|
De familie Trom krijgt nieuwe buren: het gezin Elswater uit Amsterdam. Ze hebben een dochter die ongeveer net zo oud is als Dik. Het meisje heet Nelly en hun eerste ontmoeting is voor Dik nogal verwarrend; Nelly is namelijk blind. Dik besluit Nelly, die zelden iets leuk meemaakt, op zijn manier zoveel mogelijk te helpen. Op allerlei manieren probeert hij geld voor haar in te zamelen, zodat zij mee kan op schoolreisje naar Wijk aan Zee. In het begin lukt het Dik niet erg. Pas als hij door toeval in het bezit komt van een aap, ziet hij kans voldoende geld bij elkaar te krijgen. Dik kan de aap verkopen aan een van de clowns uit het grote, Amerikaanse circus van Mr. Sanger. Als het circus die middag een optocht houdt door het dorp, staan Dik en de andere dorpsgenoten er met hun neus bovenop. En al is Dik er helemaal niet op uit, hij weet weer voor een aantal verrassingen te zorgen. Maar ja, daar is het een bijzonder kind voor!
|
|
|
|
|
|
|
Over de brug in het dorp komt een prachtig rijtuig met een nog prachtiger paard aanrijden. Dik Trom herkent vrijwel meteen het paard, de hond die uit het rijtuig springt en de meneer op de bok. Het is meneer Costes die een dag uit jagen gaat op eenden. Hij vraagt of Dik meegaat om het te helpen met het dragen van zijn spullen. Dik aarzelt niet lang, want een kans op zo'n avontuur krijg je niet vaak. Tijdens de jacht vindt Dik een ooievaar die door een andere jager in zijn vleugel en zijn poot is geschoten. Hij wil het beest mee naar huis nemen om het te verzorgen. Hij hoopt dat de ooievaar snel zal opknappen, maar komt er al gauw achter dat dat niet meevalt. Dik moet namelijk heel veel kikkers vangen om de honger van de ooievaar te stillen. Bijna al de tijd die hij vrij is, moet hij besteden aan het vangen van kikkers, kikkers, en nog eens kikkers. Wel honderden. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Meneer Denappel, een van de dorpsgenoten van Dik Trom heeft op een dag een mooi zwart paard gekocht dat nogal wat kuren blijkt te hebben. Het paard vertikt het om zich door meneer Denappel te laten inspannen voor een rijtuig. Dit rijtuig is gekocht door een jeugdvriend van Denappel, ene meneer Vlerk. Met z'n tweeen hopen ze zo op hun oude dag wat toertjes in de omgeving van het dorp te kunnen maken. Dik Trom ziet hoe meneer Denappel worstelt met zijn nieuwe paard. Hij gaat hem helpen, zodat de beide heren alsnog hun rijtoer kunnen maken. Dik gaat mee om te voorkomen dat meneer Denappel brokken maakt. Maar zelfs Dik kan niets doen als de twee vrienden onderweg ruzie krijgen. Het draait erop uit dat Dik alleen met paard en rijtuig terugkomt in het dorp. Vlerk en Denappel komen pas veel later, lopend en met een kwade kop...
|
|
|
|
|
|
|
Bij de naam Dik Trom moet iedereen onmiddellijk denken aan de dikke jongen die vol streken zit maar een hart van goud heeft. De schrijver C. Joh. Kievit heeft met Dik Trom een figuur tot leven gebracht, die inmiddels een nationale bekendheid is geworden.
Al vanaf zijn vroege kinderjaren beleeft Dik het ene avontuur na het andere, zoals die keer dat hij in de wastobbe van zijn moeder in het kanaal uit varen gaat. Later trekt hij er vaak met zijn vrienden Piet van Dril en Jan Vos op uit. De ene keer nemen ze de driftige veldwachter Flipsen in de maling, dan weer zien ze een boomgaard waar zoveel lekkere dingen hangen dat niemand een paar appels of peren zal missen. Vaak hoort Diks vader pas als hij weer thuiskomt van zijn werk, wat zijn zoontje die dag allemaal heeft uitgehaald. Hoofdschuddend hoort hij de verhalen van zijn vrouw aan, maar op elk avontuur van Dik reageert hij met: "Griet, 't is een bijzonder kind, en dat is-ie!"
|
|
|
|
|
|
|