|
|
|
Overige molens in de Hoeksche Waard Fietsroute langs de stichtingsmolens Het laatste nieuws van de stichting
| De Hoop. Molen "de Hoop" in vervlogen tijden en nog vrij van obstakels. Deze molen is een korenmolen van het type stellingmolen met een gemetselde en witgepleisterde, 2,80 meter gemetselde opbouw tot boven de stelling. Vanaf deze stenen onderzijde is de bovenbouw uitgevoerd in een achtkante houten en met riet gedekte opbouw en rietgedekte kap.
Pas na 1818 wordt in de archieven melding gemaakt van een Maasdamse korenmolen. De molen die uit behoefte is
ontstaan omdat de toenmalige bewoners hun
granen moesten laten bemalen in de omliggende dorpsgemeenschappen zoals
Puttershoek, Cillaartshoek en Mijnsheerenland. De molen is oorspronkelijk
gebouwd als grondzeiler en is later vanwege windbelemmering door
dijkbebouwing, waarschijnlijk in 1822 op 12 juni door
Daniël Visser Jansz omgebouwd tot de huidige stellingmolen. De
uitvoering van het type achtkant is de enige op de Zuid-Hollandse eilanden.
In de eerste wereldoorlog bezat de molen een lintzaagmachine die met windkracht
werd aangedreven voor het zagen van kachelhout. In de jaren rond 1920 bezat de
molen een elektrisch aangedreven mengketel om mengvoeders te produceren om nog enigszins
te kunnen wedijveren tegen de motormaalderijen. Na de tweede wereldoorlog ging
het moeilijk met de maalderij. In de Hoeksche Waard waren een 25 tal
graanverwerkende bedrijven inclusief 12 molens actief. De productie nam af en de
molen kwam omstreeks 1950 tot stilstand. Tot 1947 bemaalde de familie Kranendonk de molen en de laatste molenaar A.Tak
heeft tot 1950 de molen bemalen en daarbij molenaars in loondienst gehad. Hij was
tevens commissionair in granen en eierhandelaar. Tussen 1950 en 1966 deed de
molen dienst als opslagruimte en ging het met de molen slecht. Eén koppel
stenen werd verkocht en de mengketel verdween. Omstreeks 1960 heeft de
toenmalige eigenaar van de molen bij de gemeente een sloopvergunning aangevraagd
die gelukkig werd geweigerd. De molen is in 1966 voor één gulden aan de gemeente Maasdam
verkocht en verkreeg zij een grondige restauratie. Medio 1983 is men begonnen het
binnenwerk weer te completeren. Na de gemeentelijke
herindeling van 1984 is de molen in eigendom gekomen van de gemeente Binnenmaas, welk deze
molen in 1992 in eigendom heeft overgedaan aan de Stichting tot behoud van molens in de gemeente
Binnenmaas.
De molen heeft een stalen wiekenkruis van het fabrikaat Bremer Adorp en de
binnenroede draagt het nummer 166 en de buienroede het nummer 167, beiden uit het
jaar 1969. De uit 1852 stammende gietijzeren bovenas, afkomstig uit de verdwenen
korenmolen van Keizersdijk tussen Maasdam en Strijen, van het fabrakaat F.J.Penn
& Comb. uit Dortdrecht draagt het nummer 40 en is 4,00 meter lang. Op deze
as zit een bovenwiel waar omheen een Vlaamse blokken vang is gemonteerd en
bestaat uit 4 stukken en wordt bediend met een wipstok. Het Oud Hollands
gevlucht heeft een lengte van 21,10 meter. De kap van de molen
wordt verdraaid op 32 houten rollen door middel van een kruirad. Het aantal
kammen in het bovenwiel is 63 en het aantal staven in het bovenschijfloop 31.
Het aantal kammen in het spoorwiel bedraagt 65 en het aantal staven in de
steenschijven 25 en 23. Dit geeft overbrengingsverhoudingen van 1 : 5.28 en 1 :
5.74. Tot 1950 werd er nog gemalen met drie koppels stenen. Nu resteren er nog
twee koppels 16er
kunstmaalstenen met houten regulators, een houten mengketel,
een zeskantbuil met windaandrijving en een boeren maalstoel met motor. In de
molen is een antieke petroleummotor aanwezig uit 1924 die een boerenmaalsteen
met maalstenen met een diameter van 80 cm en een havenpletter kan
aandrijven. De gevelsteen van de molen bedraagt het opschrift: DEN EERSTE STEEN GELEGT DEN 12 JUNY1822 DOOR DANIEL VISSER JANSZ. Op de baard van de molen staat het opschrift: ANNO 1822 DE HOOP. Molenaars: Jan Eeland en
Gerrit Knol. Sleutelhouder: Jan
Eeland. (klik op de naam van de molenaar voor adresgegevens) |