| Op 21 maart 1685 werd Johann Sebastian Bach in
het Thüringse Eisenach geboren. Hij was de jongste in een gezin met acht
kinderen en hij stamde af van een familie die al meer dan 200 jaar bekwame
en getalenteerde musici voortbracht. Toen Bach negen jaar was overleed
zijn moeder. Een jaar later overleed ook zijn vader en Bach werd al op
zijn tiende wees. Hij ging wonen bij zijn oudste broer Johann Cristoph die
organist was in Ohrdurf. Hierdoor kreeg hij een goede muzikale opleiding
waar hij later veel profijt van had.
Toen Bach vijftien was werd hij koorknaap in Lüneburg, waar hij veel
naar organisten luisterde. In 1702 was het afgelopen met zingen toen hij
de baard in de keel kreeg. Hij werd organist en koordirigent in Arnstadt,
maar na een ruzie met de kerkraad vertrok hij daar weer.

Bach op jonge leeftijd
|
|

In oktober 1707 trouwde Bach met zijn nicht Maria Barbara Bach. Tijdens
zijn huwelijk met Maria kreeg Bach twee zoons: Wilhelm Friedemann en Carl
Philipp Emanuel, die later ook zelf componist zouden worden. Eén
jaar na het huwelijk werd Bach organist aan het hof van hertog Wilhelm
Ernst in Weimar. Tijdens zijn functie als organist schreef hij veel van
zijn mooiste fuga's en cantates. In het jaar 1717 werd Bach uitgenodigd
voor een klavecimbelconcours in Dresden. Maar toen hij in Dresden aankwam
bleek zijn tegenstander, de organist van de Franse koning Lodewijk XV,
vertrokken te zijn. Dit beschouwde Bach als een overwinning en hij was
dolblij.
De Thomasschule in Leipzig, verbonden
met de Thomas-Kirche, waar Bach van 1721 tot 1726 cantor was.
|
|

Echter, toen hij solliciteerde als Kapellmeister bij de hertog
in Weimar werd hij afgewezen. Toch werd Bach Kapellmeister alleen
niet bij de hertog, maar bij prins Leopold van Anhalt Köthen. In deze
tijd componeerde Bach zijn beroemde Brandenburgse concerten. In 1720
overleed zijn vrouw Maria toen Bach net met de prins op reis was. Maar een
jaar later hertrouwde Bach alweer met Anna Magdalena Wülcken. Voor deze
vrouw schreef hij veel eenvoudige pianowerkjes, die nu nog door beginnende
pianisten worden gespeeld.

Dresden, waar in 1717 het klavecimbelconcours
werd gehouden.

Tijdens
dit tweede huwelijk bereikt Bach veel hoogtepunten. In 1723 werd hij
benoemt tot cantororganist van de Thomaskirche in Leipzig en zeven jaar
later tot directeur van het Collegium Musicum. In Leipzig voelde Bach zich
thuis en hij schreef er onder andere de grote meesterwerken de
'Johannes-Pas- sion' en de
'Matthäus-Passion'. Ook het 'Weihnachtsoratorium', het 'Osteroratorium' en de Mis in b klein werden
hier gecomponeerd evenals zo'n 300 kleine cantates. In de laatste tien
jaar van zijn leven werd Bach gekweld door toenemende blindheid. Johann
Sebastian Bach overleed op 28 juli 1750.
|