrouwd met Albertje Jans Kroezen) was in de Franse Tijd mede-participant (bezitter van meer dan 25 morgen veen en/of ondergrond) en woonde eveneens in de velden. Zijn zoon Harm Jans Scholten trok naar het dorp Hoogeveen. Schoenmaker Harm Jans Scholten woonde op de oostkant van de huidige Hoofdstraat, in het noordelijkste pand van de toenmalige streek De Huizen. Jentje Scholten was 28-3-1835 geboren als dochter van deze Harm Jan Scholten en Jantien Gerrits Prins. Vanaf 1717 was Lambert Roelofs Dodevis een van de buren van Sijmen Alberts Scholte aan het Hollandscheveldse Opgaande. Diens zoon Roelof Lamberts Dodevis was schipper, vervener en de tweede onderwijzer van het Hollandsche Veld. Hij gaf les aan een streekschool, in stand gehouden door de bevolking zelf. Albertje Roelofs Dodevis (1760-1849) was een dochter van meester Dodevis. Ze trouwde met Geert Willems Kaptein (1754-1829), zoon van Willem Kaptein en Trijntje Jans Koster, en ze woonden op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Een zoon van dit echtpaar kreeg zowel de achternaam van vader als van moeder. Deze Roelof Dodevis Kaptein (1804-1867), eveneens schipper, trouwde met Alberdina Enting. Albert Roelofs Kaptein, echtgenoot van Jentje Scholten, werd 11-2-1834 geboren als zoon van Roelof Dodevis Kaptein en zijn Alberdina.

Albert Roelofs Kaptein en Jentje Scholten voeren aanvankelijk op een kleine praam. Zij erfde land aan het Zuideropgaande. Zelf kocht Albert Kaptein ook wat land. In 1874 bezaten ze zes hectare bouw- en weiland en wat hakbos. Hun zes kinderen bleven aan boord, maar de hoeveelheid mensen op het kleine schip werd te groot. Albert Roelofs Kaptein pachtte een boerderij aan het Zuideropgaande, in de buurt van zijn land. Jentje Scholten en de dochters kwamen op de boerderij en Albert en de jongens bleven varen. Tot het moment dat dochter Harmanna met Harm Zomer trouwde. Jentje kwam weer aan boord en Harmanna en haar man kwamen op de boerderij. De kleine praam was vervangen door een veel groter exemplaar, waarmee ze ook over de Zuiderzee voeren. Bekend is dat Albert en Jentje op 26-4-1892 een brief uit Amsterdam schreven, waar ze zaterdag 23-4-1892 met hun lading waren gearriveerd. Hun zoon Roelof Kaptein (1862-1927) kon op zijn 16de nog niet schrijven. Albert en Jentje boden de hoofdmeester uit Hollandscheveld (meester Berend Veldkamp) f 25,- als deze hem dat binnen een jaar zou leren, zo werd binnen de familie overgeleverd. Schipper Albert Roelofs Kaptein overleed op 9-6-1897, 63 jaar oud. Hij woonde en overleed in het pand Hollandsche Veld E 470, op de westkant van het Zuideropgaande, de eerste boerderij ten noorden van de Gereformeerde pastorie. Jentje Scholten overleed 17-2-1911 ten huize van Hendrik Haveman, E 515. Hendrik Haveman, een zoon van Jan Jans Haveman (graf 33) was in zijn eerste huwelijk getrouwd geweest met Jantje Kaptein, een dochter van Albert Kaptein en Jentje Scholten (zie ook graf 58).

TWEEDE RIJ, VAN DE BRUG TOT HET BAARHUISJE:

38.Wed.Berend Kleine: Geesje Booij, 13-6-1903, 85 jr en Berend Klaas Kleine, 1897, 81 jr. Dit oude graf, zonder gedenkteken, is half groen en half door het pad in beslag genomen. Schipper Berend Klaas Kleine werd 27-8-1815 geboren als zoon van Klaas Kleine en Hilligje Fictorie. Hij overleed 16-6-1897, in zijn woning aan de Kerkenkavel, Krakeel D 112. Zijn vrouw Geesje Booij werd 17-1-1817 geboren als dochter van Jan Booij en Geesje Kreeft. Ze stierf 9-6-1903. Berend en Geesje waren 4-3-1837 getrouwd en hadden acht kinderen. Hun dochter en schoonzoon werden begraven in graf 82.

39.Gerrit Boersma: onbekend. Om dit graf staat een flink verroest hekwerk, zonder naambordje aan de binnenkant. Dit bordje moet al vroeg zijn verdwenen, voordat de administratie van de koopgraven van deze begraafplaats werd opgemaakt. Het hekwerk staat aan het pad en passanten konden daar niet afblijven? Koopman Egbert Post, buurman van ds. Gerrit Boersma, en schipper Johannes Kikkert gingen 27-7-1897 naar het gemeentehuis om daar door te geven dat Jan Hendrik Boersma was overleden. Die moet hier begraven liggen, want het was het enige gezinslid van ds.Gerrit Boersma dat in deze periode overleed. Jan Hendrik Boersma was 8-4-1897 geboren als zoon van ds. Gerrit Boersma en Anna Christina van Paddenburgh. Hij werd maar drie maanden oud. Hij stierf 26-7-1897, ‘s morgens om 10.00 uur, in de pastorie te Hollandscheveld, E 119. Op 28-11-1901 werd door Leffert Johan Boersma, een broertje van Jan Hendrik en eveneens een zoon van ds.Gerrit Boersma, de eerste steen gelegd voor de vergaderzaal achter de Hervormde kerk. Een beschadigde gevelsteen in het gebouwtje herinnert er nog aan. De ‘metselaar’ van de eerste steen was 25-6-1898 geboren, en tijdens zijn daad nog maar drie jaar en vijf maanden oud. Ds.Gerrit Boersma stierf zelf 4-2-1942, in de Hervormde pastorie te Loenen op de Veluwe.

40.Wed.Adam Varekamp: ds.Adam Varekamp, juni 1898, 37 jr. ‘Het leven was hem Christus, het sterven een gewin’, lezen we op de opvallende steen, op deze begraafplaats enig in zijn soort, vanwege vorm en stand, schuin achterover. Ds.Adam Varekamp werd geboren te ‘s Gravenzande op 20-12-1860, als zoon van timmerman Johannes Varenkamp en Grietje Boon, en was getrouwd met Grietje Buwalda. Hij begon als predikant te Tiel, waar hij in de jaren 1891-1896 werkzaam was in de Gereformeerde Kerk. Daarna was hij predikant van de Gereformeerde Kerk van Hollandscheveld, na het vertrek van ds.Diemer. Dit vertrek was een gedwongen vertrek, door de grote moeilijkheden die rond ds.Diemer in de gemeente ontstaan waren. Onder ds.Varekamp moest de opbouw weer plaats hebben, van de verscheurde gemeente. Hij was zeer geliefd binnen zijn gemeente, maar stierf menselijkerwijs gesproken veel te vroeg. Hij diende de Gereformeerde Kerk van Hollandscheveld van 18-10-1896 tot zijn dood op 19-6-1898. Hij stierf in de Gereformeerde pastorie, Hollandscheveld E 469. Zijn kerkeraad droeg zijn kist grafwaarts.

41.Jan Troost: Aaltje Fernhout, 3-9-1898, 57 jr en Jan Troost, 26-1-1909, 67 jr. Liggende zerk. Aaltje Fernhout werd 4-11-1840 geboren als dochter van Hendrik Fernhout en Tonia van Aalderen, en overleed 30-8-1898. Haar man Jan Jacobs Troost, schipper en vervener, was 16-12-1841 geboren en overleed 21-9-1909. Jan was een broer van Roelof Troost (graf 7) en Karst Jacobs Troost, eigenaar van het Van Leeuwenkerkje. Hun ouders waren Jacob Troost en Hilligje Karst Sempel (graf 83, blok 4, begraafplaats Hoogeveen). Jan Jacobs Troost en Aaltje Fernhout groeiden beiden op in het dorp Hoogeveen. Ze trouwden 9-12-1866 en gingen vrijwel direct in het Hollandsche Veld wonen, waar ze de rest van hun leven zijn gebleven. In 1868, bij de geboorte van het eerste kind (Hilligje) woonden ze op Hollandsche Veld A 514. Ze bleven echter wat betreft hun begrafenisgebruiken aanvankelijk sterk gericht op het dorp Hoogeveen, ondanks de aanwezigheid van een begraafplaats in het Hollandsche Veld. Op 25-10-1869 werd hun tweede kind geboren. Dit zoontje, Hendrik, is 10-1-1870 overleden. De kleine Hendrik Troost werd 14-1-1870 bijgezet in graf 80 van blok 4 te Hoogeveen, in het grote familiegraf Troost. Hun zevende kind, Aleida, werd 1-7-1882 geboren. Ze overleed 2-8-1884. Ook Aleida werd in het familiegraf Troost bijgezet, in graf 85 van blok 4, op 6-8-1884. Pas bij de dood van zijn vrouw kocht Jan Troost een eigen graf op de begraafplaats van het Hollandsche Veld.

Jan Jacobs Troost was actief lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang) en zat als zodanig in diverse commissies van deze vereniging. In een brief van 5-4-1874 werden Jan Troost en Lute Blomsma (graf 13) door de Vereniging Hollandscheveld bij de gemeente Hoogeveen voorgedragen als brandmeesters, bij de in oprichting zijnde Hollandscheveldse brandweer. Ze hebben het dorp als zodanig vele jaren gediend. Jan Jacobs Troost was oorspronkelijk eigenaar van de grond waarop we nu de laan vinden, van het Rechtuit tot aan de zuidrand van de begraafplaats. Toen in 1902 in de gemeenteraad het voorstel werd aangenomen om de nieuw aan te leggen delen van de begraafplaats met het Rechtuit te verbinden, bood hij de grond ervoor op verzoek van het raadslid F.H.Robaard te koop aan. De gemeente werd voor f 200,- eigenaar van de grond voor de laan. Jan Jacob Troost en Aaltje Fernhout woonden in het door broer Roelof Troost (graf 7) gebouwde pand, voorop het Zuideropgaande, op de westkant van dit vaarwater. In 1890 was dit genummerd als Hollandsche Veld E 486. Dochters van dit echtpaar rusten in graf 65 en 80, een zoon in graf 42, en een kleinkind in graf 34.

42.Jan Troost: Alida Cornelia Warmolts, 16-8-1909, 36 jr en Jacob Troost, 29-12-1950, 78 jr. Staande zerk met tekst en zwart-marmeren Liggende zerk. Alida Geertruida Cornelia Warmolts werd 21-11-1872 geboren als dochter van Gerrit Warmolts en Alijda Huisman en stierf 12-8-1909 in haar woning te Noordscheschut. Haar man Jacob Troost werd 17-10-1872 geboren, als zoon van Jan Jacobs Troost en Aaltje Fernhout (zie graf 41), en overleed 25-12-1950. Hij was bakker te Noordscheschut, op de noordkant van de Hoogeveensche Vaart, bij het schut. Hoewel het redelijk nieuwe gedenkteken op dit graf voor de familie weinig onderhoud geeft, is het door nieuwigheid een ontsiering op deze oude begraafplaats. Het was mooier geweest als er een gedenkteken op was gekomen dat meer aansloot bij wat in de vijftiger jaren gebruikelijk was.

43.Hendrika Brink, wed.Jacob Troost: Jacob Troost, 28-1-1901, 47 jr en Hendrika Brink, 27-4-1929, 82 jr . Staande zerk. Bakker Jacob Roelofs Troost werd 30-8-1853 geboren, als zoon van Roelof Jacobs Troost en Margaretha Brink (zie graf 7), woonde in het Hollandsche Veld. In de periode 1890-1899 was dat op E 484, het 3de huis op de westkant van het Zuideropgaande, geteld vanaf de Hervormde kerk. Hij overleed op 23-1-1901 te Zwolle. Zijn vrouw Hendrika werd 26-8-1846 geboren als dochter van broodbakker en tapper Berend Brink en Henderica Kuipers (graf 24), en stierf 23-4-1929. Kinderen rusten in graf 9.

44.Jacob Berkenbosch Hgzn.: Margje Bakker, 6-12-1901, 38 jr en Jacob Berkenbosch, 18-2-1938, 73 jr. Hier begint weer een mooie puzzel. Er blijken namelijk volgens het register van de begraafplaats in december 1901 twee Margje Bakkers begraven te zijn, beiden in een graf dat eigendom was van Jacob Berkenbosch, zie ook graf 47. Volgens de overlijdensakten van de gemeente Hoogeveen is er in de hele periode 1893-1912 maar één Margje Bakker overleden. Deze Margje Bakker was 27-5-1863 geboren als dochter van Jan Bakker en Lammigje Raak, uit graf 79, en overleed 2-12-1901 in haar woning, E 490. De overlijdensdatum van deze Margje Bakker komt overeen met de datum die we vinden bij de Margje Bakker uit graf 47. Maar er kan hier dus maar één Margje Bakker begraven liggen! Bij graf 47 gaat het dus om een overlijdensdatum, en niet om een begraafdatum. Dat is al iets wat zeker is. Bij de Margje Bakker uit graf 44 gaat het wel degelijk om de begraafdatum van de Margje Bakker uit de ene overlijdensakte. Dit feit, en het feit dat het nogal eens gebruikelijk was dat een man met meerdere echtgenotes uiteindelijk zelf bij zijn eerste echtgenote begraven werd, leidt er toe dat aangenomen wordt dat Margje Bakker, echtgenote van Jacob Berkenbosch, begraven werd in graf 44, en dat de vermelding bij graf 47 op een vergissing berust. Verder past bijzetting in graf 44 van een op 2-12-1901 overleden persoon ook beter bij de datums van in gebruikneming van de omliggende graven. Graf 43 is bijvoorbeeld ook uit 1901 en graf 45 en 46 zijn uit 1902. Het zou niet erg voor de hand gelegen hebben dat Jacob Berkenbosch in de periode 1901-1902 dit graf had gekocht, als het niet voor Margje Bakker zou zijn geweest. Er is namelijk geen enkele andere overledene uit zijn gezin uit deze periode bekend.

Jacob Berkenbosch werd 20-6-1864 geboren als zoon van Hendrik Gerhardus Marchienus Berkenbosch en Hilligje Troost. Deze Hilligje Troost was een zuster van Roelof Troost uit graf 7 en Jan Troost uit graf 41. Ze werd 7-10-1834 geboren en trouwde 18-6-1854 met Hendrik Gerhardus Marchienus Berkenbosch, geboren 14-4-1832 als zoon van onderwijzer Jan Berkenbosch en Rolina ter Stege. Het echtpaar woonde te Hoogeveen, waar Jacob Berkenbosch opgroeide. Jacob stierf op 13-2-1938, in zijn woning in het Hollandsche Veld, E 474, 73 jaar oud en zonder beroep. In zijn overlijdensakte werd gemeld: echtgenoot van Grietje Kramer, eerder weduwnaar van Geesje Blanken en Margje Bakker. Jacob was achtereenvolgens getrouwd met 1. Margje Bakker, op 15-6-1898, 2. Geesje Blanken, op 16-4-1904 en 3. Grietje Kramer, op 22-4-1911. Grietje Kramer was 3-7-1875 geboren en overleed 13-7-1952 in te Oosterwolde.

45.Anthonie van Dijk: Alberta van Dijk, 12-7-1902, ruim 2 mnd. Jan Kip (uit graf 101) en Jan Remken, buren van de dominee, deden op het gemeentehuis aangifte van de dood van het dochtertje van Gereformeerd predikant Anthonie van Dijk en Frederika Andrea Geerlings. Het kind was geboren op 13-4-1902, en was overleden op 9-7-1902, nog net geen drie maanden oud, in de pastorie van haar ouders, E 469.

46.Frens Klooster: Geertje Vos, 7-6-1911, 46 jr en Johan Klooster, 16-8-1911, 2 mnd. Johan Klooster werd 30-5-1911 geboren als zoon van Frens Klooster en Geertje Vos. Hij overleed 12-8-1911. Met zijn geboortedatum wordt ook duidelijk wat er met Geertje Vos is gebeurd. Deze stierf 3-6-1911, aan de complicaties die na de bevalling optraden. In haar overlijdensakte is een opmerkelijke fout geslopen. Volgens de akte was ze: ‘zoon van Johannes Vos, overleden, en van Johanna Kats.’ Haar overlijden werd aangegeven door de 47-jarige arbeider Harm van der Weide en de 72-jarige arbeider Hendrik Hunze. Boersma was ambtenaar van de burgerlijke stand. Ze hebben het foutje blijkbaar niet gezien of gehoord, bij het voorlezen, want er is geen verbetering in aangebracht. Geertje Vos was de eerste vrouw van grofsmid Frens E. Klooster. Geertje Vos was een dochter van een oud-grafdelver van deze begraafplaats. Ze werd 27-2-1865 geboren en trouwde op 10-12-1887 met Frens, een uit Ruinen afkomstige jongeman, zoon van landbouwer Evert Klooster en Klaasien Kloeze. Wat betreft de datum van de eerste bijzetting in dit graf, valt de begrafenis van Geertje Vos hier een beetje uit de toon. Er zou een overlijden uit 1901 of 1902 verwacht worden, gelet op de graven ernaast. Geertje Vos was 5-5-1902 bevallen van een levenloos kind, een meisje, zo gaven de buren Jan Metselaar en Gerrit Houwer aan op het gemeentehuis. Met dit overlijden, en de veronderstelling dat dit kind hier werd begraven, komen we weer goed uit. Dit levenlose kind is de eerste bijzetting geweest. Frens Klooster hertrouwde met Pietronella Bijleveld, zie graf 74.

47.Jacob Berkenbosch: Margje Bakker, 2-12-1901, 38 jr, Geesje Blanken, 23-2-1908, 36 jr en een levenloos kind van Jacob Berkenbosch en Grietje Kramer, 1-3-1912. De bijzetting van Margje Bakker moet op een vergissing berusten, zie ook het verhaal bij graf 44. Geesje Blanken was 6-1-1872 geboren als dochter van vervener Albert Blanken en Aaltje Ymker. Ze trouwde 16-4-1904 met Jacob Berkenbosch en overleed volgens haar overlijdensakte op 23-2-1908, in het pand Hollandsche Veld E 490, op de zuidkant van Het Hoekje. De in het begrafenisregister bijgeschreven datum gaat dus niet om de datum van de begrafenis, maar om de datum van haar dood. Na haar dood is Jacob Berkenbosch voor een derde keer in het huwelijk getreden, met Grietje Kramer. Uit dit derde huwelijk is het levenloze kind, dat hier begraven is.

48.Albert Mol: Dina Mol, 10-12-1912, 52 jr en Albert Mol, 6-8-1914, 57 jr. Staande zerk. Albert Mol werd 13-6-1857 geboren en overleed 2-8-1914. Hij was een zoon van Roelof Mol en Arendina Frederika Winkel. Zijn vrouw Dina Mol werd 20-9-1860 geboren, als dochter van Andries Lamberts Mol en Johanna Boer, en overleed 6-12-1912. Beiden stierven in het pand Hollandsche Veld E 484, dat in het huisnummerregister uit de periode 1910-1923 op de westkant van het Zuideropgaande werd gevonden. E 480 was de molen van Eshuis, E 484 stond even ten noorden daarvan. De tekst op hun graf, Openbaringen 14:13, heeft als centrale troostende woorden: ‘Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven’. Een zoon en een broer rusten in graf 63.

49.Carl Theodorus Broekhoff: Willem Joh. Broekhoff, 31-3-1913, 14 jr. Hekwerk met los naambordje. Willem Johannes Broekhoff was het zoontje van dokter Broekhoff, huisarts te Hollandscheveld, en zijn vrouw Margje Jager. Willem werd 25-9-1898 te Hollandscheveld geboren en overleed aldaar 26-3-1913, in de nog bestaande dokterswoning (toen E 107) aan Het Hoekje. Aan de binnenkant van het hekwerk op het graf hing vele jaren een naambordje, met daarin verwerkt een foto van Willem. Een jongen met een pet op. Deze foto heeft sterk tot de verbeelding gesproken, van velen die de graven bezochten. Een soortgelijk gebruik was enig in zijn soort, in deze periode op deze begraafplaats. Het naambordje is nu onderuit gezakt, staat in de aarde te wachten op verdere corrosie, en de foto is niet meer herkenbaar.

50.Roelof Giethoorn: Roelof Giethoorn, 2-8-1919, 81 jr en Lammigje Boer, 13-10-1919, 80 jr. Staande zerk binnen een hekwerk, op een grindbetonnen liggende grafplaat. Op de voorkant van de gallerij in de Hervormde kerk van het dorp lezen we onder het orgel onder meer de naam R.H.Giethoorn. Roelof Hendriks Giethoorn maakte deel uit van de commissie die het huidige kerkorgel wist te financieren en aan te kopen. Hij werd 26-5-1838 geboren als zoon van schipper Hendrikje Giethoorn en Aaltje Roelofs Bouwmeester. Hij was een nazaat van meester Roelof Dodevis, de tweede onderwijzer van het Hollandsche Veld. Roelof Giethoorn had een boerderij op de oostkant van het Zuideropgaande. In het huisnummerregister uit de periode 1910-1923 vinden we het pand vermeld als Hollandsche Veld E 242. Het stond aan het Zuideropgaande, op de zuidkant van de Bakkerswijk, en Roelof woonde naast zijn zoon Hendrik (E 243). Behalve landbouwer was hij commies, onbezoldigd ordebewaarder, en oppasser voor de bossen van de kantonrechter. Een statig man, die zelfbewust met zijn wandelstok en zijn maatstok door veld en bos stapte. Zijn maatstok gebruikte hij voor het planten van bomen en dergelijk werk. Zijn verschijning boezemde bij de jeugd ontzag in. Voor zijn werk werd hij koninklijk onderscheiden. Roelof stierf 29-7-1919, ‘s morgens om 10.00 uur. Kort voor zijn dood was hij door de sleten gevallen. De sleten waren palen die tussen de gebinten van een boerderij werden gelegd, waarop dan hooi bewaard kon worden. Roelof liep erover, viel, glipte er tussendoor en viel twee meter lager op de harde grond. Dat was te veel voor de toen al 81-jarige man. Zijn vrouw, Lammigje Boer, heeft hem maar twee maanden overleefd. Ze stierf 8-10-1919. Lammigje Boer werd 12-11-1838 geboren als dochter van Jurjen Lamberts Boer en Klaasje Hendriks Lubberts.

51.Jantje Boertien, wed.L.Belle: Lute Rinks Belle, 27-1-1915, 59 jr. Staande zerk. Lute Rinks Belle was winkelier en caféhouder te Nieuwlande. Hij was geboren te Ooststellingwerf, op 18-9-1855, als zoon van Rink Jacobs Belle en Egbertje Luites Kromkamp, en overleed te Nieuwlande 23-1-1915. Een zuster van Lute Belle rust in graf 94. Lute’s woning viel toentertijd nog onder het Hollandscheveld, E 194. Het pand stond op de noordkant van het Oostopgaande, op het punt waar het Dwarsgat van Nieuwlande uit het Oostopgaande ontsprong, en is nu een winkel. Jantje Boertien werd 15-6-1848 geboren als dochter van Geert Egberts Boertien (1806-1865) en Jantje Arends Schonewille (1806-1859). Uit een kortstondige relatie met een verder onbekend gebleven man werd een zoon geboren, die ze op 6-2-1878 meenam in haar eerste huwelijk met Jan Booy (1839-1881), weduwnaar van Egbertje de Graaf. De zoon is later op jonge leeftijd verongelukt, tijdens arbeid in de bossen. Jan Booy overleed 6-2-1881. Jantje Boertien trouwde daarop met Jan ter Loo, eveneens jong overleden. Haar derde echtgenoot was Lute Belle. In diens café stond ook Jantje achter de tap. Na de dood van Lute Belle heeft Jantje Boertien nog enige tijd in het pand gewoond. Daarna ging het pand over op Geert Snippe. Jantje bleef op de noordkant van het Oostopgaande wonen. Bij het opstellen van het huisnummerregister uit de periode 1923-1928 kreeg haar woning nummer E 194, dat ze ook had in de tapperij met Lute. Toen Elim in 1924 als dorp erkend werd, en deze naam ook aan een gebied gegeven moest worden, kwam de noordkant van het Oostopgaande nog net bij Elim, wijk H. Hollandsche Veld E 194 werd toen Elim, H 4. Tapster Jantje Boertien overleed 3-1-1925 op de noordkant van het Oostopgaande, in wat in haar overlijdensakte H 5 wordt genoemd. H 4 ging over op naam van haar zoon, Roelof Belle. Dit was zozeer het begin van het gebied dat bij Elim werd ingedeeld, dat de woning van wijlen Albertje Boertien, op naam van haar zoon Roelof Belle, in het huisnummerregister van 1929-1933 als wijk H nummer 1 werd ingeschreven. Waarschijnlijk werd Jantje Boertien begraven in graf 51 van blok 5 te Hollandscheveld, bij haar man Lute Rinks Belle.

Oud-veenarbeider Hendrik Booij schreef, na een uiteenzetting van het harde leven in het veen: "Toch waren de mensen niet erg ontevreden. Als ze vrijdagsavonds een borrel van de baas kregen bij Lute Belle, dan zeiden ze steevast de volgende dag, dat ze een goede baas hadden. Een borrel kostte toen 5 cent. En zo deden ze met plezier hun werk." (‘Herinneringen van een veenarbeider’, blz.51.). Anderen beleefden dit minder plezierig. Beertje Metselaar (1879-1974) vertelde over haar ouders Jan Metselaar en Metje Lenten zo beeldend, dat haar kinderen zich het volgende verhaal voor de geest wisten te halen, waarin Jan met zijn collega-veenarbeiders de kroeg van Lute Belle nader: "Zaterdagmiddag. De veenarbeiders hebben hun loon ontvangen, de meesten tussen de f 4,50 en f 5,-. Maar Jan Metselaar heeft vijf gulden en veertig cent ontvangen. ‘k Heb het zelf gezien, zegt Hendrik van ‘t Lochie. De afgunst komt al weer boven en ze zeggen tegen elkaar: ‘Dan moet Jan trakteren.’ Ze zijn met zijn tienen, dat is samen 40 cent. Onderweg beginnen ze er over te praten. Iemand die zoveel verdient kan wel een keer trakteren. Maar Jan zegt hun wel: ‘Maar dat doe ik niet! Ik heb Mette beloofd dat er geen cent af ging en dat blijft zo.’ Niet meer over praten, zegt Egbert. Jan heeft gelijk. Hij heeft al zo vaak getrakteerd. Ze naderen het cafeetje aan de Nieuwlandiger Straatweg en de mannen gaan allemaal wat vlugger lopen als het café in zicht komt. Jan blijft wat achter. Hij gaat niet mee naar binnen. Beslist niet. Als hij het cafeetje wil passeren komt net Egbert naar buiten, die hem staande houdt met een gevuld glaasje in de hand en zegt: ‘Jan, ik heb vaak een borrel van jou gehad, hier een van mij op onze vriendschap.’ Hij wijfelt even, maar een klop op de schouder van Egbert met de woorden ‘op je gezondheid en dat je ze nog lang mag lusten Jan’, en hij slaat de borrel achterover. ‘Bedankt’, zegt hij, en wil verder gaan. Maar dat is niet de bedoeling van de anderen, die ook naar buiten zijn gekomen.

‘Ook een borrel van mij, Jan’, zegt Evert, ‘je hebt er nog wel een van mij te goed’. ‘En van mij ook nog een’, mengt Derk zich in ‘t gesprek. De borrels worden al aangedragen en Jan drinkt ze op. De verleiding is begonnen. Na vier of vijf borrels wil Jan beslist naar huis. Maar dan beginnen ze anders tegen hem: ‘Zit je onder de plak van Mette?’ ‘Mag een kerel die zo’n loon verdient niet een borrel op zaterdag?’ ‘Nee jongens, ik wil niet meer drinken. Ik heb het Mette beloofd, ik drink niet meer.’ ‘Nou, dat merken we wel, je lust ze anders wel van ons. Jan, kom op, één rondje, en we gaan samen als vrienden naar huis.’ Dan gaat hij mee naar binnen, bestelt een rondje voor de hele ploeg. Als de glaasjes vol staan zegt Egbert: ‘Dit is de laatste borrel die Jan Metselaar weggeeft jongens, dus allemaal gelijk op. Allemaal een glaasie, de hand an ‘t glaasie, ‘t glaasie van de tafel, ‘t glaasie voor de navel, ‘t glaasie an de mond, een borrel is gezond!’ het café van Lute davert van het voetgestamp. De stemming is er in. ‘Een volgende ronde voor mij’, zegt Derk. ‘Ook een voor mij’, zegt Lange Siemen, en de zuippartij is begonnen. Twee uur later keren de negen vrienden beschonken huiswaarts, maar Jan blijft achter. Die heeft teveel gehad. In zijn portemonnee heeft Lute nog twee kwartjes en een dubbeltje laten zitten, die hem eigenlijk ook toekwamen, want die kerels dronken het als water. De anderen brengen nog bericht bij Mette. Een klein jongetje komt met de boodschap: ‘Jan ligt bij Lute’. Ze weet genoeg. Het leven gaat verder. Ze gaat ‘s avonds haar man halen, als het donker wordt. Ze kennen haar, sober en vroeg-oud vrouwtje, met die droeve ogen, die je zo verwijtend kan aankijken. Net of zij de schuld zijn dat haar man zo veel drinkt."

52.Geert Raak Hzn.: Hendrik Raak, 8 jr, en Jan Gerrit Raak, 1 jr, werden beiden begraven op 28-8-1915. Staande zerk. Hendrik Raak was 5-8-1907 geboren. Jan Gerrit Raak op 28-12-1913. Ze waren kinderen van Geert Raak en Aaltje Zwiggelaar. De sterfdatum op het monument (25-8-1915) geldt voor beide personen. De ene jongen, Hendrik, stierf ‘s morgens om half 8, de andere, Jan Gerrit, ‘s avonds om half 8, op dezelfde dag. In de familie werd later wat betreft de doodsoorzaak gewezen op de Spaanse Griep, want niet mogelijk is, want die kwam drie jaar later. Jantje Tigelaar was toentertijd nog ongehuwd en was werkster bij het gezin Raak. Ze trouwde later met Arend Smit, die aan het Rechtuit woonde, voorop het 3e Zandwijkje. Ze vertelde desgevraagd aan haar buurvrouw - Jentje Pastoor-Schonewille van de begrafenisvereniging - dat de beide kinderen waren gestorven aan de ‘blauwe bl_kens’. De ‘bl_kens’ zijn de mazelen. Bij ‘blauwe bl_kens’ moeten we denken aan een ernstige vorm van mazelen, waarbij men uiteindelijk stierf met een blauwige gelaatskleur. Dit wijst op ernstige longcomplicaties en zuurstofgebrek. Het zelfde zag men ook bij de Spaanse Griep, zodat de verwarring voor de hand ligt. De jongens overleden in hun woning (E 96) op de noordkant van ‘t Hoekje, bij de Trambrug, waar de familie Raak een wachtlokaal en caféetje beheerde.

Oorspronkelijk stond er een metalen hekwerk rond het graf, met daarin aan de binnenkant hangend een emaillen naambord met de gegevens van de overledenen. Na de dood van hun ouders, hebben de nabestaanden een nieuw gedenkteken op het graf gezet, wat minder onderhoud vergde. Het betreft hier kleinkinderen van Gerrit Jan Zwiggelaar (graf 75) en van Hendrik Raak (graf 30). Vader Geert Raak Hzn. was vele jaren bestuurslid van de Vereniging Hollandscheveld, Plaatselijk Belang. Na de dood van zijn beide zoontjes noemde hij een volgende zoon eveneens Hendrik Raak. Deze jongeman werd 6-6-1944 door de Duitsers gefusilleerd vanwege zijn activiteiten voor het verzet. Hij staat vermeld op het oorlogsgedenkteken bij de Hervormde kerk, en de straat waarin de kerk staat draagt zijn naam.

53.Sieger Booij: Jan Booij, 13-10-1915, 19 jr. Staande zerk. Jan Booij werd 25-10-1895 geboren als zoon van bakker Sieger Booij en Anna Smitt. Hij overleed 8-10-1915, in het pand Hollandsche Veld 562, bij zijn ouders, op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Jan was klerk. Daarmee was hij één van de jonge mensen die al vroeg in zich hadden om de arbeiderswereld van de velden te ontgroeien, en op een totaal ander gebied carri_re te maken. Maar zijn loopbaan liep stuk op zijn gezondheid. Bakker Sieger Booij en zijn vrouw vertrokken naar de gemeente De Wijk/Koekange.

54.Frederik Brands: Marijtje Vos, 24-11-1915, 84 jr. Meester Frederik Brands was aanvankelijk hoofdmeester van de openbare lagere school aan het Zuideropgaande. Na het vertrek van meester Berend Veldkamp, werd hij in 1900 hoofdmeester van de school bij de Hervormde kerk, waar nu het park te vinden is. Hij was secretaris van onder meer de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang) en de Landbouwvereniging Hollandscheveld. Marijtje Vos was zijn schoonmoeder. Ze werd 7-6-1831 te Callantsoog geboren als dochter van Jacob Vos en Maartje Hollander, en overleed 20-11-1915 in haar woning, Hollandscheveld E 113. Dit was het pand van meester Brands, het witte huis bij het park bij de kerk. Marijtje Vos was weduwe van Jan Kistemaker. Op haar oude dag was ze naar het Hollandscheveld gekomen, om haar laatste dagen door te brengen bij haar dochter en schoonzoon.

55.Ds.Watze Fokkens: Aaltje de Vries, 29-12-1916, 63 jr. Staande zerk. De vrouw van ds. W.Fokkens, predikant van de Gereformeerde Kerk van Hollandscheveld van 24-9-1911 tot 26-5-1918, en moeder van ds. H.Fokkens, predikant van de Gereformeerde Kerk van Hollandscheveld van 15-10-1922 tot 1-4-1951. Ds. W.Fokkens overleed februari 1932 en werd elders begraven. Zijn vrouw Aaltje de Vries werd 11-3-1853 geboren te Warfstermolen en overleed te Hollandscheveld op 25-12-1916, in de pastorie, Hollandscheveld E 500. Ze was een dochter van Harm Reinders de Vries en Antje Petrus van der Werf.

56.Jan Hendriks Boer: Annigje Booij, 3-1-1917, 55 jr en Jan Boer, 23-12-1921, 60 jr. Staande zerk met grafbedekking van kleine losse steentjes binnen een rand. Annigje Booij en Jan Boer waren getrouwd op 7-5-1887. Annigje was 27-6-1861 geboren als dochter van Jan Booij Seineszoon en Annigje Benjamins. Ze overleed 30-12-1916 in haar woning, Hollandscheveld E 532. Jan Boer was 16-9-1861 geboren als zoon van Hendrik Boer en Roelofje Pol. Hij werd vervener, wonend in het Hollandsche Veld, en overleed 19-12-1921 in zijn woning, Hollandsche Veld E 532. Het pand Hollandsche Veld E 532 stond op de zuidkant van het Hoekje. Na de dood van Annigje Booij was hij hertrouwd met Lammigje Peggeman, die hem overleefde.

57.Berendina J.Willering: Martinus Botter, 10-2-1917, 55 jr en Berendina J.Willering, 7-1-1919, 59 jr. Liggende zerk. Martinus Botter werd 15-3-1861 in de gemeente Ruinen geboren als zoon van Klaas Botter en Geertje Kip. Hij had een café en een winkel aan ‘t Hoekje, net ten westen van het Jeugdcentrum. Martinus werd 21-12-1885 lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang), was daarvan vele jaren bestuurslid, en ontving de vergaderende leden diverse malen in zijn lokaal. Hij was getrouwd met Berendina Johanna Willering, een dochter van Gerrit J. Willering uit graf 18. Berendina was 29-9-1859 geboren en overleed 2-1-1919. Martinus Botter was 6-2-1917 al overleden. Dit graf bestaat uit een gemetselde grafkelder, met daarop een grote liggende steen. De steen lag oorspronkelijk enigszins verhoogd boven het maaiveld, met daaronder de gemetselde bovenrand van de grafkelder nog net zichtbaar. De steen barstte en zakte enigszins naar binnen, waardoor via de geopende spleet in de steen jarenlang een enigszins onprettige situatie ontstond. Het wekte de indruk, alsof men zo in de grafkelder kon kijken. Ingewaaide bladeren en de in de loop der jaren ontstane hoop aarde in de kelder, verhinderden zicht op de inhoud. In de mooie nazomer van 1997 werd de grafkelder volgestort met zand en werd de steen weer mooi vlak op het graf gelegd. Zo werd een onprettige situatie veranderd in een waardevol historisch graf. De ouders van Berendina Johanna Willering rusten in graf 18.

58.Hendrik Haveman: Jantje Kaptein, 24-3-1919, 56 jr en Hendrik Haveman, 5-12-1921, 63 jr. Staande zerk, met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Timmerman Hendrik Haveman was een zoon van Jan Jans Haveman (graf 33) en Jentje Lip. Hij werd 29-5-1858 geboren en overleed 4-12-1921 in zijn woning, Hollandsche Veld E 94, op de noordkant van Het Hoekje, twee huizen ten oosten van café Blomsma / Metselaar / Mol. In zijn overlijdensakte stond vermeld: echtgenoot van Lammechien Elders, eerder weduwnaar van Geertje Groen en voordien van Jantje Kaptein. Geertje Groen rust in graf 73. Jantje Kaptein werd 8-7-1860 geboren als dochter van Albert Kaptein en Jentje Scholten uit graf 37. Ze overleed 30-3-1917 in haar woning, Hollandscheveld E 94. Dit pand stond op de noordkant van Het Hoekje.

59.Antje Mulder, wed.Johannes Blomsma: Jannes Blomsma, 17-4-1917, 54 jr en Abraham Blomsma, 17-11-1923, 22 jr. Staande zerk met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Jannes Blomsma was een zoon van Lute Blomsma en Anna Kip (graf 13). Hij werd 4-12-1862 geboren en overleed 13-4-1917 in zijn woning, Hollandsche Veld E 92. Jannes Blomsma was daar bakker en had tevens een café, aan de Riegshoogtendijk, op de hoek van Het Hoekje. Vanaf januari 1922 was dit café eigendom van Arend Metselaar. Zowel Arend Metselaar als Jannes Blomsma waren lid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang) en ontvingen de vergaderende leden regelmatig in hun lokaal. Met het opkomen van het verenigingsleven in het dorp, groeide het café met de bijbehorende zaal - de zaal werd gerealiseerd in de periode Metselaar - uit tot het culturele centrum van het dorp. Abraham Blomsma was gasfitter. Hij was een zoon van Jannes Blomsma en Antje Mulder, werd 28-12-1900 geboren en stierf 13-11-1923 ten huize van zijn moeder, Hollandsche Veld E 98. Na de dood van zijn vader en de verkoop van het café bleven ze aan het Hoekje wonen, dichtbij café Metselaar. Abraham’s overlijden werd op het gemeentehuis aangegeven door schoenmaker Hendrik Petstra en caféhouder Arend Metselaar. De tekst op de grafzerk werd niet aangepast, Abraham’s naam werd er niet op vermeld. Antje Mulder kreeg elders een eigen graf, op gedeelte 4b van deze begraafplaats, graf 39. Ze werd aldaar 4-10-1934 begraven, 68 jaar oud. Ze was 10-9-1866 te Veendam geboren als dochter van Abraham Mulder en Magdalena Krijf, en overleed 29-9-1934 in haar woning, Hollandscheveld E 106, op de noordkant van Het Hoekje. Jannes Blomsma was haar tweede man geweest. Voordien was ze weduwe van Adrianus Götz.

60.Karst Berkenbosch: Levenloos kind, 29-6-1917 en Hendrik Roelof Berkenbosch, 20-1-1977, 57 jr. Staande zerk. Beiden waren kinderen van Karst Berkenbosch (winkelier, kerkvoogd, administrateur van de Hervormde kerk) en Geertje Raak. Het levenloze kind uit 1917 werd 26-6-1917 geboren en was een meisje. Ze woonden toen in het pand Hollandsche Veld E 111a. Op E 111 woonden Martinus Botter en zijn weduwe (graf 57). Karst en zijn vrouw woonden in bij deze Martinus Botter, een oom van Karst’s vrouw Geertje Raak. Uiteindelijk nam Karst Berkenbosch het pand over en had er zijn winkel. Geertje Raak (1888-1973) was een dochter van Hendrik Raak en Roelofje Botter (graf 30). Karst Berkenbosch (1886-1956) was een zoon van Hilligje Troost (een zuster van Roelof Troost uit graf 7 en Jan Troost uit graf 41) en Hendrik Gerhardus Marchienus Berkenbosch. Hij was een broer van Jacob Berkenbosch (graf 44). Hendrik Roelof Berkenbosch (‘Enke van Karst’) werd 9-10-1919 geboren en overleed ongehuwd op 16-1-1977. Hendrik was medewerker bij een betonfabriek.

61.Hendrik Thalen: Femmigje Kikkert, 31-7-1917, 60 jr en Trijntje Thalen, november 1918, 27 jr. Staande zerk met een grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Trijntje was zeer waarschijnlijk een slachtoffer van de Spaanse Griep. Trijntje Thalen, 27 jr, echtgenote van E.Boer, overleed na een ziekte van slechts 4 dagen, op 26-11-1918, te Nieuwlande, zo lezen we in een overlijdensadvertentie in de Hoogeveensche Courant. De grafsteen geeft een andere overlijdensdatum. Volgens de steen is ze 27-11-1918 overleden. Dit komt weer overeen met de overlijdensadvertentie die haar echtgenoot in de Hoogeveensche Courant liet zetten, zodat de 27ste de juiste overlijdensdatum zal zijn. Ze werd 27-4-1892 geboren als dochter van Jacob Thalen en Femmigje Kikkert. Trijntje werd begraven bij haar moeder. Femmigje Kikkert werd 2-2-1857 geboren in het Hollandsche Veld, pand A 323, als dochter van schipper Arend Jans Kikkert en Catharina Vos. De schipper had een woning aan de wal. Na haar huwelijk met Jacob Thalen ging ze te Nieuwlande wonen. Jacob Thalen ligt begraven in graf 84.

62.Roelofje Metselaar, wed.Didericus van Leeuwen: Didericus van Leeuwen, 21-9-1917, 70 jr. Didericus van Leeuwen werd 5-12-1846 geboren te Meliskerke, Zeeland, als zoon van ds.Marinus van Leeuwen (1817-1877) en Jacomina van Sorge (1812-1882). Hij zou eigenlijk predikant moeten worden, maar zijn opvoeding werd verstoord door het afzetten van zijn vader als Hervormd predikant te Elspeet, na grote strubbelingen in de kerkelijke gemeente aldaar. In 1871 kwam Didericus met zijn vader naar het Hollandsche Veld (Elim), waar ds.Marinus van Leeuwen predikant werd van een vrije Hervormde Gemeente. Het kerkje, voorheen Kruisgezind, werd sindsdien het Van Leeuwenkerkje genoemd. Ds.Marinus van Leeuwen stierf in 1877. Helaas is onbekend waar hij werd begraven. Het kerkje was aanvankelijk eigendom van Karst Jacobs Troost uit Hoogeveen en werd in 1867 waarschijnlijk gebouwd met medewerking van Roelof Troost (graf 7) en Jan Troost (graf 41), broers van Karst. Werd ds.Marinus van Leeuwen bijgezet in een graf dat eigendom was van de ‘Troosten’, bijvoorbeeld graf 8? Of kregen hij en zijn vrouw een algemeen graf? Ook van Jacomina van Sorge is namelijk geen graf meer bekend. Het kerkje werd later eigendom van Didericus van Leeuwen. Het had meerdere voorgangers, waaronder Albert Oost, de vader van Ferdinand Oost (graf 31). De geschiedenis van dit kerkje is ook verbonden met andere graven op dit gedeelte 5 (zie bij 33, 76, 92 en 99). Uiteindelijk was het een vrije Ledeboeriaanse Gemeente, doordat oefenaar en voorganger Didericus van Leeuwen zich had aangesloten bij de Ledeboerianen. Didericus van Leeuwen trouwde 29-4-1896 op 49-jarige leeftijd met Roelofje Metselaar, geboren op 19-10-1865 als dochter van Hendrik Metselaar en Grietje Jonker. Ze woonden op de boerderij waar ook ds. Marinus van Leeuwen al had gewoond, en waar ze een winkel hadden, aan het Dwarsgat (nu Dorpsstraat), bij de Brandligtswijk. Didericus van Leeuwen stierf aldaar 17-9-1917. Hij kreeg een eigen graf op de begraafplaats te Hollandscheveld. Zijn gemeente hield toen op te bestaan. In 1931 stierf Roelofje Metselaar. Ze kreeg een eigen graf op de toen nieuwe begraafplaats te Elim.

63.Diena Mol: Albert Mol, 12-7-1918, 27 jr en Wessel Mol, 25-5-1954, 86 jr. Staande zerk. Winkelier Albert Mol werd 23-8-1890 geboren als zoon van Albert Mol en Dina Mol, uit graf 48. Hij overleed ongehuwd op 8-7-1918 in zijn woning, Hollandsche Veld E 484, op de westkant van het Zuideropgaande, even ten noorden van de molen van Eshuis. Wessel Mol was een ongehuwde oom van hem, een broer van zijn moeder. Wessel Mol werd 9-2-1868 geboren in het toenmalige pand Hollandsche Veld A 397a, als zoon van de toen 37-jarige arbeider Andries Mol en zijn vrouw Johanna Boer. Hij stierf 22-5-1954.

64.Izaäk ten Hoeve: Lammigje ten Hoeve, november 1918, 10 jr, en Margrieta Bakker, 13 m 1928, 49 jr. Staande zerk met grafbedekking van grind, binnen een rand. Lammigje ten Hoeve was een dochter van Izaäk Hilbert ten Hoeve en Margrieta Bakker. Ze werd geboren op 4-4-1908 te Hollandscheveld, en is overleden 15-11-1918, bij haar ouders, Noord C 230, als een van de vele slachtoffers van de Spaanse Griep. Dit gedeelte viel onder Nieuweroord, maar maakte nog wel deel uit van de gemeente Hoogeveen. De administratie van de begraafplaats laat er geen twijfel over bestaan dat het hier gaat om een in november 1918 overleden persoon. De grafzerk schept verwarring. Volgens de tekst op de grafzerk zou Lammie, zoals ze werd genoemd, 16 april 1918 zijn overleden. De naam van de maand staat er in letters op uitgeschreven, zodat er geen twijfel over mogelijk is: april 1918. Deze in april 1918 overleden Lammie is geboren op 4-4-1908, lezen we op de grafzerk. Waren er dan twee Lammigje’s ten Hoeve? Volgens de geboorte-akten werd er op 4-4-1908 maar één Lammigje ten Hoeve geboren, in het pand Hollandsche Veld E 184 (eerste woning op de oostkant van het Zuideropgaande), als dochter van Izaäk Hilbert ten Hoeve en Margrieta Bakker. De gezinsstaat in de boeken van het bevolkingsregister geven eveneens maar één Lammigje aan, in het gezin van deze Ten Hoeve’s. De Hoogeveense overlijdensakten over 1918 geven slechts één overlijden van een Lammigje ten Hoeve aan, op 15-11-1918, en op 16-4-1918 is er ook geen andere Lammie of Lammigje overleden. Verder blijkt, volgens de gezinsstaat uit het bevolkingsregister, geen enkel ander gezinslid of inwonend persoon bij deze Ten Hoeve’s in 1918 overleden te zijn. De Hoogeveensche Courant heeft in november 1918 een overlijdensadvertentie van de ene bekende Lammigje ten Hoeve.

De conclusie moet dan ook zijn dat de datum van overlijden van Lammie op de grafzerk niet juist is weergegeven. Ergens is een vergissing gemaakt. Lammigje ten Hoeve staat op de grafzerk onder haar moeder vermeld. Als de zerk direct al op haar graf had gestaan, dan was het waarschijnlijker geweest dat eerst haar naam was vermeld, en later die van een andere bijzetting er onder was gezet. Het lijkt er dan ook op dat de zerk niet uit 1918 is. Er zal eerst een houten plank hebben gestaan, alleen voor Lammigje ten Hoeve. Toen haar moeder in dit graf was bijgezet, werd de huidige grafzerk besteld, met daarop zowel de gegevens van moeder als van Lammie. De tekstfout zal dan ook uit die tijd stammen. Moeder Margrieta Bakker was de eerste vrouw van Izaäk Hilbert ten Hoeve. Ze was geboren op 21-12-1878 als dochter van bakker Jan Berends Bakker en Lammigje Raak (graf 79), in het toenmalige pand Hollandsche Veld E 193. Margrieta en haar man hadden aanvankelijk een bakkerij voorop het Zuideropgaande, tegenover hun broer en zwager Hotze Hilbert ten Hoeve, waar later cafetaria Mol kwam (‘De Wanne’). Dit was de bakkerij van Margrieta’s vader geweest. Ze verkochten dit pand en zetten het bedrijf voort te Nieuweroord, in de gemeente Hoogeveen. Op 9-5-1919, na de dood van Lammie, vertrok het gezin uit het Hoogeveense bevolkingsregister naar de gemeente Westerbork. In werkelijkheid was het een verhuizing over een kleine afstand, want ze bleven in Nieuweroord wonen. Aldaar overleed Margrieta Bakker op 19-3-1928. De bijbeltekst Psalm 103:8, vermeld op haar grafzerk, vinden we op meerdere zerken op deze begraafplaats. De tekst luidt: "Barmhartig en genadig is de Heere, lankmoedig en groot van goedertierenheid."

65.Aaltje Troost, wed.H.H.ten Hoeve: Hotze Hilbert ten Hoeve, 23-11-1918, 38 jaar en Aaltje ten Hoeve-Troost, 3-5-1945, 65 jr. Zwartmarmeren staande zerk met grafbedekking van losse grijze steentjes, binnen een rand. Hotze Hilbert ten Hoeve had een bakkerij en een winkel, een voortzetting van het bedrijf van Roelof Troost, die van graf 7, waaruit later de huidige supermarkt van Hotze ten Hoeve voortkwam. Hotze Hilbert ten Hoeve was een zoon van Hilbert Jacobs ten Hoeve en Fokje van den Berg. Hij was geboren op 22-1-1880 te Engwirden, en is overleden 17-11-1918 ‘na een ongesteldheid van slechts enkele dagen’ in zijn woning, Hollandsche Veld E 518, voorop het Zuideropgaande, op de westkant ervan. Hij stierf aan de Spaanse Griep. Aaltje Troost, zijn echtgenote, was een dochter van Jan Jacobs Troost en Aaltje Fernhout (zie graf 41). Ze werd 17-1-1880 geboren en overleed 29-4-1945 in haar woning, Zuideropgaande 2.

66.Izaäk ten Hoeve: onbekend. Afgaande op de data van uitgeven van de belendende graven, zou hier een overledene uit de periode 23-11-1918/30-11-1918 worden verwacht. Al deze gestorvenen uit de gemeente Hoogeveen zijn bekend, omdat hun namen en gegevens werden verwerkt in het onderzoek naar de Spaanse Griep in het Hollandsche Veld en omstreken. Daar is verder geen gezinslid van de Ten Hoeve’s bij. Ook de gezinsstaat in het bevolkingsregister van Hoogeveen geeft geen overlijden in het gezin weer. Geen familie, geen inwonend persoon, niemand stierf er verder in 1918 in dit gezin. Vermoedelijk is dit graf gekocht door de Ten Hoeve’s, toen ze hier hun eerste doden ter aarde bestelden, met het zicht op de toekomst. Voor zover bekend is er geen gebruik van gemaakt, en is het graf leeg gebleven. Gezien de gewoonten binnen de familie, en gezien hun financiële draagkracht, was er namelijk zeker een zerk(je) op gekomen, als hier iemand uit de familie ter aarde was besteld.

67.Klaas Roelofs Koekoek: Margrieta Smit, 30-11-1918, 47 jr. Staande zerk. Margrieta Smit, 47 jr, echtgenote van Klaas Koekoek, dochter van Johan Georg Smit en Johanna van Doorn, geb. 3-7-1871, overleden 25-11-1918 in haar woning te Kerkenbovenveen (Kerkenveld), na een ‘kortstondige ongesteldheid’ van ‘slechts 15 dagen’. Haar schoonouders waren Roelof Koekoek en Trijntje Duinkerken, uit graf 106 en 107. Haar man Klaas Roelofs Koekoek (geb. 10-1-1871) hertrouwde met Lubbigje Koekoek, weduwe van Hilbert de Goede, dochter van Albert Koekoek en Margje Pleizier, en overleed 26-8-1965 te Nieuweroord.

68.Klaas Roelofs Koekoek: 1.onbekend, 2. Trijntje Koekoek, 12-5-1943, 37 jr, en 3. een levenloos kind. Staande zerk met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Trijntje Koekoek was echtgenote van Gerard Zwiggelaar. Trijntje Koekoek was een dochter van Klaas Roelofs Koekoek en Margrieta Smit, uit graf 67. Ze werd 1-4-1906 geboren in de gemeente Zuidwolde en overleed 8-5-1943 in haar woning, Riegshoogtendijk no.106, als echtgenote van Gerard Zwiggelaar. Bij haar overlijden was haar vader landbouwer in de gemeente Westerbork, wonend te Nieuweroord. De onbekende bijzettingen is geen informatie over te vinden. De beschikbare gegevens over kindersterfte in de familie zijn te onduidelijk om op basis daarvan een keuze te kunnen maken. Wel weten we meer over het levenloze kind, want dat had alles te maken met de dood van Trijntje zelf. Trijntje Koekoek was hoogzwanger en voelde zich erg ziek. Er werd contact gezocht met dokter Reijnierse van Hollandscheveld, die zei dat ze maar bij hem langs moest komen. Bijna letterlijk doodziek ging ze mee naar het Hoekje. Daar constateerde dokter Reijnierse tot zijn schrik dat Trijntje leed aan niervergiftiging. Trijnje ging even ziek naar huis. De dag erna is ze bevallen van een levenloos kind. Bedroefd en teleurgesteld zat Gerard Zwiggelaar bij zijn doodzieke vrouw. Ze troosten elkaar, namen elkaar in de armen, en zeiden dat ze gelukkig elkaar nog hadden. De andere dag konden aan de buren, familie en bekenden doorgegeven worden dat ook dat niet meer zo was..... Trijntje was overleden. Toen de familie en bekenden 12-5-1943 rondom het geopende graf stonden, was er onderin een klein grafje gegraven voor het kistje van het kindje. Daar boven werd de kist van Trijntje Koekoek geplaatst.

69.Jan Rozeman: Lamberta Bakker, 12-12-1918, 28 jr. Staande zerk, met een rand om het graf, en daarop stenen paaltjes, verbonden door kettingen. Lamberta Bakker werd 2-12-1890 geboren te Noordseschut, Noord C 333, als dochter van bakker Geert Bakker en Hilligje Troost. Ze trouwde met onderwijzer Jan Rozeman. Ze overleed na een ziekte van drie weken tijdens de Spaanse griep-epidemie te Vroomshoop, waar Jan Rozeman hoofd der school was, op 8-12-1918. Ze werd overgebracht naar Hollandscheveld en hier begraven. Een broertje van Lamberta rust in graf 34. Haar ouders rusten in graf 80.

70.Jan Zwiggelaar: Jan Gerrits Zwiggelaar, 15-2-1919, 90 jr. Staande zerk met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Jan Gerrits Zwiggelaar was 14-11-1828 geboren als zoon van Gerrit Berends Zwiggelaar en Hendrikje Jans Moes, bijgenaamd Botter. Hij had een boerderij voorop de 31e wijk, tegen de Kerkenkavel (Otto Zomerweg) aan. Zijn signalement luidde, bij het loten voor militaire dienst: ovaal aangezicht, smal voorhoofd, donkerblauwe ogen, een gewone onopvallende mond, een grote neus, ronde kin, bruin haar en bruine wenkbrauwen. Op zijn steen lezen we: ‘Gedurende ruim 50 jaren opzichter der Algemene Compagnie van 5000 Morgen te Hoogeveen.’ De steen werd opgericht door de directie van de compagnie: hoofddirecteur jonkheer H.G. van Holthe tot Echten en de mede-direkteuren Hs.Bremer, S.Veldman Boer, J.Bruins Slot Jzn. en H.A.Robaard. Met zijn dood, op 11-2-1919, werd in feite de toen nog slechts een sluimerend bestaan leidende compagnie ten grave gedragen. Er was eigenlijk niet veel meer van over dan het fonds voor school en armen, dat nu nog bestaat als het Jonkheer Rudolfph van Echten-fonds. Jan hield van een stevige borrel en droge worst. De worst stak altijd uit zijn rechter borstzak en de hele dag brak hij er met zijn vingers stukken uit. Als de worst opgepeuzeld was, werd er direct een nieuwe voor in de plaats gestoken. Hij was getrouwd met Aaltje Hartman. Die naam zoeken we vergeefs op de steen. De werkgevers vonden zichzelf belangrijker. Het geeft iets weer van de status van de compagnie en de wijze waarop men met elkaar omging in die dagen. Het graf van Aaltje Hartman niet bekend. Ze zal bijgezet zijn geweest in een algemeen graf. Aaltje Hartman werd 9-5-1825 geboren als dochter van Jan Lamberts hartman en Metje Arends Winkel. Ze overleed 27-7-1899 in haar woning, Krakeel D 115. Dit was de al genoemde woning, voorop de 31ste wijk, bij de Kerkenkavel.

Uit de notulen van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang) van 19-2-1919: ‘De heer F Brands wijdde enige waarderende woorden aan ‘t overleden erelid en laatste van de oprichters van de Vereniging Hollandscheveld, de Heer J.G.Zwiggelaar, voor ‘t vele goede dat hij voor Hollandscheveld en de Vereniging heeft gedaan, en het vele goeds dat met zijn medewerking is tot stand gekomen. Het bestuur had een krans op zijn graf laten leggen, waarmede alle leden instemden dat zij hiermede volgens de geest van allen hadden gehandeld. Zijn nagedachtenis zal bij ons steeds in dankbare herinnering blijven.’ Jan Zwiggelaar was assistent-pijpgast bij de in 1874 opgerichte Hollandscheveldse brandweer.

71.Jan Duin Duinkerken: Heiltje Schonewille, 24-4-1919, 84 jr en Jan Duinkerken, 20-5-1942, 79 jr. Staande zerk. Heiltje Schonewille was 18-3-1835 geboren als dochter van Jan Schonewille en Margrieta Schuring. Ze was een kleindochter van Simon Jans Schonewille, uit wiens gezin enkele van de belangrijkste leiders van de volksopstand van 1813 afkomstig waren. Dat waren dus ooms van Heiltje. Heiltje trouwde op 2-6-1860 met Duin Duinkerken (1832-1892). Heiltje stierf op 84-jarige leeftijd op 20-4-1919 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 418. Dit pand stond op de noordkant van de Groot Hendrikswijk. Haar zoon Jan was eigenaar van het graf en werd later zelf bij zijn moeder begraven. Jan Duinkerken was landbouwer. Hij werd 12-6-1862 geboren en overleed 16-5-1942 in zijn woning, Zuideropgaande no. 139.

72.Hendrikje Kloeze, wed.Arend de Vries: Arend de Vries, 27-6-1919, 81 jr en Hendrikje Kloeze, 4-1-1940, 90 jr. Staande zerk met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand, met een hekwerk op de rand. Arend de Vries was landbouwer aan het Hollandscheveldse Opgaande. Hij werd 29-8-1837 geboren in de gemeente Ruinen, als zoon van Jan Wessels de Vries en Jentien Alberts Oldenbesten. Arend de Vries overleed 23-6-1919 in zijn woning, Hollandsche Veld E 72, 81 jaar oud. Het pand stond op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande. Hendrikje Kloeze werd 25-10-1850 te Ruinen geboren als dochter van Jan Klaas Kloeze en Anna Schothorst. Na de dood van Arend de Vries is ze hertrouwd met Hendrik Seinen, van wie ze bij haar dood eveneens weduwe was. Hendriks graf is er niet meer. Hendrikje Kloeze, ‘Hendrika’ volgens de tekst op de grafsteen, overleed 31-12-1940 in haar woning in het Hollandsche Veld. Arend de Vries en Hendrikje Kloeze waren de voorouders van nogal wat personen die een stuwende kracht zijn geweest binnen het verenigingsleven en de SDAP/PvdA van het gebied. Een kleinzoon van dit echtpaar was de bekende Arend de Vries, landelijk voorzitter van de VARA.

73.Hendrik Haveman: Geertje Groen, 14-8-1919, 60 jr en Jan Haveman, 10-6-1966, 83 jr. Staande zerk. Jan Haveman, geboren 4-5-1883, woonde enige tijd buiten de gemeente Hoogeveen en werd toen opgenomen in Oud-Rozenburg, een gesticht voor krankzinnigen te Loosduinen. Toen hij weer was opgeknapt kwam hij naar het Hollandsche Veld terug, naar de woning van zijn ouders. Hij trouwde 19-5-1906 met Boukje Kuperus, geboren in 1882 te Steenwijkerwold, en vertrok met haar 2-6-1906 naar Zuid-Dakota, VS. Jan kwam jaren later terug naar het Hollandscheveld, stierf aldaar 5-6-1966 en werd bij zijn moeder begraven. Jan Haveman was een zoon van Hendrik Haveman (graf 58) en een kleinzoon van Jan Jans Haveman (graf 33). Zijn moeder Geertje Groen was 27-1-1859 geboren te Weststellingwerf als dochter van Hendrik Dirks Groen en Vroukje Davids Kuiper. Aanvankelijk was ze getrouwd met Hessel Groen. Na diens overlijden hertrouwde ze met Hendrik Haveman (graf 58). Geertje Groen overleed 10-8-1919 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 94. Dit pand Hollandsche Veld E 94 stond op de noordkant van Het Hoekje, twee huizen ten oosten van het café van Jannes Blomsma (graf 59).

73A. Naast graf 73 en tussen de graven 37 en 110 ligt een ruimte, ter grote van een graf, die hier voor de duidelijkheid 73a wordt genoemd. Wonderlijk genoeg is deze ruimte nooit als graf uitgegeven. Of dit is wel gebeurd, maar werd dit om de één of de andere reden niet geregistreerd. Toen in de dertiger jaren de gegevens van de eigen graven opnieuw werden ingeschreven, bleef deze ruimte in ieder geval buiten de boekhouding. Onbekend is dan ook of er hier iemand begraven ligt. Volgens de boekhouding niet. Volgens de systematiek waarmee de eigen graven werden uitgegeven, zou hier wel iemand begraven moeten liggen.

DERDE RIJ, VAN DE BRUG TOT HET BAARHUISJE:

74.Pietronella Bijleveld, wed.Frens Klooster: Frens Klooster, 11-10-1919, 52 jr en Pietronella Bijleveld, 24-3-1966, 79 jr. Staande zerk, met grafbedekking van kleine tegeltjes. Zie ook graf 46. Grofsmid Frens Klooster, geboren 18-11-1866 te Ruinen, was nauw betrokken bij de aanschaf van het kerkorgel in de Hervormde kerk van het dorp. We vinden zijn naam in vervulde letters op de balustrade vermeld, onder het orgel. De orgelcommissie van 1910 bestond uit de heren R.H.Giethoorn, G.L. Zwiggelaar, F.E. Klooster, A.A.Mol en P.J.Steenbergen. Pietronella Bijleveld was eerst getrouwd geweest met Geert Raak (1886-1910), schoenmaker te Hollandscheveld, kleinzoon van Geert Roelofs Raak uit graf 5. Een kleinzoon van Geert Raak en Pietronella Bijleveld is Geert Koops, al weer vele jaren organist van de Hervormde Gemeente te Hollandscheveld. Op 6-3-1912 is Pietronella getrouwd met smid Frens Klooster. Frens Klooster overleed 7-10-1919 in zijn woning, Hollandsche Veld E 95, op de noordkant van Het Hoekje. Pietronella Bijleveld was 16-5-1886 geboren als dochter van arbeider Jan Bijleveld en Janna Mager. Ze werd in de volksmond nog jaren na de dood van Frens ‘Nelle van de Klooster’ genoemd. Ze stierf 19-3-1966.

De begrafenisvereniging van Hollandscheveld besloot op 21-2-1946 ter afsluiting van een vergadering twee dames aan te zullen stellen, om voor rekening van de vereniging het zogenaamd tafelbedienen te zullen verrichten, de rouwenden van broodjes en koffie te voorzien. Weer was er een functie bijgekomen en weer was daarmee een gedeelte van de burenplichten verdwenen. De eerste drie dames die als ‘taofelbediende’ voor koffie en broodjes zorgden, waren Trijn Pol, echtgenote van Fake Boertien, Aaltje Koster, de vrouw van aanspreker Jan Schonewille Lzn., en ‘Nelle van de Klooster’, Petronella Bijleveld (1886-1966). Toen Aaltje Koster vanwege haar slechte gezondheid uitviel, vroeg aanspreker Jan Schonewille Lzn. zijn nicht Jentje Pastoor-Schonewille om haar werk over te nemen. Ze hielp voor het eerst bij de begrafenis van Albert Knegt, een broer van de in de oorlog omgekomen Fritser Knegt. Albert Knegt overleed zaterdag 6-7-1946 en werd donderdag 11-7-1946 begraven op de begraafplaats ten zuiden van de veenwijk, de oude kerkenkavel. Jentje Pastoor-Schonewille deed dit werk meer dan 30 jaar, tot en met de begrafenis van Harm Metselaar, overleden 24-4-1977. Zij en Petronella Bijleveld hebben jarenlang samen gewerkt.

75.Gerrit Jan Zwiggelaar: Trijntje Benjamins, 14-11-1919, 79 jr. Hekwerk met naambordje. Gerrit Jan Zwiggelaar, een zoon van Jan Gerrits Zwiggelaar uit graf 70, was viermaal getrouwd. Het eerste huwelijk ging gepaard met enige commotie. Albertje Giethoorn, een zuster van Roelof Giethoorn uit graf 50, beviel 18-8-1874 van een zoon Jan, en Gerrit bleek de vader te zijn. Ze trouwden 7-10-1874. Albertje overleed jong en Gerrit Jan Zwiggelaar trouwde daarop op 27-9-1884 met Margaretha Snippe, de weduwe van Hendrik Metselaar. Margaretha Snippe overleed 8-4-1886 en Gerrit ging een derde huwelijk aan op 4-2-1888 met Trijntje Benjamins. Daarmee is hij het langst getrouwd geweest. Trijntje Benjamins werd 4-4-1840 geboren als dochter van Jan Otten Benjamins en Trijntje Koerts Groote. Ze overleed 10-11-1919 in haar woning aan Het Hoekje, Hollandsche Veld E 102. Na haar dood volgde een vierde huwelijk van Gerrit Jan Zwiggelaar op 4-2-1922 met Johanna Margaretha Haverkamp, weduwe van Hilbrand Wiersma. Johanna werd later bij Hilbrand begraven, zie graf 91. Twee kleinzoons van Gerrit Jan Zwiggelaar rusten in graf 52.

76.Willem Kleine: Grietje Kleine, januari 1920, 7 jr en Albertje Boertien, april 1945, 75 jr. Staande zerk, met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Willem Kleine, geboren 1-11-1860 als zoon van Pieter Kleine en Annigje Smit, woonde te Hollandscheveld (in 1890 in het pand 3de Zandwijkje 4), Nieuwlande en Elim. Hij was arbeider, landbouwer en boswachter, en te Nieuwlande één van de eerste bestuursleden van de Nederlands Hervormde Evangelisatie-vereniging. Willem trouwde 2-9-1882 met Annigje Fieten (1859-1891), een dochter van Frerik Jans Fieten en Elsje Berends Schokker. Annigje Fieten werd waarschijnlijk op het algemene gedeelte van de begraafplaats begraven. Willem hertrouwde op 3-12-1892 met Albertje Boertien, geboren op 11-2-1870 als dochter van Hendrik Harms Boertien en Geesje Moes. Haar vader, Hendrik Harms Boertien, hoorde sinds de problemen rond Gereformeerde ds.Diemer bij de naaste medewerkers van Didericus van Leeuwen en was diaken in diens kerkje. Zie ook de graven 31, 33 en 62. Uit Willems tweede huwelijk werd als laatste kind een dochter Grietje geboren, op 26-6-1912. Het kind stierf 31-12-1919 en werd in dit graf begraven. Haar moeder, Albertje Boertien, overleed 3-4-1945, en woonde toentertijd in het pand Brouwerswijk 111, bij Elim. Ze werd net voordat de Belgische para’s het gebied bevrijdden in het zelfde graf bijgezet. Het begrafenisregister van de begraafplaats maakt geen melding van de begraafdatum. Ze overleed dinsdag 3 april 1945 om 10.00 uur, ‘s morgens dus, zodat deze 3e april als de eerste dag van de vijf voorafgaande aan de begrafenis gegolden heeft. Haar begrafenis was dan op zaterdag 7 april.

77.Martinus Bolk: Eildertdina Fernhout, 12-3-1920, 75 jr. Staande zerk. Eildertdina Fernhout werd 7-12-1844 geboren als dochter van herbergier Johannes Fernhout en Maria Eilderts Nienhuis. De landbouwster was aanvankelijk getrouwd met Reinardus Koster. Op 27-10-1875 trouwde ze met Jan Troost, geboren 11-9-1836 als jongste zoon van Jan Troost en Roelofje Klaas Gort. Jan Troost was schipper en vervener. Hij overleed 29-8-1895. Ze woonden samen te Noord, waar Jan overleed, in het pand C 142. De gebroeders Jan Troost (graf 41) en Roelof Troost (graf 7) waren neven van deze Jan Troost. Eildertdina Fernhout stierf 8-3-1920 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 538. Het pand E 538 stond op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande, net ten westen van de Riegshoogtendijk, en stond in het bevolkingsregister uit deze periode op naam van Martinus Bolk.

78.Hendrik Bakker: 1. Cornelis Bakker, 22-3-1920, 10 mnd, 2. Cornelis Bakker, 10-3-1921, levenloos, 3. Cornelis Bakker, 31-3-1922, levenloos, 4. Cornelis Bakker, 22-12-1923, levenloos en 5. Cornelis Bakker, 24-9-1928, levenloos. Een graf met vijf baby’s, allemaal met dezelfde naam. Het zijn de kinderen van rijksveldwachter Hendrik Bakker en zijn vrouw Wietske Kuilman. Ze woonden in het Hollandsche Veld, in pand E 240, op de zuidkant van de Bakkerswijk bij Elim. Alleen het eerste kind heeft enige tijd geleefd. Dit jongetje Cornelis werd 26-4-1919 geboren in de gemeente Made, waar zijn vader toen nog werkzaam was. Hij stierf 17-3-1920 in de woning van zijn ouders. Veldwachter Hendrik Bakker was kort daarvoor naar de velden gekomen, als opvolger van veldwachter Pieter de Vos, die in de Spaanse griep een dochter had verloren.

79.Onbekend: Lammigje Raak, 20-12-1881, 47 jr en Jan Berends Bakker, januari 1910, 84 jr. Liggende zerk. Lammigje was een dochter van Geert Roelofs Raak en Jentje Jans Bakker (zie graf 5 en 6) en werd 24-9-1834 te Hollandscheveld geboren. De hier opgegeven datum van de begrafenis, is de datum van haar overlijden. De datum zal geregistreerd zijn in het begrafenisregister, toen vele jaren later onder meer aan de hand van de aanwezige grafstenen een register van de eigen graven te Hollandscheveld werd opgesteld, bij gebrek aan duidelijker informatie. Dit graf ligt wat betreft de in gebruikname op een op het oog zeer onlogische plaats, tussen allemaal jongere graven. Dit kan er op duiden dat de koopgraven oorspronkelijk niet op dezelfde volgorde werden uitgegeven als later het geval was. Mogelijk werden aanvankelijk meerdere graven uit alle drie rijen koopgraven, allen gelegen op het zuidelijkste deel van deze koopgraven, zonder specifieke volgorde van uitgifte, in de verkoop gedaan. De familie Bakker zal gelijktijdig de graven 79 en 80 in eigendom hebben gekregen. Jan Berends Bakker was landbouwer, bakker en winkelier. Hij had een bakkerij en winkel op de oostkant van het Zuideropgaande, het eerste pand ten zuiden van de Hervormde kerk, tegenover de bakkerij van Jan Jacobs Troost / Hotze Hilberts ten Hoeve. Deze bakkerij werd overgenomen door zijn dochter Margrieta Bakker en haar man Izaäk Hilbert ten Hoeve. Na hun vertrek naar Nieuweroord werd de winkel/bakkerij overgenomen door Klaas Warmolts Blanken. Jan Berends Bakker werd 19-2-1826 geboren als zoon van Berend Harms Bakker en Margje Egberts Zwiers, en overleed 5-1-1910 in zijn woning, toentertijd Hollandscheveld E 177. Een broer van Jan Berends Bakker rust in graf 32. Kinderen van het echtpaar Jan Berends Bakker en Lammigje Raak rusten in de graven 44, 64, 80 en 85. De familie bakker was al langer gewoon om eigen graven te kopen. De ouders van Jan Berends Bakker rusten op blok 4 van de oude begraafplaats te Hoogeveen, in graf 273.

80.Geert Bakker: Hilligje Troost, 21-9-1937, 69 jr en Geert Bakker, 27-10-1944, 84 jr. Staande zerk, met grafbedekking van tegeltjes, binnen een rand. Geert Bakker werd 6-10-1860 geboren als zoon van Jan Berends Bakker en Lammigje Raak (zie graf 79). Hij trouwde 14-12-1887 met Hilligje Troost, geboren 18-1-1868 als dochter van Jan Troost en Aaltje Fernhout (zie graf 41). Ze woonden te Noordscheschut, op de noordkant van het kanaal, tussen de Gereformeerde kerk en de school. Ze hadden daar een bakkerij. In het huisnummerregister over de periode 1910-1923 werden ze aanvankelijk vermeld op Noord C 235. Later stonden ze in dit register ingeschreven op Noord C 234a, terwijl hun zonen Jan en Hendrik Bakker samen op C 235 ingeschreven stonden. Hilligje stierf 16-9-1937, in het pand Noord C 210. Voor Geert’s overlijden was er weer een ander huisnummersysteem ingevoerd. Geert Bakker stierf aldaar 22-10-1944, in het pand Noordscheschut 103. In de graven 34 en 69 rusten kinderen van dit echtpaar.

81.Lefert Jans: Derkje Bremmer, januari 1907, 69 jaar en Lefert Jans, 12-11-1921, 78 jaar. Liggende zerk. Dit echtpaar woonde te Noordscheschut. Derkje Bremmer was 1-11-1838 te Dalfsen geboren als dochter van Hendrik Bremmer en Janna Holsappel. Ze overleed 5-1-1907. Lefert Jans was 14-11-1842 geboren te Zwollerkerspel, als zoon van Albert Jans en Jennigje van Dort. Hij overleed 8-11-1921 in het ziekenhuis aan de Schutstraat te Hoogeveen, wijk B 262. Volgens de tekst op de grafsteen zou Lefert Jans te Noordscheschut zijn overleden. Dat klopt niet met wat de overlijdensakte zegt. We zullen de gegevens van de grafsteen en de akte zo moeten lezen, dat hij tot het eind van zijn leven te Noordscheschut heeft gewoond, maar in het ziekenhuis stierf.

82.Wed.Geert Maatjes: Hilligje Kleine, wed.Geert Maatjes, 18-11-1918, 81 jr en Geert Maatjes, oktober 1903, 60 jr. Geert Maatjes werd 14-10-1836 te Hattem geboren als zoon van Reinder Geerts Maatjes en Jantje Geerts Moes. Hij overleed zondag 27-9-1903, in het pand Hollandsche Veld E 122. Zijn vrouw Hilligje Kleine werd 7-7-1837 geboren als dochter van Berend Kleine en Geesje Booy, beiden begraven in graf 38. Hilligje Kleine stierf vrijdag 15-11-1918 zacht en kalm ten huize van Andries Mol, Hollandsche Veld E 116. Ze werd maandag 18-11-1918 begraven, maar drie dagen na haar overlijden. Waarschijnlijk was ze een slachtoffer van de Spaanse Griep, en bespoedigde het besmettingsgevaar haar ter aarde bestelling. Geert Maatjes en Hilligje Kleine waren sinds 17-10-1857 getrouwd geweest. Het ging zowel bij E 122 als bij E 117 om dezelfde woning, maar dan wel in verschillende perioden. Tussentijds was een ander nummer aan de woning gegeven. Het was de woning tussen het grote dubbele woonhuis van hoofdmeester Freek Brands (E 120) en veldwachter Cornelis Scheper (E 121) en de Openbare Lagere School bij de Kerk (E 124). Naast Geert Maatjes woonden op E 123 in de periode waar we het hier over hebben (1899-1909) achtereenvolgens Arend Schonewille, Geert Raak en Harm Kolk. In de huidige situatie moeten we het pand van Geert Maatjes situeren op de oostzijde van het noordelijke deel van de Hendrik Raakweg, bij de Kerkenkavel.

Geert Reinders Maatjes was vanaf 1-6-1876, meer dan 27 jaar lang, grafdelver van deze begraafplaats. Hij was in deze periode tevens viermaal diaken van de Gereformeerde Kerk van het Jan Wintersdijkje, namelijk in de jaren 1872-1874, 1876-1879, 1880-1883 en 1886-1888, telkens van 1 januari van het ene tot 1 januari van het andere jaar. Ook beheerde hij voor de Gereformeerde Kerk het doodlaken, dat bij leden van de kerk over de kist gelegd werd, en zorgde hij ervoor dat een armbus, een collectebus voor de arme kerkleden, opgehangen werd op het kerkhof. Op 15-3-1893, na problemen met een van de Gereformeerde Kerk afgesneden ds.Diemer, kwam in de kerkeraad ter sprake dat Geert Maatjes doodlaken en armbus niet langer wilde beheren. Hem zou verzocht worden om het toch te blijven doen. Hoe het afgelopen is weten we niet, er werd niet meer over gesproken. Voor het geval Geert bij zijn standpunt zou blijven, had de kerkeraad Hendrik Haveman al als vervanger aangewezen. Geert was een actief man, die vele jaren lid was van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang). De gemeente Hoogeveen deed na de dood van Geert Maatjes een oproep in de ‘Nieuwe Bode’, waarop zich zeven aspirant-grafdelvers meldden. Op 22-10-1903 werd Jan Jonker, de eerste van twee grafdelvers van die naam (vader en zoon) als opvolger benoemd.

83.Jacob Berkenbosch: onbekend. Dit graf moet gebruikt zijn in de periode 1903-1908. Volgens het bevolkingsregister van de gemeente Hoogeveen stierf in deze jaren slechts één huisgenoot van bakker Jacob Berkenbosch (graf 44), en dat was zijn zoontje Jan, uit zijn tweede huwelijk met Geesje Blanken (graf 47). De kleine Jan Berkenbosch werd 16-6-1906 geboren en stierf tien maanden oud op 1-5-1907 in de woning van zijn ouders, Hollandsche Veld E 490, op de zuidkant van Het Hoekje. Hij werd elders niet bijgezet en het ligt niet voor de hand dat hij een algemeen graf kreeg, gezien de gewoonten in de familie. Gezien dit feit en gezien het feit dat er geen andere alternatieven zijn, moet hier Jan Berkenbosch begraven liggen.

84.Femmigje Kikkert, wed.Jacob Thalen: Jacob Thalen, januari 1908, 57 jr. Liggende zerk. Jacob Thalen werd geboren op 25-8-1850, als zoon van landbouwer Jacob Hendriks Thalen en Annigje Bloemberg. Zijn ouders woonden toentertijd in het Hollandsche Veld, in het pand A 189. Jacob Thalen trouwde met Femmigje Kikkert (graf 61) en ze gingen wonen in het Zwinderscheveld, nu Nieuwlande. Aldaar overleed hij op 16-1-1908.

85.Hilligje Berkenbosch: Berend Bakker, april 1908, 49 jr. Staande zerk. Winkelier, bakker en iemker Berend Jans Bakker werd 28-12-1858 geboren als zoon van Jan Berends Bakker en Lammigje Raak uit graf 79. Hij overleed 19-4-1908 in zijn woning, Hollandsche Veld E 434. Hollandsche Veld E 432 was volgens het huisnummerregister uit de periode 1899-1909 de woning van de hoofdmeester van de Openbare Lagere School, achtereenvolgens bewoond door meester Lucas Siegers en Freek Brands. Het ging hier om de school op de westkant van het Zuideropgaande. E 433 was de school zelf, en ten noorden van de school woonde Berend Jans Bakker. Berend Jans Bakker was getrouwd met Hilligje Berkenbosch, geboren 19-11-1860 als dochter van Hendrik Gerhardus Marchienus Berkenbosch en Hilligje Troost. Hilligje Berkenbosch overleed 27-2-1927. Hilligje Troost was een zuster van Roelof Troost uit graf 7 en Jan Troost uit graf 41. Jacob Berkenbosch, een broer van Hilligje, rust in graf 44. Hendrik Gerhardus Marchienus Bakker, later bakker en winkelier aan het Zuideropgaande, was een zoon van Hilligje en Berend.

86.Ds.Jan Kooiman: Louis Marie Kooiman, mei 1908, 11 mnd. Op de graven 86 en 87 staat een grote, trapsgewijs uitgevoerde zerk, waardoor de indruk wordt gegeven dat het om drie graven gaat. De beide graven hebben een grafbedekking van planten, binnen een gezamenlijke rand. Louis Marie Kooiman was het zoontje van ds.Jan Kooiman en zijn vrouw Maria Christina Schimmel (zie graf 87). Het kind werd 24-5-1907 geboren in de gemeente Barneveld, waar zijn vader als predikant woonde en werkzaam was te Kootwijkerbroek, en stierf 9-5-1908 in de Hervormde pastorie te Hollandscheveld, E 119. Ds. Kooiman was sinds 3-5-1908 aan de gemeente verbonden. De dood van hun kind, zo kort na de komst naar het Hollandscheveld, was een domper op deze nieuwe start.

87.Ds.Jan Kooiman: Willem Kooiman, januari 1909, ds.Jan Kooiman, 4-3-1938, 69 jr en Maria Christina Schimmel, 6-1-1958, 86 jr.

Willem Kooiman was weduwnaar van Jannigje de Ridder. Samen waren ze de ouders van ds.Jan Kooiman. Willem Kooiman werd geboren te Lopik op 21-10-1823 als zoon van Cornelis Kooiman en Sijgje Verkerk. Hij en zijn vrouw hadden een boerderijtje te Schoonhoven. Journalist Jo Kooiman over zijn grootvader: "Willem Kooiman. die begraven ligt in het familiegraf in Hollandscheveld, was een klein keuterboertje, die drie, vier koeien verzorgde en ook tweemaal per dag zelf molk. Maar er kwam méér bij, want de melk ventte hij voor het grootste deel zélf uit in Schoonhoven en omgeving. Wat er overbleef kwam in het kleine winkeltje terecht, waar oma Kooiman de scepter zwaaide. Uit de melk die dan nog overbleef werd boter gekarnd. Ook die boter werd, precies als de eieren van hun ‘scharrelkippen’, verkocht. Zo’n driedubbele baan, want dat was het in wezen, moet voor de lichamelijk niet al te sterke Willem Kooiman op den duur wel een enorme belasting geworden zijn. Zoiets is goed als je jong bent, maar als de jaren beginnen mee te tellen: dán! Zonder twijfel hunkerde hij dan ook naar het moment dat zijn zoon Jan - zijn enigst kind - hem na zijn lagere schooltijd kwam assisteren. Inderdaad kwam het tenslotte zover. Maar wat vader betreft: nooit is dat van harte gegaan." Willem Kooiman stierf 5-1-1909, in de pastorie van zijn zoon, E 119 te Hollandscheveld. Hij stond nog steeds ingeschreven als inwoner van Schoonhoven. Of ds.Kooiman zijn 85-jarige vader op bezoek had, of dat deze al bij hem inwoonde, maar het overschrijven nog niet was geregeld, dat is helaas niet bekend.

Maria Christina Schimmel werd op 21-2-1871 in Amersfoort geboren, in een oud patriciërsgezin. Door verschillende oorzaken weliswaar later verarmd, maar dat wilde niemand laten blijken. Jo Kooiman over zijn moeder: "Veel mensen in Hollandscheveld zullen er nooit geweest zijn, die iets van moeders ‘blauwe bloed’hebben gemerkt. Ik kan me zelfs goed indenken dat sommigen, die haar zeer goed gekend hebben, hier even moeten grinniken. "Mevrouw van de domeneer...., die lak had aan alle uiterlijk vertoon en alleen op zondag enige aandacht besteedde aan haar toilet, die nooit een lippenstift, poederdons of rouge in handen nam, blauw bloed? Een lachertje." Tja...., maar het is wél zo! Bar veel hebben wij, de kinderen, er gelukkig niet van gemerkt." Jo verder over zijn moeder: "‘t Zal in achttien drie- of vieren zeventig zijn geweest dat het gezin Schimmel (moeder, haar ouders, een broer en een zus) van Amersfoort naar Amsterdam verhuisde. In die begintijd in de hoofdstad moet er geld genoeg zijn geweest. Dat valt onder meer op te maken uit de pianolessen, die zowel zijzelf als haar zuster kregen van de bekende maar peperdure muziekleraar Vincent, de vader van de onvergetelijke sopraan Jo Vincent. Een luxe, die maar heel weinigen zich konden permitteren. Maar lang heeft die welstand beslist niet geduurd. Mislukte speculaties, faillissement met als gevolg daarvan een vlucht in de alcohol, ru_neerde het gezin in een mum van tijd, en het is zeer waarschijnlijk dat deze huiselijke omstandigheden er mede toe hebben geleid dat moeder in 1890, op 19-jarige leeftijd, besloot om diacones te worden. De instelling heeft ze er in elk geval voor gehad, want je moest wat weten in die dagen als je diacones werd! ‘t Stond gelijk met je eigen leven weg te cijferen en in dienst te stellen van de (lijdende) mensheid. Na een leerlingentijd die enkele jaren duurde, moest een diacones zelfs de gelofte afleggen dat ze nooit zou trouwen. Zó ver is het met moeder niet gekomen. Want toen ontmoette ze vader...."

Jo Kooiman over zijn vader, ds.Kooiman: "Vader was leergierig. Hij wilde alles weten en op al heel jonge leeftijd had hij het zich in zijn hoofd gezet ‘dat hij hogerop wilde’. Dominee wilde hij worden.... maar dat was in die dagen gemakkelijker gezegd dan gedaan. En zijn vader, de Schoonhovense melkboer, had er geen goed woord voor over. Een boer was een boer en daarmee basta. Bovendien: waar zou het geld vandaan moeten komen? Een gymnasium was er in de hele omtrek niet. Nee, geen kijk op.... En zo bleef het. Tenminste, voorlopig. Op de een of de andere manier moet vader toen in contact zijn gekomen met iemand die wist dat er in Doetinchem een instantie bestond, de Lukas-stichting, met het daaruit voortgekomen jongensinternaat "Ruimzicht", waar iemand die predikant wilde worden met behulp van een ‘beurs’ gratis kon studeren. Maar ja, je moest wél een toelatingsexamen doen en dat was niet mals. (-) Hij deed examen.... en slaagde met glans en wimpel voor het toelatingsexamen Gymnasium.... voor de tweede klas. Wat betekende dat hij ‘in zijn vrije tijd’ ook nog kans had gezien om Latijn te leren. Hij zal het als 21-jarige niet gemakkelijk gehad hebben op Ruimzicht, waar de jongste elf en de oudste hooguit achttien was. Toch zag hij kans om deze zesjarige middelbare school in drie jaar te doorlopen. Bovendien heeft hij in die jaren een groot deel van zijn studiekosten ‘terugverdiend’ als officieel benoemde toezichthouder op de jongeren. Een soort eeuwigdurende ‘korporaal van de week’, om het eens in militaire termen te zeggen. Na zijn vooropleiding in Doetinchem ging hij pas echt theologie studeren. Zijn standplaats was Utrecht, maar een groot deel van de colleges die hij moest volgen werden in Amsterdam gegeven. En daar, in de hoofdstad, moeten zo omstreeks 1889 Christine Schimmel, een 22-jarige leerling diacones, en de twee jaar oudere Jan Kooiman, student in de theologie, elkaar hebben leren kennen. (-) ‘t Was precies een maand voor zijn 30ste verjaardag dat hij op 27-6-1889 met glans en wimpel slaagde voor het kandidaats-examen in de Godgeleerdheid. Hij kon dus predikant worden.... mits hij beroepen werd. Dat gebeurde. Hij kon zelfs kiezen tussen Waverveen, met een jaartractement van f 775,-, Kootwijk, waar een predikant f 1000,- kreeg uitbetaald en Moerdijk dat met f 1235,- de kroon spande. Hij koos de middenweg. Op Donderdag de 20ste september 1900 trouwden in de Nieuwe Kerk in Amsterdam: Jan Kooiman, beroepen predikant te Kootwijk en Christine Marianne Schimmel. Op zondag 30 september, tien dagen later, deed hij zijn intrede in de Nederlandse Hervormde kerk in Kootwijkerbroek. Een kleine, niet al te arme gemeente, waar hij alle werk op zijn slofjes aan kon. ‘t Moet dus een uitdaging voor hem geweest zijn, toen hij zeven jaar later beroepen werd in Hollandscheveld." Ds.Jan Kooiman was predikant te Hollandscheveld van 3-5-1908 tot zijn dood, 27-2-1938.

88.Pieter Steenbergen: Albertien Zoer, 18-12-1909, 79 jr. Albertien Zoer werd geboren in de gemeente De Wijk op 5-1-1830, als dochter van Roelof Harms Zoer en Hillegien Jans. Ze trouwde met Koop Pleizier. Albertien stierf 14-12-1909 in haar woning, op de noordkant van het Hollandscheveldse Opgaande, E 56. Een dochter van haar rust in graf 101.

89.Jan Strijker: Booy Slot, 3-4-1920, 72 jr. Staande zerk. Booij Slot werd 28-9-1847 geboren als zoon van Booy Egberts Slot en Roelofje Dekker. De landbouwer was getrouwd met Klaasje Boer, die al eerder overleed. Hij stierf zelf 29-3-1920 in zijn woning aan het Hollandscheveldse Opgaande, E 81, op de noordkant van de vaart.

90.Gesina Maria Eshuis: Maria E. Admiraal, 17-5-1920, 78 jr. Hekwerk met naambordje, binnenin een grafbedekking van muurpeper. Winkelierster en echtgenote van molenaar Arend Eshuis, zie graf 26. Maria Elisabeth Admiraal werd 28-12-1861 te Zwolle geboren als dochter van Derk Admiraal en Femmegien Klaassen. Ze overleed 13-5-1920 in haar woning, Hollandsche Veld E 482. Dit pand stond bij dat van haar zoon, molenaar Derk Eshuis (E 481), en bij de molen van Eshuis (E 480).

91.Johanna Margaretha Haverkamp: Hilbrand Wiersma, 4-9-1920, 45 jr en Johanna Margaretha Haverkamp, 19-10-1940, 67 jr. Hekwerk met naambordje, op grondplaat met grote natuurstenen tegels. Johanna Margaretha Haverkamp hertrouwde na de dood van Hilbrand Wiersma met Gerrit Jan Zwiggelaar, zie bij graf 75. Hilbrand Wiersema was een zoon van Egbert Wiersema en Itje Hofman. Hij was 23-9-1874 geboren te Leens. De landbouwer stierf 31-8-1920 in zijn woning in het Hollandsche Veld, E 251. Dit pand stond op de noordkant van de Prieswijk, bij Elim. Johanna Margaretha Haverkamp werd 21-6-1873 geboren te St.Annen, gemeente Ten Boer, als dochter van Aldert Haverkamp en Jantje Wolters. Ze stierf 15-10-1940 in haar woning in het Hollandsche Veld, Hoekje 23. Na de dood van Hilbrand Wiersema was Johanna Margaretha Haverkamp hertrouwd met Gerrit Zwiggelaar. Zie ook bij graf 75.

92.Albert Schonewille: Hendrik Schonewille, 5-1-1921 (8-1-1921), 3 mnd. Hendrik Schonewille werd 10-9-1920 geboren als zoon van landbouwer Albert Schonewille en Jacomina Margaretha van Leeuwen en woonde met zijn ouders te Elim, Hollandsche Veld E 358. Zijn grootvader was Didericus van Leeuwen, uit graf 62. Hendrik stierf woensdag 5-1-1921. De begrafenisdatum werd aanvankelijk niet juist is weergegeven. Hij werd zaterdag 8-1-1921 begraven. De grafdelver noteerde eerst de datum van zijn overlijden, streepte deze door en maakte een 8 van de vijf. Hendrik was bijna 4 maanden oud. Andere kinderen van Albert Schonewille, eveneens jong overleden, werden begraven op de vanaf 1924 in gebruik zijnde begraafplaats van Elim.

93.Hendrik Willem Damming Sr.: Christina Damming, 5-4-1921, 9 mnd. Staande zerk met grafbedekking van witmarmeren tegeltjes. Christina Damming werd 7-6-1920 geboren als dochter van Hendrik Willem ("Hein") Damming sr. en Christina Elisabeth Booij. Ze overleed 1-4-1921 in haar ouderlijke woning, Hollandsche Veld E 103a. Ze woonden bij bakker Hendrik Bakker Gzn. (E 103), op de noordkant van Het Hoekje, bij de Doorsnijding. Haar vader was timmerman/aannemer en voorzitter van ondermeer de plaatselijke ziekenfondsen en de begrafenisvereniging, die hij in 1922 mee hielp oprichten. Hij was tevens enige jaren aanspreker van deze begrafenisvereniging. Als timmerman leverde hij menige kist voor deze begraafplaats. Een zusje van Christina Damming, Aaltje Damming, werd 8-8-1907 geboren en overleed 22-12-1907, 4 maanden oud. Zij werd begraven in een algemeen graf. Verschillende gedragingen binnen één gezin, geven aan hoe langzamerhand de omslag in begrafenisgewoonten binnen de bevolking van het Hollandscheveld zijn beslag kon vinden. Steeds meer mensen gingen over tot het kopen van een graf, en het gebruik van algemene graven werd terug gedrongen.

94.Harm van der Weide: Antje Rinks Belle, 29-6-1921, 68 jr. Ze was een dochter van Rink Jacobs Belle en Egbertje Luites Kroemkamp uit Ooststellingwerf. Haar broer rust in graf 51. Antje Rinks Belle werd 29-8-1852 geboren. Ze trouwde 29-4-1876 te Hoogeveen met Lambert ten Caat, geboren 11-7-1848 als zoon van Berend ten Caat en Aaltje Booy. Lambert ten Caat stierf 18-2-1889 en Antje bleef achter met een stel kleine kinderen. Ze hertrouwde 22-8-1891 met arbeider Harm van der Weide, geboren 5-4-1864 als zoon van Geert van der Weide en Grietje Profijt. Antje Rinks Belle stierf 25-6-1921 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 539. Dit pand stond op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande, en was de tweede woning vanaf de Riegshoogtendijk.

95.Aaltje Kelly: Klaas Okken, 19-9-1921, 70 jr en Aaltje Kelly, 1-7-1936, 86 jr. Staande zerk. Klaas Okken was landbouwer aan de Riegshoogtendijk. Hij werd 6-7-1851 geboren als zoon van Writzer Okken en Aaltje Pieters Kleine. Hij overleed 15-9-1921 in zijn boerderij aan de Riegshoogtendijk, F 174. Aaltje Kelly, zijn echtgenote, werd 12-12-1849 geboren als dochter van Jan Machiel Kelly en Hendrikje Hendriks Slomp. Ze woonde later aan Het Haagje, in pand 202, waar ze 26-6-1936 is overleden. Hoewel Klaas Okken niet het meest in het oog springende kerkeraadslid was van de Gereformeerde Kerk van het Hollandsche Veld, heeft hij deze kerk vele jaren als ambtsdrager gediend. In ieder geval als diaken van 1-1-1879 tot 1-1-1882, en als ouderling van 1-1-1883 tot 4-1-1885, van 1-1-1886 tot 1-1-1888, van 11-5-1893 tot jan. 1896 en van de zomer van 1897 tot na 20-11-1899.

96.Willem Louissen: Egbert Louissen, 19-10-1921, 64 jr. Op de graven 96, 97 en 98 staat één lange zerk, bedoeld voor alle drie graven, en ze hebben een gedrieën een gezamenlijke grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Egbert Louissen was ongehuwd. Hij woonde te Noordscheschut en was landbouwer. Hij werd 13-7-1857 geboren te Schoonoord, gemeente Sleen, als zoon van Jacobus Louissen en Antje Hulzinga. Egbert overleed 14-10-1921 in zijn woning te Noord, C 229. Dit pand stond op de noordkant van de Hoogeveensche Vaart, tussen het schut en de Gereformeerde kerk te Noordscheschut. In dit pand woonden zowel Egbert als zijn broer Willem en zijn vrouw, zo vinden we vermeld in de huisnummerregisters.

97.Willem Louissen: Willem Louissen, 23-10-1945, 93 jr. Een broer van Egbert uit graf 96, werd 10-6-1852 te Smilde geboren, als zoon van Jacobus Louissen en Antje Hulzinga. Hij woonde en stierf te Noordscheschut, Noordscheschut 75, op 13-10-1945, zonder beroep. Hij was getrouwd met Jantje Koops, graf 98.

98.Willem Louissen: Jantje Koops, 14-1-1949, 83 jr. Jantje Koops werd 23-12-1865 geboren en overleed 10-1-1949 te Noordscheschut. Ze was gehuwd met Willem Louissen, graf 97.

99.Aaltje Sol: Jacob Kikkert, 6-1-1922, 55 jr en Aaltje Sol, 9-10-1952, 83 jr. Staande zerk, met grafbedekking van tegeltjes. Jacob Alberts Kikkert, landbouwer, werd 2-2-1866 geboren als zoon van Albert Kikkert en Elsje Baven, beiden begraven in graf 35. Jacob trouwde 18-5-1889 met Aaltje Sol, geboren te Ruinen 5-8-1896. In het huisnummerregister uit de periode 1890-1899 vinden we het echtpaar vermeld op de zuidkant van het Hollandscheveldse Opgaande, in E 535. Jacob stierf 1-1-1922 en Aaltje meer dan 30 jaar later, 9-10-1952. Twee kinderen rusten in graf no.100. Jacob Alberts Kikkert was gemeenteraadslid, van 6-11-1892 tot 6-1-1895, bestuurslid van de Vereniging Hollandscheveld (Plaatselijk Belang), diaken van de Gereformeerde Kerk van het Jan Wintersdijkje, en vanaf januari 1896 aldaar vele jaren ouderling en scriba. Als zodanig was hij een van de belangrijkste tegenspelers van Didericus van Leeuwen (graf 62) en het bestuur van het Van Leeuwenkerkje.

100.Aaltje Sol: Aaltje Kikkert, 10-5-1971, 65 jr en Hendrikus Kikkert, 15-11-1978, 80 jr. Staande zerk, met grafbedekking van natuurstenen tegeltjes. Het betreft twee kinderen van Jacob Kikkert en Aaltje Sol, zie graf 99. Hendrikus Kikkert werd 27-10-1898 geboren en overleed 11-11-1978, ongehuwd. Hij was landbouwer. Aaltje Kikkert werd 10-2-1906 geboren en stierf 6-5-1971, eveneens ongehuwd.

101.Jantje Pleizier, wed.Jan Kip: Jan Kip, 18-3-1922, 60 jr en Jantje Pleizier, 18-5-1929, 68 jr. Staande zerk, met grafbedekking van langwerpige tegeltjes. Jan Kip was een zoon van Hendrik Kip en Hendrikje Koster. Hij werd 8-6-1861 geboren. De landbouwer overleed 13-3-1922 in zijn woning in het Hollandsche Veld, E 501. Zijn vrouw Jantje Pleizier was een dochter van Koop Pleizier en Albertje Roelofs Zoer. Jantje’s moeder rust in graf 88. Jantje werd 26-2-1861 geboren en stierf 14-5-1929 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 501. Het pand E 501 stond net ten noorden van het Jan Wintersdijkje. E 499 was in de periode 1910-1923 de Gereformeerde kerk en E 500 was de Gereformeerde pastorie. De woning van Jan Kip ging later over in handen van Jan Nijmeijer.

102.Ritsiena Tjapkes: Oene Meek, 8-9-1922, 76 jr en Ritsiena Tjapkes, 82 jr. Staande zerk, met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand. Oene Meek was een zoon van Teeke Oenes Meek en Elisabeth Pieters Haff. Hij werd 29-6-1846 te Norg geboren. Oene stierf 3-9-1922 in zijn woning aan Het Hoekje, E 93. Ritsiena Tjapkes, zijn echtgenote, werd 12-11-1849 geboren in de gemeente Wedde. Ze overleed 28-3-1932 in haar woning aan Het Hoekje, E 104. Via hun dochter is dit graf verbonden met vele andere graven op dit deel van de begraafplaats. Hendrik Bakker Gzn., geboren op 27-5-1892 als zoon van Geert Bakker en Hilligje Troost (zie graf 80), trouwde 1-8-1917 met Aaltje Melline Meek, geb. 16-2-1894 als dochter van Oene Meek en Ritziena Tjapkes.

103.Hendrik Hagedoorn: Berendina Christina Kremer, 31-12-1923, 73 jr. Ze werd 28-4-1850 geboren in de gemeente Gramsbergen, als dochter van Thijs Kremer en Geesje Warsen. Ze was getrouwd met Hendrik Hagedoorn, zie graf 104, en stierf 27-12-1923 in haar woning in het Hollandsche Veld, E 497.

104.Hendrik Hagedoorn: Hendrik Hagedoorn, 23-3-1927, 84 jr. Bakker, winkelier en kastelein in het pand Zuideropgaande 48. Tijdens Hendrik’s overlijden stond dit pand bekend als Hollandsche Veld E 497. Hendrik stierf op 18-3-1927. Hij was geboren in de gemeente Avereest, 13-11-1842, als zoon van Engbert Hagedoorn en Lutgerdina van Engen. Hendrik was getrouwd met Berendina Christina Kremer, uit graf 103. Hun zoon rust in graf 105.

105.Onbekend: Engbert Hagedoorn, 2-10-1980, 95 jr. Zwartmarmeren Staande zerk en liggende zerk, door nieuwigheid niet passend bij de oude graven, maar in dit geval wel op een nieuw graf, en geen vervanging van een oude steen op een oud graf. Typisch dat de eigenaar van dit graf van vroeger af officieel onbekend is, en dat dit graf wel beschikbaar werd gesteld voor het begraven van Engbert Hagedoorn. Het ligt voor de hand te denken dat de Hagedoorns in 1923 drie graven naast elkaar kochten, waarvan de derde was bedoeld voor hun ongehuwd gebleven zoon, die de leeftijd der zeer sterken wist te bereiken. Engbert Hagedoorn werd geboren op 28-10-1884. Hij bleef zijn hele lange leven ongehuwd. Als zoon van bakker, winkelier en kastelein Hendrik Hagedoorn en Berendina Christina Kremer (graven 103 en 104) werd hij de voortzetter van hun winkel en café. Engbert was tevens landbouwer. Zijn vader was Nederlands Hervormd, zijn moeder was Gereformeerd. Hij bleef zijn hele leven woonachtig in het pand Zuideropgaande no. 48. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van de NSB. Hij komt als zodanig al niet meer voor op de ledenlijst van de NSB van groep Hollandscheveld van november 1943. Hij werd opgepakt na de bevrijding van het gebied en zijn woning werd in 1945 door de BS ontruimd en verhuurd aan G.Duinkerken, die daarvoor in een kippenhok bij het pand Riegshoogtendijk 86 woonde. Engbert werd maart of april 1946 vrijgelaten. De kiesrechten werden hem ontnomen voor de tijd van tien jaar. Tegen de hem opgelegde boete van f 6000,- protesteerde hij. Er werd maart 1947 f 1000,- afgedaan. Engbert Hagedoorn stierf op hoge leeftijd, op 28-9-1980.

106.Roelof Koekoek: Trijntje Duinkerken, 16-6-1924, 76 jr. Staande zerk, met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand, samen met graf 107. Trijntje Duinkerken was 17-12-1847 geboren als dochter van Nicolaas Duinkerken en Janna Doldersum. Ze overleed 11-6-1924 in haar woning aan de Riegshoogtendijk, toentertijd pand F 129. Trijntje was getrouwd met Roelof Koekoek, zie graf 107.

107.Roelof Koekoek: Roelof Koekoek 3-1-1929, 78 jr. Staande zerk, met grafbedekking van kleine losse steentjes, binnen een rand, samen met graf 106. Roelof Koekoek was een zoon van Klaas Berends Koekoek en Lubbechien Roelofs Spijkerman, en werd 15-11-1843 geboren. Hij overleed 29-12-1928 in zijn woning aan de Riegshoogtendijk, pand F 160. Hij was getrouwd met Trijntje Duinkerken, uit graf 106. Het echtpaar Trijntje Duinkerken en Roelof Koekoek is grootmoeder en grootvader van Hendrik Koekoek, oftewel "Boer Koekoek" van de Boerenpartij, Roelof Koekoek, rijschoolhouder en jarenlang voorzitter van Plaatselijk Belang Hollandscheveld, en Tammo Koekoek, voorganger bij de Gemeente des Heeren, in de periode dat deze gemeente landelijk veel aandacht trok. Hendrik Koekoek (1885-1944) was een zoon van hen. Deze Hendrik Koekoek stierf 27-4-1944, nadat hij was getroffen door een vliegtuigtank, en wordt vermeld op het oorlogsmonument bij de Hervormde kerk. Zelf ligt hij begraven in de rij bij de witte geallieerde graven, over de brug (blok 3a, rij 8).

108.Jacoba Mol: Wolter Benjamins, 4-2-1925, 49 jr en Jacoba Mol, 7-10-1966, 89 jr. Staande zerk. Wolter Benjamins was een zoon van Jan Otto Benjamins en Johanna Kroezen. De landbouwer werd 10-9-1875 geboren. Hij overleed 31-1-1925 in zijn woning, Hollandsche Veld E 417. Dit pand stond op de zuidkant van de Barswijk, bij Elim. Jacoba Mol werd 31-5-1877 geboren in het Hollandsche Veld, pand E 433, als dochter van Jan Mol en Margaretha Benjamins. Ze was getrouwd met Wolter Benjamins en stierf 6-10-1966. De hier aangegeven begraafdatum zal op een vergissing berusten.

109.Jan Keizer: Albertus Keizer, 21-2-1925, 8 mnd. Staande zerk. Albertus was een zoon van Jan Keizer, landbouwer, en Gesina Velsink. Hij werd 26-5-1924 geboren en overleed 17-2-1925 in de woning van zijn ouders, Hollandsche Veld E 129. Het pand stond aan de Kerkhoflaan, helemaal achterop, maar nog niet bij Nieuwlande. Het was een van de woningen die nu via het Rechtuit en de Jan Kreefweg te bereiken zijn. Volgens het huisnummerregister uit de periode 1923-1928 woonde Jan Keizer in E 128a, op de zelfde plaats.

110.Geesje van Rhoden: Berend Klunder, 9-5-1925, 80 jr en Geesje van Rhoden, 28-1-1930, 83 jr. Berend Klunder was 8-8-1844 geboren in de gemeente Zuidwolde, als zoon van Jacob Jans Klunder en Hendrikje Willems Overdijk. Hij trouwde met Annigje Lenten. Na haar dood ging hij een tweede huwelijk aan met Geesje van Rhoden. Geesje van Rhoden was een dochter van Thomas Cornelis van Rhoden en Aaltje Mooij. Ze werd 21-7-1846 geboren. Ze trouwde met Berend Klunder en woonde met hem in het Hollandsche Veld. Geesje van Rhoden overleed 24-1-1920. Ze woonde toentertijd aan de Riegshoogtendijk, in het pand F 135. Berend Klunder was arbeider, en overleed 4-5-1925 op 80-jarige leeftijd in zijn woning, Hollandsche Veld E 184. Het pand E 184 stond even ten noorden van de eerste Hervormde school, de ‘Witte Schoele’. De school was toentertijd E 186 en hoofdmeester Hendrik Kuiper had E 185a. Tussen de meester en Berend Klunder stond een pand E 185. Het graf van Berend Klunder en Geesje van Rhoden wordt vaak gebruikt als pad, waarover naar de eigen graven ten oosten van het baarhuisje wordt gelopen.

ALFABETISCHE LIJST VAN BIJZETTINGEN TE HOLLANDSCHEVELD,

GEDEELTE 5 EG, BIJ HET BAARHUISJE.

Admiraal, Maria E, 78, 17-5-1920, 5, 90.

Bakker, Berend, 49, april 1908, 5, 85.

Bakker, Cornelis, 10 mnd, 22-3-1920, 5, 78.

Bakker, Cornelis, 0, 10-3-1921, 5, 78.

Bakker, Cornelis, 0, 31-3-1922, 5, 78.

Bakker, Cornelis, 0, 22-12-1923, 5, 78.

Bakker, Cornelis, 0, 24-9-1928, 5, 78.

Bakker, Egbert Berents, 73, februari 1895, 5, 32.

Bakker, Geert, 84, 27-10-1944, 5, 80.

Bakker, Jan, 5, februari 1895, 5, 34.

Bakker, Jan Berends, 84, januari 1910, 5, 79.

Bakker, Jentje Jans, 79, maart 1877, 5, 6.

Bakker, Lamberta, 28, 12-12-1918, 5, 69.

Bakker, Margriet, 49, 13-3-1928, 5, 64.

Bakker, Margje, 38, 6-12-1901, 5, 44.

Bakker, Margje, 38, 2-12-1901, 5, 47.

Bakker, Maria, 30, februari 1888, 5, 27.

Baven, Elsje, 80, 5-10-1904, 5, 35.

Belle, Antje Rinks, 68, 29-6-1921, 5, 94.

Belle, Lute Rinks, 59, 27-1-1915, 5, 51.

Benjamins, Trijntje, 79, 14-11-1919, 5, 75.

Benjamins, Wolter, 49, 13-2-1925, 5, 108.

Berkenbosch, Hendrik R, 57, 20-1-1977, 5, 60.

Berkenbosch, Jacob, 73, 18-2-1938, 5, 44.

Berkenbosch, Jan, 10 mnd, mei 1907, 5, 83.

Berkenbosch, Kramer, LLK, 0, 1-3-1912, 5, 47.

Berkenbosch, Raak, LLK, 0, 29-6-1917, 5, 60.

Blanken, Geesje, 36, 23-2-1908, 5, 47.

Blomsma, Abraham, 22, 17-11-1923, 5, 59.

Blomsma, Jannes, 54, 17-4-1917, 5, 59.

Blomsma, Lute, 80, september 1911, 5, 12/13.

Boer, Jan, 60, 23-12-1921, 5, 56.

Boer, Lammigje, 80, 13-10-1919, 5, 50.

Boersma, Jan Hendrik, 3 mnd, juli 1897, 5, 39.

Boertien, Albertje, 75, april 1945, 5, 76.

Boertien, Jantje, 76, januari 1925, 5, 51.

Bomert, Willem Wolters, --, --, 5, 12.

Bomert, Wolterdina, 44, 13-8-1902, 5, 11.

Botter, Martinus, 55, 10-2-1917, 5, 57.

Botter, Roelofje, 71, 24-11-1927, 5, 30.

Booij, Annigje, 55, 3-1-1917, 5, 56.

Booij, Geesje, 85, 13-6-1903, 5, 38.

Booij, Jan, 19, 13-10-1915, 5, 53.

Bremmer, Derkje, 69, januari 1907, 5, 81.

Brink, Catharina, 46, 25-3-1897, 5, 36.

Brink, Berend, 65, mei 1884, 5, 24.

Brink, Hendrika, 82, 27-4-1929, 5, 43.

Brink, Margaretha, 44, december 1871, 5, 7.

Broekhoff, Willem J, 14, 31-3-1913, 5, 49.

Bijleveld, Pietronella, 79, 24-3-1966, 5, 74.

Damming, Christina, 9 mnd, 5-4-1921, 5, 93.

Dijk, van, Alberta, 2 mnd, 12-7-1902, 5, 45.

Duinkerken, Jan, 79, 20-5-1942, 5, 71.

Duinkerken, Trijntje, 76, 16-6-1924, 5, 106.

Elgersma, Trijntje Haijes, 61, november 1869, 5, 4.

Eshuis, Arend, 76, 27-1-1908, 5, 26.

Eshuis, Femmigje, 12, december 1886, 5, 26.

Fernhout, Aaltje, 57, 3-9-1898, 5, 41.

Fernhout, Eildertdina, 75, 12-3-1920, 5, 77.

Giethoorn, Roelof, 81, 2-8-1919, 5, 50.

Goede, de, Roelofje, 56, januari 1894, 5, 28/29.

Groen, Geertje, 60, 14-8-1919, 5, 73.

Hagedoorn, Engbert, 95, 2-10-1980, 5, 105.

Hagedoorn, Hendrik, 84, 23-3-1927, 5, 104.

Harents, Alberdina, 2 ½ mnd , 18-12-1884, 5, 25.

Harents, Harm, 5 mnd, 18-8-1889, 5, 25.

Harents, Hendrik, 4 mnd, 30-7-1889, 5, 25.

Harents, Hendrikje, 8 mnd, 19-7-1887, 5, 25.

Hartman, Clasina, 69, januari 1887, 5, 17?.

Haveman, Hendrik, 63, 5-12-1921, 5, 58.

Haveman, Jan, 83, 10-6-1966, 5, 73.

Haveman, Jan Jans, 67, 15-8-1892, 5, 33.

Haveman, Roelof, 17 mnd, 11-1-1898, 5, 33.

Haverkamp, Johanna M, 67, 19-10-1940, 5, 91.

Hoeve, ten, Hotze Hilberts , 38, 23-11-1918, 5, 65.

Hoeve, ten, Lammigje, 10, november 1918, 5, 64.

Hummel, Rink, 78, 12-5-1932, 5, 11.

Jans, Lefert, 78, 12-11-1921, 5, 81.

Kaptein, Albert Roelofs, 63, juni 1897, 5, 37.

Kaptein, Jantje, 56, 24-3-1919, 5, 58.

Kelly, Aaltje, 86, 1-7-1936, 5, 95.

Keizer, Albertus, 8 mnd, 21-2-1925, 5, 109.

Kikkert, Aaltje, 65, 10-5-1971, 5, 100.

Kikkert, Albert Roelofs, 74, 16-9-1896, 5, 35.

Kikkert, Femmigje, 60, 31-7-1917, 5, 61.

Kikkert, Hendrikus, 80, 15-11-1978, 5, 100.

Kikkert, Jacob, 55, 6-1-1922, 5, 99.

Kip, Anna, 37, januari 1872, 5, 12/13.

Kip, Geertje, 70, maart 1900, 5, 13.

Kip, Jan, 60, 18-3-1922, 5, 101.

Klaassens, Hendrik, 39, oktober 1881, 5, 23.

Kleine, Berend Klaas, 81, 1897, 5, 38.

Kleine, David Davids, 52, februari 1893, 5, 15.

Kleine, Grietje, 7, januari 1920, 5, 76.

Kleine, Henderkien, 1, april 1871, 5, 15.

Kleine, Hilligje, 81, 12-11-1918, 5, 82.

Kloeze, Hendrikje, 90, 14-1-1940, 5, 72.

Koops, Jantje, 83, 14-1-1949, 5, 98.

Klooster, Frens, LLK, 0, mei 1902, 5, 46.

Klooster, Frens E, 52, 11-10-1919, 5, 74.

Klooster, Johan, 2 mnd, 16-8-1911, 5, 46.

Klunder, Berend, 80, 9-5-1925, 5, 110.

Koekoek, Trijntje, 37, 12-5-1943, 5, 68.

Koekoek, Klaas Roelofs, LLK, 0, --, 5, 68.

Koekoek, Roelof, 78, 3-1-1929, 5, 107.

Kooiman, ds.Jan, 69, 4-3-1938, 5, 87.

Kooiman, Louis Marie, 11 mnd, mei 1908, 5, 86.

Kooiman, Willem, --, januari 1909, 5, 87.

Kremer, Berendina C, 73, 31-12-1923, 5, 103.

Kuiper, Hendrika, 71, maart 1890, 5, 24.

Leeuwen, van, Didericus, 70, 21-9-1917, 5, 62.

Louissen, Egbert, 64, 19-10-1921, 5, 96.

Louissen, Willem, 93, 23-10-1945, 5, 97.

Maatjes, Geert, 60, oktober 1903, 5, 82.

Meek, Oene, 76, 8-9-1922, 5, 102.

Metselaar, Jan Arents, 76, september 1881, 5, 21.

Metselaar, Fake, 35, februari 1877, 5, 16.

Middelveldt, Bakker, LLK, 0, 18-2-1903, 5, 28.

Middelveldt, Bakker, LLK, 0, 6-8-1907, 5, 28.

Middelveldt, Lammigje, 3, maart 1901, 5, 28/29.

Middelveldt, Hendrik, 58, mei 1889, 5, 28/29.

Middelveldt, Hendrik, 12 mnd, 10-3-1902, 5, 29.

Middelveldt, Roelofje, 1 mnd, maart 1904, 5, 28/29.

Mol, Albert, 57, 6-8-1914, 5, 48.

Mol, Albert, 27, 12-7-1918, 5, 63.

Mol, Dina, 52, 10-12-1912, 5, 48.

Mol, Jacoba, 89, 7-10-1966, 5, 108.

Mol, Wessel, 86, 25-5-1954, 5, 63.

Okken, Klaas, 70, 19-9-1921, 5, 95.

Oost, Ferdinand, 5, 25-4-1891, 5, 31.

Pleizier, Jantje - 5, 101.

Pol, Aaltje, 60, maart 1892, 5, 32.

Post, Femmigje, 67, 5-11-1889, 5, 20.

Post, Jan, 60, december 1879, 5, 19.

Post, Jan Berend, 12 dgn, 13-11-1894, 5, 20.

Post, Martina, 6 mnd, 25-11-1893, 5, 20.

Post, Martina, 13 mnd, 14-1-1898, 5, 20.

Raak, Geert Roelofs, 66, september 1860, 5, 5.

Raak, Hendrik, 67, 10-12-1917, 5, 30.

Raak, Hendrik, 8, 28-8-1915, 5, 52.

Raak, Hilligje, 25, januari 1886, 5, 6.

Raak, Jan, 23, januari 1878, 5, 17.

Raak, Jan, 58, januari 1888, 5-22.

Raak, Jan Gerrit, 1, 28-8-1915, 5, 52.

Raak, Jantje, 20, mei 1881, 5, 22.

Raak, Lammigje, 47, 20-12-1881, 5, 79.

Raak, Roelof, 67, 27-11-1889, 5, 30.

Rhoden, van, Geesje, 83, 28-1-1930, 5, 110.

Schimmel, Maria C, 86, 6-1-1958, 5, 87.

Scholten, Jentje, 75, 22-2-1911, 5, 37.

Schonewille, Hendrik, 3 mnd, 5-1-1921, 5, 92.

Schonewille, Heiltje, 84, 24-4-1919, 5, 71.

Seijnen, Janna Alberts, 88, maart 1895, 5-21.

Slot, Booy, 72, 3-4-1920, 5, 89.

Smid, Fijchien, 59, april 1901, 5, 15.

Smit, Margrieta, 47, 30-11-1918, 5, 67.

Sol, Aaltje, 83, 9-10-1952, 5, 99.

Thalen, Jacob, 57, januari 1908, 5, 84.

Thalen, Trijntje, 27, november 1918, 5, 61.

Tjapkes, Ritsiena, 82, --, 5, 102.

Troost, Aaltje, 65, 3-5-1945, 5, 65.

Troost, Berend, 19, 24-10-1896, 5, 9.

Troost, Hendrika, 1 mnd, februari 1885, 5, 9.

Troost, Hilligje, 69, 21-9-1937, 5, 80.

Troost, Jacob, 78, 29-12-1950, 5, 42.

Troost, Jacob, 47, 28-1-1901, 5, 43.

Troost, Jan Jacobs, 67, 26-1-1909, 5, 41.

Troost, Margaretha P, 2, september 1878, 5, 9.

Troost, Roelof Jacobs, 51, december 1876, 5, 7.

Troost, Roelof Roelofs, 14, februari 1863, 5, 8.

Varekamp, ds. Adam, 37, juni 1898, 5, 40.

Veldkamp, Wemeltje, 52, oktober 1879, 5, 18.

Venema, ds. C.J.C., 64, juli 1862, 5, 4.

Venema, Cornelia M. L., 23, september 1858, 5, 1.

Vos, Geertje, 46, 7-6-1911, 5, 46.

Vos, Marrijtje, 84, 24-11-1915, 5, 54.

Vries, de, Aaltje, 63, 29-12-1916, 5, 55.

Vries, de, Arend, 81, 27-6-1919, 5, 72.

Warmolts, Alida Cornelia - 5, 42.

Wiersma, Hilbrand, 45, 4-9-1920, 5, 91.

Willering, Aleida, 11, januari 1880, 5, 18.

Willering, Berendina J, 59, 7-1-1919, 5, 57.

Willering, Gerrit Jan, 72, december 1901, 5, 18.

Zoer, Albertien, 79, 18-12-1909, 5, 88.

Zwiggelaar, Jan Gerrits, 90, 15-2-1919, 5, 70.