
1883 - 1888
![]()
Men kan zich het debuut van een jonge architect nauwelijks pronkvoller voorstellen.
Als een sprookjeskasteel uit de duizend-en-een-nacht verheft het gebouw zich voor de bezoeker van de Calle les Carolines 24 in Barcelona.
Toch is het in werkelijkheid een vrij klein huis, en niet het slot van een prins maar het woonhuis van een steen- en tegelfabrikant.
Tussen het krijgen van de opdracht en de voltooiing van het bouwwerk liggen tien jaren.
Er werd echter maar vijf jaar echt aan gewerkt - wat voor dit resultaat niet bijzonder lang is.
Het verenigt de Spaanse burgerlijke traditie (in de ongelooflijk goedkope natuursteen) met de eeuwenoude Arabische traditie.
Gaudí maakte er iets eigens van; hij begon aan de onderkant nogal Spaans, maar hoe hoger het bouwwerk wordt, des te Arabischer wordt het, of misschien zelfs Perzischer - dat is niet zo precies van elkaar te onderscheiden.
![]()
Toen de steen- en tegelfabrikant Manuel Vicens in 1878 Gaudí de opdracht gaf een zomerhuis te bouwen, had de jonge architect nog geen praktijkervaring.
Hij had pas op de 15de maart zijn benoeming als architect gekregen.
En ook toen Gaudí in 1883 nogal verlaat met de bouw begon had hij deze ervaring nog niet opgedaan.
Een woonhuis bouwen was nieuw voor hem.
Daar kwam bij dat de opgave niet bepaald eenvoudig was.
Het stuk grond was niet bijzonder groot en het huis moest tussen een rij gewone gebouwen komen te staan.
Wat de architectonische structuur betreft is dit dan ook niet een van Gaudí's meest bijzondere werken.
Vergeleken met de complexe ruimtelijke vormgeving van later werk is dit huis vrij eenvoudig.
De beide verdiepingen zijn op grond van de doorlopende muren ongeveer gelijk ingedeeld.
De vorm is in feite rechthoekig; alleen naar de ingang toe, die Gaudí van een kleine voorhal voorzag, steekt de eetkamer iets uit.
En toch toont het Casa Vicens al aan dat Gaudí een architect is die fantasie met eigenzinnigheid verbindt.
Verder werd al snel duidelijk hoe praktisch Gaudí dacht.
Hij zette bijvoorbeeld het hele gebouw op het achterste deel van het grondstuk.
Daardoor kon de tuin aan één stuk blijven en lijkt hij groter dan hij eigenlijk is.
![]()
De conventionele rechthoekige vorm van het huis wordt op deze manier al een beetje verhuld.
De weelderige versiering van de gladde gevel met talrijke kleine vooruitspringende erkers en de vormgeving daarvan doen de rest.
De muren lijken kleine kostbaarheden te zijn, hoewel Gaudí gebruik maakte van eenvoudige materialen.
De basis bestaat uit okerkleurige natuursteen, gecombineerd met baksteen.
Alleen al dit contrast heeft een mooi effect.
De op zich heel gewone bakstenen worden - tegen de ruwe natuursteen gezet - tot iets bijzonders.
Maar het fascinerende dankt de buitenkant van dit huis aan het weelderige gebruik van bonte keramiektegels, die zich bijna als lijsten door de muren lijken te trekken en die deels in het patroon van een schaakbord zijn geordend.
Uit de verte bekeken doen deze geometrische ornamenten denken aan Arabische bouwwerken, waarbij al in dit vroege werk niet precies uit te maken valt of het geen Perzische motieven zijn.
Gaudí speelt hier al zijn karakteristieke spel met de ornamenten, want wanneer men dichterbij komt, ontdekt men de meer Spaanse motieven: talrijke tegels zijn met heldere oranjekleurige afrikaantjes beschilderd, die ook overal in de tuin groeien.
Ook de kleine torentjes op het dak doen vaag aan de Moorse bouwstijl denken.
Het door Gaudí ontworpen smeedijzeren tuinhek, waarvan het zich steeds herhalende grondelement een palmblad voorstelt, herinnert eerder aan de invloed van de Jugendstil.
![]()
Het Casa Vicens is een collage van heel verschillende stijlen.
Als dit huis iets karakteristieks heeft, dan is het de stijlbreuk.
Hoe moeten we anders de kleine figuren aanduiden die als engelenfiguren op de kleine balkonrand zitten? Het Casa Vicens laat zien hoe door vormgeving van de oppervlakte en rijke ornamentiek uit een gewoon bouwwerk een kasteeltje kan groeien.
![]()
De prachtige ornamentering zet zich in het huis ook voort
Ook hier zien we een verbluffende stijlvermenging, die toch ook steeds de indruk van stijlzuiverheid wekt - of in ieder geval voor even..
Een blik op de details geeft de kijker een ander idee.
Zo kan de rooksalon nog het meeste aan een klein Moors kabinet doen denken.
In het midden staat een waterpijp; daaromheen staan weelderige zit- en ligbanken gegroepeerd.
Maar ook hier bestaat de wandbekleding, net als buiten, uit realistische bloempatronen en stalactietdruiven, die van het plafond naar beneden hangen, zijn beslist niet van Moorse oorsprong.
![]()
De eetsalon - de meest weelderig ingerichte ruimte van het hele huis - doet het sterkst aan de Jugendstil denken.
Kostbaar stucwerk met kersen - in een warme bruine kleur gehouden - zijn versierd met klimoptakken en de deurkozijnen zijn beschilderd met vogelmotieven.
![]()
De fantasie van Gaudí schijnt geen grenzen gehad te hebben.
Hij bediende zich speels van de meest verschillende vormen - als ze maar ornamenteel zouden werken.
Zelfs de in de barok gebruikelijke, in perspectief geschilderde pseudo-koepel ontbreekt niet.
De uitvoering ervan is schitterend.
Men gelooft een ogenblik werkelijk in de lucht te kijken en de vogels te kunnen zien vliegen.
Pas bij een tweede blik ziet men het ware karakter van deze plafondversiering.