ECG
Het hart bestaat uit twee boezems
en twee hartkamers, alle bestaande uit spieren met een holte daarin,
waarvan iedere samentrekking (spieractiviteit) gepaard gaat met
elektrische verschijnselen. Deze kunnen met behulp van sensoren
(plakkers) op de huid worden waargenomen en door een apparaat grafisch
worden weergegeven. De resultaten van het ECG kunnen de arts meer
duidelijkheid geven over hoe goed het hart functioneert, of er
afwijkingen zijn en soms zelfs of er afwijkingen zijn geweest in het
verleden - bijvoorbeeld een 'oud hartinfarct'. Praktijk Om een ECG af te
nemen, plaatst de arts of verpleegkundige elektroden op de huid.
Hiervoor worden zuignapjes, 'knijpers' of plakpleisters op de huid
aangebracht die met elektrische draadjes aan het ECG-apparaat zijn
verbonden. Direct nadat de elektroden zijn aangesloten, kan op een
beeldscherm of registratiepapier het resultaat worden beoordeeld.
naar boven
In overleg met uw behandelend arts
heeft u een afspraak gemaakt voor een echografie van het hart, ook wel
echo-Doppleronderzoek genoemd. Dit onderzoek vindt plaats op de
functieafdeling Cardiologie van het Universitair Medisch Centrum St
Radboud. In deze folder vindt u informatie over het onderzoek. Heeft u
na het lezen nog vragen, stel deze dan gerust aan de behandelend arts.
Werking en doel
Bij een echografie van het hart
wordt gebruik gemaakt van een transducer, een apparaatje dat
geluidsgolven produceert en opvangt. Deze geluidsgolven zijn voor het
menselijk oor niet hoorbaar. De geluidsgolven worden via de borst naar
het hart gezonden. Na weerkaatsing van deze golven door de wanden en
de kleppen van het hart, worden ze weer terugontvangen.
De transducer is verbonden met een echografiemachine. Deze machine zet
de terugontvangen geluidsgolven om in een bewegend beeld van het hart
op een monitor. Ook het bloed dat door de holten van het hart stroomt
weerkaatst de geluidsgolven. De bloedstroom wordt hierdoor ook
zichtbaar op de monitor.
Met het onderzoek wordt informatie verkregen over de grootte en het
functioneren van de hartkamers, over de bouw en werking van de
verschillende hartkleppen, en over de grootte en de richting van de
bloedstroom. De kransslagaders van het hart met eventuele vernauwingen
kunnen bij dit onderzoek niet direct worden waargenomen.
Gang van zaken
De laborante haalt u op uit de
wachtkamer en neemt u mee naar de echografiekamer. Hier verzoekt zij u
het bovenlichaam te ontbloten en op de onderzoeksbank te gaan liggen.
Er worden drie elektroden (kleine metalen dopjes) op de borst geplakt.
Hiermee kan het hartritme worden geregistreerd. Vervolgens vraagt de
laborante u op de linkerzij te draaien, zodat het hart beter in
contact komt met de borstkaswand. De laborante of de arts plaatst nu
de transducer tegen de borstwand. Hierbij wordt speciale gel gebruikt
om het contact met de huid nog te verbeteren.
De onderzoeker verplaatst de transducer enkele malen om het hart
vanuit verschillende richtingen te kunnen bekijken. Eerst wordt naast
het borstbeen gekeken, vervolgens vanuit de punt van het hart. Soms is
het nodig om, nadat u op uw rug bent gedraaid, via het maagkuiltje en
het halskuiltje naar hart en grote vaten te kijken.
Het onderzoek is in principe niet pijnlijk. Een enkele maal moet voor
een goede beeldvorming enige druk worden uitgeoefend met de transducer
tussen de ribben, dit kan wel even gevoelig zijn.
Het onderzoek duurt 30 tot 60 minuten. Een enkele keer is het korter,
bij hoge uitzondering duurt het langer.
Uitslag
De bewegende echografiebeelden
worden vastgelegd op een videoband of een computer. Meestal verricht
de laborante tijdens het onderzoek al een aantal metingen op
stilgezette beelden. Aan het eind van het onderzoek komt de cardioloog
kijken of er voldoende gegevens zijn verzameld. De uitslag van het
onderzoek krijgt u over het algemeen niet meteen, maar later via uw
eigen cardioloog.Bron:
UMC - St.Radboud
naar boven
Holteronderzoek
( 24-UURS E.C.G.)
Het 24-uurs ECG wordt gemaakt om
een indruk te krijgen over eventuele hartritmestoornissen en over
storingen en de geleiding van elektrische impulsen door het hart. Soms
ook geeft het onderzoek informatie over zuurstoftekort van de hartspier.
Met behulp van een soort cassetterecorder worden gedurende 24 uur de
elektrische activiteiten van uw hart geregistreerd op een band. De arts
kan dan zien hoe uw hart reageert als u bezig bent met uw dagelijkse
activiteiten zoals eten, slapen, fietsen, roken, sporten, blij/boos
zijn, traplopen, huishoudelijk werk, enz. Het onderzoek is volledig
pijnloos en u kunt uw normale werkzaamheden uitvoeren. Het enige
verschil is dat u een kleine cassetterecorder met u meedraagt.
naar boven
Fiets-test
(FIETS-ERGOMETRIE)
U begint te fietsen. Op het stuur
van de fiets ziet u een metertje dat aangeeft hoeveel omwentelingen per
minuut u trapt. Men zal u verzoeken dit aantal wat op te voeren. Het
effect van de inspanning wordt meteen zichtbaar op het Tv-scherm, en kan
bovendien worden vastgelegd op papier. De weerstand van de fiets zal
geleidelijk worden opgevoerd. Meestal is het de bedoeling dat u fietst
totdat u echt niet meer kunt. De fietsproef wordt beëindigd in overleg
met de laborante, die voor het stoppen nog een E.C.G. zal registreren en
meestal nog een keer de bloeddruk zal willen meten. Het is beter de
fietstest niet abrupt te staken, maar eerst nog even rustig op een lage
belasting uit te fietsen.
naar boven
Hart-Scan
(HARTSCINTIGRAFIE
BIJ INSPANNING EN REDISTRIBUTIE)
Bij dit onderzoek worden foto's
gemaakt van de doorbloeding van uw hartspier na een inspanningstest
(fietsproef) en in de rust toestand. Er wordt een infuus in uw arm
aangebracht. Daarna wordt gestart met de fietsproef en moet een maximale
belasting geleverd worden. Nadat u maximaal belast bent wordt een
geringe hoeveelheid radioactieve stof via het infuus ingespoten. Direct
na deze injectie komt u onder de gammacamera te liggen en wordt de
eerste serie foto's gemaakt. Het eerste gedeelte is nu afgerond. U mag
nu onze afdeling verlaten en er mag een lichte lunch genuttigd worden.
Het gebruiken van cacao. koffie en thee is wederom niet toegestaan 's
Middags worden opnieuw foto's gemaakt, ditmaal in de rust toestand. Het
onderzoek is daarna geheel afgerond.
naar boven
Pompfunctie onderzoek
(EJECTIEFRACTIE
BIJ INSPANNING)
Bij dit onderzoek worden foto's
gemaakt van de pompfunctie van het hart (ejectiefractie) in rust en bij
inspanning. Via een injectie in de arm wordt een vloeistof toegediend.
Tevens moet u een poeder, opgelost in water, innemen. Na ongeveer een
half uur volgt een tweede injectie met een geringe hoeveelheid radio-
actieve stof. Daarna komt u onder de gammacamera te liggen en wordt een
soort hartfilmpje gemaakt. Vervolgens wordt een inspanningstest gedaan
waarbij liggend gefietst wordt. Tijdens het fietsen worden opnieuw
opnamen van het hart gemaakt. Na deze test kunt u blijven liggen en 10
minuten uitrusten. Daarna wordt voor de laatste maal een opname van het
hart gemaakt.
naar boven
Zuurstoftekort
(PERSANTIN-THALLIUMSCAN)
Bij dit onderzoek worden foto's
gemaakt van de doorbloeding van uw hartspier na een geringe
inspanningstest en in de normale rust toestand. Er wordt een infuus in
uw arm aangebracht. Vervolgens wordt door het infuus persantin
(vaatverwijdend middel) gedurende een aantal minuten ingespoten. Hierna
levert u zelf een geringe inspanning door te knijpen in sponsjes. Direct
na het knijpen wordt, via het infuus, een geringe hoeveelheid
radio-actieve stof ingespoten. Nu wordt de eerste serie foto's gemaakt.
U mag nu de afdeling verlaten en er mag een lichte lunch genuttigd
worden. Het nuttigen van koffie, thee, cola is echter NIET toegestaan.
's Middags worden opnieuw foto's gemaakt, ditmaal in de rust toestand.
Het onderzoek is daarna geheel afgerond.
naar boven
Dotteren
Met een slangetje (katheter) wordt een
ballonnetje in het bijna afgesloten bloedvat ingebracht, waarna dit in het
vat wordt verwijd. Ook kan een soort kokertje worden achtergelaten ter
voorkoming van opnieuw dichtslibben.
- Dotterprocedures van
kransslagaderen - (Percutane Transluminale Coronair
Angioplastie ofwel PTCA genoemd)
- Elektrofysiologische Onderzoeken
- (EFO ofwel invasief onderzoek naar de oorzaak hartritmestoornissen)
- Catheter Ablaties - (op
acteerinterventie gebaseerde behandeling van ritmestoornissen)
Informatie over structuur van het hart en de hartkleppen
(Transoesophageaal
Echocardiografisch Onderzoek)
(TEE)
Duur
Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.
Voorbereiding
U mag vanaf tenminste enkele uren vóór het onderzoek niets eten
of drinken.
Het onderzoek
U mag met ontbloot bovenlichaam plaatsnemen op de onderzoeksbank. Als u
een kunstgebit heeft, vragen wij u deze uit te doen. U krijgt dan uitleg
over de procedure en instructies over het inbrengen van de endoscoop
(instrument om lichaamsholten en inwendige kanalen te onderzoeken, bijv.
met elektrische lampjes en spiegels). Uw keel wordt verdoofd met een
spray, waarna u op de zij gaat liggen. Vervolgens krijgt u een bijtring
tussen uw tanden, waarna de arts de endoscoop inbrengt. Tijdens het
onderzoek wordt zo nodig slijm uit de mond- of keelholte weggezogen.
Vanuit de slokdarm worden de structuren van het hart zichtbaar. Deze
beelden worden vastgelegd.
Tegelijkertijd wordt een Doppleronderzoek gedaan om informatie te
krijgen over de snelheid en de richting van de bloedstroom. U kunt ook
zelf de geluiden van de bloedstroom horen.
Tijdens het hele onderzoek worden uw hartslag, bloeddruk en
zuurstofgehalte van uw bloed gecontroleerd.
Het inbrengen van de endoscoop is niet pijnlijk, maar wordt door sommige
patiënten als vervelend ervaren.
Na het onderzoek
Vanwege de verdoving in de keel mag u na afloop van het onderzoek nog
ongeveer één uur niet eten of drinken. Daarna mag u voorzichtig iets
drinken. Gaat dit zonder problemen, dan mag u ook vast voedsel eten.
Uitslag
Deze ontvangt u van uw cardioloog tijdens het volgende
polikliniekbezoek.
Bron:
HLCU
naar boven
Wat is een
elektrofysiologisch onderzoek (EFO)? Wat is een ablatie?
Tijdens het elektrofysiologisch onderzoek gaat men via catheters de
geleiding doorheen het hart meten om aldus geleidingsstoornissen te
kunnen opsporen. Tevens kunnen via dezelfde catheters bepaalde prikkels
aan het hart worden gegeven teneinde de aanwezigheid van bepaalde
ritmestoornissen op te sporen en te lokaliseren.
Bron: Hartcentrum Hasselt
|