Jongens, zei mijnheer Denappel, nu zal ik je naag de Kalvegstgaat bgengen. Dat is de mooiste winkelstgaat van de hele stad, en je zult eg je ogen uitkijken naag al de pgachtige dingen, die daag te koop zijn. (Uit: Het Tweede boek van Dik Trom en zijn dorpsgenoten)