Portretten van Hoofddorpers
 Dik Trom website 
 NIEUWS 
 De auteur 
 Heeft Dik Trom echt bestaan? 
 Hoofddorp 
 Dik Trom in Amsterdam 
 Circus Sanger 
 Professor Donders 
 Meningen over Dik Trom 
 De Markt 
 Portretten van Hoofddorpers 
 Boeken 
 Boeken (vervolg) 
 Volledige teksten 
 Films 
 Boeken kopen en verkopen 
 Tekenaar Johan Braakensiek 
Deze mensen spelen een rol in de boeken van Dik Trom en hebben echt bestaan.


De dokter (Bolkenstein)
Zes jaar lang had Dik zijn meester trouw en eerlijk gediend, toen een treurig voorval hem zijn betrekking deed verliezen. In een koude herfstnacht werd hij gewekt, om dadelijk in te spannen. Haastig kleedde hij zich aan en begaf zich naar de dokterswoining, in de stellige mening, dat een zieke buiten het dorp onverwachts hulp van zijn heer had ingeroepen, zoals dat al zo menigmaal gebeurd was. Doch neen, dat was het niet. De goede jongen die dolveel van zijn meester hield, kon van schrik bijna niet spreken, toen hij van het dienstmeisje hoorde, wat er gaande was.

*



Van gemeenteveldwachter Flipse hebben we geen foto, maar zo zag een negentiende eeuwse gemeenteveldwachter er uit. Zijn pet ligt op tafel. Alle veldwachters hadden een snor of een baard. Gezagsgetrouwheid was hun handelsmerk.

*



De burgemeester (Lantzendorffer)
-'k Vind het waarlijk zoo erg niet, dat ze jou ook eens in 't ootje nemen, of beschouw jij dat als majesteitsschennis?
- Dat nu juist niet, burgemeester, maar dat ze zelfs bij autoriteiten en gezaghe...
- Och wat vent, jij met je autoriteiten en gezaghebbers! k vind de grap kostelijk, onbetaalbaar, dat moet ik zeggen, hoewel ik toch dacht, dat jij er den schrik beter in hadt. Uit het leven van Dik Trom H:12
 
- Wie is de ergste?
- De ergste, burgemeester? Dat is Dik Trom, zei de veldwachter, die blijde was, dat hij er toch nog wát van kon zeggen. Dat is een door en door brutale jongen, die alles durft en de andere jongens tot allerlei kattekwaad overhaalt, maar hij is haantje de voorste.
- Zoo? Ik vind dien Dik anders zoo onaardig niet, maar dat doet er niet. Wie kwaad doet, moet maar straf hebben , overschillig wie het is. (Het leven van Dik Trom H:12)

*



*

*