Toen wij destijds hadden besloten dat we een kat wilden, moest dat een Echte Kat zijn. Zo'n beetje wilde, ruige, met iets mystieks. Maar hij/zij moest ook gesteld zijn op mensen en houden van een knuffel op z'n tijd. Bijna een onmogelijke combinatie dachten wij. Toch bleek deze wel combinatie mogelijk. Wij ontdekten de NOORSE BOSKAT, of Norwegian Forestcat, of NFC, of Norsk Skogkatt, of Norsk Skaukatt, of Huldrekatt, of Eventyrkat, of Troll cat, of Wegie.
Terug naar boven.
In de Noorse en Germaanse mythologie was deze kat de trouwe metgezel van Freyja, echtgenote van Wodan, zonnegodin, godin van de vruchtbaarheid en het gewas. Freyja bestuurde langs de nachtelijke hemel een gouden hemelwagen die getrokken werd door op Noorse Boskatten lijkende katten. In een andere legende is zelfs de super krachtige god Thor niet in staat deze enorme katten op te tillen.
Vanaf de 16de eeuw was de kat bekend als Huldrekatt. Hulder duidt op de naam van onzichtbare bovennatuurlijke menswezens die in de buurt van mensen woonden. "Huldrekatt" kun je vertalen als "Fairy Cat", toverkat. Ze zijn ook bekend als "Eventyrkatter" hetgeen vertaald kan worden als "Fairytale Cat". Ze komen inderdaad in veel Noorse sprookjes en sagen voor. De kat wordt bijvoorbeeld voorgesteld als een betoverde prinses (Noorse sprookjes en sagen opgetekend in 1835). Of ze worden voorgesteld als een toverkat met een lange dikke pluimstaart, die de mensen-vrienden uit lastige situaties redt, zoals bijvoorbeeld de kat Solvfaks doet.
Terug naar boven.
Waarschijnlijk zijn de voorouders van de Noorse Boskat lang geleden mee gekomen met de Vikingen. De katten vingen op hun schepen muizen en ook thuis op en rond hun boerderijen waren ze vanwege die eigenschap van onschatbare waarde. Op die manier is waarschijnlijk de aan de Noorse Boskat verwante Maine Coon in Amerika gekomen. De Angora en Turkse Van hebben mogelijk de zelfde vooroudes als de Noorse Boskat. In Noorwegen en Zweden komen de voorouders van deze halflangharige katten nog steeds in het wild voor. Ook in Engeland, Normandië, Schotland, IJsland en Groenland komen deze katten nog in het wild voor. De Noorse Boskat is niet verwant aan de Europese boskat. Deze is ook geen kruising tussen een lynx en een kat, zoals wel eens gedacht is.
Terug naar boven.
De Noorse Boskatten zijn halflangharige katten die zich destijds aangepast hebben aan de barre omstandigheden waarin ze moest zien te overleven. Ze hebben 's zomers en 's winters pluimpjes op en uit hun oren en tussen de tenen komen lange haren uit, de zogenaamde sneeuwschoenen. Door deze sneeuwschoenen heeft hij/zij in de winter meer grip op besneeuwde oppervlaktes. Ook heeft hij/zij een prachtige lange dikke pluimstaart en knickerbockers, die gevormd wordt door vacht die op de achterpoten langer is. 's Winters wordt de pluimstaart nog dikker. Verder wordt de vacht dikker. Deze bestaat uit een wollige ondervacht en lange waterafstotende dekharen. Ze hebben dan een imposante volle kraag met bef. 's Winters kunnen ze de pluimstaart als een soort deken om zich heen slaan. De volle kraag moet roofdieren misleiden. De pluimpjes in de oren beschermen de gehoorgang. De vacht vraagt weinig onderhoud. Voldoende buitenlucht maakt een vacht mooier.
Noorse Boskatten zijn gemiddeld groter dan een Europese korthaar. Uitgegroeide poezen wegen 4 - 5 kg, en katers wegen uiteindelijk 5 - 7 kg. Wel doen ze er lang over om uit te groeien. Ze hebben hiervoor zo'n 3 tot 4 jaar nodig.
Ze zijn stevig, robust, gespierd, hebben een brede borst, een lang lijf en stevige poten. De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten.
De kop is driehoekig van vorm met een lange, rechte neus, een niet naar achteren wijkende forse kin en een lange gespierde nek. De driehoekigheid van de kop wordt geaccentueerd door de stand van de oren. De oren zijn ook driehoekig met als het even kan lynx achtige pluimpjes aan het einde. De ogen zijn groot, ovaal en staan een beetje schuin. Hierdoor ontstaat een alerte uitstraling.
De verschillende kleuren die Noorse Boskatten hebben, zijn het gevolg van de aanpassingen aan de verschillende landschappen waarin ze zich bevonden. Bijvoorbeeld in Zuid Noorwegen was rood en schildpad een betere schutkleur, wit in sneeuwrijke gebieden, bij de rotskusten van west Noorwegen bood zwart en blauw weer een betere bescherming en in de bossen van midden en oost Noorwegen was mackerel het beste.
Noorse Boskatten zijn over het algemeen gezonde katten (mits ze uiteraard goed verzorgd worden), die tegen een stootje kunnen.
Terug naar boven.
Noorse Boskatten staan dicht bij de natuur. Ze vermaken zich prima buiten en zijn uitstekende jagers en klimmers (klimmen met de kop naar beneden terug naar de begane grond). Ze kunnen ook zeer ver en hoog springen.
Ze zijn alert, ondernemend, niet bang uitgevallen, onderzoekend, nieuwsgierig intelligent vriendelijk ontdeugend, lief, sociaal, speels (tot op hoge leeftijd),. kunnen goed met kinderen, honden en andere dieren omgaan en passen zich vrij makkelijk aan.
Ook binnenshuis zijn Noorse Boskatten aangenaam gezelschap. Ze zijn aanhankelijk en vinden het fijn als je met ze praat en ze van tijd tot tijd knuffelt. Ze reageren op hun eigen naam en hebben elk hun eigen unieke persoonlijkheid en willetje. Ze praten ook op hun manier terug maar zijn niet van die uitgesproken 'kletsmajoors' zoals bijvoorbeeld Siamezen. Ze slapen graag gezellig in bed. Ze hechten zich aan mensen (meer dan de gemiddelde kat) en vaak aan één persoon in het bijzonder. Als ze iets niet fijn vinden laten ze dat merken door zich waardig terug te trekken. Je kunt ze ook leren apporteren en trainen om als een hond aan een tuigje te lopen. Denk dan om de bomen, die ze, in het voorbijgaan, graag even uitproberen.
Met voldoende aandacht (spelletjes, knuffelen, verstoppertje spelen, praten etc), speelgoed afleiding en een stevige grote krabpaal is het een heel tevreden rustige kat. Kortom, alhoewel ze dicht bij de natuur staan zijn het echte familie katten.
Terug naar boven.
Het ras Noorse Boskat is pas sinds 1970 officieel door de FIFE erkend. De eerste officieel erkende Noorse Boskat was Pan's Truls (een brown tabby/white kitten). Samen met Pippa Skogpus kreeg hij in 17-04-1974 het eerste geregistreede nageslacht (Pjewiks Forest Troll en Pjewiks Forest Nisse). Ter bescherming van de wilde katten in Noorwegen is het niet meer toegestaan katten uit het wild te vangen, om hun genen te vermengen met het bestaande ras. Deze katten krijgen geen stamboom. Inteelt zal op een andere manier voorkomen moeten worden.
Het hiervoor beschreven uiterlijk geldt voor het oude type Noorse Boskat. Afstammend van Pan's Truls. Wij zijn zeer verknocht aan dit oude type en zullen ons ook inzetten voor het behoud van dit type. We willen niet dat wat de natuur in honderden jaren evolutie voor elkaar gekregen heeft in slechts enkele jaren wordt vernietigd.
Terug naar boven.