Bachsite Mozartsite Orgelsite
| |

|
|
Door Philippe Wildemast |
|
Ontwikkeling
Periodes
Kenmerken Muziekvormen |
| Met de Klassieke
periode wordt bedoeld de stijlperiode tussen de 18e-eeuwse
Barok en de 19e-eeuwse Romantiek, ongeveer tussen 1775 tot
1815. Het is een algemene kunststroom, die naast bekendheid in de muziek
ook voorkomt in de architectuur, de beeldende kunst en de literatuur. De
klassieke kunststroom is een weelderige vorm en kwam voort uit een
pre-klassieke stroming. De pre-Klassieke stroming kan worden gezien als
een directe reactie op de zwaarwichtige barok. De Barok was erg
traditioneel en gericht op de godsdienst, terwijl de pre-Klassieke
stroming, als voorbode van de Klassieke periode, meer weelderig en galant
was. Ondanks zijn weelderigheid was de Klassieke periode niet zodanig dat
kunstwerken uit deze periode (zowel muziekcomposities als andere vormen
van kunst) zo weelderig waren als de latere meer vrije kunststromen in de
19e en 20e eeuw, zoals de Romantiek. |
|

Johann Christian Bach (Encarta, 1999)

Georg Philipp Telemann |
De
ontwikkeling van de Klassieke periode
Reeds in 1725 waren de eerste vormen van de
zogenaamde pre-Klassieke periode, als een directe reactie op de
statige barok, aanwezig in de muziek. De pre-Klassieke periode is niet een
echte stroming, omdat de meeste thermen in deze periode (zoals de Galante
Stijl, de Rococo en de Sturm und Drang) slechts van
invloed waren op bepaalde aspecten in de muziek en niet op de muziek in
het algemeen. In deze periode (+ 1725- 1775) stonden deze
veranderingen in de muziek dus naast de op dat moment gangbare stroming,
nl. de Barok. De Klassieke periode kan dan ook beschouwd worden als
een volgroeide versie van de pre-Klassieke vormen.
Rococo. Een belangrijke voorloper van
de Klassieke periode is de Rococo. De Barok was een grootse statige
vorm, terwijl de Rococo, als een reactie daarop, meer charmant, speels en
minder zwaarwichtig. Johann Christian Bach in Londen, die een vertegenwoordiger was
van deze richting, heeft de jonge Mozart nog lesgegeven.
Galante stijl. De Galante Stijl
is een andere pre-Klassieke vorm, waarbij begrippen als fraai, elegant en
verfijnd meer passen. Bij deze vorm was de sentimentaliteit en intimiteit
uiteindelijk zo sterk aanwezig dat het de soort eerste serieuze breuk was
met de Barok. Een belangrijke vertegenwoordiger van deze pre-Klassieke
vorm was Georg Philipp Telemann.
top |
|
De
Klassieke periode onderverdeeld
In de muziekgeschiedenis is de Klassieke periode
één van de belangrijkere periodes. Dat komt vooral door de grote
Klassieke meesters uit die periode, waaronder Joseph Haydn (zie
hiernaast), Ludwig
van Beethoven (zie hiernaast)en Wolfgang Amadeus Mozart (zie
hieronder). De periode wordt daardoor
vaak ingedeeld in drie kleinere periodes:
De periode van Haydn; hij was de ‘grondlegger’
van hoofdvorm, die hij ontwikkelde in zijn latere symfonieën,
strijkkwartetten en sonates.
De periode van Mozart; hij was degene, die met zijn symfonieën de hoofdvorm dramatisch-lyrisch maakte.
De periode van Beethoven; hij ontwikkelde de
dramatische beginselen van Mozart tot een hoogtepunt.(de jonge Beethoven
heeft Mozart nog ontmoet)
top |

Joseph Haydn

Ludwig von Beethoven |
|

Mozart

Typische 18e eeuwse picknick met
muziek van Mozart
|
De
kenmerken van de Klassieke periode
Algemeen kan worden gezegd dat de muziek uit de
Klassieke periode evenwichtig was en uitging van een duidelijke
vormgeving. Toch drukten de verschillende componisten allemaal hun eigen
stempel op de muziek, terwijl de muziek uit de barok, die vaak veel
dramatischer was, veel minder kenmerken van een componist in zich had.
Melodie. De melodie is over het
algemeen logisch opgebouwd en is daardoor vaak gemakkelijk te herkennen.
Een Klassieke melodie is opgebouwd uit thema’s, die elkaar afwisselen
door het verschil in sfeer; dus bijvoorbeeld eerst een vrolijk en daarna
een bedroeft thema. De thema’s zijn opgebouwd uit periodes, die op hun
beurt weer zijn opgebouwd uit frasen, bestaande uit vier of acht maten. De
fraseopbouw vormt vaak een vraag- en antwoordspel, waarbij in de eerste
frasen een ‘vraag wordt gesteld’, die in de tweede groep frasen wordt
‘beantwoord’. Al deze eerdergenoemde aspecten zorgen voor een
afwisselend geheel, terwijl herhalingen er juist voor zorgen dat de
eenheid gehandhaafd blijft.
Harmonie. In de harmonie
veranderde er in de Klassieke periode niet veel ten opzichte van de Barok.
Het grote verschil was echter dat de componisten in de Klassieke periode
over het algemeen homofone muziek schreven,
terwijl in de Barok ook polyfone muziek werd geschreven. Homofone muziek
wil zeggen dat de partijen, die de melodie niet voeren, slechts een bijrol
hadden, terwijl bij polyfone muziek de rol van die partijen belangrijker
was. Deze partijen bestonden in de Klassieke periode, zowel in de homofone
als de polyfone muziek, vooral uit akkoorden.
Dynamiek. In de Klassieke periode
maakte men vooral gebruik van zgn. overgangsdynamiek, dat wil zeggen dat
de volumeovergang geleidelijk gaat (crescendo’s en decrescendi). Dit in
tegenstelling tot de Barok, waarin de terrassendynamiek vooral werd
gebruikt, dat wil zeggen een plotselinge overgang van zacht naar hard of
van hard naar zacht. Echter aan het einde van de Klassieke periode was
deze 'ingehoudenheid' bijna verdwenen, zoals bij Beethoven, die met zijn
symfonieën de overgangsdynamiek overboord zette.
Vorm. De vorm bestaat uit veel
herhaling en een muziekstuk eindigt eigenlijk altijd met hetzelfde thema
als waarmee het begon.
top |
|
Muziekvormen
Opera. De muziekstijl ‘opera’
is tijdens de Klassieke periode vooral door Mozart beïnvloed. Hij was,
door zijn reizen naar Italië, onder de indruk van deze muziekstijl
geraakt. Zo wist hij het Duitse Singspiel, zoals ‘Die
Entführung aus dem Serail’ (1782) op het pijl van de Italiaanse
opera te krijgen door de rol van het orkest te intensiveren en de
personages beter te karakteriseren. Deze twee kenmerken brachten ook
vernieuwing in de Italiaanse opera. Het stuk ‘Die Zauberflöte’
(1791) vormt een perfecte verwerking van deze twee kenmerken: de
muziek is complex, wat de intensiviteit van het orkest vergroot en het
verhaal kan op verschillende manieren geduid worden. Er
waren twee operasoorten, de opera seria en de opera buffa.
Het verschil is dat de opera buffa, geschreven in de volkstaal, komisch
was en het volk meer aansprak, terwijl de opera seria, geschreven in het
Grieks of Latijn, meer ernst in zich had en minder voor het bestemd was
voor het volk. Mozart combineerde de twee soorten in een soort algemene
opera met tragische en komische aspecten. Een goed voorbeeld is ‘Don
Giovanni’, waarin hij deze verschillende aspecten niet alleen in de
relatie tussen de personages, maar ook in de personages zelf naar voren
komen. Hiermee is dit ook een meesterwerk uit die tijd.
Pianoconcert. Het pianoconcert was ook
een belangrijke muziekvorm uit de Klassieke periode, en dan met name het
soloconcert. Hierbij speelden componisten vaak zelf hun eigen stuk voor
een groot publiek. Een pianoconcert was onderverdeeld in drie delen (de
grondlegger daarvan was Antonio Vivaldi), waarbij het eerste en het derde
stuk snel gespeeld werd en het tweede stuk langzamer. Mozart stelde zijn
concerten als volgt samen: het eerste deel, waarin meerdere
muziekstructuren zijn gecombineerd; het middendeel is enigszins zangerig
(wordt langzaam gespeeld); de finale, waarin veel muzikale verrassingen
zitten, bevat veel tempo- en metrumwijzigingen.
Symfonie en kamermuziek. Joseph Haydn
was, in tegenstelling tot Mozart, veel bezig met het schrijven. Echter de
41 symfonieën, die Mozart schreef, zijn van een uitzonderlijke kwaliteit.
Een voorbeeld is de ‘Juppitersymfonie’, met een grandioos slot,
waarbij sonate en fuga perfect wordt vermengd. De kamermuziek werd onder
andere gevormd door de strijkkwartetten, vooral bij Mozart. Deze
strijkkwartetten bestonden eerst uit drie en later uit vier delen,
beïnvloed door Haydn. Bij de vierdelige kwartetten waren de partijen ook
gelijkwaardiger.
top |

Een afbeelding van het decor van 'Die Entführung aus
dem Serail'
|
Klassieke
Uitspraak
"Mozart's
pianoconcerten lijken, meer nog dan zijn andere werk, uit zichzelf
te ontstaan. Zij nemen dan wel bepaalde muzikale vormen in acht,
maar ze laten er zich niet door leiden"
(Henry
Raynor, 1978) |

Een typisch 18e eeuwse salon met een strijkkwartet
|
|
|