Boeken over de Etrusken en hun cultuur
Op deze pagina vindt u besprekingen van de volgende boeken:
"The Etruscans" van Werner Keller, de schrijver van het boek "De bijbel als geschiedenis" en met "A journey into history and archaelogy in search of a great lost civilization" als ondertitel is het eerste boek dat ik over de Etrusken las. Ik had natuurlijk over hen gehoord in de lessen die ik op de middelbare school kreeg over de klassieke oudheid. Het boek is oorspronkelijk in het Duits geschreven en is in 1975 vertaald en verschenen in Groot Brittannie. Het heeft zelfs een ISBN nummer: 0 224 01071 9 en kostte toen 4,95 pond. Nu stond het voor 20 gulden te koop bij de Slegte in Den Haag. Het is geschreven van uit een liefde voor dit vreemde volk en tegen de niet te stuiten overmacht van de Romeinen die in vergelijking met de Etrusken als machthongerende barbaren worden beschreven. Zo schrijven ook de oude Grieken en Romeinen over de perversiteiten van de Etrusken: zonder enig begrip. Het boek volgt de historische lijn van het duistere verleden tot de onvermijdelijke val van de etruskische steden met als uitsmijter de volledige verwoesting van Perugia onder Keizer Augustus die de hele bevolking over de kling laat jagen. Morendus est(hij moet sterven), zegt hij over een zoon van een loyale vriend die om genade smeekt.Terug naar de inhoudsopgave
Recensie van het boek "Zo leefden de Etrusken" van Jacques Heurgon. De serie "Zo leefden …." leerde ik kennen met betrekking tot de Romeinen en de schrijver was jawel Jacques Heurgon. Ik vond de 2 boekjes die destijds in de Prismareeks verschenen voor fl 1,25 per stuk als ik het me goed herinner, zo gedetailleerd en ook zo stellig, dat ik dacht dat het door een of andere fantast geschreven was. Later, toen ik ervan doordrongen werd, dat er een lijn doorloopt van de klassieke oudheid naar de moderne tijd, ben ik uiteraard onder de indruk geraakt van deze enorme kennis die schijnbaar zo maar uit de losse pols neergeschreven werd. Ik ontdekte het boek bij Interbook-artbooks in Schiedam, maar kocht het uiteindelijk bij de Slegte alweer deze keer in Den Haag. De Slegte in Den Haag is trouwens op het gebied van de klassieke oudheid beter dan die in Rotterdam. (Op de website van de Slegte is op dit gebied helemaal niets te vinden. Kan ook niet, want ik heb de meeste boeken inmiddels wel gekocht. Wie weet is de Rotterdammer als die al door mocht leren meer een HBS'er dan een gymnasiast. Ook dit boek van Heurgon is zo omvattend en gedetailleerd, dat je even het idee hebt, dat je nu alles weet over de Etrusken en dat je niet op zal vallen als je onder hen leeft met deze kennis. Dat is natuurlijk onzin; er staat bijvoorbeeld erg weinig in over de etruskische taal.
Het boek is al in 1961 in het Frans verschenen.
Een opvallend gegeven vond ik, dat de etruskische dag loopt van het tijdstip van het hoogste punt van de zon tot het volgende tijdstip van het hoogste punt. Dus onveranderlijk en toch voor iedereen waarneembaar.Terug naar de inhoudsopgave

De afbeelding van een askist uit Volterra (tweede eeuw voor Christus) is ontleend aan Italia-on line;het betreffende artikel stond op 10-6-2002 in het archief van die website.
In het boek "De Etrusken", Staatsuitgeverij 1977,ISBN 90 12 01473 5 behandelt L.B. van de Meer de achtergronden van de Etrusken in een reeks thema's kort en bondig (niet meer dan 88 pagina's). Het is bedoeld als een introductie op de verzameling van etruskische oudheden van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Heel apart is het hoofdstuk over de wijze waarop de verzameling tot stand is gekomen. Kolonel Humbert kreeg in 1826 de instructie: 'In Italië en Sicilië wenscht men dat de heer Humboldt zich bepale tot het aankoopen van oudheden, en wel voornamelijk van etruskische voorwerpen, vooral met etrurisch schrift, of met de voorstelling van den Genius met eenen hamer of bijl gewapend' (bedoeld is volgens van den Meer de doodsdemon Charun). Humbert ging voortvarend te werk en kocht in Cortona het complete Museo Corazzi op voor een bedrag van fl 32.000 en wat bijkomende onkosten. Een luttel bedrag noemt van der Meer dat. Maar bij een omrekeningsfactor van 20 komt dat neer op een 300.000 Euro. In verhouding tot de kosten van Boogy Woogy toch nog gering.Terug naar de inhoudsopgave

Deze afbeelding is eveneens afkomstig uit de website italia-online.
Het boek 'De Etrusken en hun beschaving' van de Franse wetenschapper Alain Hus stamt al uit de vijftiger jaren nog van voor de tijd dat er ISBNummers waren. De inhoud maakt in zijn geheel geen verouderde indruk. Pas als je de bibliografie leest, zie je dat de verwijzingen oud zijn; uiteraard nog ouder dan dan deze pockcet uit de Picturareeks. Dat de inhoud niet verouderd overkomt geeft te denken. Kennelijk neemt de kennis omternt de Etrusken slechts weinig toe van de vijtiger naar de zeventiger jaren, toen een explosie van boeken over dit onderwerp ontstond. Of negatiever geformuleerd: de auteurs beschikken over dezelfde spaarzame bronnen, waardoor zij elkaar na lijken te praten.
Op het probleem van de etruskische taal en de wijze waarop de ontcijfering is aangepakt wordt kort (enkele pagina's) ingegaan.
Het boekje doet de naam van de reeks eer aan en bevat vele afbeeldingen, zij het dat die alle in zwart/wit zijn.
Ik kocht het boekje bij de Slegte in Rotterdam voor fl 7,50, hetgeen ik een prettige prijs vond.Terug naar de inhoudsopgave
Het boek "L'art et la civilisation étrusques" van Raymond Bloch is uitgegeven in 1955 bij de Librairie Plon te Parijs. Uit het voorgaande moge blijken, dat een Franstalige uitgave is. Raymond Bloch is een bejubelde archeoloog die na de oorlog opgravingen in de buurt van Bolsena heeft gedaan op zoek naar het oude Volsinii. Ondanks het feit, dat dit boek en dat van Hus uit dezelfde tijd stammen, doet "L'art et la civilisation étrusques" erg ouderwets aan. Je kan je afvragen, wat daarvan de reden is. Het boek is van franse origine. De eerste lezer heeft het boek zelf open moeten snijden. De kwaliteit van het papier is overeenkomstig. De gebezigde taal is wijdlopig; iets wat vaak voor Franse teksten lijkt te gelden, zeker als je je moet redden met je schoolfrans van lang geleden. In het computertijdperk is de Engelse taal (maar ook Nederlands en Noors) erg kernachtig. Tenslotte zijn de literatuurverwijzingen deels tientallen jaren oud.
Curieus is tenslotte de houding van de vingers van de danseres uit de Tombe van de Leeuwinnen die de omslag siert. De wijsvinger en de pink van de linkerhand zijn gestrekt, terwijl de duim en de andere vingers gekromd zijn als in een vuist. Anatomisch klopt er iets niet. De gestrekte vingers zijn te recht en te lang. Maar dat is de charme van de Etruskische kunst: die is niet perfect en in die zin blijft die kunst menselijk.
Ik kocht het boek voor fl 10,- bij Interbook.Terug naar de inhoudsopgave
Eveneens bij Interbook kocht ik het boekje Tarquinia met als subtitel "Wandmalereien aus etruskischen Gräber" met 16 afbeeldingen en een inleiding van Massimo Pallottino. Het is in 1955 uitgegeven door R.Piper en Co Verlag te München. De wandschilderingen zijn afkomstig uit de tombe van de stieren (530 v. Chr.), de tombe van de jacht en visvangst (510 v. Chr.), de tombe der leeuwinnen (510 v. Chr.), de tombe van Baron Kestner (510-500 v. Chr.), de tombe van de luipaarden (480-470 v. Chr.) en tombe van het triklinium (470 v. Chr.) Er zijn 16 afbeeldingen, waaronder die van de fluitspelende figuur in een tabenna. Daarvan heb ik de poster al sinds 1968 aan de muur hangen zonder te weten waaruit die afkomstig was. De inleiding van Massimo Pallottino is die van een kundig en gedreven man. Je krijgt het gevoel, dat als hij spreekt de rest van de Etruskologen eerbiedig zwijgt. Ik kocht het boek voor fl 7,50 bij InterbookTerug naar de inhoudsopgave

Ook deze "Griekse Vaas" in Etrurië geproduceerd is afkomstig van Italia-online
Het boek Those mysterious Etruscans heeft mijn zoon in juni 2002 in Oslo gekocht bij Bislet Antikvariat een naam die terug doet denken aan de tijd dat de Noren het mondiale schaatsen beheersten. Het boek is geschreven door Agnes Carr Vaughan, emeritus professor van het Smith College in de onderwerpen Klassieke Talen en Literatuur. Het boek is in 1966 bij Robert Hale in London uitgegeven en heeft nog geen ISBNummer. Het kostte 125 Noorse kronen. De titel doet al vermoeden, dat het boek is geschreven in een olijke stijl. Het behandelt de Etrusken aan de hand van diverse onderwerpen, waaronder taal en literatuur. Ze gaat daarbij uit van het in 1961 verschenen 'uitdagende' boek "Les Etrusques commencent à parler", het resultaat van 30 jaar studeren van de auteur Zacharie Mayani. Hij beweert, dat het Etruskisch verwant is met het Albanees en Illyrisch en ziet overal Albanese wortels. Nu hebben vele mensen overeenkomsten gezien met vele talen, dus we gunnen Zacharie zijn feestje met het Albaans. Van een voormalige professor in de klassieke talen valt het me echter tegen, dit als de voornaamste mogelijkheid te presenteren. Uit het boek van de mummie van Zagreb produceert Mayani de volgende vertaling:
When day begins to dawn
Slaughter a barren cow
Smite a bull of Nunthen
Terug naar de inhoudsopgave
Terug naar de inhoudsopgave
Het boek bevat:
Ambros Josef Pfiffig: Einfürung in die Etruskologie; Probleme, Methoden, Ergebnisse. Uitgegeven door de Wissenschaftliche Buchgesellschaft Darmstadt 1972. ISBN 3-534-06068-7.
Kortom een fascinerend boek van een Etruskoloog die op het gebied van de taal verregaande creatieve oplossingen heeft bedacht.
Toen ik weer eens voor mijn boekenkast stond om wat boeken weg te gooien, zodat er plaats voor nieuwe zou ontstaan, trok ik een Aula boekje te voorschijn. Ik had het in 1962 gekocht. Omdat ik zelf strepen had gezet, moet ik het destijds gelezen hebben. Verder was ik het gehele bestaan van het boekje vergeten. Vacano schrijft in zijn voorwoord: Over de Etrusken is in de laatste decennia veel in druk verschenen en nog steeds staan de geleerden vanwege de gebrekkige kennis van de Etrurische taal voor problemen die op een ontraadseling wachten. Het lijkt wel of het oude volk met zijn geheimzinnige overleveringen en riten er des te fascinerender door worden. Wie een beknopt overzicht wil hebben van wat er in Oud-Etrurië bewaard is gebleven kan dit in dit samenvattende boek lezen. Er wordt een inzicht gegeven van de cultuur- en godsdiensthistorische achtergrond van de Etruskische gedachtenwereld, in hun besef van een sacrale levensorde, hun gevoel van diepere volkseenheid naast politieke verbrokkeling, hun kijk op de gang der geschiedenis en hun streven naar een contact met een leven na de dood. Belangrijk is het verband van het Etruskische volk met de gehele antieke wereld, met Griekenland en met de Romeinen.
Helmut Rix benadert in zijn boek Rätisch und Etruskischde weinig bekende Rätische teksten op twee manieren. Op de eerste manier gaat hij uit van de kennelijke functie van het voorwerp, waarop de inscriptie is geschreven en de mogelijke tekst zoals een formule van bezit of van wijding. Dit is een benaderingswijze die ook voor het Etruskisch is toegepast. De tweede manier is om parallelen met het Etruskisch gekeken waarbij er vanuit gegeaan wordt, dat het Rätisch een verwante taal is. De conclusie van Rix is, dat het Rätisch en Etruskisch recent gescheiden zijn. Een feit is verder, dat de voornamen in de twee talen niet op elkaar lijken. Als je dat vergelijkt met voornamen in het Nederlands en het Duits uit respectievelijk de provincie Drenthe en het land Nedersaksen, dan zie je daar nog steeds veel overeenkomsten. De scheiding in dit Nedersaksiche taal gebied zou ik recent willen noemen.
Het boek is uitgegeven in Innsbruck in 1998 en heeft als ISBN: 3-85124-670-5. Ik leende het boek in de zomer van 2002 via Tønsberg Bibliotek van de bibliotek for Humaniora og Samfunnsvitenskap van de Universiteit in Oslo
Fred Woudhuizen
The language of the sea people
Najade Press, Amsterdam 1992; ISBN 90-7-73835-02-x
Publications of the Henri Frankfort Foundation; vol twelve;
General Editor Nanny M.W. de Vries
bevat:
Ik leende dit boek via Tønsberg Bibliotek bij de Universitet i Oslo en wel bij Instituttet for kunsthistorie og klassisk arkeologi. Het boek maakt deel uit van de serie: Die Altertumswissenschaft:einfürungen in Gegenstand, Methoden und Ereignisse, ihrer Teildisziplinen und Hilfewissenschaften.
In elf hoofdstukken gaat Pfiffig in op wat Etruskologie is, wat het onderscheid is met het onderzoek naar Romeinen en Grieken, waarom de Etrusken als raadsel beschouwd worden (maar niet zouden beschouwd moeten worden) Het aardige is overigens, dat Pfiffig in hoofdstuk X ingaat op de appreciatie door de Grieken en Romeinen van de Etrusken, waarbij de laatste als decadent en als schuinsmarcheerders beschouwd werden. De conclusie is dan, dat de Etrusken pre-Indogermaans zijn en daarom in de ogen van de omringende Indogermaanse volken 'vreemd' zijn (raadselachtig zou je kunnen zeggen).
Andere hoofdstukken gaan in op het taalonderzoek, de prehistorie, de geschiedenis, de archeologie, de godsdienstgeschiedenis, de kunstgeschiedenis, de sociologie en de Europese cultuur.
Pfiffig behandelt veel van de vragen die over Etrusken gesteld worden. De vraag, waar ze vandaan komen vindt hij een onjuiste, omdat de Etruskische cultuur kennelijk tot ontwikkeling is gekomen op Italiaanse bodem. Pfiffig ziet in de Etrusken een Italisch volk dat zich al eerder kenbaar heeft gemaakt als proto Villanova en Villanova cultuur, gemengd met volken die van overzee zijn gekomen. Deze overzeese volken zijn het meest talrijk in de kuststeden van zuid west Etrurië en het minst in een stad als Perugia, waar hij vrijwel uitsluitend Umbriërs vermoedt die zeer laat het Etruskische burgerschap hebben verworven en die tweetalig zouden zijn geweest.
Pfiffig stelt een reeks vragen die bij hem opborrelen. Een greep daaruit:
Otto Wilhelm Vacano is in 1910 in Erstein (Elzas) geboren. Hij studeerde klassieke wetenschappen in Wenen en Keulen en promoveerde in 1936 op een proefschrift over de oude Zeustempel in Olympia. Hij maakte al in zijn studiejaren menige voet- en fietstocht naar Italië. Daarbij werd zijn bijzondere belangstelling gewekt voor het eruskologische onderzoek, waarmee hij zich op den duur speciaal ging bezighouden. Zijn werk op dit gebied wordt gekenmerkt door het vasthouden aan het verband met de gehele antieke wereld. In 1944 werd hij docent aan de universiteit te Graz. Zijn grote werk was: Die Etrusker, Werden und geistige Welt uit 1955, waarvan het genoemde boekje een samenvatting is.
Het boek van Mario Moretti, getiteld: "Museo di Villa Giulia" dateert uit 1967 en is uitgegeven in Rome door Tipografica 'Artisticca Editrice"(?). In het museo nazionale di Villa Giulia is een uitgebreide collectie van Etruskische kunstschatten bijeengebracht. Deze zijn beschreven in het besproken boek. De behandeling geschiedt per territorium van de verschillende stadstaten en is rijkelijk geillustreerd; in zwart-wit; dat wel. Een eerdere bezitter van dit boek heeft ijverig zitten onderstrepen. Ik heb me laten verleiden om dit ook te doen. Jammer dus. Ik kan niet wachten tot mijn volgende bezoek aan Rome.
Een van de aardigste boeken die ik over de Etrusken heb gelezen is het Noorse boek 'Gjennom Etruskernes land' van Per Gottschalk. In februari 2003 kocht ik het boek tweedehands ergens op Majorstua in Oslo voor de luttele som van 90 kronen (ofwel 12 Euro). Het is als we de kaft mogen geloven een uitgebreide en gerevideerde uitgave (ISBN 82-05-11531-1). Ik had de oorspronkelijke uitgave uit 1972 al eens gelezen, maar snel doorbladerend kan ik niet vertellen, wat er nieuw aan is.
Het boek is een combinatie van een reisbeschrijving door Noord-Italie en een uitgebreide verhandeling over de Etrusken. Het boek is met humor geschreven en geeft een stereotiep beeld van de Italiaanse bureaucraat die naar believen musea opent of dicht laat, maar geen boodschap heeft aan klantvriendelijkheid richting een noordelijke toerist. In de verte doet het boek denken aan het boek van D.H. Lawrence getiteld 'Etruscan Places', zij het met duidelijke verschillen. Lawrence dwaalt door het Italie van voor de tweede wereldoorlog, wanneer de Etrusken nog geen modeverschijnsel zijn, de ligging van Etruskische monumenten slechts een handvol ingewijden bekend is en je nog Italianen op muilezels ziet. In Lawrence 's boek tref je een sombere ondertoon aan en de etruskische beschaving wordt slechts summier beschreven.
In het boek van Gottschalk kwam ik mijn 'eerste' Etruskische tekst tegen: Vel Partunu Velthurus Satnal-c Ramthas clan avis lupu XXIIXX; Vel Partunu, Velthurs en Ramtha Selneis zoon, stierf 28 jaar oud. Een simpele tekst, waarachter men een tragische geschiedenis kan verzinnen.
Het boek van Eva Fiesel getiteld 'Etruskisch' is afkomstig uit een serie over de Indogermaanse taalwetenschap en stamt uit 1931 uitgegeven bij Walter de Gruyter&Co in Berlijn. Als je de serie ziet en het jaartal en de aan te vechten plaats van het Etruskisch binnen het Indogermaans, dan krijg je spontaan kromme tenen. Maar dat is niet nodig. Eva Fiesel behandelt de Etruskologie zakelijk en wetenschappelijk. Haar conclusies staan ook nu nog recht overeind en je vraagt je af, waarom ze niet meer over het Etruskisch heeft gepubliceerd. Het anwoord staat op Internet: in 1933 verlaat ze Duitsland, bezoekt de Etruskische plaatsen, kan niet naar Duitsland terugkeren en gaat naar Amerika. Er wordt een leerstoel voor haar ingeruimd, ze heeft nog contacten met vroegere collega's, maar ze overlijdt in 1937 -nog jong- aan leverkanker. Het boek vertelt weinig nieuws, want reeds 72 jaar oud, maar laat zien, dat 'men' er ondanks tijd en plaats geen zooitje van maakte. Ik leende dit boek in de zomer van 2003 van het 'Linguistisk Institutt' van 'Universitetet i Oslo'.