De merel
Homepage
Problemen door eenzaamheid
Een hond is geen klimtoestel
Huisdieren in de winter
De dingo
Over honden
Over honden 2
Over katten
Over katten
Over konijnen
Over konijnen
Een konijn is geen wegwerpartike
Konijnen in het wild
De Cavia
Mijn cavia's
De hamster
De tamme rat
De tamme muis
Fretten
De gerbril
De chinchilla's
De bever
Kamer- en volièrevogels
Afrikaanse prachtvinken
Inlandse vogels
De putter
Parkieten
De koolmees
De Appelvink
De merel
Roodborstje
De spreeuw
De ekster
De kraai
De wilde eend
De fuut
De meerkoet
Vissen voor de tuinvijver
Amfibiën in je tuin
De mug
Mieren
Ook dieren kennen verliefdheid
Vieze beestjes?Uitroeien!
Dierenspreekuur
Dierenleed melden
Dierenmopjes
Plaatjes en animatie
Gezegdes
Tips
Favoriete links
Vraag & antwoord
de merel

Kenmerken

Eindelijk een vogel die echt elk kind kent:de zwarte merel met de gele snavel.Maar hippen er niet ook vreemde  bruine vogels rond op het gazon?Zijn dat nu andere lijsters(fout)of vrouwtjes en jonge vogels(goed)?Inderdaad zijn de verenkleden van de merel in de loop van de jaren heel uiteenlopend.Ze hebben echter nooit zulke duidelijke donkere  vlekken op de lichte borst en onderkant als andere lijsters;ze zijn verreweg de donkerste onder de lijsters,ook al zijn ze niet altijd zo gitzwart als de oude mannetjes.Ziet u een lijster met een duidelijk gevlekte borst op het gras zitten,dan zal het zeer waarschijnlijk een zanglijster of een kramsvogel zijn.En die zijn gemakkelijk van elkaar te onderscheiden: de zanglijster is bovenop licht aardebruin,de kramsvogel daarentegen heeft een zwarte staart,grijs op de kop,de nek en stuit,en donkerbruin op de vleugels en de rug.Beide soorten broeden overigens steeds vaker in tuinen.Terwijl de zanglijster s'winters meestal vertrekt,zijn kramsvogels vaak met veel tegelijk bij gevallen fruit en in bessenstruiken terug te vinden.



Voorkomen

Merels zijn eigenlijk bosvogels.Dat ze ook dorpen en steden met hun tuinen en groenstroken tot hun leefgebied hebben verkozen,gebeurt nog niet zo heel lang.Ondertussen broeden ze hier al lang niet meer alleen in bomen,maar ook op gebouwen,op straatlantaarns en andere vreemde plaatsen.Nog altijd zijn er bosmerels.Die zijn duidelijk schuwer en veel van hen trekken in de herfst naar warmere,voedselrijke streken,terwijl de meeste stadsmerels ook 's winters wel aan hun trekken komen,vooral waar gevoerd wordt.

BROEDGEDRAG

Vaak al in januari /februari laten de merels op warme dagen hun eerste,nog wat aarzelende gezang horen.Op zijn laatst in maart is het dan gebeurd met de winterse verdraagzaamheid en onstaan er allerlei gevechten, waaraan soms zelfs de vrouwtjes meedoen.Uiteindelijk vindt elk paar een territorium en een nestelplek, en in enkele dagen heeft het vrouwtje het nest klaar.Het diepe,komvormige nest wordt gladgestreken met een beetje vochtige aarde voordat de laatste laag van fijne draden wordt aangebracht.De 4-6 eieren hebben een bruine tekening op een groene ondergrond.Het vrouwtje broedt 11-16 dagen.De jongen worden 12-19 dagen door beide ouders in het nest verzorgd en daarna nog eens maximaal 10 dagen na het uitvliegen gevoerd.Vaak nog voordat de jongen helemaal zelfstandig zijn, begint het vrouwtje al met een nieuw nest en het volgende broedsel. Sommige merelmoeders hebben zelfs nog een derde leg en komen zo tot wel 20 jongen per jaar.




VOEDSEL

Net als alle lijsters zijn ook de  merels specialisten in het zoeken naar voedsel op de grond.Ze zoeken het liefst in korte vegetatie naar regenwormen, die ze  door stampen uit hun gangen jagen.Als in de zomer en de herfst de bessen rijpen, maken ze daarvan rijkelijk gebruik.Vooral de kleine vruchtjes van de rotsmispel en - na juli - de rode bessen van de vogelkers laten ze zich goed smaken.Tot verdriet van veel tuinders delen ze echter ook onze smaak voor kersen,aalbessen en zachte pitvruchten.'s Winters zijn alle lijsters dol op door de vorst zacht geworden appels en peren.


HULP

 

Merels zijn  levenskunstenaars die gebruik weten te maken van de heerschappij van de mens;u hoeft ze niet speciaal te helpen.Natuurlijke tuinen met oude loofbomen en struiken,waaronder het afgevallen blad verrotten kan, zijn goed voor ons en de merels  (en zanglijsters).En zachte havervlokken(zonder katten) maken ze nog toeschietelijker.Steeds weer worden jonge merels die het nest al verlaten hebben voordat ze echt kunnen vliegen,opgepakt.Dat is heel normaal.Zoals altijd in dergelijke gevallen moet u het jong op dezelfde  plek op een verhoogde plek zetten,die zo mogelijk beveiligd is tegen katten, en waar het door de ouders verder gevoerd kan worden.Mochten de ouders zelf het slachtoffer zijn geworden van katten of auto's,dan kunt u  in een hengelsportzaak meelwormen of in de supermarkt gehakt kopen om daarmee de kleine schreeuwlelijken te voeren tot ze zelfstandig zijn,wat na hoogstens 2 weken het geval moet zijn.