Inlandse vogels
Homepage
Problemen door eenzaamheid
Een hond is geen klimtoestel
Huisdieren in de winter
De dingo
Over honden
Over honden 2
Over katten
Over katten
Over konijnen
Over konijnen
Een konijn is geen wegwerpartike
Konijnen in het wild
De Cavia
Mijn cavia's
De hamster
De tamme rat
De tamme muis
Fretten
De gerbril
De chinchilla's
De bever
Kamer- en volièrevogels
Afrikaanse prachtvinken
Inlandse vogels
De putter
Parkieten
De koolmees
De Appelvink
De merel
Roodborstje
De spreeuw
De ekster
De kraai
De wilde eend
De fuut
De meerkoet
Vissen voor de tuinvijver
Amfibiën in je tuin
De mug
Mieren
Ook dieren kennen verliefdheid
Vieze beestjes?Uitroeien!
Dierenspreekuur
Dierenleed melden
Dierenmopjes
Plaatjes en animatie
Gezegdes
Tips
Favoriete links
Vraag & antwoord
Inlandse vogels

ROODBORSTTAPUIT
 
De naam is wellicht enigszins verwarrend.Er zijn roodborsten en tapuiten.Er zijn inderdaad ook roodborsttapuiten en alle drie de soorten behoren tot de lijsterachtigen.Ze lijken dan ook alle drie in hun gedrag op bijvoorbeeld een zanglijster.Man en pop zien er niet hetzelfde uit.Men noemt dit geslachtsdimorfisme.De man is het fraaist met zijn sterk contrasterende kleuren die vooral in het broedkleed opvallen.Hij behoort tot de allermooiste vogels die in Nederland voorkomen.
Helaas neemt deze vogel in aantal af.Dit is waarschijnlijk te wijten aan de moderne akkerbouwmethodes.Aangezien hij op de grond broedt,neemt ook zijn gelegenheid tot nestbouw af.Bovendien is een nest op de grond gevoelig voor verstoring door grondbewerking en egels.
We zien roodborsttapuiten vaak op prikkeldraad of paaltjes zitten.Ze zijn dan bezig met jagen op bewegende insecten.Soms hangen ze ook een ogenblik stil in de lucht alvorens hun voedsel te verschalken.
Ze trekken in de herfst wel weg,maar niet erg ver en ze zijn ook weer vroeg terug.Ze broeden vaak twee soms drie keer per jaar.Ze leven op drogere terreinen dan hun naaste verwante,het paapje.


De Kokmeeuw
 
Kokmeeuwen eten voornamelijk visjes en bodemdieren,maar op vuilnisbelten en schoolpleinen zijn ze vaste bezoekers en ze kennen de tijden waarop er wat te halen valt.Controle op de aantallen lijkt niets op te leveren.Jacht en vernietigen van eieren schijnt kokmeeuwen nauwelijks te deren.Er verblijven er de laatste jaren in Nederland wel een kwart miljoen.Kokmeeuwen hebben zwemvliezen en dat houdt verband met hun vermogen om te zwemmen.
Echter,ze zitten ook vaak op gebouwen en lantaarnpalen.Als een landbouwer zijn akker omploegt,wemelt het al gauw van de kokmeeuwen.De boer mag zich daar in verheugen ; veel schadelijke dieren worden opgegeten.
 
In het algemeen is de kokmeeuw best nuttig,maar in zijn broedgebied verdringt hij vaak andere vogels en is hij een geduchte voedselconcurrent.Bovendien is hij niet vies van pas uitgevlogen vogels: eens zag ik hoe een kokmeeuw een jonge groenling ving.
De broedgebieden liggen vaak in de duinen,maar ook in kwelders en zoetwatermoerassen(De Peel).In strenge winters trekken kokmeeuwen wel weg, vooal als er veel sneeuw ligt : dan is voedsel onbereikbaar geworden.
Onze vogels zijn dan wel weg, maar honderdduizenden andere trekkende kokmeeuwen komen dan naar ons land terug,vooral langs de kust.
Het zomers-en winterkleed verschillen nogal.