| |

|
|
Bij Ritmische gymnastiek dans je een oefening waarbij je gebruik maakt van materiaal. Die materialen zijn: bal, het touw, de hoepel, het lint of de knotsen. Ritmische gym is prachtig om te zien en fantastisch om te doen. Tijdens de lessen zijn we druk bezig met het aanleren van sprongen, lenigheid, danspasjes en het gebruiken van het gereedschap. Je kunt een individuele of een groepsoefening doen met gereedschap maar je kunt ook een oefening doen zonder materiaal.
|
|
 |
|
Houd je van bewegen, van dansen, van muziek en vind je gymnastiek een leuke sport? Dan is ritmische Gymnastiek echt iets voor jou!
|
|
|
|
|
|
|
|
Het touw is van hennep of van kunstvezel gemaakt en is niet dikker dan 1 cm. De lengte past bij de gymnaste. Met het touw kun je gewoon springen, ermee zwaaien, achtjes mee draaien, opgooien en weer opvangen. Het valt niet mee om met snelle ritmische muziek te zorgen dat het touw niet in de knoop komt, niet in elkaar krult of uit je handen glipt. |
|
Knotsen hebben de vorm van een fles. Ze zijn gemaakt van kunststof en hebben vaak de prachtigste kleuren. Je kunt van alles doen met knotsen: zwaaien, molentjes draaien, laten rollen, opgooien en weer opvangen. Spectaculair is het hoog opgooien van de knotsen terwijl jij snelle bewegingen op ritmische muziek maakt. Natuurlijk ben je weer precies op tijd op de juiste plaats om de knotsen op te vangen. Hoe meer je oefent met de knotsen, hoe makkelijker het je zult afgaan om precies de mogelijkheden te leren kennen, te weten hoe hoog je moet gooien en waar je de knotsen moet opvangen. |
|
 |
|
|
Je hoepel is van plastic. De doorsnede is 80-90 cm. De hoepel mag ronde of platte kanten hebben en elke kleur is goed. Het lijkt niet erg op het hoepelen wat je vroeger altijd op straat deed. Met deze hoepel mag je rollen, opgooien en vangen, zwaaien en kantelen. Je eigen bewegingen en de muziek moeten er natuurlijk prima bij passen. |
|
De bal is van gummi of van zacht plastic. De bal weegt minstens 400 gram en is 18 tot 20 cm in doorsnee. Met de bal moet je in elk geval stuiteren, gooien en rollen. Je kunt dit aanvullen met zwaaien en balanceren. Je beweegt de bal steeds met je hand, vuist, elleboog, knie of voet in een gevarieerd ritme. |
|
Het lint is minstens 6 meter lang en 4-6 cm breed, het zit vast aan stokje van zo'n 50 cm. Het lijkt eenvoudig: je werpt het lint en vangt het weer op. Maar het lint moet steeds in beweging blijven. Als het lint stilvalt of op de grond valt, mis je het vloeiende van de oefening. Dus probeer je door zwaaien, spiralen en achtjes te draaien te zorgen dat het lint voortdurend in mooie vormen in de lucht blijft. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
 |
|