We gaan op kamp naar Ameland

 

We vertrekken op woensdag 23 mei 2007

En komen terug op vrijdag 25 mei 2007

 

De Adresgegevens van de boerderij zijn:

 

“De Kiewiet’s Hoeve”

Ballumerweg 23a

9163 GA Nes

 

We brengen een bezoek aan:

 

Rixt van het Oerd (de Heks)

Het dorpje Nes

Evt. museum of zwembad (afhankelijk van het weer!)

 

 

Wat neem je mee?

 

- Een onderlaken

- Een slaapzak

- Een kussensloop

- Een pyjama

- Zwemkleding

- Toilettas met inhoud

- Handdoeken met washandjes

- Kleding die geschikt is voor de verwachte weersomstandigheden

- Lunch voor de eerste dag

 

evt.

- Extra sokken

- Zakdoeken en schoenen

- Leesboek en knuffel

- Cd's, mp3-speler (op eigen risico!)

- Make-up spullen

- Zaklantaarn

- Adressen (voor het versturen van kaartjes)

- Medicijnen

-         Zonnebrandcreme, lippenbalsem, after-sun, .......

 

 

RIXT VAN 'T OERD

In Buren op Ameland staat een beeldje van een knokig oud vrouwtje met een lantaarntje in haar hand. Rixt van ‘t Oerd heet ze. ‘t Oerd, het woeste duingebied ten oosten van het dorp. Als oude arme vissersweduwe woonde Rixt daar met haar zoon Sjoerd in een klein huisje, een hutje van strandhout en plaggen. Om aan de kost te komen gingen zij naar het strand om wat bruikbaars te vinden, aangespoelde goederen van vergane schepen.

Tegenwoordig spoelen er wel eens ribbroeken, melkpoeder en whisky aan en een enkele keer een hele container. Maar ook in Rixt haar tijd loonde zo’n speurtocht vaak. Niet dat ze er rijk van werd... nee, het bleef voor Rixt en haar zoon bittere armoede. Sjoerd wilde echter, evenals vroeger zijn vader, de zee op. Hij had genoeg van de armoede en zuchtte naar avontuur. Maar zijn vader was nooit teruggekomen. Zijn moeder jammerde dan ook dagenlang om hem bij zich te houden.

De jongen was echter te rusteloos en te avontuurlijk om zich hiervan iets aan te trekken: hij monsterde aan in de haven. Daarna kwam hij vaak thuis en dan bracht hij van alles voor zijn oude moeder mee. Die kon daar dan weer een paar weken rustig van leven. Totdat er een tijd kwam dat Sjoerd niet meer thuiskwam.

Ten einde raad besloot zij weer te gaan jutten, maar in haar eentje vond ze veel minder dan vroeger. Als de noordwester stormen woedden, ging ze naar het strand in de hoop een noodsein van een schip op te vangen. Zachtjes smeekte ze dan dat het schip zou vergaan, zodat ze een rijke buit zou vinden. Maar de schepen voeren voorbij en telkens kwam Rixt met lege handen terug.

Ten einde raad kwam zij tot een misdadig plan: Tijdens de eerstvolgende zware storm plaatste ze op het Oerderduin een lantaarn. De list lukte. Een schipper dacht daar een veilige haven te vinden, maar het schip liep vast op de zandbank en sloeg daar stuk in de golven. Het was een rijk beladen schoener en Rixt was blij met de grote vangst. Heel wat kisten, tonnen, manden en vaten sleepte ze die nacht naar haar hutje.

Het was amper licht of ze was al weer bij de vloedlijn. Haar begerige ogen spiedden rond. Opeens zag ze iets, half onder het zand. Het bleek een lijk. Ze dacht aan gouden ringen van aan vingers en snel haalde ze het lichaam boven.

Nu schrok zij, want aan het gezicht herkende zij haar jongen, haar Sjoerd!

"O, God, wat straft gij mij!" jammerde ze. "Kom toch bij, Sjoerd, mijn lieveling, kijk mij aan! Zie je je moeder niet? Kom mee naar huis! Je bent op 't Oerd!". Maar Sjoerd zou niet meer opstaan. Rixt werd gek van verdriet en spijt en de rest van haar leven zwierf zij nog doelloos op 't Oerd.

Wanneer nu de noord-wester over het Oerd giert, kun je soms de schim van Rixt nog zien en haar gejammer horen: "Sjoe-oe-oe-oerd".

 

Opgesteld door Paul Schnieders