|
![]() |

De KH en de GHDe KH en de GH. Welke aquariaan heeft er nou niet van gehoord? De KH en GH zijn eigenlijk afkortingen.
De totale harheid, GHDe totale hardheid geeft het totaal van alle in het water opgeloste Aard-alkali ionen weer.
De Carbonaat hardheid, KHDe carbonaathardheid geeft aan hoeveel carbonaat (CO32-) en bicarbonaat (HCO3-) ionen in het water aanwezig zijn. Hoe meer carbonaat en bicarbonaat ionen des te groter de KH. De carbonaathardheid wordt ook wel de alkaliteit genoemd. Hoe meer carbonaat/bicarbonaat aanwezig is, des te alkalischer het water. Een optelsomWe zagen dat de GH het aantal aardalkali ionen weergeeft. De KH geeft het aantal (waterstof)carbonaat ionen weer. Nou willen die carbonaat ionen zich graag verbinden met de aardalkali ionen. Maar niet alleen carbonaten binden aan die aardalkali ionen. Ook andere stoffen als sulfaten, fosfaten e.d. kunnen aan de aardalkali ionen binden. We kunnen dan ook schrijven:
De KH is geen blijverdjeDe KH wordt ook wel de tijdelijke hardheid genoemd. Er geldt namelijk:
Als we nou water gaan koken dan vallen de carbonaten uit elkaar. Voor de uitpluizers, die vergelijkingen zien er dan zo uit: We zien dus dat door koken de KH helemaal wordt afgebroken. Er zijn geen carbonaten meer in het water, geen CO32- en ook geen HCO3-. En omdat door koken de KH helemaal afgebroken kan worden wordt ie dus ook wel de tijdelijke hardheid genoemd. Maar helemaal volledig ben ik nog niet. Reaktie 2. verloopt namelijk alleen maar onder hoge drukken en temperaturen. Als wij aquarianen water gaan koken komen we niet verder dan reaktie no. 1. We houden dus nog carbonaat, CO32-, in het water. Wat gebeurd er dan nog meer bij het koken, nou de temperatuur stijgt, logisch he? Maar dat heeft ook als gevolg dat er minder
kalk in het water kan oplossen. En die kalk zal dan neerslaan. We zagen al dat er door koken CO32-
is gevormd uit het HCO3-. Calcium en het carbonaat reageren dan met elkaar volgens de reaktie: Zo zou je dus eigenlijk door koken het water kunnen ontharden. Energetisch een dure oplossing, maar het kan wel. De permanente hardheid, en een optelsom die niet klopt!De totale en de tijdelijke hardheid kennen we nu wel. Maar wat is dan de permanente hardheid? In een viertal aquaria hebben we een aantal stoffen zitten in verschillende verhoudingen. We gaan eens kijken wat er gebeurd
Bij situatie 1 en 3 zijn het aantal (waterstof)carbonaat en het aantal calcium/magnesium ionen gelijk. Er is een evenwicht en de KH is gelijk aan de GH. In situatie 2 is de KH is kleiner dan de GH. Deze situatie komt in de praktijk ook het meeste voor. Het betekend dus gewoon dat er meer Ca2+ en Mg2+ aanwezig is dan CO32- en HCO3-. Situatie 4 is een lastige! Er is meer CO32- aanwezig dan Ca2+ en Mg2+. en dit betekent dus dat de KH groter zou moeten zijn dan de GH. Dat kan toch eigenlijk niet? Nou in de praktijk kan het dus wel degelijk zoals we in dit voorbeeld zien. Maar dan zou er dus een negatieve permanente hardheid uit de formule komen? (NKH=-50) om het weer kloppend te maken. Er is dus iets niet goed...Daar is gelukkig wat op gevonden. Als we namelijk de definities van KH en GH zoals onder opstellen dan klopt het allemaal weer wel.
Even terug naar het laatste voorbeeld:
KH groter dan GH, kan wel of kan dat niet?Het kan wel, de KH die we meten kan wel degelijk groter zijn dan de GH. De verwarring wordt dus vooral veroorzaakt door de definities De definitie van de KH zegt: " De KH is het aantal bi(carbonaat) ionen gekoppeld aan de aanwezige aardalkali-ionen." Het probleem zit hem dus in het feit dat een testsetje ALLES meet en dat dat vervolgens de KH wordt genoemd. Volgens de definitie is de KH echter een kleiner deel. Eigenlijk kunnen we ook beter de naam KH laten vallen, omdat we die niet meten. We kunnen beter spreken over het zuurbindend vermogen. Want dat is wat het KH testsetje meet. Er wordt bepaald hoeveel H+ ionen er nodig zijn om de (bi)carbonaten af te breken, dus hoeveel zuur het kan binden. Helaas is het begrip KH zo vast ingeburgerd dat het nog wel een tijd zal duren voor het begrip Zuurbindend vermogen is ingeburgerd. Als het al ooit zover komt. Hoe de KH en GH onafhankelijk van elkaar te beinvloeden zijnZo tussen de regels door kon je in het stukje hierboven al wel lezen dat de KH en GH onafhankelijk van elkaar zijn te beinvloeden.
(Da's niet altijd zo, maar alleh!, een keer generaliseren mag.)
We zullen dat met wat voorbeelden proberen duidelijk te maken hoe je door verschillende stoffen toe te voegen de GH en
KH onafhankelijk kunt beinvloeden. Het principe is simpel.... Zo, nu kun je dus meteen nagaan wat er in de potten GH-plus en KH-plus zou kunnen zitten!
* Door toevoegen van OH- zal CO2 en OH- kunnen reageren tot HCO3- daardoor stijgt de KH indirekt toch nog. De Eenheden voor de hardheid, een mooie janboelDe hardheid voor de GH en KH zou je mooi kunnen uitdrukken in het aantal ionen. Maar dat levert nogal grote getallen op waarmee het onhandig werken is. De gehalten uitdrukken in mol of millimol (mmol) is al wat handiger. Maar jah, in het verleden werd de hardheid uitgedrukt in het benodigde aantal druppels van een zeepoplossing voordat water ging schuimen. Hoe harder het water, des te meer druppels er nodig waren. En hieruit zijn dus de graden Hardheid vandaan gekomen.Nou van nationalisme is bij de GH/KH eenheden zeer zeker sprake! De Engelsen waren er destijds, als DE leidende industriele natie, als eerste bij en introduceerden de Engelse Hardheidsgraad. De zoals altijd eigenwijze Fransen zagen maar niks in die Engelse eenheid en introduceerden hun eigen eenheid, waarna de Duitsers niet achter konden blijven. De Amerikanen deden het nog weer anders en drukten het uit in mg/ltr CaCO3 of in US degrees. Nou dan is de verwarring compleet. De verschillende eenheden uit al die landen kennen de onderstaande definities, en zo zie je ook meteen hoe andere lokale eenheden van invloed zijn. Grain Calcium Carbonate per Imperial gallon.....Klinkt toch prachtig nietwaar?
Gelukkig is e.e.a. nog wel in elkaar om te rekenen en daarvoor kan ook de hardheidscalculator op deze site gebruikt worden. Tegenwoordig gebruiken we in europa meestal de Duitse Hardheid (DH). Omrekeningstabel voor de GH![]() Even wat voorbeelden: De GH van verversingswater voor een aquarium is 8 en bestaat (op molaire basis) voor 80% uit calcium en voor 20% uit magnesium. Hieronder is dan nog even een GH-schaal weergegeven in graden Duitse Hardheid. Voor verschillende typen aquaria zijn hierbij de vaak voorkomende GH-waarden weergegeven.Ook is te zien of we te maken hebben met hard of zacht water. Water met een GH van 3 noemen we zeer zacht. Water met een GH van 18 noemen we hard. ![]() Omrekeningstabel voor de KH![]() Ook nog wat voorbeelden: Op de KH-schaal hieronder (in graden duitse Harheid) zijn de waarden voor verschillende typen aquaria weergegeven. Wat opvalt is dat bij een tanganjika aquarium de KH groter is dan de GH. Een typische waterwaarde voor dit Afrikaanse meer. ![]() Het meten van de GHHoe werkt nu zo'n GH druppeltest? Nou, eigenlijk aardig simpel. Het druppeltje uit de GH test bestaat uit twee stoffen:
Een druppel komt overeen met één GH. De meting is redelijk betrouwbaar vanaf een GH van 3-4 en hoger. Eronder wordt e.e.a. zeer onnauwkeurig. Daarvoor zijn testsetjes beschikbaar met aparte flesjes voor de indicatorvloeistof en de EDTA. Het meten van de KHHet meten van de GH was simpel. Het meten van de KH is dat eigenlijk ook maar kent wat haken en ogen. De KH testset bestaat ook weer uit twee stoffen, die kunnen beide in een flesje zitten of elke stof apart in een flesje (die laatste, zoals de KH-test van Salifert, zijn een stuk nauwkeuriger). De werking is als volgt:
Beinvloeden turf en fosfaten de KH meting??
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
PO43- + H+ >>HPO42- HPO42- + H+ >>H2PO4- H2PO4-+ H+ >>H3PO4 |
Het zal duidelijk zijn dat het zoutzuur dus niet alleen wordt gebruikt om het carbonaat mee af te breken maar ook om fosfaat om te zetten. Hebben we dus veel fosfaat in het water dan zijn er meer druppels nodig om de kleur om te laten slaan. Als we dus veel fosfaat in het water hebben zitten dan meten we een hogere KH dan er eigenlijk aanwezig is. En zegt men dan.... omdat de KH meting niet meer klopt dan kun je ook geen CO2 berekeningen meer toepassen.
In theorie klopt dat en op sommige fora is er veel over gesproken. Je CO2 tabellen zouden niet meer gelden, etc. Is dat in de praktijk ook werkelijk zo? We rekenen het eens na.
In de grafiek van het fosfaat zien we dat de pH grote invloed heeft in welke vorm het voorkomt. Bij de KH meting verlagen we de pH tot 4,3 waarbij de KH omslaat.
Bij een pH van 4,3 zien we dat bijna 100% van het fosfaat als H2PO4- voorkomt (De zwarte lijn in de grafiek).
We gaan nu eens het eens kijken hoeveel de KH meting door 1 mg/ltr fosfaat wordt beinvloed bij water met een pH van 7,1 en van 9,8. Die pH waarden zijn niet zomaar gekozen. Bij pH=7,1 hebben we 50% H2PO4- en 50% HPO42- Bij pH=9,8 hebben we 100% aan HPO42-
Bij een pH van 7,1 hebben we twee vormen van fosfaat: H2PO4- en HPO42- Wanneer we de pH naar 4,3 brengen dan veranderd alleen de laatste HPO42- naar H2PO4- De helft van het aanwezige fosfaat beinvloed dus maar de KH meting. De rest niet.
1 millimol Fosfaat (HPO42-) weegt 96 milligram.1 mol HCO3- weegt 61 gram
0,0052x61= 0,32 mg/ltr HCO3-
Er geldt 1 dKH = 21,8 mg/ltr HCO3-
We hebben door het fosfaat dus 0,32/21,8 = 0,015 graden KH teveel gemeten. Nou bijzonder veel dus.....Ahum!!!
Kijken we nu even bij een pH van 9,8 Ook weer met 1 mg/ltr fosfaat
In het vorige voorbeeld hadden we bij een pH=7,1 0,5 mg/ltr aan HPO42- Dat wordt nu dus 100%
We hebben dus 1 mg/ltr aan HPO42-.
Bij deze hogere pH wordt de meting dus dubbel zoveel beinvloed, namelijk met 0,030 graden KH. Ook te verwaarlozen.
Fosfaat in anorganische vorm speelt dus alleen bij zeer hoge concentraties een rol bij de KH meting.
Bij 10 mg/ltr en een neutrale pH is er nog maar een afwijking van 0,15 graden.
Met andere woorden.....verhalen over foute KH meetwaarden door fosfaten.....heel mooi, maar neem ze met een korrel zout, ehhh, korrel fosfaat. Het effect is verwaarloosbaar.
Laten we het even kort houden. De GH en de geleidbaarheid. Daar is zeker een relatie tussen.
Immers alle ionen die in water aanwezig zijn dragen bij aan een hogere geleidbaarheid. Dat geldt zelfs voor de H+ en OH- ionen in het water.
Toch kunnen we niet zeggen "Als we een GH van 8 hebben dan hoort daar een bepaalde geleidbaarheid bij". Want de GH is alleen maar een maat voor het aantal Ca2+ en Mg2+ ionen. Maar er zit nog veel meer dus in het water.
Als er alleen sprake zou zijn van Ca2+, Mg2+ en de bijbehorende carbonaationen dan nog is het lastig te zeggen. De geleidbaarheid van Calcium is namelijk anders dan die van Magnesium. Maar algemeen kunnen we zeggen dat een richtwaarde van 35 uS/cm een goed te hanteren waarde is. Hierbij gaan we dan uit van 100% Ca2+ en Co32-. Meten we hogere waarden dan zijn andere ionen hiervoor verantwoordelijk. Bijvoorbeeld als we een GH hebben van 8 dan zal de geleidbaarheid van het water niet lager zijn dan 280 uS/cm. Andersom is lastiger, meten we een waarde van 250 uS/cm dan kan de GH best wel 0 wezen!
![]()