De kleur uit de ruimte

Home Next

De kleur uit de ruimte

 

Ten westen van Arkham rijzen de bergen woest omhoog en er zijn dalen met dichte wouden waar geen bijl ooit gehakt heeft. Er zijn donkere, nauwe kloven waar de bomen op een fantastische wijze overhellen en waar smalle beekjes sijpelen die nooit de glinstering van het zonlicht opgevangen hebben. Op de zachter glooiende hellingen staan boerderijen, oud en rotsig, met lage, bemoste hutten die in de beschutting van grote overhangende rotsrichels eeuwig over de oude geheimen van New England broeden; maar die zijn nu allemaal leeg; de brede schoorstenen brokkelen af en de muren met de overhangende dakspanen zakken gevaarlijk onder de lage overhangende daken.

De ouden zijn weggegaan en vreemdelingen wonen daar niet graag. Frans-Canadezen hebben het geprobeerd, Italianen hebben het geprobeerd, en de Polen zijn gekomen en weer weggegaan. Het is niet om iets dat men kan zien of horen of aanraken, maar om iets dat men zich verbeeldt. Het is geen geschikte plaats voor verbeelding en 's nachts komt men er niet tot kalme dromen. Dat moet de reden zijn waarom de vreemdelingen wegblijven, want de oude Ammi Perce heeft aan hen nooit iets verteld van wat hij zich van die vreemde tijden herinnert. Ammi, die al jaren lang een beetje zonderling is, is de enige die er nog gebleven is of die ooit over de vreemde tijden praat; en hij durft dit te doen omdat zijn huis zo dicht bij de open velden en de drukbereden wegen rondom Arkham staat.

Eens was er een weg over de bergen en door de dalen, die recht door de plek liep waar nu de verzengde heide is; maar de mensen maakten er geen gebruik meer van en een nieuwe weg werd aangelegd, die ver zuidwaarts kronkelde. Sporen van de oude weg zijn nog te vinden tussen het onkruid van een terugkerende wildernis en enkele van die overblijfselen zullen ongetwijfeld nog blijven kwijnen zelfs als de laagten al voor de helft overstroomd zijn ten behoeve van het nieuwe stuwmeer. Dan zullen de donkere wouden omgehakt zijn en de verzengde heide zal sluimeren diep onder het blauwe water waarvan het oppervlak de hemel zal weerspiegelen, rimpelend in het zonlicht. En de geheimen van de vreemde tijden zullen één zijn met de geheimen van de diepte; één met de verborgen kennis van de oude oceaan en met het mysterie van de oertijd der aarde.

1