frere--- twee f

Sihanoukville

hoofdmen.gif

Verslag van een weekje monsoon aan het strand

Na een vier uur durende busrit over een nieuwe, uitstekende weg komen we aan in Sihanoukville. Met ruim 100 kilometer per uur door dorpjes vinden we toch wel overdreven, maar onze courreur/chauffeur heeft er duidelijk zin in. Als we het MASH-hotel inlopen worden we begroet door Tanja, de excentrieke eigenaresse, haar twee honden en de uit Nederland afkomstige kater Kaiser Wilhelm. De laatste is zo groot dat je er bijna een zadel op kunt gooien. Toegeven we zijn natuurlijk geen goed-gevoedde hollandse katers meer gewend. We kiezen voor de Fish Bowl kamer, simpel en versierd met vissen. We mogen gebruik maken van de uitgebreide prive bibliotheek van Tanja. Als het aan Frank ligt blijven we hier wel een maandje of twee. Bij het naderen van Sihanoukville is het hard gaan regenen en dat doet het nog steeds. Dus zoeken we een paar goede boeken uit en nestelen ons tussen de honden en Kaiser Wilhelm in twee comfortabele stoelen. Aan het eind van de middag lopen we een stukje rond in de regen en gaan een hapje eten bij Chuck's Place. Een restaurantje met 1 hele aparte menukaart. Niets vermoedend bladerend zit er ineens een dood slangetje in. Niet iets wat ik verwacht bij de "soepen" en ik vrees dat dat wel enigszins te zien is aan mijn reactie. Het eten wordt geserveerd in MEGA-porties, is heerlijk, goedkoop en ze hebben engelstalige TV. Vandaar dus dat we hier zo'n beetje ons stamtentje van maken. Bij wijze van waardering voor onze trouwe bezoeken krijgen we iedere keer dat we er eten of drinken iets extra's. Eerst shakes, dan een mierzoet fruitprutje (bah) en waarom ook niet: een bakje Marihuana met bijbehorende pijp. Dit is hier de gewoonste zaak van de wereld. In Phnom Penh verkopen ze tenslotte ook Happy-pizza's, met Marihuana topping.

Terug bij MASH worden we uitgenodigd voor het verjaardagsfeestje van Sarah, het dochtertje van twee amerikaanse expats (Dave & Sharon) die zeven jaar wordt. Achterop een motor rijden we naar het huis. Hoewel we geen van deze mensen eerder hebben ontmoet worden we enthousiast onthaald. Het is groot feest. Het hele huis zit vol met vriendelijk Khmers die druk gewerkt hebben aan de hapjes. En er is volop drinken. Hierna is het tijd voor het door de kinderen georganiseerde verjaardagsspel: schatzoeken. In het donker moeten we met behulp van aanwijzingen de verjaardagstaart opsporen. De kinderen hebben alleen een ding over het hoofd gezien: de Khmers spreken geen engels en snappen er niets van. Dit mag de pret niet drukken. Tijdens het voorlezen van de eerste aanwijzing wordt Frank aan zijn broekspijp getrokken door Wibo. Een 4-jarig cambodjaans jongetje die door zijn ouders ook wel Pighead genoemd wordt omdat ze vinden dat hij een varkenskop heeft(?). "Me no see, me no see" zegt hij. Hij komt net tot Frank's knie en dus tilt Frank hem op. Het begin van een hechte vriendschap want hierna laat zijn handje die van Frank niet meer los. De eerste aanwijzing verwijst naar het geitenhok. Hier had aanwijzing twee verstopt moeten liggen. Ware het niet dat geiten papier eten en dus aanwijzing twee verdwenen is. De volgende aanwijzingen leiden ons uiteindelijk, via vele donkere omwegen door het gras, naar de taart. Onder luid gejuich gaat de hele groep naar binnen waar na het uitblazen van de kaarsjes de taart wordt aangesneden. Tanja heeft ons al gewaarschuwd dat cambodjaanse taart niet te eten is. Dat schijnt iedereen te vinden want de taart komt overal behalve in iemands mond. Zelfs in onze oren zit taart. Net als op de vloer en op de muren. Na het openen van de cadeautjes is het feest afgelopen en gaat iedereen naar huis. Wij worden met de AFSC-Landrover teruggereden naar MASH. We spreken met Sharon af dat we een middag meegaan "het veld in" om te kijken wat de projecten van StarFish inhouden (zie het Starfish-verhaal). Vlak voor we naar bed gaan zien we een grote kakkerlak die we zonder succes naar buiten proberen te jagen. In plaats daarvan verdwijnt hij onder bed. Maar ja, we slapen toch onder het muskietennet. 's Nachts word ik wakker van gekriebel op mijn hand. Ik maak Frank wakker en zeg dat er iets in bed zit. Het voelde aan alsof er een krabbetje over mijn hand liep. Met het zaklampje schijnt Frank over bed als er iets uit mijn haar op mijn been valt. Als Frank er op schijnt is er niets meer te zien. Ik begin al aan mezelf te twijfelen als we op het muskietennet ineens een grote zwarte vlek zien bewegen. Eerst denken we dat het een spin is maar het blijkt een kakkerlak. Op de muur erachter zit een nog veel grotere. Met veel moeite slaat Frank de eerste uit het net zonder dat ie weer in bed valt. Na een achtervolging, ondertussen met de TL-verlichting aan, schuift Frank hem met de achterkant van de paraplu onder de deur door naar buiten. De tweede kakkerlak zien we nergens meer. Als we weer in bed liggen komen we op het grandioze idee dat de tweede kakkerlak de schaduw van de eerste is geweest. Dit verklaart meteen waarom we hem niet meer kunnen vinden. Dus kunnen we met een gerust hart weer gaan slapen.

De volgende middag worden we met dezelfde Landrover weer opgehaald. Eerst moeten we Dave afzetten bij het kantoor van American Friends Service Committee. Hier halen we een cambodjaanse medewerkster op. Zij heeft een prothese gekregen nadat ze haar been twee jaar gelden is verloren door een mijn. Tijdens het wachten zien we hoe, in een klein lokaal, een groep doofstommen les krijgt in gebarentaal. Onder hen bevindt zich Kehan, een vrolijk meisje dat in MASH werkt. Als ze ons ziet zwaait ze enthousiast en probeert ons met gebaren iets duidelijk te maken. Voor we naar een van de projecten rijden moeten we eerst nog een cambodjaanse man afzetten bij de afdeling van de Cambodia Trust waar ze protheses maken en waar de fysiotherapie is. Hij heeft twee protheses ten gevolge van een mijn. Het eerste veldproject waar we naar toe gaan is een vrouw waarvan meer dan een jaar geleden haar man is overleden aan HIV. Omdat niemand in Sihanoukville meer iets met haar of haar gezin te maken wilde hebben had ze geen inkomen meer. Daarom heeft ze haar hutje in de stad verkocht en wonen ze nu ver buiten de bewoonde wereld op een klein stukje grond. Het probleem daar is dat er geen waterbron in de buurt is. Op dit moment halen ze hun water uit een (vervuilde) rivier, een heel stuk verderop. Met behulp van Starfish wordt er nu geprobeerd op hun grond een waterput te graven. We gaan er heen om te kijken hoe de werkzaamheden vorderen. Het is inderdaad erg afgelegen. Na een eind rijden door modder, velden en door een beekje (toch handig zo'n 4X4) naderen we een hutje op palen. Er onder zit de grootmoeder met de maalsteen (geschonken door StarFish) rijst te malen om straks rijstcake te maken die ze als lunch verkopen aan de fabrieksarbeiders. Het hele gezin (oma, moeder en vijf kinderen) is verder afhankelijk van het inkomen van de 16-jarige dochter die 7 dagen per week, 12 uur per dag, in de fabriek werkt. Ze verdient hiermee 40 US$ per maand. Er zijn problemen met de put. Ze zijn nu zo'n twee meter diep met graven en zijn op rots-steen beland. Dit vertraagt de graafwerkzaamheden aanzienlijk. Zeker omdat ze uitgevoerd worden door twee gehandicapten van een selfhelpgroup uit een ander dorp. De ene mist een arm en de andere een been. Eigenlijk is het hele gebeuren wel komisch: twee gehandicapten die geen verstand hebben van waterputten maken zijn aan het graven op een plek waarvan niemand weet of er water zit en hoe diep. Maar ja een andere mogelijkheid is er nu eenmaal niet. Hopelijk gaat het allemaal goed komen. Voorlopig regent het in ieder geval genoeg om van het opgevangen regenwater te leven. Het tweede project is een jongen die twee jaar geleden zijn bovenbeen bij een ongeluk heeft gebroken. Hij is destijds wel geopereerd maar heeft ten gevolge van een open buik wond twee jaar niets anders kunnen doen dan onder en paalhutje liggen. Hierdoor is de bloedcirculatie in zijn been dusdanig verslechterd dat het hele onderbeen en voet zwart zijn geworden en geamputeerd zal moeten worden. Starfish heeft iemand gevonden die deze operatie wil sponseren incl. de kosten voor het dichtmaken van de buikwond. Zodra hij geopereerd is valt hij namelijk binnen de voorwaarden van de Cambodia Trust en zal dan verder geholpen kunnen worden. De reden dat we hem vandaag gaan opzoeken is dat hij al een week niet op de computercursus is verschenen. Hij woont aan het spoor in een buitenwijk van Sihanoukville. De Landrover wordt bij een marktje geparkeerd en we moeten te voet verder. Door de markt, over blubberpaadjes het bos in bereiken we de hut waar hij woont. Het blijkt dat zijn grootmoeder vorige week is overleden. Nu heeft hij alleen nog een broer. De rest van zijn familie is tijdens de Khmer Rouge periode gedood. Hij belooft volgende week gewoon weer te komen. De middag is al weer om en we gaan terug naar MASH.

Het heeft de hele nacht vreselijk gestormd en geregend en het ziet er naar uit dat dat voorlopig zo zal blijven. Lezen dus! In de namiddag neemt de regen af en komt Tanja enthousiast vertellen dat de "Hash-Run" doorgaat. Dit is een wekelijks georganiseerde tocht voor "drinkers with a running problem", zoals zij het noemt. Sinds kort heeft Sihanoukville namelijk ook een Hash-House-Harriers, een wereldwijde organisatie voor expats, lokalen en verder iedereen die zin heeft om mee te doen. Achterop een motor rijden we naar het startpunt, een lokale bierhut/restaurant/bordeel. Samen met 25 Khmers en 5 westerse personen rennen we zo'n 8 kilometer. Normaal gaat een Hash-Run cross-country, maar ja het blijft natuurlijk Cambodja. Dus blijven we op de weg. Voor 2 US$ kunnen we na de run zoveel eten en Angkor bier drinken als we willen. Het leuke is dat voor iedere fles bier die op gaat de brouwerij een donatie doet aan een goed doel. Dus hoe meer er gedronken wordt, hoe meer geld er ingezameld wordt. Een gezellige bende en een prima manier om de Khmers beter te leren kennen. Als het bier op is gaan we achterop een motor naar huis. Een gevaarlijke rit want we moeten over Robbery-Hill, een berucht stuk. Zonder problemen arriveren we bij MASH, waar Alf (een jongen uit Nieuw Zeeland) ter aarde stort. Met vereende krachten slepen we hem naar zijn hotel voor we zelf gaan slapen.

Regen, storm en nog meer regen lijken voorlopig het weerbeeld te bepalen in deze hoek van Cambodja. Dus besluiten we ons plan om met de trein naar Kampot te gaan (niet zo leuk om in de regen op het dak te zitten) maar te vergeten en terug richting het noorden te gaan. Maar eerst gaan we nog bij het Independence Hotel kijken. In de jaren 60 was dit een hotel van allure. Tijdens de oorlog werd het door de Khmer Rouge gebruikt voor lugubere doeleinden. Na 1979 werd het gebruikt door gangsters die er ergens in de jaren 90 door overheidstroepen uit zijn gejaagd. Sindsdien staat het er verlaten bij. Volgens lokalen spookt het in het hotel. Het laatste stuk naar het hotel toe lopen we door de jungle, waar we tussen de bomen door het grijze gebouw al zien liggen. Er hangen donkere wolken boven wat goed meehelpt het een griezelig aanzicht te geven. In het hotel hangt een raar sfeertje. Er is geen raam of deur meer heel. Overal liggen glasscherven, waterplassen en er zit een groot gat in de buitenmuur van de 7e verdieping dat verder gaat in de binnenmuren. Een aandenken aan een van de raketaanvallen. Van de bovenste verdieping kijken we uit over de zee voor we in de storm over het strand teruglopen. Als we weer in de buurt van ons hotel zijn zien we voor ons op straat een man in vodden lopen. Dit zou op zich niet zo erg zijn als hij geen pistool in zijn hand zou hebben. Dit heeft hij dus wel en hoewel hij waarschijnlijk niet eens genoeg geld heeft om ammunitie te kopen en met 1 US$ of een sigaret wellicht al dik tevreden zal zijn, zijn we niet van plan dit te gaan testen. We lopen via een andere (om)weg terug.

volgend verslag