De burgemeester (Lantzendorffer)
-'k Vind het waarlijk zoo erg niet, dat ze jou ook eens in 't ootje nemen, of beschouw jij dat als majesteitsschennis?
- Dat nu juist niet, burgemeester, maar dat ze zelfs bij autoriteiten en gezaghe...
- Och wat vent, jij met je autoriteiten en gezaghebbers! k vind de grap kostelijk, onbetaalbaar, dat moet ik zeggen, hoewel ik toch dacht, dat jij er den schrik beter in hadt. Uit het leven van Dik Trom H:12
- Wie is de ergste?
- De ergste, burgemeester? Dat is Dik Trom, zei de veldwachter, die blijde was, dat hij er toch nog wát van kon zeggen. Dat is een door en door brutale jongen, die alles durft en de andere jongens tot allerlei kattekwaad overhaalt, maar hij is haantje de voorste.
- Zoo? Ik vind dien Dik anders zoo onaardig niet, maar dat doet er niet. Wie kwaad doet, moet maar straf hebben , overschillig wie het is. (Het leven van Dik Trom H:12)