Indonesië
Inleiding
|
Ontstaan Indonesië
|
Nederlands-Indië
|
Indonesië
|
De auteur
|
Fotoalbum 1
|
Fotoalbum 2
|
Links
|
Sammie's Place |
Batik |
Wayang |
Gamelan |
Oorlog in Nederlands-Indië, de weg naar vrijheid voor Indonesië
Hoe
het tot stand kwam de relatie tussen Nederland en Japan
Nederland
en Japan hebben sinds lange tijd handelsbetrekkingen met elkaar. Deze stamt af
ten tijde van de VOC-factorij. Nederland had door Japan een unieke
handelspositie verkregen in 1639. Sedert april 1600 heeft Nederland een
eeuwenlange, vrijwel ononderbroken, handelsrelatie met Japan. Aanvankelijk had
Japan ook met andere Europese landen een handelsrelatie, zoals Portugal,
Engeland en Spanje. Deze landen wilden naast de handel, echter ook de Godsdienst
verkondigen. Hetgeen Japan niet wilde. De Nederlanders ging het alleen om de
handel. Daarom verkoos Japan in 1639 voor een isolerende samenwerking met
Nederland. Van 1641 tot 1853 kregen de Nederlanders het bevel zich te
concentreren op Decima, een klein eiland bij Nagasaki. Zij settelden een
VOC-factorij en wisselden met de Japanners culturele aangelegenheden zoals,
medische wetenschap, exacte vakkenkennis en botanie. Doch, deze aangelegenheid
was door de Japanners aan strenge banden gereguleerd.
In
1853 gooide Amerika roet in het eten door met een overmacht van moderne
vlootbewapening Tokio te overmeesteren. Andere westerse landen ontwikkelden zich
industrieel gezien in vlot tempo. Nederland bleef achter en kon niet de slag
slaan in handelsbetrekkingen. Het raakte achterop en was derhalve geen
interessante handelspartner meer. In 1896 openden Japan en Nederland een nieuw
handelsverdrag, waaruit de “Japannerwet” uit voort kwam. Deze wet gaf de
Japanners een bijzondere positie in het Nederlands-Indië, van bevoorrechte
juridische status. Deze handelsonderneming verliep voortvarend. In 1922 verkreeg
Nederland tijdens de conferentie van Washington de soevereiniteit over de
Indische archipel. Deze werd verkregen omdat Japan zich door de jaren heen als
een sterk land had ontwikkeld, en gezien werd als agressor.
Japan
voerde in 1931 oorlog tegen China (Mantsjoetije) en werd door menig land
veroordeeld wegens diens optreden. In deze periode besloot Batavia tot militaire
versterking van de oliehavens op Borneo omdat men bevreesd was voor Japan. In
1941 drong Japan bij Batavia aan op nieuwe handelsverhoudingen. Ondanks dat het
niet goed ging met de Indische economie, weerde Batavia dit verzoek af en sloot
zelfs op later termijn met andere landen een olie-embargo tegen Japan af.
Nederland verkreeg van Amerika een bondgenootschap.
Het
begin van de 2-e WO
Op
7 december 1941 opende Japan op Pearl Harbor, de Amerikaanse vloothaven, een
aanval. Waarop Batavia, namens Nederland, de oorlog aan Japan verklaarde.
Echter, de Japanse opmars in Zuid-Oost-Azië bestond uit zo’n grote macht,
waardoor de Britten en Amerikanen zich genoodzaakt zagen terug te trekken.
Nederlands-Indië capituleerde op 8 maart 1942.
Japan
maakte tienduizenden krijgsgevangen en burgers, meestal van Europeaanse afkomst,
werden geïnterneerd in kampen. Krijgsgevangen werden overzee verscheept naar
Siam om te werken als dwangarbeider aan de beruchte Birma-Siamspoorweg. Deze 414
kilometer tellende spoorlijn heeft ruim 3.000 mensen het leven gekost. Gesteld
kan worden dat elke biels een mensenleven is dat overleden is. Ook geven diverse
literaire bronnen geven aan, dat meer dan een op de zes geïnterneerden de
Japanse bezetting niet overleefden. Vele Indo-europeanen werden door het Japans
beleid onder druk gezet tot gelijkschakeling met de Indonesische bevolking.
Natuurlijke grondstoffen moesten geëxploiteerd worden en de bevolking werd tot
dwangarbeid gedwongen. Jonge Indonesische mannen, romusha’s, werden geronseld.
Jonge vrouwen werden als dwangprostituee naar Japan verscheept. Mannen en
vrouwen gescheiden in interneringskampen. Jonge mannen werden in aparte kampen
geplaatst. Naarmate de oorlog vorderde en krijgskansen zich tegen Japan keerden,
moest Japan zich gedwongen zien Indonesische leiders de onafhankelijkheid in het
vooruitzicht te stellen. De contacten tussen Nederlands-Indië en het moederland
waren erbarmelijk slecht. Nederland was totaal niet op de hoogte over hetgeen
zich afspeelde in het verre oosten. Er was een te bescheiden legermacht gestuurd
en er waren verdeelde meningen over inzet van armzalige middelen.
Capitulatie
van Japan
Toen
Japan zich op 15 augustus 1945 capituleerde hadden de geallieerden Nieuw Guinea,
Morotai, Balikpapan en Tarakan heroverd. Het gezag ging over geheel
Nederlands-Indië ging over in handen van het Britse Southeast Asia Command (SEAC).
Zij had een geallieerd bevel gekregen om “key-areas” in Zuid-Oost-Azië te
bezetten en effectief controles te verzekeren. Ook moest SEAC de ontwapening en
overgave van de Japanse troepen bewerkstelligen en geallieerde krijgsgevangenen
en burgergeïnterneerden uit de kampen bevrijden.
Gaande
deze opdracht had Soekarno op 17 augustus de onafhankelijke Republiek Indonesië
geproclameerd. Als gevolg van de proclamatie duurde de opdracht van SEAC ruim
een jaar. Aanvankelijk had Engeland geen prioriteit gelegd bij het
Nederlands-Indië. Met name Java had een lage prioriteit. Malakka, Singapore en
Hong Kong hadden de hoogste voorrang. Ondertussen hadden Thailand en Frans
Indo-China zich onafhankelijk verklaard. Tijdens het uitvoeren van de SEAC-taken,
had Japan op Java en Sumatra nog een georganiseerde macht in de vorm van een
bewapend leger. Engeland, Nederland en Indonesië werkten immers aan opbouw van
troepenmachten. In de zomer van 1946 vond uiteindelijk een grootscheepse afvoer
plaats van de Japanners, die in interneringskampen hun repatriëring afwachtten.
Daarmee kwam ook een einde aan de taken van SEAC. Toen Nederland en de Republiek
Indonesië weer alleen stonden, deden Nationalistische Indonesiërs meer van
zich spreken.
Proclamatie
van de Republiek Indonesia
Ten
tijde van de capitulatie van Japan koos het Comité, dat ter voorbereiding van
een onafhankelijke Republiek Indonesië bestond, Soekarno tot president met
Hatta als vice-president. In deze periode had Japan, bij formele machte generaal
Yamamoto, de taak orde en handhaving te bewaren. Yamamoto verbood geenszins
bijeenkomsten van het Comité, dat later overgegaan was in het Komite Nasional
Indonesia.
Op
18 augustus ontving Yamamoto de officiële bevestiging van de Japans
capitulatie. Hij respecteerde bij deze de belangen van Japan, Indonesië en de
geallieerden. Het Japanse leger besloot tot zelfinternering en kwam tot afspraak
dat hun Kempeitai samen met de Indonesische politie de orde en handhaving zouden
borgen. Gedurende de volgende periode verbreedde Soekarno zijn politieke en
bestuurlijke basis van de geproclameerde Republiek. Een akkoord werd bereikt met
de inheemse bevolking over de bestuursinrichting en op 4 september werd het
eerste kabinet gevormd. Dit kabinet bestond grotendeels uit de hoogste
Indonesische ambtenaren van de departementen van het Japanse militaire bestuur.
Nationalistische
jongeren, pemuda’s, verenigden zich in Batavia in een manifest om onder meer
de Japanse wapens en gebouwen over te nemen. Nutsbedrijven, overheidsgebouwen
werden op aandringen van deze pemuda’s overgegeven aan de Republiek. Deze
overdrachten verliepen geweldloos of kwamen tot stand door gemaakte afspraken
tussen de Japanners en de Republiek. Meer en meer grote manifestaties werden
door pemuda’s georganiseerd. Ondertussen kwamen de geallieerden op Java aan,
wat tot gevolg had dat het radicaliseringproces van de pemuda’s meer
versterkte. Aanvankelijk voer de Britse regering de koers overleg te plegen met
Nederland, om overeenstemming te bereiken met Indonesische leiders van de
vrijheidsbewegingen. Later wisselde zij koers door uitsluitend geïnterneerden
en krijgsgevangen te bevrijden, en de rust en orde te negeren. Zij dwong ook de
luitenantgouverneur-generaal, van Mook, tot overleg met Soekarno. De stemming
werd onder de pemuda’s grimmiger omdat ze vreesden voor terugkeer van het
Nederlandse bewind. Het leiden van de strijdlustige jeugdigen was moeizaam te
controleren door zowel de oudere gevestigde leiders der Republiek als de
Britten. Massale bijeenkomsten in Batavia kwamen veelvuldig voor ondanks het
verbod aan Japanse zijde. Op 23 september werd het gebouw van de Kempeitai door
de pemuda’s bestormd en veroverd. Aansluitend hierop werden de
overheidsgebouwen in Djokjakarta, Bandoeng, Malang en Soerakarta bezet.
Eind september en aansluitend in oktober van 1946 landden in Batavia Britse troepen van de Brits-Indische divisie, een detachement van honderd Nederlandse Mariniers van de “Tromp”, zes KNIL-compagnieën uit Borneo en Australië en een bataljon vrijwillige Nederlandse krijgsgevangen uit Singapore. De Nederlandse regering besloot dat elke vorm van erkenning van de Republiek Indonesië en overleg met Soekarno van de hand gewezen moest worden. Dit in tegenstelling tot generaal Christison, die erkenning van de Republiek nastreefde en onderhandelingen voorstelde tussen Nederland en Indonesië. Daartoe besloot de Nederlandse regering wel tot het vooruitstellen van hervormingen binnen de koloniale verhoudingen en stemde het toe tot onderhandelingen met gematigde nationalisten. De overhandiging van wapens van de Japanners had voor de pemuda’s grote prioriteit gekregen. Op grote schaal droegen zij de wapens over terwijl de geallieerden het bevel hadden gegeven aan de Japanners orde en rust te handhaven. Zij deden dit echter uit demoralisatie, steunbetuiging jegens de Indonesische bevolking en vrees voor geweld of ruil tegen bescherming en voedselleverantie.
Door
de Japanse wapenoverdrachten was het militaire en politieke zwaartepunt op Java
ten gunste van de Republiek verschoven. De pemuda’s gingen Nederlanders en
bovenal Indischen te interneren in kampen die onder Indonesisch toezicht kwamen.
Dit luidde tegelijk de terreur van de Bersiap in. Bersiap was de strijdkreet van
de permuda’s. De Japanners zagen in dat het geweld ook tegen hen begon te
keren. In enkele gevallen vochten zij zelfs zij aan zij tegen de Indonesiërs.
Bekend zijn de slagvelden bij Lembang, Semarang, de Baloegevangenis waar uit
wraak vele Japanners op wrede wijze vermoord zijn.
Soerabaja
was eind oktober in handen gevallen van de pemuda’s, waar zij in alle
wreedheid honderden Japanners en Nederlanders om het leven brachten. Op 28
oktober brak hier het eerste gevecht uit tussen de Britse troepen en een
overmacht aan pemuda’s. Op verzoek van de Britse regering aan Soekarno de
pemuda’s te kalmeren, kwam de rust wisselend in het land. Ondanks telkens
oplaaiende gevechten tussen beide partijen, trachtten de Britse troepen de
geïnterneerden te bevrijden bij Semarang, Ambarawa, Banjoebiroe en Magelang.
Hier waren in totaal 28.000 geïnterneerden in kampen. Nadat de geïnterneerden
nauwelijks geëvacueerd waren uit deze kampen, ontstond wederom een slagveld te
Soerabaja tussen de Britten en de pemuda’s begin november. De overmacht aan
Indonesische kant was zo enorm, dat de Britse troepen zich genoodzaakt zagen
hulp in te roepen van de Japanse legereenheden.
Deze
hulp van Japanse kant duurde tot zeker januari 1946, toen uiteindelijk te
Semarang een Nederlandse brigade landde. De Japanse troepen konden per schip
naar West-Java en de Britten droegen het gezag over aan de Nederlanders. In
afwachting van repatriëring waren de Japanners zelf overgegaan tot internering.
Of tot internering in de door geallieerden aangewezen plaatsen. Zij zorgden zelf
voor hun behoeften in voorraden, tuinbouw en visvangst. Van bewaking of toezicht
was nauwelijks sprake. De totale repatriëring van de geïnterneerde Japanners
liet een jaar op zich wachten na de capitulatie. SEAC bemoeide zich alleen met
Japanners die geïnterneerd moesten worden vanuit Birma, Frans Indo-China en
Malakka. Pas in de zomer van 1946 gaf de Amerikaanse generaal MacArthur het
bevel om schepen ter beschikking te stellen voor de snelle terugkeer van de
Japanse eenheden naar hun land van herkomst.
|
|
Dit
is de tafel waar uiteindelijk de officiële papieren voor de onafhankelijk
van Indonesië getekend werden op 17 augustus 1945. (Paviljoen te Yogya
Kraton). De versieringen zijn van goud gemaakt. |
Politionele
acties
In
totaal bleven circa 15.000 tot 20.000 Japanners achter in Nederlands-Indië.
Doorgaans waren dit deserteurs, koelies en oorlogsmisdadigers. Na het vertrek
van de Britse troepen eind november 1946 uit Nederlands-Indië, stonden zij
onder gezag van Nederland.
In juli 1946 begonnen de onderhandelingen tussen Nederland en de Republiek. Deze besprekingen leidden in november 1946 tot het akkoord van Linggadjati. Daarin erkende Nederland het facto gezag van de Republiek over Java en Sumatra. Nadat de Britten weg waren, bestond reeds snel een meningsverschil tussen de Republiek en Nederland ten aanzien van dit Linggadjati-akkoord. In juli 1947 besloot de Nederlandse regering over te gaan tot een beperkte actie van militaire middelen tegen de republiek. Deze actie wordt ook wel de politionele actie genoemd. Het doel was rust en orde te handhaven. Voor de poorten van Djokjakarta hield echter de actie stil. Door bemoeienis van de Verenigde Staten, India en Australië kreeg het Nederlands-Indonesisch conflict een sterke internationale dimensie. Onder druk ging Nederland akkoord met een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Deze leidde tot instelling van een bemiddelingscommissie. Met behulp van deze commissie werd in januari 1948 het Renville-akkoord bereikt tussen Nederland enerzijds, de Republiek anderzijds. Echter, ook hierover bestond later een conflict door meningsverschillen. De Republiek Indonesië kon intussen op internationale steun rekenen, met name vanuit het Westen en de Verenigde Staten. Hierdoor raakte Nederland in een isolement. Ondanks dit gegeven, trok Nederland nogmaals de wapenen tegen de Republiek en verrichte acties in december 1948. Ditmaal leidde het tot bezetting van Djokjakarta en een arrestatie van president Soekarno, Hatta en Sjahrir.
De
Republiek trok nogmaals bij de Veiligheidsraad aan de bel. Onder druk van de
Verenigde Staten moest Nederland uiteindelijk toegeven aan de belangrijkste
eisen van de Republiek. In mei 1949 werd een overeenstemming bereikt over een
voorlopige regeling, die de grondslag vormde voor de rondetafelconferentie. Deze
leidde uiteindelijk tot de soevereiniteitsoverdracht. Op 29 december 1949 droeg
Nederland formeel de Indische archipel over aan de Verenigde Staten van
Indonesië (VSI), waarvan de Republiek Indonesië een deelstaat was. De
Republiek Indonesië slaagde echter er snel in het federale staatsbestel te
liquideren. Het was veruit de machtigste deelstaat. Nederland hield ondertussen
het bewind over Nieuw-Guinea tot 1966.
Na de
machtsoverdracht nam het ongelofelijke aantal van 170 partijen en partijtjes aan
de parlementaire democratie deel. Daartoe behoorden de KPI, die met drie miljoen
leden de op twee na grootste communistische partij ter wereld was. Dat dit niet
goed kon gaan bewezen de vele elkaar in kort bestek opvolgende regeringen,
bestaande uit telkens verschillende koalities. In 1957 schafte Sukarno de
parlementaire democratie af. Het was volgens hem tijd voor de Demokrasi
terpimpin; de zgn. Geleide Democratie. Nog altijd is de Geleide Democratie van
toepassing op de Indonesische politiek. Het verschilt daarin met de
parlementaire democratieën van het westen dat besluiten niet door
meerderheidsstemmen worden aangenomen, maar door 'musjawara' en 'mufakat',
gelijk aan de oude dorpsdemocratie.
Opvallend is dat de communisten in de vijftiger en zestiger jaren zich niet direkt tot de basis, de arme boeren, richtten maar steun voor hun ideeen zochten bij het dorpshoofd. Ook zij, die traditiegetrouw moeten appeleren aan het klassebewustzijn van de onderdrukten in de samenleving beseften donders goed dat de Javaanse boer nooit in zou gaan tegen de wensen van het dorpshoofd.
In de nacht van 30 september op 1
oktober 1965 werden te Jakarta zes generaals van de landmacht door hun politieke
tegenstanders vermoord. Bij de moordpartij lieten ook het vijfjarige dochtertje
van generaal Nasution en twee logerende verwanten van een andere generaal het
leven. De moord was een vonk in een kruitvat.
Nog
altijd wordt 30 september herdacht met documentaires op de tv en toespraken van
politici die erop gericht zijn de waakzaamheid tegenover het communisme niet te
laten verslappen. Langs de kant van de wegen hangen de vlaggen halfstok.
De mislukte
'communistische' coup betekende het einde voor Sukarno, en het begin van de
lange machtsperiode van Suharto. Door het uitreden uit de UNO en zijn politiek
van `Konfrontasi' had Sukarno Indonesië in een geïsoleerde positie
gemanouvreerd en zo aan de rand van een economische afgrond gebracht. Suharto's
hoofddoelen zijn vanaf het begin af aan de politieke en economische consolidatie
van het land geweest. In de ruim dertig jaar dat de president in functie is
geweest, heeft hij iedereen die voor hem een bedreiging vormde, dus ook
mogelijke opvolgers, buitenspel gezet. Ofschoon er veel aan de manier waarop hij
bewind heeft gevoerd aan te merken valt, en dan met name op het gebied van
mensenrechten en vriendjespolitiek, kan niet ontkend worden dat hij zeer veel
voor Indonesië betekent heeft. De Azië-crisis, en de ermee gepaard gaande
economische malaise in Indonesië, betekende het einde van de economische groei
van het land en het einde van Suharto.
Met het wegvallen van de harde hand van de dictator kwamen allerlei geesten uit de fles. Van de eenheid in verscheidenheid bleef na rellen tussen christenen en moslims op de Molukken en andere eilanden weinig over. Wahid, de eerste echt democratisch gekozen president, was minder daadkrachtig dan zijn voorganger, voornamelijk omdat hij met democratische middelen oplossingen zocht voor de chaos die Suharto had achtergelaten. In juli 2001 werd hij vanwege vermeende fraude door het parlement weggestemd en vervangen door Megawati Sukarnoputri, de vice-president en dochter van Sukarno, de eerste president van het land. Wat zij voor Indonesië zal betekenen is nog maar de vraag. Echt daadkrachtig lijkt ze niet, en haar verstrengeling met het leger is groot. Het lijkt er dus op dat met haar aantreden aan de afbrokkeling van de macht van het leger -door Wahid in gang gezet- een einde is gekomen.
Bron:
Poelgeest, L. van, “Japanse besongnes”
Inleiding
|
Ontstaan Indonesië
|
Nederlands-Indië
|
Indonesië
|
De auteur
|
Fotoalbum 1
|
Fotoalbum 2
|
Links
|
Sammie's Place |
Batik |
Wayang |
Gamelan |