
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
HET TWEEDE JAAR OP DE ALO
Eindelijk begon ik me echt thuis te voelen op school. Het had best lang geduurd, ik voelde me heel lang een vreemde eend in de bijt. Het eerste jaar was moeilijk geweest, maar ook zeker leerzaam. Ik was niet meer zo overdreven verlegen, durfde voor een groep te staan en had uiteindelijk een 7 gehaald voor mijn eindstage in het basisonderwijs. Nu kwam de volgende overwinning op mezelf: het middelbaar onderwijs. Ik zag er vreselijk tegenop, die kids waren tenslotte niet veel jonger dan ik zelf en het natuurlijk overwicht was bij mij ook ver te zoeken. Maar goed, het zou wel loslopen. Ook sommige praktijkvakken waren struikelblokken gebleken. Softbal, basketbal, volleybal, om zo maar eens wat te noemen. Uiteindelijk had ik alles uit het eerste jaar wel gehaald, hetzij met de nodige moeite. De propedeuse was binnen! Gelukkig vormden de theorievakken geen enkel probleem, wat dat betreft was de ALO naar mijn idee vrij simpel.
Na een jaar lang heen en weer gereisd te hebben van Made naar Tilburg, was ik het helemaal beu en ik besloot de grote sprong te wagen: ik ging op kamers. In het begin voelde ik me heel eenzaam, ook al deelde ik mijn kamer samen met een vriendin en waren de huisgenoten vriendelijk en behulpzaam. Maar goed, de locatie van de kamer had niet beter kunnen zijn: recht tegenover het studentensportcentrum. Het duurde dan ook niet lang of ik had daar hele leuke sociale contacten opgebouwd. Het sportcentrum was een plaats waar ik me helemaal op mijn gemak voelde. Ik deed er judo, jiu-jitsu, fitness, zwemmen en als ik tijd over had zo nu en dan eens een les steps of body-workout. Elke dag, zodra ik uit school kwam, was ik er te vinden. Alles bij elkaar gerekend kwam ik toch zeker op zo’n 25 uur sporten per week. Voor een ander misschien veel, voor mij heel normaal. Het sporten zorgde er ook voor dat ik de dagelijkse stress van me af kon trainen. Want stress had ik wel, vooral als de donderdag, de beruchte stagedag, dichterbij kwam. Die positieve gedachten die ik aan het begin van het jaar nog had, waren al een heel stuk weggevaagd en er was angst en afkeer voor in de plaats gekomen. De pubertjes waren nog 10 keer erger dan ik had gedacht en ik kon schreeuwen wat ik wilde, maar niemand die naar mij luisterde. Mijn studiegenootjes die de eer hadden op dezelfde stageschool les te geven als ik, probeerden me wel te helpen met goedbedoelde adviezen, maar voor mij werkte het alleen maar averechts en ik werd er steeds zenuwachtiger door. Omdat softbal en basketbal ook in het tweede jaar weer niet zo denderend liepen, besloot ik hiervoor maar naar de bijles te gaan en ook in het sportcentrum was volop mogelijkheid om deze vakken wat bij te spijkeren. Die paar uurtjes extra sporten konden er ook nog wel bij….
Soms waren er wel eens mensen die vonden dat ik wat teveel deed. Tja, wat is veel…. Als ik een avondje niet ging sporten, zat ik me dood te vervelen voor de tv. Zonde van de tijd, toch? Enne…. sporten is gezond! Ik was er trots op dat ik dit aankon: Terwijl andere ALO’ers na een dagje school doodmoe op de bank ploften, ging ik ’s avonds nog een paar uurtjes door. Kwestie van zelfdiscipline. Ook ik had wel eens geen zin hoor (hoewel dit slechts zelden voorkwam), maar ik liet me niet kennen en vertrok elke avond vrolijk naar de fitnessruimte, want stilstand is achteruitgang!!
Nou ja… Dat was dus mijn leventje. Druk, maar ontzettend leuk!! Maar van de één op de andere dag werd alles anders...
DE EERSTE PROBLEMEN
Woensdag, 5 mei 1999 Een dag als alle anderen. ’s Ochtends lekker naar school (woensdag was altijd mijn favoriete dag: 5 uur praktijk)en ’s middags vrij. Dit was tevens de dag waarop een huisgenootje van mij ging verhuizen naar een flat 2 straten verderop. En Supertarzan (ikkie dus) werd gevraagd ff een bank mee te sjouwen. Tja, waarom niet? Je bent niet voor niks vrienden, toch? Die avond ben ik nog even lekker het sportcentrum in gedoken voor een stevige fitnesstraining. De dag erna ging het allemaal een stukje minder: Stijf, pijn… Maar verder schonk ik er niet zoveel aandacht aan. Blessures waren voor mij net zo gewoon als eten en slapen voor een ander.
Donderdag, 6 mei 1999 Ik sta op en heb opeens ontzettende rugpijn. Ik kan me bijna niet bewegen, laat staan lopen of bukken. Zou het komen door die bank tillen? Of heb ik me gisteravond iets te fanatiek uitgeleefd op de fitnessapparatuur? Nou ja, over een paar dagen zal het wel over zijn. ’s Avonds is Marjoleintje eigenwijs: judoën lukt best. Na een half uurtje lijden komt ze erachter dat judoën toch niet zo goed is als je last hebt van je rug. Maar stoppen dus.
Ook de dagen erna was er geen verbetering. Maar ook nu nog maakte ik me nergens zorgen om. Ja, ik baalde natuurlijk enorm, want sporten zoals ik gewend was, was er even niet bij. Hoewel… Ik heb zelfs nog aan een judowedstrijd meegedaan! Achteraf gezien mijn laatste, maar dat wist ik toen (gelukkig) nog niet! Een voordeeltje was dat we op school net een paar dagen vrij waren. Want met deze pijn naar school… tja, als het had gemoeten, was het wel gelukt, maar het zou best moeilijk zijn geweest!!
Donderdag 13 mei 1999 De vrije dagen zijn weer achter de rug. Nu is het doel om te proberen zoveel mogelijk mee te doen op school, anders loop ik straks enorm achter. Mijn rugpijn neemt weer toe, maar ik zie toch nog kans om m’n tentamen 400 meter te rennen en er nog een 8 (!!) voor te halen ook!!!
Het einde van het schooljaar kwam in zicht, en daarmee ook de leuke uitstapjes. In mijn geval betekende dat 5 dagen survivelen in de Ardennen. We waren al weken bezig met de voorbereiding: bergschoenen kopen, goede rugzak aanschaffen, tenten indelen… Het zou een geweldig kamp worden, dat stond al vast! Hoewel dit kamp wel bekend stond als het zwaarste ALO-kamp (daarom hadden de meesten ook voor het zuip-feest-en-zeilkamp gekozen). Behalve de echte bikkels... De dag voor het kamp was de rugpijn al iets minder dan de week ervoor (of misschien LEEK het alleen maar minder, omdat ik het zo graag wilde). In ieder geval was ik vol goede moed en ervan overtuigd dat ik het kamp helemaal mee zou kunnen doen, zonder dat iemand zelfs maar zou merken dat ik pijn had. Op maandag was het eindelijk zo ver: Het bikkel-ALO-kamp ging van start!
Maandag, 17 mei 1999 LANDKAMP!!! Vol goede moed vertrek ik met een 10 kg zware rugzak richting Schimmert. Van daaruit lopen we - in groepjes - de ongeveer 35 km naar Eijsden. Een eitje!! Lekker weer, gezellig groepje…En m’n rugpijn is gelukkig ook (bijna) helemaal over. Wel veel blaren!
Dinsdag, 18 mei 1999 Mountainbiken richting Ardennen. De bobbels op de paden doen wel een beetje pijn aan m’n rug, maar ach, pijn is fijn!
Woensdag, 19 mei 1999 Lopen! Dit keer door de rimboe, de bossen en het water. Dit is overduidelijk de mooiste tocht tot nu toe. Dat ik een beetje moeilijk loop, komt enkel en alleen van de blaren!!!
Donderdag, 20 mei 1999 ’s Ochtends de tent uitkomen valt niet zo mee. Ik ben stijf, en voel mijn been ook een beetje trekken als ik de trap op loop. Maar ja, een echte bikkel krijg je niet zomaar klein! Vol goede moed begin ik aan de tweede mountainbiketocht van deze week.
Dit was dus het begin van de uitstralingspijn die mij later nog zoveel problemen zou gaan opleveren. Maar dat alles wist ik toen nog niet. Ik geloof niet dat ik toentertijd zelfs ooit ook maar van uitstralingspijn gehoord had! En ik wist al helemaal niet hoe het voelde!! Tóen nog niet….
Vrijdag, 21 mei 1999 Laatste dag. Iedereen heeft overal pijn. Ik probeer, ondanks de blaren, zo normaal mogelijk te lopen. Het trekken in mijn rechterbeen heb ik sinds gisterochtend al wat vaker gevoeld, maar ja, ik heb er tenslotte al een hele week op zitten. De rugpijn is nu helemaal over. Zo zie je maar weer waar zo’n kamp allemaal goed voor is! Ik ben zelfs al gevraagd voor de kampstaf van volgend jaar (smile, smile).
Lichamelijk was ik helemaal gebroken na deze zware week, maar geestelijk voelde ik me top! Het geeft echt wel een kick om jezelf gedurende 5 dagen steeds opnieuw weer op de proef te stellen. Met mijn rug ging het helaas wat minder goed. Sterker nog, het ging eigenlijk met de dag slechter. Omdat ik zelf ook wel inzag dat dit niet normaal was, besloot ik de sportarts met een bezoekje te vereren.
Dinsdag, 25 mei 1999 Het trekken in mijn been is toegenomen en ik besluit om toch maar even langs de sportarts te gaan op school. Na een paar (vrij pijnlijke) testjes adviseert hij me om het twee weken rustig aan te doen en terug te komen als het dan nog niet over is. Ik baal, want ik had zaterdag eigenlijk een judowedstrijd, waar ik de laatste punten voor de tweede dan wilde halen. Als ik terug in de klas kom, is de les bijna afgelopen en samen met de andere meiden uit mijn klas loop ik naar de kleedkamer om me klaar te maken voor de komende 2 lesuren: hockey.
Dat laatste geeft wel aan hoe weinig serieus ik alles toen nam. Dacht dat het door 2 weekjes niet judoën vanzelf weer goed zou komen. Maar gedurende deze week werd het me tevens duidelijk dat ik de hele zaak misschien toch wat had onderschat. Want ondanks het feit dat ik braaf de judotrainingen oversloeg, werd de pijn in rap tempo steeds heviger. Zo kwam het dat ik uiteindelijk - een week eerder dan was afgesproken - opnieuw in de spreekkamer van de sportarts zat.
Dinsdag, 1 juni 1999 Ik twijfel of ik nu wel of niet naar de dokter zal gaan. Ik heb deze week veel praktijktentamens, en weet bijna zeker dat ik die niet mee mag doen als ik nu terugga naar de arts. Aan de andere kant: Als ik op deze manier tentamen moet doen, breng ik er ook niet veel van terecht. Dat geeft de doorslag: Toch maar naar de dokter. Om 14.00 uur zit ik dus (wéér tijdens de les dramatische expressie) op het kneuzenbankje voor de spreekkamer van de sportarts. Na een half uur wachten ben ik eindelijk aan de beurt en ik vertel dat het eigenlijk steeds slechter in plaats van beter gaat. De reeks pijnlijke testen is nog uitgebreider dan een week geleden en na afloop hiervan krijg ik te horen dat het allemaal niet zo goed is. De dokter denkt dat het óf een verschuiving is binnen het SI-gewricht (tussen de rug en het bekken) óf een hernia. Hij stuurt me onmiddellijk naar huis en ik moet een week bedrust houden.
Dit kwam voor mij aan als een enorme klap. Vooral gezien het feit dat ik midden in m’n tentamenperiode zat. Huilend ben ik uiteindelijk terug de les in gelopen. Daar werd ik gelukkig goed opgevangen door enkele klasgenoten en later was er ook nog een geduldige lerares die zich om mij bekommerde. Het ging allemaal zo snel…. Het ene moment ben je nog volop in beweging, het volgende moment blijkt opeens dat je klachten zodanig zijn dat je onmiddellijk je bed in moet. Heel raar allemaal!! Nu is de combinatie Marjolein en bedrust iets wat vrijwel onmogelijk is en dat bleek ook nu wel weer! Ik had toestemming om uit bed te komen om te plassen en eten, dus ik vond dat ik dan ook wel ff achter de computer kon. Ik moest nog wat verslagen maken, en daar had ik nu toch mooi de tijd voor. En juist op het moment dat ik lekker aan het typen was, kwam de huisarts langs. Hij keek wat vreemd op en met de opmerking “hoor jij niet in bed te liggen?” merkte hij op dat het niet echt verstandig van me was om me niet aan het gekregen advies te houden. Hij onderzocht me en was ervan overtuigd dat het in dit geval om een hernia ging. Een week later ik zou ik bij hem terug moeten komen en al naar gelang de stand van zaken op dat moment zou er beslist worden hoe het verder moest.
Dinsdag, 8 juni 1999 Terug naar de huisarts, die meteen voor de dag erna een afspraak met de neuroloog voor mij regelt.
Een dag later kon ik dus al in het ziekenhuis terecht. Dat deze afspraak op zo’n korte termijn gemaakt was, gaf wel aan dat het écht ernstig was nu. Zelfs ik begon dat zo onderhand in te zien. Daarbij kwam dat de pijn elke dag erger werd en ik nu op het punt gekomen was dat normaal lopen zelfs al niet meer lukte en dat ik verging van de pijn als ik langer dan 10 minuutjes moest staan.
Woensdag, 9 juni 1999 Ik ga langs bij de neuroloog, dr E. Het is een aardige man die mij eerst wat vragen stelt en vervolgens onderzoekt. Hij wil dat er op korte termijn een CT-scan wordt gemaakt en vraagt of ik ’s middags tijd heb. Ik vertel dat het eigenlijk de bedoeling was dat ik die middag een bezoek zou brengen aan de snijzaal in Utrecht. De dokter is het er over eens dat je zoiets spectaculairs zeker niet over moet slaan, dus wordt er afgesproken dat ik de dag erna naar het ziekenhuis zal komen voor de scan.
Na dit bezoek spurtte ik naar de bushalte, om zo snel mogelijk in Utrecht aan te komen. Onderweg had ik voldoende tijd om alles een goed te overdenken. Zou het écht hernia zijn? En wat dan? Hoe met school? En judo? Gelukkig kon ik alles even van me afzetten op het moment dat ik de snijzaal betrad. Want - hoe gruwelijk het ook klinkt - dat was echt geweldig!!!
De volgende dag ging ik weer naar het Ignatius, ditmaal voor een kortdurend verblijf. ’s Middags werd er een CT-scan gemaakt en de rest van de tijd kon ik mooi besteden aan het leren van mijn medische tentamens. Naast mij lag een vrouw die behandeld werd voor de complicaties die waren opgetreden na haar hernia-operatie. Vervelend voor haar, maar voor mij was het een ver-van-mijn-bed-show.
De volgende dag, vrijdag, was een zware, emotionele dag waarop ik een hele moeilijke beslissing nam….
Vrijdag, 11 juni 1999 Ik lig in het ziekenhuis te wachten op de uitslag van de CT. Eerst krijg ik te horen dat de foto’s kwijt zijn. Een paar uur later komt dr E me vertellen dat er een duidelijke hernia te zien is. Eenmaal thuis, zit ik in een crisis. Is het wel verstandig om op deze manier met de ALO door te gaan? Ik ben vaak geblesseerd, kan na de operatie lange tijd niet sporten en er is niet eens zekerheid of ik ooit weer alles kan doen (judo bijvoorbeeld). Bovendien gaat het lesgeven ook niet goed. Na er thuis uitgebreid over te hebben gesproken, neem ik een definitief besluit: Ik stop met de ALO.
Het weekend ging voor mij in een roes voorbij. Er was zoveel om over na te denken, maar dat alles werd overheerst door een overweldigende pijn. Na het weekend had ik weer een afspraak gepland in het ziekenhuis. Maar eerder die dag moest ik nog naar school, om ze ook daar van mijn beslissing op de hoogte te stellen.
Maandag, 14 juni 1999 Ik ga op school vertellen wat ik vrijdag besloten heb. Zowel de leraren als mijn klasgenoten reageren geschrokken. ’s Middags heb ik weer een afspraak bij de neuroloog, waarbij ook de neurochirurg, dr W, aanwezig is. Als ik de spreekkamer binnenkom, zegt dr E dat hij net de foto’s bekeken heeft en dat daar helemaal geen hernia op te zien in (hoe kon hij daar vrijdag dan zo gedetailleerd verslag van doen??). Mijn wervelkanaal blijkt wel veel te nauw te zijn, dus misschien wordt de pijn daardoor veroorzaakt. Samen met dr W besluit hij dat er eerst geprobeerd wordt om de pijn weg te krijgen dmv een epidurale injectie.
De weken hierna waren eigenlijk heel saai. Ik schreef al eerder dat in bed liggen niks voor mij is, maar op dit moment kon ik gewoon niet anders. Ik heb heel wat medische thrillers verslonden in deze weken!! Op een gegeven moment kon ik alleen nog maar, met krukken, kleine stukjes lopen. Terwijl ik dus voornamelijk in bed lag, had ik voldoende tijd om me volledig te richten op mijn nieuwe studie. En na het doorpluizen van torenhoge stapels studiegidsen, had ik de ideale studie gevonden: Gezondheidswetenschappen in Maastricht. Verder lag ik met de telefoon naast mijn bed enkel en alleen te wachten op het verlossende telefoontje waarin zou worden medegedeeld dat ik naar het ziekenhuis kon komen voor de injectie. En op 1 juli was het zover: Ik mocht komen voor de hopelijk probleemoplossende injectie!!
Donderdag, 1 juli 1999 Eindelijk ga ik naar het ziekenhuis voor de epidurale injectie. Ik heb echt naar dit moment uitgekeken, want de pijn is vaak ondraaglijk…. Ik kan geen deken meer op mijn enkel verdragen (want daar hoopt de pijn zich op, lijkt het wel) en lig vaak het grootste deel van de nacht wakker. De injectie wordt gegeven op de OK. De uitvoerend anesthesist staat heel sceptisch tegenover de werking van de injectie bij mij: Hij is bang dat er veel te weinig ruimte is in mijn wervelkanaal en dat deze prik (die ervoor zorgt dat de zenuwen dunner worden) daar weinig aan kan veranderen. De prik zelf doet niet zo veel pijn. Na de injectie voel ik me heel opgelucht: Misschien zal de pijn binnen een week al over zijn! Diep van binnen geloof ik er niet zo in, maar wie weet, misschien zijn de wonderen de wereld nog niet uit….
Ik wist van tevoren dat het tijd nodig had voordat de injectie zijn werking kon gaan doen. Maar na 5 dagen zou het kunnen gaan werken. Dat was echt spannend; ik checkte ik weet niet hoe vaak of ik mijn gestrekte been vanuit liggende toestand al hoger op kon tillen. Helaas was het resultaat ver te zoeken.
Maandag, 5 juli 1999 Vanaf vandaag kan de injectie resultaat gaan opleveren. Ik voel nog niks. Volgens mij is de pijn zelfs weer toegenomen. Ik loop zo min mogelijk. Het ziet er ook niet uit; helemaal voorovergebogen en slepend met mijn rechterbeen. Ik wil niet dat mensen mij zo zien en probeer in het bijzijn van anderen dan ook zo normaal mogelijk te lopen. Ik begrijp alleen niet hoe ze dat aan het thuisfront zo snel door hadden!!!
Dinsdag, 6 juli 1999 Nog steeds geen verbetering. Ik denk ook niet dat dat nog komt, ik ben ervan overtuigd dat de injectie niet geholpen heeft. Zucht!!! En ik moet ook nog tot september wachten voordat ik terug kan (mag) naar het ziekenhuis.
Woensdag, 7 juli 1999 Mama belt de huisarts op om te vragen of hij kan regelen dat ik eerder terug kan komen in het ziekenhuis. Hij vindt dat er inderdaad iets moet gebeuren en belooft er meteen achteraan te gaan.
En wat dat betreft had je een goeie aan deze dokter: Een paar dagen later mocht ik alweer naar het ziekenhuis. Ook dit keer waren zowel dr W als dr E aanwezig. Het viel de laatste meteen op dat het lopen bijna niet meer lukte. De foto’s van mijn rug werden weer bekeken, maar beide dokters zagen er geen afwijkingen op. Omdat ze allebei ook wel snapten dat ik zo niet verder kon, werd er besloten dat er nog een onderzoek gedaan zou worden. Hierbij zouden er röntgenfoto’s gemaakt worden door middel van contrastvloeistof.
Donderdag, 15 juli 1999 Ik ga naar het ziekenhuis voor het onderzoek. De contrastvloeistof wordt door middel van en ruggenprik in mijn wervelkanaal gebracht (best pijnlijk, maar ik heb het overleefd). Vervolgens word ik in allerlei verschillende houdingen doorboord metn röntgenstralen. Na het onderzoek moet ik 2 uur blijven zitten om de contrastvloeistof te laten zakken. Daarna moet ik 24 uur blijven liggen. ’s Middags moet ik nog een keer door de scan, omdat de foto's veel duidelijker zijn nu er nog contrastvloeistof in mijn lichaam zit.
Vrijdag, 16 juli 1999 Dr E komt, met aanhang (minstens 5 assistentes), de uitslag van het onderzoek vertellen. Hij zegt dat alles er heel normaal uitziet en dat het vreemd is dat ik toch zoveel pijn heb. Eenmaal thuis, zit ik toch wel weer in een dipje. Als alles er zo normaal uitziet, waar komt dan die afschuwelijke pijn vandaan? En zolang ze niet weten wat het is, kan er ook niets aan gedaan worden. Zucht!!
Ik geloof dat van alles wat er tot nu toe gebeurd was met betrekking tot mijn rug, dit weekend het moeilijkst was. Ik kon niks, lag te kronkelen van de pijn, en had het gevoel dat de artsen mij niet serieus namen. Ik weet ook niet zo goed hoe ik dit weekend doorgekomen ben; voornamelijk piekerend volgens mij. Tegelijkertijd lag ik me al voor te bereiden op het bezoek aan de dokters dat voor maandag gepland stond. Ik wist zeker dat ik weer met één of ander zoethoudertje naar huis gestuurd zou worden. En daarbij maakte ik me ook zorgen om school, want zoals het er nu uitzag, zou ik niet eens naar school kúnnen, na de zomervakantie!
Maandag, 19 juli 1999 Wéér een afspraak met dr E en dr W (het wordt zo onderhand een gewoonte om elke maandagmiddag een date te hebben met deze dokters). Dit keer gaat het bezoek voor mij een stuk moeizamer dan de vorige keren, omdat ik verschrikkelijke hoofdpijn heb van de ruggenprik. Ik hoef dan ook niet in de wachtkamer te wachten, maar mag ergens in een kamertje op een behandeltafel gaan liggen. Ook hoef ik niet zelf naar de dokter toe, maar komt de dokter naar mij (wat een service)! Ik verwachtte niet veel positiefs van dit bezoek, en ben dan ook dolblij als dr W zegt dat er op de foto’s te zien is dat mijn zenuwen toch een beetje klem zitten (ik voelde dat zelf natuurlijk al weken, maar eindelijk is er een dokter die het bevestigt). Er wordt besloten dat ik woensdag geopereerd zal worden. Yes, yes, YES!!! Eindelijk!!!!! Bye, bye pain!!!!
Nooit geweten dat ik nog eens zo blij zou zijn om geopereerd te worden. Maar echt, dit was het mooiste moment sinds weken! We hebben zelfs taart gehaald om het te vieren, kun je nagaan!
DE OPERATIE EN DE PERIODE DAARNA
Woensdag, 21 juli 1999 Eindelijk word ik geopereerd (terugkijkend zijn er - sinds de eerste dag dat ik naar de huisarts ben gegaan - nog geen 2 maanden voorbij, maar voor mijn gevoel was het een eeuwigheid). Ik heb nog steeds ontzettende hoofdpijn, en tegen de tijd dat ik op de afdeling ben, voel ik me doodziek. Er wordt dan ook meteen een bed voor me geregeld, zodat ik lekker kan gaan liggen. Eerst worden de opnameformulieren ingevuld en dan moet ik naar beneden om bloed te laten prikken; wat weer gepaard gaat met vreselijke hoofdpijn. Om half 1 komt een verpleegkundige aanzetten met het operatiehemd. Daarna word ik door haar en haar naar de OK gebracht. Nadat er wat elektroden op mijn borst zijn aangebracht en de anesthesist na 10 minuten prikken in mijn hand de naald uiteindelijk bij mijn elleboog heeft ingebracht, verdwijn ik in een heerlijke, ontspannende slaap. Een hele tijd later word ik weer wakker en het eerst wat me gevraagd wordt, is of ik mijn benen nog kan bewegen. Gelukkig wel!! Na weer even lekker geslapen te hebben, komt dr W me vertellen dat de operatie goed gelukt is. Hij zegt ook dat het een flinke hernia was. De zenuwen zaten helemaal klem en waren ook behoorlijk geïrriteerd. Hij zegt dat het maar goed is dat hij me geopereerd heeft. Even later vraagt een verpleegster van de recovery of ik veel sport, want mijn hartslag is zo laag (rond de 45). Dit is wel leuk om te horen; is die jarenlange inspanning toch niet voor niets geweest. Even later wordt de zuurstofslang uit mijn neus gehaald en ook de rest van de slangetjes en metertjes worden verwijderd. Als ik weer terug ben op de afdeling, voel ik me heel opgelucht. Eindelijk is het probleem verholpen en nu kan het alleen maar beter gaan….
Meteen na de operatie en ook de dag erna voelde ik me hartstikke goed. Zelfs niet misselijk, zoals je zo vaak hoort. Het liefst was ik meteen uit bed gejumpt om eens lekker een rondje over de afdeling te rennen. Want het was wel een dooie boel daar hoor! Tja wat wil je, de afdeling neurologie…. Allemaal dementen en hoogbejaarden. Daar past een vitale meid van 18 eigenlijk niet tussen hè! Gelukkig lag er naast me een vrouw van rond de 40, en dat was vergeleken met de rest heel jong. Samen hebben we ook heel hard gelachen om de demente vrouw tegenover ons die steeds haar kunstgebit uit wilde spugen. Omdat de rest van de mensen zo oud was, was de verpleging op deze afdeling natuurlijk ook niet gewend aan mensen zoals ik die ongeduldig zaten uit te kijken naar het moment waarop ze het bed mochten verlaten. Als ze die ervaring wél gehad zouden hebben, was er waarschijnlijk ook niet gekozen voor een draaistoel met wieltjes…..
Vrijdag, 23 juli 1999 Vandaag mag ik uit bed!!! Nog niet lopen, helaas, maar dat komt morgen wel. Naast het bed staat een draaistoel op wieltjes klaar, waar ik in mag gaan zitten. Nou, dat is net iets voor mij! Die stoel vráágt er gewoon om dat ik erin ga rijden en draaien. Als de fysio na een tijdje komt kijken hoe het gaat, ziet ze lachend aan hoe ik me helemaal uitleef met die stoel. Ik trek daaruit de conclusie dat het geen kwaad kan om al draaiend de hele kamer door te racen. ’s Middags, tijdens het bezoekuur nota bene, komt een superstomme zeikende zaalarts mij op m’n kop geven. Ik krijg een hele preek en ze luistert niet eens naar me als ik zeg dat er 2 verpleegsters én de fysio lachend stonden toe te kijken!!
Nou ja, ik geef toe, erg slim was het natuurlijk ook weer niet van mij, maar zo ben ik nu eenmaal….
Op zaterdag mocht ik voor het eerst mijn bed uit. En toen schrok ik eigenlijk wel, want ik had verwacht dat alle uitstralingspijn helemaal weg was, maar dat bleek niet zo te zijn. Lopen deed nog steeds pijn, hoewel het gelukkig niet meer zo erg was als vóór de operatie. De arts dacht dat het misschien nog wel bij zou trekken, maar aan zijn aarzelende manier van praten maakte ik op dat hij er zelf ook niet zo zeker van was. Op 27 juli, een dag voor mijn verjaardag, mocht ik naar huis. Dit is normaal gesproken een feestelijk moment, maar zo voelde het voor mij helemáál niet. In feite kwam ik gewoon met dezelfde pijn het ziekenhuis uit, als dat ik erin was gegaan. Ja, het was ietsiepietsie minder, maar mijn been deed ook nu nog pijn bij elke voetstap, dus goéd was het niet!
Woensdag, 28 juli 1999 HARTELIJK GEFELICITEERD MARJOLEIN!!!!!!!!!!!!!!!!! Dank u, dank u!!! (Ter verduidelijking: Ik ben jarig). Het mooiste verjaardagscadeau komt als ik mijn bed uitstap. Eerst denk ik dat het alleen maar valse hoop is, maar even later merk ik dat de pijn écht een heel stuk minder is! I’m so happy! Het liefst zou ik nu de hele dag blijven lopen. De operatie heeft dus toch geholpen! ’s Avonds, als er visite is, vertelt mama het hele verhaal aan een buurvrouw. Pas dan hoor ik voor het eerst dat dr E op een gegeven moment heeft gezegd dat mijn hele probleem best eens psychisch kon zijn (dat was nadat de uitslag van de ruggenprik bekend was). Ik ben echt verbijsterd om dit te horen; zelfs die aardige dokter dacht dat ik de hele dag op bed psychische pijn lag te lijden! Op dat moment ben ik echt blij dat er een grote hernia is gevonden, want toch een bewijs is voor het feit dat het echt niet psychisch is. Ik vraag me af of hij - toen hij me gisteren zei dat het niet normaal was dat ik nog zoveel pijn had - ook dacht dat het psychisch was.
Op mijn verjaardag leek het er dan wel op dat de pijn aan het verdwijnen was, maar in de weken erna werd het wel duidelijk dat het nog steeds niet ging zoals zou moeten. Het ene moment leek het heel goed te gaan, het andere moment lag ik weer hele dagen op bed.
30 juli tm 17 augustus 1999 Deze periode wordt voornamelijk gekenmerkt door heel veel onzekerheid en tal van vragen. Is het normaal dat de genezing gepaard gaat met zoveel uitstralingspijn? Waarom wordt de pijn dan niet minder? Steeds meer vragen komen op in mijn hoofd naarmate de tijd vordert en de pijn blijft. Ik ben sowieso van plan om straks gewoon naar school te gaan en alles mee te doen. Dan maar mét pijn, ik ben tenslotte geen watje!
Vanaf het moment dat ik uit het ziekenhuis kwam, had ik fysiotherapie. Dat hield niet méér dan 2 keer per week wat buikspieroefeningen doen en warmtetherapie waar ik zelf het nut niet van inzag, en waarvan de genezende werking tevens nog nooit bewezen is. Maar goed, dat terzijde. Hoe langer ik fysiotherapie had, des te meer vragen ik had. Alle vragen over de anatomie van de rug en dergelijke kon deze man perfect beantwoorden, maar mijn vragen over hoe een normaal genezingsproces verloopt en hoe lang het bij mij nog zou duren voordat ik weer gewoon kon lopen, werden heel ontwijkend beantwoord. Op een gegeven moment vond ik dat het allemaal lang genoeg geduurd had en wilde ik weer “normaal” zijn. Dus ik begon met fitnessen (mét toestemming van de fysio hoor!!!). Een uur lang heerlijk getraind en de dag erna lekkere, gezonde spierpijn. Nou ja, en toen begon dus mijn opleiding in Maastricht…. Ik kon er niet onderuit om in mijn onderwijsgroep te vertellen dat ik een hernia had GEHAD, maar niemand daar wist dat ik nog steeds zoveel pijn had. Daarmee maakte ik het mezelf ook heel moeilijk. Ik moest me in allerlei bochten wringen en vreemde smoezen bedenken om te verklaren waarom ik bepaalde colleges niet volgde bijvoorbeeld. Ook wat betreft sporten wilde ik weer gewoon doen wat ik altijd deed. Ok, judo zou ik nog ff achterwege laten, maar hardlopen zou vast geen kwaad kunnen (en dat, terwijl ik dus nog steeds niet normaal kon lopen hè!). Nou is het zo dat áls ik iets doe, ik het goed wil doen, maar je kunt natuurlijk ook overdrijven….
Maandag, 6 september 1999 Ik heb hardgelopen!!! Echt waar. En niet zomaar op straat, nee, in de “bergen” van Maastricht. Vanochtend heb ik eerst de fysio ervan overtuigd dat hardlopen heel goed voor mij is en uiteindelijk stemde hij toe. Eindelijk kan ik m’n energie weer kwijt! Ik voel me geweldig, echt top! De pijn in mijn been weegt absoluut niet op tegen het fantastische gevoel dat ik heb tijdens en na het lopen.
Nadat de eerste euforie wat gezakt was, kwam het besef dat ik eigenlijk wel veel te hard van stapel liep. Het was ook zo lastig: Mijn gevoel druiste dwars tegen mijn verstand in. Ik wílde zo graag dat het goed ging, gedroeg me er ook naar, maar ondertussen…. Op 15 september moest ik voor controle terug naar het ziekenhuis. Ik zei dat het zo geweldig ging en dat ik al had hardgelopen en gefitnesst, en…. Maar na het verrichten van de standaardtestjes was dr van Erven lang niet zo positief als ik. De uitstralingspijn had allang over moeten zijn. Het kon veroorzaakt worden door een nog geïrriteerde zenuw, door littekenweefsel of door een nieuwe hernia.
Maandag, 4 oktober 1999 Als één van de mogelijkheden voor de aanhoudende pijn is littekenweefsel genoemd. Aangezien ik eigenlijk niet precies weet wat dat inhoudt, besluit ik om dat maar eens na te gaan vragen tijdens het fysiotherapeutisch consult in het sportcentrum. De fysio die daar werkzaam is, neemt er rustig de tijd voor om al mijn vragen uitermate gedetailleerd toe te lichten. Ik kom te weten dat het best mogelijk is dat de pijn veroorzaakt wordt door littekenweefsel, maar dat ik me geen zorgen hoef te maken, omdat die pijn na verloop van tijd vanzelf zal verdwijnen.
Dinsdag, 5 oktober 1999 Na het goede bericht van gisteravond is er nog één vraag in me opgekomen en ik besluit om die vanochtend aan mijn eigen fysiotherapeut te stellen: Hoe lang duurt het doorgaans voor het littekenweefsel en daarmee ook de pijn verdwijnt? Het antwoord op deze vraag staat haaks op de uitleg van de fysio uit het sportcentrum: Littekenweefsel verdwijnt niet vanzelf, maar kan hooguit iets verminderen. (Hebben die therapeuten werkelijk dezelfde opleiding gevolgd???)
Dat was het allermoeilijkste van de situatie: Niemand wist wat er precìes aan de hand was. De artsen en therapeuten hadden allemaal wel vermoedens, maar als ik daar dan dieper over na ging denken, leek geen een verklaring echt afdoende.
Ik kreeg ook steeds meer de behoefte om er met “lotgenoten” over te praten. Na veel zoeken vond ik op internet een net gestarte site van de NVVR (Nederlandse Vereniging Van Rugpatiënten) met daarop forums waarin je je ei kwijt kon, anderen een hart onder de riem kon steken of gewoon om raad kon vragen. Mede deze contacten hebben me toentertijd op de been gehouden. Het was ook op deze site dat ik P leerde kennen; een meisje met dezelfde medische voorgeschiedenis en van dezelfde leeftijd als ik. Vooral dat laatste was voor mij heel belangrijk: Er zijn duizenden mensen te vinden die een hernia-operatie hebben gehad, maar het is even zoveel maal moeilijker om jonge mensen te vinden met soortgelijke rugklachten. Met P had ik ’t natuurlijk over de rug, maar ook over alledaagse dingen als school, tentamens en sporten.
Niet alleen op school, maar ook op de judo ondervond ik problemen. Dr Ehad tegen mij gezegd dat ik na een half jaar mijn comeback op de judomat weer zou kunnen maken. Ik vond het zelf heel belangrijk om me in de tussenliggende tijd regelmatig te laten zien bij mijn sportcluppie en zoals elk jaar hielp ik ook nu weer bij het Amerhaltoernooi; een groots opgezet judotoernooi van JCM. Helaas hield ik er een vervelende nasmaak aan over….
Zondag, 10 oktober 1999 Gisteren heb ik de hele dag geholpen bij het Amerhaltoernooi. Het was een leuke, gezellige dag en ik had zo de mat op willen rennen om mee te doen. Mijn trainer was er ook. Hij is me een paar keer voorbijgelopen, maar deed net of hij me niet zag. Hij negeerde me gewoon!!! Ik houd mezelf steeds voor dat het me niets doet, maar toch blijft het voortdurend door m’n hoofd spoken. Ben ik niet meer belangrijk nu ik geen productief lid meer ben van JCM?
Daar kon ik mezelf zo kwaad over maken! Jarenlang zet je alles opzij om maar geen training te hoeven missen, maar op het moment dat het even niet zo goed gaat, word je gedumpt als een baksteen.
Ik dacht heel veel na over de pijn, wat ook wel blijkt uit onderstaande stukjes.
Dinsdag, 19 oktober 1999 ’s Ochtends heb ik weer een afspraak bij dr E. Het is nog een hele toer om er te komen: Ik heb de verkeerde bus gepakt en kom in Ulvenhout uit. Van daar uit ben ik helemaal teruggerend naar het ziekenhuis. Ik ben moe, rood en bezweet, maar slechts 5 minuten te laat. Ik heb een brief van de fysio bij me waarin staat hoe de behandeling is verlopen en waarom hij nu afgerond is. De dokter voert het overbekende, standaardonderzoek uit en daarna moet ik röntgenfoto’s laten maken. Ik zal nog worden gebeld om een afspraak te maken voor een MRI-scan en (weer) een epidurale injectie.
Ik heb 80% kans dat de pijn veroorzaakt wordt door littekenweefsel en dan is de kans groot dat het vanzelf beter wordt. Verder is er 20% kans dat er nog iets van de hernia is blijven zitten, en dit kan niet vanzelf verdwijnen. Als ik alle kansen die ik vandaag gehoord heb met elkaar verreken, is er maar een minipiniklein kansje dat je na een hernia-operatie wéér geopereerd moet worden. Kijk maar: 10% van degenen die aan hernia geopereerd zijn, houden uitstralingspijn. Bij 20% van die mensen wordt de pijn veroorzaakt door een achtergebleven stukje hernia. Dus: 0,1 x 0,2 = 0,02. 2% dus. Helaas hoor ik wel bij die eerste 10%, maar er is nog voldoende kans dat ik niet bij die 20% hoor!
Vrijdag, 22 oktober 1999 Weet je, om eerlijk te zijn denk ik dat er een grote kans is dat ik wel bij die 20% hoor! De pijn in m’n been is nooit weggeweest en je hebt een dag na de operatie toch nog geen littekenweefsel? Of nou ja, in ieder geval niet in die mate dat de zenuw meteen weer klem zit. Woensdagavond heb ik gezwommen in Sittard en ik ben gestopt vanwege een gigantische pijn in m’n enkel. Zonde van de 5,50 entree (ja, ja, ondanks alles maak ik me nog steeds druk over geld)!! Er is vanuit het ziekenhuis nog steeds niet gebeld voor die MRI & injectie. En al die tijd blijf ik in onzekerheid….
School bleef naast de medische problemen ook nog een struikelblok. Lichamelijk was het bijna niet te doen om hele dagen op school te zitten en het kostte me echt keiveel moeite om dat vol te houden. En hoewel ik voor de bloktoets een 9 had gescoord, zag ik een toekomst als wetenschapper toch ook niet echt zitten. Hele dagen gegevens invoeren op je computertje, dat zag ik mezelf dus echt niet m’n hele leven doen hè!! Op 1 november hakte ik de knoop door en schreef met uit op de uni.
HOE NU VERDER?
De eerste weken thuis waren heeeeeeeeeerlijk!! Ik moest niks, mocht de hele dag “lekker” liggen als het nodig was en had de pijn goed onder controle daarmee. Maar goed, ik ben nu eenmaal niet zo liggerig en al snel sloeg de verveling toe. Iedereen ging door met z’n leven, en ik lag alleen maar op bed de niksnut uit te hangen. Daarbij kwam ook nog eens dat het niet Goed voor mij ego was om te merken dat ik tijdens het sporten ineens de slechtste was in plaats van de beste, zoals ik altijd gewend was geweest.
Dinsdag, 9 november 1999 Het gaat niet zo goed. Ik heb zowel gisteren als vandaag bijna alleen maar op bed gelegen (the story repeats…). Gisteren heb ik tijdens de conditietraining met de bejaardengroep meegedaan, en alle oudjes liepen me voorbij!! Ach, weet ik ook weer eens hoe het is om de sloomste van een groep te zijn: vreselijk!!!
In het ziekenhuis maakten ze ondertussen ook niet echt haast. De MRI die ik zou krijgen, stond gepland voor 7 december, maar van de epidurale injectie had ik nog steeds niets gehoord.
Woensdag, 10 november 1999 Ik heb net het ziekenhuis gebeld om te vragen wanneer ik die injectie krijg. “Het is in behandeling,” zeiden ze, dus dat kan nog wel even duren.
Voor de buitenwereld was ik vrolijk. Ik kreeg regelmatig complimentjes voor mijn doorzettingsvermogen en mijn goede humeur, maar als ik alleen was, voelde ik me echt depri. Niet het feit dat het pijn deed en dat ik op dat moment niks kon maakte het moeilijk; het was voornamelijk het uitzichtloze: Het duurde al zo lang en hoe lang zou het nog voortduren? Zou het überhaupt nog wel overgaan?
Woensdag, 17 november 1999 Ik heb niet veel te vertellen vandaag, alleen dat het heel veel pijn doet en dat ik me afvraag hoe lang ik dit zo nog uithoud.
Uiteindelijk mocht ik dan toch naar het ziekenhuis, finally.
Zaterdag, 11 december 1999 Ik heb me de afgelopen week niet zo verveeld als voorgaande weken,want ik heb maar liefst 2 uitstapjes gehad naar het ziekenhuis. Dinsdag had ik de MRI-scan. Goh, ik had niet verwacht dat het zo tegen zou vallen om een half uur doodstil te liggen. Het eerste waar mijn oog op viel toen ik eindelijk weer de tunnel uit geschoven werd, was een lelijke dokter met een grote injectienaald in zijn handen. In die spuit zat contrastvloeistof, wat zich via de ader in m’n arm razendsnel door mijn hele lichaam Zou verspreiden. Door die extra foto’s met contrastvloeistof moest ik dus nog langer stil liggen. Op donderdag kreeg ik de epidurale injectie. Voordat de injectie gegeven werd, stelde ik de vraag die ik al weken in mijn hoofd had zitten: De pijn is nooit weggeweest, dus kan toch niet primair veroorzaakt worden door littekenweefsel? De recoveryverpleegkundige begreep precies wat ik met mijn vraag bedoelde, maar de anesthesist (die de vraag moest beantwoorden) was het niet aan z’n verstand te brengen wat ik nu precies bedoelde. Hij begon dus een vaag verhaaltje over een beschermlaagje rond de zenuwen en een vernauwd wervelkanaal. De prik zelf was (net als de vorige keer) niet pijnlijk, maar dit keer voelde ik het wel helemaal doorstralen in mijn benen en dat was niet zo’n fijn gevoel. Voordat ik werd teruggebracht naar de dagverpleging, heb ik nog een hele tijd liggen kletsen met de mensen die daar op de OK werkten. Ik vertelde ze over mijn toekomstplannen om in een ziekenhuis te gaan werken (waar ze natuurlijk razendenthousiast op reageerden) en ik kreeg meteen een telefoonnummer dat ik kon bellen om een afspraak te regelen voor een meeloopdagje op de OK. Lijkt me keitof!!! Ik merk nog niet dat de injectie effect heeft (niet dat ik er iets positiefs van verwacht, maar toch). Wel valt het op dat het de afgelopen 2 weken lichamelijk iets beter gaat. Maar ja, ik heb het ondertussen wel afgeleerd om valse hoop te koesteren…
Maandag, 22 december 1999 V-v-van-d-daag k-k-krijg i-i-i-ik de uits-s-slag v-v-v-van d-d-de MRI-s-s-scan. (En ik ben helemáál niet zenuwachtig!!!). We zitten al ruim voor 9.00 uur in de wachtkamer. In plaats van meteen de uitslag te geven, wil de dokter eerst zien hoe hoog m’n benen dit keer kunnen komen. Als hij vervolgens zegt dat hij de foto’s nog niet heeft, ben ik bang dat ik nog niets wijzer zal worden. Gelukkig blijkt hij de uitslag wel te hebben. Er zit wat littekenweefsel bij de tussenwervelschijf en er is inderdaad nog een stukje hernia achtergebleven. Dus toch. Het gevoel dat ik al die maanden heb gehad dat het niet goed is, blijkt dus terecht. Echt waar, ik ben hartstikke blij dat er eindelijk een oorzaak is gevonden voor de aanhoudende pijn in mijn benen. Over 3 weken moet ik terug naar dr E en als de pijn dan niet over is, word ik weer geopereerd. Ach ja, ik heb er nu de tijd voor. Het enige wat ik per se wil, is dat alles na de zomervakantie weer helemaal OK is, zodat ik vol goede moed aan een nieuwe opleiding kan beginnen.
Een beter bericht had ik op dat moment niet kunnen krijgen. De pijn had een oorzaak!! Met een gelukkig gevoel stapte ik een paar dagen later het nieuwe millennium in, dat mij vast heel veel goeds zou brengen. Die 3 weken wachttijd waren ook eigenlijk zo voorbij dit keer. Ik had het druk met allerlei leuke dingen, en op de achtergrond speelde in mijn hoofd dat ik binnenkort lekker geopereerd zou worden, rustig zou revalideren en daarna weer een “normaal” leven zou kunnen beginnen. Toch pakte het doktersbezoek anders uit dan ik had verwacht en gehoopt….
Maandag, 10 januari 2000 Met nog exact dezelfde pijn als 3 weken geleden, stap ik het ziekenhuis weer binnen. Vandaag krijg ik de foto’s van de MRI-scan te zien en zullen er afspraken worden gemaakt over de operatie die waarschijnlijk zal volgen. De foto’s hangen al op het lichtbord als ik de spreekkamer van dr E binnenkom. Het eerste wat hij zegt is dat, waar ik al die tijd bang voor ben geweest; namelijk dat de radioloog wel beweert dat er nog iets van de hernia is achtergebleven, maar dat hij zelf toch geen echte afwijkingen op de foto’s kan ontdekken. Nee hè, niet weer! Zo verliep het gesprek maanden geleden ook, na mijn eerste CT-scan. Gelukkig besluit dr E dat ik wel een afspraak moet maken met de (nieuwe) neurochirurg, dr V. Daar ga ik dus woensdag naartoe. Maar wat als ook dat niets oplevert? Moet ik dan zo maar blijven lopen?
Down. Dat was hoe ik me voelde na dit gesprek. Er was nog een sprankje hoop, want ik zou 2 dagen later ook nog naar de neurochirurg gaan, maar aangezien artsen er meestal dezelfde ideeën op na houden, zag ik ook boven dit tweede gesprek de donkere wolken al hangen.
Woensdag, 12 januari 2000 Ik moet iets schrijven over het bezoek aan de neurochirurg, maar ik voel me daar momenteel eigenlijk niet zo goed toe in staat. Ik ben volkomen leeg van binnen, dus ik zal met uitsluitend beperken tot de objectieve gegevens. Nou, ook deze arts ziet dus geen duidelijk losse stukjes. “Maar,” zegt hij, “een foto zegt niet alles.” (Hierbij doelt hij op de foto’s die voor de operatie zijn gemaakt van mijn rug).
Wel zit er een discopathie (voor de leken onder ons: een uitspuiling vd discus intervertebralis waarbij de annulus fibrosus niet gescheurd is) tussen L3-L4, L4-L5 en L5-S1. Een operatie ziet hij nu niet als oplossing, omdat de kans op het toenemen van de klachten groter is dan de kans op het afnemen daarvan. Het kan nog heel lang duren voordat ik van de pijn af ben, als dat uberhaupt al gebeurt. Ik heb nu pijnstillers gekregen (althans, het recept daarvoor) en een verwijskaart voor de chiropractor. Ik heb geen idee wat zo iemand doet en acht de kans op genezing ook heel klein, maar ik denk dat het het beste is om alles aan te grijpen wat er mogelijk is. Zelfs van die rare alternatieve therapieën!!
Hoewel de boodschap eigenlijk hetzelfde was als die van dr E – er wordt voorlopig niks gedaan – was de klap voor mij dit keernveel minder. Logisch ook wel, want nu was ik er goed op voorbereid en had ik geen hoge verwachtingen meer. Toch bleef het wel moeilijk, want de pijnvrije toekomst leek ineens weer stukken verder weg te zijn. Ondanks alles moest ik door. En dat ik ook nu nog volop kon genieten, zal uit onderstaand fragmentje wel blijken denk ik….
Donderdag, 13 januari 2000 Vandaag mag ik meelopen op de OK van het ziekenhuis (zie het verslag van 11 december). Daar aangekomen, word ik eerst in een operatiepak gehuld – inclusief mutsje en snoetje - en vervolgens gekoppeld aan een anesthesie-assistent: P. Ik mag de hele dag de bloederige operaties bijwonen van een plastisch chirurg. P legt me tijdens de operaties van alles uit over de apparatuur en de verschillende soorten anesthesie. In tegenstelling tot op tv is de sfeer heel ontspannen en staat er zelfs muziek aan, waarover heftig wordt gediscussieerd tijdens de operaties. Zo’n baantje op de OK lijkt me echt iets voor mij, maar om nu tegen het advies van de arts in zo’n studie te gaan volgen, is toch ook wel weer een risico.
Voor het geval het nog niet helemaal duidelijk was: Ik vind alles wat in de OK gebeurt, reuze-interessant, volg elke medisch tv-programma en weet er ook best veel vanaf. Toch besloot ik na deze dag definitief om op zoek te gaan naar een ander soort studie, want ik zag zelf ook wel in dat een studie tot anesthesie-assistent al bij voorbaat gedoemd was te mislukken, als ik uberhaupt al zou worden toegelaten tot de studie, en dat zou waarschijnlijk niet gebeuren als ze van mijn rug zouden horen. En hoewel ik de dag van mijn leven had gehad, was het toch ook heel zwaar geweest…. Het was dat ik het zo graag wilde, maar anders zou ik het echt niet voor elkaar hebben gekregen om zo lang te blijven staan!!!
Omdat ik nu wist dat er voorlopig niets gedaan zou worden aan mijn rug, besloot ik op zoek te gaan naar werk. Ook al waren de mogelijkheden beperkt, er zou vast wel iets te vinden zijn dat ik wél kon. Als eerste ging ik de supermarkten in Made af. Achter de kassa zou wel lukken, leek me zo. Verder stond ik bij 4 verschillende uitzendbureaus ingeschreven, maar daar had ik nog niks van gehoord. Bij de eerste supermarkt waar ik kwam om te solliciteren, werd ik meteen overgeleverd aan de bedrijfsleider, met wie ik een prettig gesprekje had. Omdat ik wel eerlijk wilde zijn, vertelde ik er meteen bij dat ik geen zwaar werk kon doen en eigenlijk beperkt was tot het kassawerk. Nou, je had zijn gezicht eens moeten zien!! Alle kansen op werk waren meteen verkeken, terwijl ik vóór dat moment eigenlijk al zo goed als aangenomen was. Hij vertelde me dat hij het niet aandurfde om met mij in zee te gaan en wenste me succes bij het verder zoeken. Grrrrrrrr…… De volgende winkel waar ik ging solliciteren, was de AH. Ik was van plan om hier wat minder eerlijk te zijn, maar eenmaal in gesprek, vertelde ik uiteindelijk toch maar dat er wel wat beperkingen aan zouden kleven als ze mij zouden aannemen. Deze bedrijfleidster reageerde heel anders; heel belangstellend vroeg ze door op mijn rugproblemen en ze leefde echt met me mee. Een paar uur later rinkelde bij ons thuis dan ook al de telefoon met de mededeling dat ik was aangenomen. Een paar halve week later kon ik al beginnen.
De dag na mijn sollicitatie had ik mijn eerste afspraak bij de chiropractor.
Vrijdag, 21 januari 2000 Kijk nog eens even goed naar de datum. Gaat er al een lichtje branden? Nee??? Nou, vandaag is het dus 21 januari, precies een half jaar na de operatie. Wordt het al weer wat helderder in je hoofd? Goed zo. Dan weet je ook wel waarom deze dag zo bijzonder was voor mij. Ja, je ziet het goed: “was” en niet “is”. Vandaag zou ik alles weer mogen doen. Alles, inclusief judo. Juist nu zie ik daarom zo duidelijk het contrast tussen hoe het zou moeten zijn en hoe het in werkelijkheid is. Op deze 21ste januari valt ook mijn eerste bezoek aan de chiropractor. Het principe waarop zijn behandeling gebaseerd is, klinkt op zich wel aannemelijk: door middel van kraken en masseren probeert hij de wervels soepeler te laten bewegen om zo de bewegingsbeperking op te heffen. Op zich doet het geen pijn, maar het is nu ook weer niet zo dat ik met smart naar de volgende kraaksessie zit uit te kijken…..
Over die chiropractor had ik gemengde gevoelens. Ik ben niet iemand die zweert bij alternatieve geneeswijzen en ben wat dat betreft een typische Nederlander: eerst zien, dan geloven.
Na het weekend kom ik al aan de slag. Ik had er echt zin in, had lang genoeg thuis gezeten en wilde weer nuttig zijn. Toch viel het werk tegen. Héél erg tegen om eerlijk te zijn.
Maandag, 24 januari 2000 Mijn eerste werkdag! Ik ben bij de AH aangenomen als caissière en verwacht ook eigenlijk dat ik dáárom op maandag moet komen; dan is het niet zo druk en kunnen ze me op hun gemak een privécursus bliepen geven (ja, ja, zo simpel is het kassawerk tegenwoordig). De ware reden blijkt echter te zijn dat er iemand anders ziek is geworden en dat ik meteen als invalkracht vakkenvuller wordt ingezet. En dat terwijl ik toch zo duidelijk gezegd heb dat ik geen zwaar werk kan doen! Het eerste klusje dat ik krijg opgedragen, is de zuivelkast (met die zware melk- en yoghurtpakken) bijvullen. Pas vanaf volgende week mag ik aan de kassa zitten. En als ik het dan nog niet mag, nou, dan stap ik maar weer op!!!
Dat laatste hoefde uiteindelijk niet eens, want al vóór die tijd werd het dienstverband vanuit hun kant stopgezet. Het was namelijk zo dat de tweede keer werken vergelijkbaar was met de eerste keer, alleen ipv melkpakken moest ik nu pizza’s sjouwen. Het behoeft denk ik ook geen verdere uitleg als ik zeg dat ik binnen een half uurtje weer barstte van de beenpijn. En dit keer was ik het zo beu, dat ik het zelfs aandurfde om er een opmerking over te maken. Ik had van alles verwacht als tegenreactie, maar niet de opmerking die ik uiteindelijk toegesnauwd kreeg: “Niet zeuren meid, sjouwen is goed voor je rugspieren!” Ik stond perplexed en was nog zo stom ook om in plaats van er tegenin te gaan, gewoon door te gaan met m’n tilwerk. En dat heb ik gevoeld ook, want de hele verdere dag was ik nauwelijks tot lopen in staat. De volgende ochtend moest ik eigenlijk weer werken, maar ik vertikte het om opnieuw sjouwknechtje te zijn. Daar was ik tenslotte helemaal niet voor aangenomen! Maar goed, zij dachten er blijkbaar anders over, want op het moment dat ik dit aangaf, kreeg ik te horen dat als ik niet alle opgelegde taken kon uitvoeren, het maar beter was dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang gestopt werd. Net of ik daar überhaupt ook nog maar zou wìllen werken!
Gelukkig was de werkloosheid slechts van korte duur. Een paar dagen na mijn ontslag werd ik door het uitzendbureau gebeld dat er een job voor mij was. Administratief werk voor halve dagen bij een distributiebedrijf. Ideaal werk voor mij op dat moment!
Ondertussen had ik al wat meer bezoeken gehad bij de chiropractor. Wat ik ervan vond? Lees maar:
Dinsdag, 8 februari 2000 Als ik ooit weer eens zonder werk kom te zitten, word ik chiropractor. De patiënten die zich bij bij aanmelden (een stelletje sukkels dat werkelijk denkt dat ik ze beter kan maken) bewerk ik hardhandig met zogenaamde massages van de rug, waarbij ik doe vóórkomen alsof dit een positieve, genezende werking heeft. Zij geloven mij natuurlijk op m’n woord en stappen na 10 minuten tevreden, maar 80 gulden armer, weer naar buiten. Een paar weken geleden schreef ik nog vrij positief over de chiropractor. Ik was toen zelf nog zo’n hoopvolle patiënt die geloofde in het nut van chiropractie. Nu - na 5 behandelingen - is dat vertrouwen in deze vorm van geneeskunst gigantisch gedaald en heb ik vrijwillig een punt achter de behandeling gezet. Hoe het nu verder gaat? Ik weet het niet. Op het moment gaat het heel goed met mij, dus ik denk dat ik het voorlopig maar even zo laat.
Als het aan mij had gelegen, had ik op dat moment een tijd lang geen dokter of wat dan ook meer bezocht, maar mijn ouders vonden dat ik het er niet bij moest laten zitten. En zo kwam het dat er voor 15 februari een nieuwe afspraak met de neuroloog gepland stond.
Dinsdag, 15 februari 2000 Een tikkeltje zenuwachtig zit ik in de wachtruimte voor het hok van dr E te wachten op mijn beurt. Voor de zoveelste keer bestudeer ik hetzelfde schilderij aan de muur. Nieuwsgierig vraag ik me af wat al die andere mensen in de wachtruimte ertoe beweegt om hierheen te komen. Zouden ze ernstig ziek zijn, komen ze ook voor hernia, of…. Plotseling word ik uit mijn gepeins verstoord doordat “mevrouw vd Diepstraten” binnen mag komen. Eenmaal binnen, zijn dr E en ik het er unaniem over eens dat gewoon “Marjolein” een stuk beter klinkt. Na wat heen-en-weer gepraat vraagt hij me of ik al weer judo. “Nog niet”, zeg ik, “maar dat ga ik wel weer doen!” Dat laatste komt er heel fel uit. Ik ben bang dat hij me ervan wil overtuigen dat judo heel risicovol is voor mij. Het tegendeel blijkt echter waar. Hij vindt dat het onderhand wel weer eens tijd wordt dat ik begin met judoën. Het half jaar is immers allang om. Ietwat verbaasd, maar vooral ontzettend blij, kijk ik hem aan. Tot slot praten we nog even over pijn. Wat het nut ervan is, waarom er altijd gedacht wordt dat pijn slecht is, enz. Dr E vindt dat je niet altijd tot het uiterste moet gaan om pijn te bestrijden. Het hoort gewoon bij het leven. Dat is ook wel zo, maar een leven zónder pijn is toch ook wel handig, Denk ik bij mezelf. Bij het afscheid nemen zegt de dokter dat ik altijd terug kan komen als er nog iets is. Ik vind dat ik zo onderhand wel vaak genoeg bij hem in de spreekkamer heb gezeten en zeg dat ook. “Ja, maar je moet ook aan mij denken,” krijg ik als antwoord. “Ik vind het ook wel leuk om jou weer eens te zien!” Dat antwoord doet me goed; ik voel dat hij het echt meent. Lachend geef ik hem een hand.
En zo kwam de dag dat ik mijn rentree maakte op de judomat….. Het voelde heerlijk hoor, om er weer echt bij te horen, maar ik voelde ook wel dat het eigenlijk helemaal nog niet ging. Daarbij kwam nog dat mama de judokwestie met de huisarts besproken had en dat ze het beiden heel dom van me vonden dat ik weer wilde gaan trainen. En vandaar dat het judoën beperkt bleef tot die ene donderdagavond in februari.
Verder ging het op zich best goed. De pijn was draaglijk, en op mijn werk was het hartstikke gezellig. Ik was alweer volop bezig met het zoeken naar een nieuwe studie en vóór de aanvang daarvan moest er nog van alles geregeld worden. Zoals het verkennen van de mogelijkheden die er waren op het gebied van studeren met een “handicap”. Om dit wat helderder te krijgen, was er een gesprek gepland bij de Stichting Prisma.
Maandag, 21 februari 2000 Ik heb een afspraak bij de Stichting Prisma over studeren met een handicap. Vooraf probeer ik voor mezelf op een rijtje te zetten welke hulp ik graag zou willen hebben, maar behalve een kamer dichtbij school en een goede begeleider kan ik niets bedenken. Voordat ik het gebouw betreed, vraag ik me nog onzeker af of ze mij wel serieus zullen nemen. Het gesprek wordt geleid door een man die (in tegenstelling tot waar ik bang voor was) het probleem heel goed inziet en die er alles aan wil doen om mij te helpen. Sterker nog: Op een gegeven moment zit hij me duidelijk te maken dat ik wel degelijk een handicap heb en dat ik alles niet zo moet onderschatten. Daar word ik wat emotioneel van; ik haat het woord handicap!!! En bovendien bén ik niet gehandicapt, anders zou ik niet in staat zijn om op mijn skates supersnel door Made te racen!!!
Buiten de zorgen om mijn rug was er ook nog genoeg ruimte voor leuke dingen hoor…. (Als je mijn verhaal tot nu toe leest, lijkt het misschien van niet, maar ik heb ook echt volop lol gehad in deze tijd). Sowieso iedere week de repetities van het MMT (Mades Muziektheater). Niet alleen het zingen en acteren, maar ook de gezelligheid tijdens de pauzes en de goede gesprekken met mijn nieuwe vriendin W. Het sprak natuurlijk voor zich dat ook carnaval met z’n allen gevierd werd. En dat was gááf!!!!!!!!
Maandag, 13 maart 2000 Carnaval is alweer bijna een week voorbij en ik kan er met een goed gevoel op terugkijken. Ik heb echt flink gefeest. M’n ruggetje vond het allemaal iets minder, maar ja, dat is nu eenmaal niet zo’n feestbeest. Hij had na 2 dagen dan ook al een kater. Om hem wat tegemoet te komen, heb ik op maandag een rustdagje ingelast. Ja, het was echt supergaaf en ik kijk nu al weer uit naar volgend jaar!
Eén van de lastige dingetjes in deze tijd was dat ik graag weer “gewoon” wilde zijn en me daar ook naar ging gedragen. Ik ging een paar keer per week fitnessen en deed er alles aan om aan de buitenwereld te laten zien dat het goed met me ging. Op een gegeven moment had ik zelf ook wel door dat ik op die manier niet goed bezig was.
Vrijdag, 24 maart 2000 Ik zit op het moment in een visueel cirkeltje dat ik alleen kan doorbreken door m’n levensstijl drastisch te veranderen. Juist omdát ik zo ontzettend graag mijn oude, megasportieve leventje weer wil hervatten, stuit ik voortdurend tegen problemen aan. Het is best confronterend om continu te moeten ervaren dat ik bepaalde dingen die me altijd zo gemakkelijk afgingen, nog steeds niet kan. Het komt allemaal wel weer goed – daar ben ik van overtuigd – maar misschien is het toch beter om nu even afstand te nemen om me wat minder op m’n lichamelijke mogelijkheden te gaan concentreren. Maar ja, sporten is altijd de rode draad in m’n leven geweest; in sporten vond ik voldoening en daaruit putte ik mijn kracht. De laatste tijd staat sporten echter steeds meer garant voor frustraties dan voor plezier. En dan ben je toch verkeerd bezig, lijkt me zo. Ik denk dat ik nu de feiten eens even goed onder ogen moet zien en me moet realiseren dat ik deze periode alleen achter me kan laten door m’n lichaam te accepteren zoals het nu is. Dat houdt dus in dat ik me meer moet gaan richten op de toekomst, in plaats van op het verleden. Nou Marjoleintje, dat waren weer wijze woorden van jezelf! Dus… je weet nu wat je te doen staat!
Door die man van de Stichting Prisma was ik doorgestuurd naar de Stichting Handicap & Studie en hij had me tevens het advies gegeven om met de decaan van de studie Voeding & Diëtetiek te gaan praten over de mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot het studeren met mijn rug (voor het geval dat de pijn tegen die tijd nog niet over zou zijn).
Zondag, 9 april 2000 Ik ben onlangs in Nijmegen (bij de decaan) en in Utrecht (bij de Stichting Handicap & Studie) geweest voor een gesprek in verband met mijn rug. Ik weet niet of deze bezoekjes echt heel nuttig zijn geweest, maar ze weten daar in Nijmegen nu in ieder geval wel dat ik ontzettend gemotiveerd ben en vastbesloten om binnen 4 jaar mijn diploma op zak te hebben.
Aan het GAK heb je niet veel, dat wist ik na talloze bezoekjes ondertussen wel. Het enige wat ik van hen kreeg, waren vage brieven met woorden die van Dale niet eens kent, en een uitkering zat er voor mij ook niet in. Maar toch was één of andere medewerker van het GAK degene die mij attendeerde op de mogelijkheid om een second opinion aan te vragen. Aanvankelijk voelde ik daar niks voor, maar hoe meer ik erover nadacht, des te aantrekkelijker het idee werd. “Baadt het niet, dan schaadt het niet,” was mijn gedachte hierachter. De wachtlijst was vrij lang, maar ik had al zo lang gewacht, dat die paar extra weekjes ook niet zoveel meer uitmaakten.
Nog vóór ik mijn second opinion had, ging ik samen met ons gezinnetje lekker op vakantie naar Schotland. Een heel bijzonder land, waar geen van ons ooit eerder geweest was en waar we allen ontzettend naar uitkeken. En ook van genoten hebben. Toch gebeurde er ook iets minder leuks tijdens deze vakantie.
Vrijdag, 5 mei 2000 Holiday in Scotland!!! De dag begint met “shoppen” in de plaatselijke supermarkt. Het duurt vrij lang voordat we het er over eens zijn dat Apple Pie boven Choclate Cookies gaat, de puddinkjes hier echt onbetaalbaar zijn, de jus d’ orange van merk A maar liefst 0,10 pond duurder is dan die van merk B, enz, enz. Na een eeuwigheid in de winkel te hebben rondgedwaald, belanden we ten slotte toch nog bij de kassa (het is een wonder). Terwijl de lange rij langzaam naar voren schuift, wordt mijn aandacht plotseling getrokken door een pijnscheut in mijn linkerbeen. Dé pijn waarmee het een jaar geleden aan de rechtkant allemaal begon. ’s Middags ga ik met Yvonne al wandelend langs het water van ons villapark in Hunter’s Quay naar Dunoon. De volgende schokkende ontdekking van vandaag doe ik tijdens deze tocht. Mijn rechtenkel doet na 10 minuten al zo’n pijn, dat ik wel moét zitten. Ik mompel een “even van de mooie omgeving genieten-excuus,” en plof ter plekke neer. Ditzelfde tafereel herhaalt zich die middag – hetzij iedere keer met een andere smoes- nog menige malen.
Als ik ’s avonds na een simpele opmerking van papa spontaan in huilen uitbarst, blijkt mijn smoezendoos helemaal leeg te zijn (tja, die had ik immers ’s middags allemaal al gebruikt) en moet ik wel vertellen dat die kloterug me weer parten speelt en dat ik daardoor zo overstuur ben. Op zich is het ook wel en opluchting dat het hoge woord eruit is, want het speelt eigenlijk al twee weken een beetje en het werd steeds moeilijker om het te verbergen.
Zondag, 7 mei 2000 We gaan weer naar Dunoon lopen, maar nu met de “whole family”. Ook nu duurt het slechts enkele minuten voordat die stekende pijn in mijn enkel op komt zetten. Toch (of misschien juist daarom) ben ik degene die het hardst protesteert als we besluiten voortijdig terug te gaan.
Tijdens de terugweg loop ik opzettelijk achteraan om niets te laten merken van de pijn, maar mama heeft dat natuurlijk meteen weer in de gaten en vraagt zich hardop af waarom ik mezelf steeds zo martel door niet toe te geven aan de pijn. Ja, waarom??? Die vraag zou ik zelf ook best beantwoord willen zien.
OPNIEUW PROBLEMEN
Dit was de inleiding van een nieuwe fase met pijn en problemen. Op het werk merkte ik dit ook goed. Wat ik voorheen zonder al te veel pijn vol kon houden, kostte me nu duidelijk weer moeite. Maar ik wilde volhouden. Ik had het er goed naar m’n zin en het geld was natuurlijk ook mooi meegenomen! Op 23 mei was het zover: De second opinion.
Dinsdag, 23 mei 2000 De fietstocht van deze ochtend heeft dit keer niet als eindbestemming De Rooy Whirlpool, maar het Ignatius Ziekenhuis Breda. Terwijl ik in de wachtkamer op een stoel neerplof, vraag ik me vertwijfeld af of deze arts soms alleen zéér prominente mensen behandelt ofzo, want er zitten alleen maar nette dames in mantelpakjes en heren (hoewel zeldzaam) in driedelig pak. Nou niet bepaald de doorsnee patiënten die je op een orthopedische polikliniek zou verwachten. Tot ik opkijk en onder het bordje “wachtkamer” een ander bordje zie hangen: “plastische chirurgie”. Na 20 minuten nagelbijten in de goede wachtkamer, ben ik eindelijk aan de beurt. Eerst laat de dokter me wat vertellen over de klachten en daarna volgt het reeds 1000 maal eerder uitgevoerde onderzoek. (Ik vertel het nu wel zo snel achter elkaar, maar ik werkelijkheid wordt het onderzoek om de haverklap onderbroken door telefoontjes en andere lastposten die er volgens mij gewoon op uit waren om mij daar in m’n ondergoed een longontsteking te bezorgen). Na het lichamelijk onderzoek kijkt de arts me met een ernstig gezicht aan en zegt dat het helemaal niet goed is. Ja, logisch toch, als alles goed zou zijn, zou ik hier nu niet zitten! De dokter vertelt dat de foto’s die in december zijn gemaakt, zullen worden opgevraagd. Verder gaat hij overleg plegen met een andere orthopedisch chirurg (een wervelkolomspecialist) en…. met dr van E!! (Komt hij het dus toch te weten van die Second opinion). Binnen 2 weken krijg ik een telefoontje en ik moet me er maar vast op instellen dat er een hele grote kans bestaat dat er een nieuwe operatie zal volgen, omdat er waarschijnlijk nog steeds een zenuw bekneld zit. Ik ben heel erg blij met dit nieuws; dit houdt tenslotte in dat er weer wat schot in de zaak komt, met nieuwe kansen op een pijnloos leven. Trouwens, ze zullen wel moeten opschieten als ze me willen opereren, want ik wil na de zomervakantie per se aan mijn nieuwe studie beginnen. Dus als er binnen 2 maanden niets gedaan wordt, is de eerstvolgende gelegenheid pas weer over 4 jaar. En tja, dat is toch wel wat lang om te wachten als je zoveel pijn hebt!
Enkele dagen later was er op het werk een verbouwing. De directeur vroeg mij wat dossiers in te pakken in dozen. Hoewel ik wist dat ik dat eigenlijk niet kon, deed ik het toch. En dat heb ik geweten! Het eindigde ermee dat ik door een collega huilend van de pijn in de wc’s werd gevonden en dat was het moment waarop ik in de ziektewet kwam en nooit meer terugkeerde bij De Rooy. Een groot nadeel van het feit dat ik nu hele dagen thuiszat, was dat ik veel meer tijd had om na te denken en te piekeren over allerlei zaken.
Donderdag, 1 juni 2000 Ik ben bang. Ik wacht nu al anderhalve week tevergeefs op het telefoontje en ga me ondertussen de meest gekke dingen in het hoofd halen. Misschien is er na overleg met dr E wel besloten dat ik me aanstel ofzo, of dat het toch allemaal niet zo erg is en dat ik maar moet wennen aan de pijn. Soms ben ik gewoon blij om die vreselijke pijn in mijn enkel te voelen. Op die momenten weet ik dat zelfs de beste psychiater niet in staat zou zijn om mijn pijn weg te nemen, en dat ik dus niet psychisch gestoord ben of aan verbeeldingswaanzin lijd. Al mijn hoop vestig ik nu op een briljante chirurg met gouden handjes die één dezer dagen mijn levenspad zou moeten kruisen. Hoop is tenslotte de kracht van elke genezing. En ach, als echt niets helpt…. Dan hebben we altijd Jomanda nog!
Maandag, 5 juni 2000 Een pijnlijk dagje.
Ondertussen liet het telefoontje vanuit het ziekenhuis een heel stuk langer op zich wachten dan was afgesproken. Uiteindelijk werd en dan toch gebeld, met de mededeling dat ik zowel dr E als dr F met een bezoekje moest vereren. Dat werd dus een middagje “gezellig shoppen” in het ziekenhuis!
Dinsdag, 27 juni 2000 Gisteren ben ik de hele middag in het ziekenhuis geweest. Ik begon bij dr E. Toen hij na het lichamelijk onderzoek weer tegenover me zat, zei hij dat mijn rug nog het meeste weg had van een kurkentrekker en dat het er maar belabberd uitzag. Dat zei hij letterlijk. Hij stelde voor om mij een keer een gipskorset te geven. Zo’n korset bootst een spondylodese-operatie (vastzetten van de wervels) na. Als ik met dat gips minder pijn zou hebben, zou zo’n operatie overwogen worden. Volgens afspraak 30 minuten, maar in werkelijkheid 2 uur later, zat ik in het kamertje van dr F. Hoewel er door de telefoon steeds gezegd was dat al mijn gegevens kwijt waren, wist de dokter meteen te vertellen hoe de zaken ervoor stonden en hij meldde me dat mijn “geval” uitgebreid besproken was. Ook hij stelde gips voor en zei dat ik dan meteen maar even door moest lopen naar de gipskamer. Daar werd ik vanaf mijn rechterknie tot aan mijn borst volledig in ORANJE (EK) gips gehuld. Zitten lukt niet met dit gips en plassen via een trechtertje is ook niet bepaald handig, maar verder valt het eigenlijk best mee. En trouwens, het is maar voor een weekje hoor! Gisteren toen ik thuiskwam, deed mijn rechterenkel ontzettend veel pijn, ,maar vanochtend toen ik opstond was de pijn helemaal verdwenen!! Vanmiddag heb ik zelfs (geloof het of niet) 1,5 uur gelopen zonder ook maar een beetje pijn te hebben. Het is echt geweldig, dat gips. Ik merk wel dat nog niet alle pijn volledig weg is, maar het gaat echt de goede kant op!
Zaterdag, 1 juli 2000 Dat gips is echt geweldig! Ik kan nu zoveel dingen doen opeens! Ik heb deze week elke dag minstens 8 km afgelegd. Te voet. Als die operatie daadwerkelijk hetzelfde effect heeft, mogen ze hem van mij meteen uitvoeren. De enige reden dat het gips er eigenlijk zo snel mogelijk af moet, is vanwege de kleur. Die is namelijk niet meer up tot date nu Nederland tijdens de halve finale van het EK verloren heeft van Italië!
Dinsdag, 4 juli 2000 Het gips is eraf. Tijdens het verwijderen van het gips merkte ik pas hoeveel steun zoiets eigenlijk geeft. Ik voelde me heel wankel toen het er net af was en viel zelfs bijna om! Al na een paar minuten kwam de pijn in mijn benen (die dus een week afwezig is geweest) weer terug. Dr B (de wervelkolomspecialist) gaat morgen met dr E overleggen en dan wordt er een definitief behandelplan opgesteld. Ik had het idee dat dr B een spondylodese-operatie op zich wel zag zitten, maar dat hij een beetje moeite had met mijn leeftijd. Als er besloten wordt dat ze me gaan opereren, kan dat zelfs nog deze vakantie! Dat is voor mij een hele geruststelling, wantdat betekent tenminste dat alles al weer grotendeels achter de rug is als de school straks begint.
Donderdag, 6 juli 2000 De secretaresse van dr B heeft net gebeld. De dokter wil mij graag nog een keer zien, dus ik moet volgende week vrijdag weer bij hem op visite komen. Ze wilde absoluut niets kwijt over wat er gisteren tijdens het artsenoverleg besproken is. Er zit dus niets anders op dan wéér een hele week in spanning afwachten. Hoeveel kunnen mijn arme zenuwen nog aan??
Doorgaan, steeds maar weer Lachen en moed houden. Volhouden, terugvechten En vooral vrolijk zijn. Sterk. Zo sterk. Maar toch…. Lijkt elke volgende klap harder aan te komen. Komt het moment…. Dat de druppel ook echt de druppel zal zijn? Dat de emmer overstroomt? Voorlopig blijft het hoofd nog wel boven water. Tenminste…… Zolang er geen stortbui komt!!!
De pijn zorgde er wel voor dat ik een stuk minder ondernemend was dan normaal, maar het weerhield me er niet van om toch af en toe eens een dagje weg te gaan. Nou ja, het was misschien niet zo slim van mij om als bestemming de Megafestatie te kiezen, maar dat is achteraf gepraat…. Ik moet zeggen: Ik had daar een hele gave dag en die kan me niet meer worden afgenomen!!
Dinsdag, 11 juli 2000 Ik ben gisteren naar de Megafestatie geweest. Over de dag zelf kan ik heel kort zijn: Ik heb heel veel pijn gehad maar wel ontzettend genoten. De echte problemen onstonden pas ’s avonds, toen we naar huis gingen. Ik zat samen met Yvonne op het station in Utrecht te wachten op de Interliner die ons terug naar Raamsdonksveer zou brengen. Op een gegeven moment stond ik even op om iets weg te gooien en toen ik weer wilde gaan zitten, schoot er opeens een hele felle, heftige pijn in m’n rechterbeen. Het is gewoon niet te beschrijven hoe erg het was, maar dat ik het uitgilde van de pijn zegt denk ik wel genoeg. Bij elke poging om mijn been te bewegen, kwam de pijn weer in alle hevigheid terug. Ik kon niet lopen, niet staan en ook niet gewoon zitten. Ik hing op het bankje met mijn been naast me en verging van de pijn. Yvonne is toen hulp gaan halen en er is meteen een ambulance gebeld. Ik wilde dit zelf eigenlijk niet, maar ja, ik kon moeilijk heel de avond op het station blijven “hangen”. Met de mensen van de ambulance heb ik nog twee keer een poging gedaan om te gaan staan, maar dat lukte toen nog steeds niet. Ze hebben toen de brancard gehaald en mij daar op geholpen. En daar lag ik dan… in de ziekenwagen in een vreemde stad op weg naar een vreemd ziekenhuis. Yvonne had ondertussen al naar huis gebeld om te vragen of ze ons op konden komen halen. In het ziekenhuis heb ik een zetpil gehad en om 20:45 u werd ik door papa en mama opgehaald. Ik kon toen nog steeds niet lopen, dus de verpleegster heeft me met bed en al naar de auto gereden. Blijkbaar had de pijnstiller toch al wat werk verricht, want ik was gelukkig toen al wel in staat om te zitten. En zo vertrokken we naar de Eerste Hulp van het Ignatius Ziekenhuis, waar we daar de Utrechtse verpleegster naartoe waren gestuurd. De EH-arts in Breda was een heel chagrijnige vrouw. Ze had haar conclusie eigenlijk al getrokken nog voordat ik mijn verhaal verteld had. Ze zei dat ik “gewoon” wat meer pijn had dan anders omdat ik veel te veel had gelopen die dag. Het klonk zelfs wat bestraffend. Nadat ze een telefoontje met dr B had gepleegd, werd ik met pijnstillers en het advies om veel te rusten naar huis gestuurd. Gelukkig gaat het vandaag al wat beter: Ik kan weer lopen, staan en zitten. Ik weet nu wel dat ik er vrijdag echt op aan ga dringen dat er wat moet gebeuren, want zo kan het echt niet meer.
Achteraf kan ik er nu best om lachen, maar toen was het allemaal behoorlijk frustrerend. Ik wist immers nog steeds niet zeker of de operatie echt zou gaan plaatsvinden, en het was me de maandag wel duidelijk geworden dat mijn wereldje steeds meer beperkt werd vanwege de pijn. Dagjes uit zaten er niet meer in als het zo bleef, dat wist ik zelf ook wel op dat moment. En ik was er echt nog niet aan toe om te denken aan de mogelijkheid van een dagje Efteling in de rolstoel ofzo. Daar wilde ik totaal niets van horen. Ook wel logisch toch?
Op vrijdag had ik mijn tweede afspraak met dr B.
Vrijdag, 14 juli 2000 Een belangrijke, spannende dag. Om 15:30 u heb ik een afspraak met dr B en in het half uur daarvoor moet ik puur van de zenuwen maar liefst 4 keer naar de wc. Zo aardig als de dokter de vorige keer was, zo bot doet hij nu. Voordat er verder ook nog maar iets gezegd is, begint hij erover dat als híj bij de verzekering zou werken, hij mij de ambulancekosten zelf zou hebben laten betalen. Had ik maar geen dag weg moeten gaan. Hij is zelf zeker nooit jong geweest! Als ik vooraf geweten had hoe het maandag af zou lopen, was ik ook heus niet gegaan, maar je kunt van de actiefste persoon op aarde nu eenmaal geen saai huismusje maken. Het volgende punt dat de dokter aanstipt, is dat ik blijkbaar niet in staat ben om mijn rug stabiel te maken en dat ik dus meer aan mijn conditie moet werken. Die opmerking maakt mij zo ontzettend kwaad! Ik kook echt van woede, want zeggen dat ik te weinig aan lichaamsbeweging doe, is de grootste belediging die iemand mij kan maken! Ik heb al die tijd met pijn gewoon proberen te sporten - hoe moeizaam het soms ook ging - en dan krijg je zo’n opmerking!!! Als ik op een gegeven moment nog een opmerking maak over het feit dat alles nu al een jaar duurt, valt hij me in de rede met de woorden dat het uit medisch oogpunt gezien PAS een jaar is. Met andere woorden: Dit stelt allemaal nog niks voor. Tja, híj voelt de pijn niet…. Tot slot wordt me verteld dat er toch een operatie zal worden uitgevoerd; een ventrale spondylodese.
Terwijl hij me de vorige keer nog zo gelukkig maakte met de mededeling dat er rekening zou worden gehouden met school, blijkt nu dat ik gewoon op de wachtlijst word gezet en pas in oktober aan de beurt ben. Ik ben echt blij als er een einde is gekomen aan het gesprek en ik de geladen sfeer in de spreekkamer kan ontvluchten!
Mijn gevoel na het gesprek was heel dubbel. Enerzijds het heuglijke nieuws dat ik eindelijk geopereerd zou worden, anderzijds woede over de manier waarop de arts met mij omging. Zo begriploos. En daarbij was ik ook wel bang over hoe het nu zou lopen met betrekking tot school. Die eerste weken zijn juist zo belangrijk om iedereen goed te leren kennen en je plekkie in de groep te vinden. En uitgerekend dan zou ik afwezig zijn.
Buiten de dippen had ik soms ook dipjes. Zoals deze:
Zondag, 13 augustus 2000 ’t Is weer eens zover. Ik barst van de energie; zou het liefst uren gaan hardlopen of skaten. Or whatever, als je er maar veel energie mee verbruikt. Maar in plaats daarvan zit ik in een boek te lezen. Net alsof boeken (in welke vorm dan ook: lees-, strip-, of puzzelboeken) me niet allang de neusgaten uitkomen. Ik voel me zo ontzettend opgesloten in mijn eigen lichaam. En wie weet hoe lang nog… Nou, weer genoeg zelfmedelijden voor vandaag. Ik ga morgenochtend wel zwemmen ofzo.
Het GAK bleef één van mijn grootste vijanden. Ik was al bijna een jaar bezig met het aanvragen van een uitkering, was al 4000 brieven verder en nog steeds wist ik eigenlijk niets. Nou ja, en als er dan weer eens vorderingen waren mbt mijn uitkering, kreeg ik er zulke vage brieven over, dat ik nog geen steek verder kwam.
Donderdag, 17 augustus 2000 Gisteren kreeg ik een brief van mijn vrienden van het GAK waarin stond dat ik geen recht heb op een uitkering. Vandaag hadden ze weer een nieuwe brief voor mij (ze mogen onderhand weleens gaan bezuinigen op papierkosten). Dit keer met het tegenstrijdige bericht dat ik wél een uitkering krijg. Mooi zo, eindelijk! Hoewel alles dus nu is opgelost, kan ik het toch niet laten om hieronder enkele regeltjes uit die vage brief neer te krabbelen: …..Op grond van artikel 47a lid 3 sub c schorst het Lisv de betaling… ….. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het bepaalde in de artikelen 3 t/ m 8a, 19, 29, 44 en 47a van de Ziektewet alsmede het bepaalde in de art 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht…. Duidelijke taal, vind je niet? “Tja, elke Nederlander hoor de wet te kennen, dus zo’n brief zal weinig problemen opleveren bij de doorsnee Nederlander”, zullen ze bij het GAK gedacht hebben.
De laatste weekjes van mijn veel te lange vakantie kropen voorbij, en uiteindelijk kwam het langverwachte moment in zicht waarop in weer naar school mocht.
Maandag, 4 september 2000 Niet zo heel veel mensen zullen genieten van verplicht vroeg opstaan, verplicht huiswerk maken, verplicht op school zitten…. Niet véél mensen, maar er zijn uitzonderingen. Zoals ik. Vorige week ben ik begonnen hier in Nijmegen op school en ik heb het geweldig naar mijn zin. Met mijn rug gaat het ook best lekker. Misschien omdat ik nu wat meer zit of zo. Nog een paar weekjes en dan word ik eindelijk geopereerd. Ik ga proberen om het het komende jaar wat rustig aan te doen (moeilijk, zeer moeilijk), zodat het na deze operatie wel meteen goed gaat. Maar ik heb al wel gepland dat ik volgend jaar de Nijmeegse Vierdaagse mee (en uit) ga lopen!!
Nu was het wachten op een oproepje van het ziekenhuis. En dat kwam gelukkig stukken sneller dan verwacht….
Zondag, 10 september 2000 De datum van de operatie is bekend: donderdag 14 september. Woensdagochtend word ik al opgenomen. Ik had het al veel eerder willen schrijven (ik wist het woensdag al), maar je wel wel hè: druk, druk, druk.... Ik moet nu in een razend tempo alles regelen op school (ik kom waarschijnlijk pas in de tentamenweek weer terug). Na de operatie zit ik 6 weken in het gips, op dezelfde manier als afgelopen zomer. Wat denk je, welk kleurtje zal mij het beste staan? Ik zat zelf aan fluorescerend geel te denken, maar pimpelpaars is eventueel ook nog een optie.
DE SPONDYLODESE-OPERATIE
Een dag voor de operatie werd ik al opgenomen in het ziekenhuis, omdat er nog de nodige voorbereidingen getroffen moesten worden. Zoals het toedienen van laxeermiddelen en dergelijke…. Afijn, het hele ziekenhuisverhaal kun je beter hieronder lezen.
Woensdag, 13 september 2000 Ik heb mijn eerste dag in het ziekenhuis net afgesloten met een heerlijk ligbad! Dat is het voordeel als je op de kinderafdeling ligt, dat heb je dat soort luxe. Ik moest hier vanochtend om half elf zijn. Toen bleek dat ik eigenlijk al 2 dagen vloeibaar had moeten eten, maar ja, mij was niets gezegd. Ik heb meteen 3 laxerende tabletjes gekregen en vanavond hebben ze één of ander laxerend goedje in mijn darmen gespoten. Nou, dat werkt wel hoor! Ik heb vandaag best veel informatie gehad; weet eindelijk wat er allemaal zo’n beetje gaat gebeuren. Ik krijg na de operatie infusen, 2 drains, een catheter en een morfinepompje om mezelf pijnstilling toe te dienen. Ik moet na de operatie ongeveer 5 dagen in bed blijven en daarna ga ik in het gips. Verder krijg ik nog een extra zacht matras om doorliggen te voorkomen. Ik mag trouwens ook na de operatie nog een aantal dagen niet eten. Arme ik!! Nou, en verder verveel ik me nu al. Dat wordt nog wat!
Donderdag 14 september 2000 Ik sta voor ’s middags als eerste op het programma in de OK. Het inbrengen van het infuus kost ditmaal nog meer moeite dan vorig jaar en na 7 (!!) keer misprikken in mijn onderarm en hand, wordt het infuus tijdens de achtste poging in mijn elleboog ingebracht. (Gelukkig wordt het infuus tijdens de operatie verplaatst naar mijn onderarm, wat toch een stuk comfortabeler zit). Ik word na ongeveer 3 uur wakker met heel veel pijn aan mijn buik. Een recoveryverpleegkundige attendeert me op mijn morfinepomp, maar aangezien mijn armen nog niet zo meewerken (vanwege de spierverslappers), drukt zij er voor mij twee keer op. Terug op mijn kamer voel ik me eigenlijk heel goed, alleen een beetje slaperig. Om 19.00 u komen papa en mama. Het eerste half uur zit ik vrolijk te kletsen en te lachen, maar daarna voel ik me steeds minder fit worden en even later ben ik hartstikke misselijk. Ik moet de hele avond overgeven, wat ontzettend pijnlijk is vanwege die wond aan mijn buik. Rond 23.00 u val ik uiteindelijk in slaap, maar ik word om de paar uur gewekt door het alarm van mijn infuus. Na 1.30 u komt er van slapen dan ook niet veel meer terecht. Bovendien heb ik een hele vieze smaak in mijn mond, die ik niet weg kan spoelen omdat ik nog niets mag drinken. Ik ben blij als die rotnacht eindelijk voorbij is.
Vrijdag, 15 september 2000 Ik heb nog steeds die vieze narcosesmaak in mijn mond en mag de hele dag nog niets drinken. Ik had gepland om vanaf vandaag hard aan mijn tentamens te gaan werken, maar ben nog hartstikke futloos en ook een beetje misselijk. Verder mag ik alleen maar op m’n rug liggen en niet draaien. Vooral dit valt me ontzettend zwaar. Ik word de hele dag door goed in de gaten gehouden: temperatuur, hartslag, bloeddruk… M’n bloeddruk is trouwens wel aan de lage kant, rond de 100/ 55. Mijn temperatuur is ook heel laag (ongeveer 35 graden C), maar dat zijn we ondertussen wel gewend bij mij. Op een gegeven moment krijg ik van een verpleegster te horen dat ik me volgens haar wel groot houd, maar dat ik toch vast wel pijn zal hebben enzo. Ze heeft wel gelijk dat ik me inderdaad niet helemaal top voel, maar dat hoef ik toch zeker niet aan iedereen te laten merken? Aan gezeur en geklaag heeft tenslotte niemand iets, wel? Rond 17.00 u komt dr B langs en vanaf dat moment mag ik – met hulp – op mijn zij draaien. Ik en er zelf van overtuigd dat ik het ook best zonder hulp af kan, maar als ik dat aan de verpleging wil demonstreren word ik meteen eigenwijs genoemd. Stom hè!! ’s Avonds mag ik tijdens het innemen van mijn trombosepilletjes m’n eerste slokje water. Heerlijk!!
Zaterdag, 16 september 2000 Ik ben al een stuk beter vandaag. Pas nu voel ik voor het eerst dat er inderdaad ook aan mijn rug geopereerd is. Afgelopen 2 dagen hadden ze me net zo goed wijs kunnen maken dat ik een darmoperatie achter de rug had. Omdat ik de morfinepomp nooit gebruik (Waarom zou ik? Ik heb het afgelopen jaar zoveel méér pijn gehad dan nu, en toen had ik toch ook geen morfine tot mijn beschikking?) wordt die er vandaag afgehaald. Tevens mag ik voorzichtig aan beginnen met water, thee en bouillon. Wat een verademing na 2 dagen!
Zondag, 17 september 2000 Direct na het ontbijt (ja, je leest het goed, ik mag weer eten: 3 maal daags vla en als tussendoortje appelmoes) word ik naar de röntgen gebracht voor controlefoto’s. ’s Middags is het keidruk, al mijn fans komen me bezoeken. Alles verloopt eigenlijk perfect; de verpleging staat er versteld van hoe snel ik opknap. Alleen mijn darmen staan blijkbaar nog niet te popelen om weer aan het werk te gaan, want ik krijg na iedere “maaltijd” superveel buikpijn. ’s Avonds word ik verlost van mijn infuus.
Maandag ,18 september 2000 Al vroeg in de ochtend wordt de catheter er uitgehaald en ben ik helemaal verlost van alle slangen. Vervolgens komt de fysio langs met de statafel en mag ik voor het eerst uit bed. Het doel is om mij uiteindelijk 20 minuten te kunnen laten staan, omdat die tijd nodig is voor het ingipsen. Ik ben van plan om die 20 minuten vandaag meteen te halen en natuurlijk lukt dat ook. Ik heb zelfs al een klein stukje gelopen! Weer verbaast de hele afdeling zich over het vlotte herstel van mij. Als het een beetje meezit, ga ik morgen al in het gips!
Dinsdag, 19 september 2000 Nou, het zit dus niet zo mee, want de gipskamer heeft vandaag geen tijd en het ingipsen wordt een dag uitgesteld. Jammer, maar ook weer geen wereldramp, want het is best gezellig hier op de kinderafdeling. ’s Middags mag ik nog een keer op de statafel en een stukje over de gang lopen, aan het handje van de fysio. Ik mag vanaf vandaag lichtverteerbare voeding hebben, wat inhoudt: groente!!! Toch eet ik uiteindelijk bijna niets van mijn heerlijke andijvie, want elk hapje gaat nog steeds met buikpijn gepaard.
Woensdag, 20 september 2000 Ik ben nog niet eens klaar met wassen, of er wordt al gebeld dat ze in de gipskamer op me staan te wachten. Dus nog even snel een nieuwe pleister op de wond en wegwezen! Het ingipsen is zo gebeurd en een half uurtje later ben ik - volledig gehuld in rood gips - alweer terug op m’n kamer. Ik besluit om meten maar een rondje op de gang te gaan lopen, maar ik word betrapt en terug naar bed gestuurd, waar ik moet blijven tot de fysio komt. Blijkbaar voelt zij aan dat ik vol ongeduld op haar zit te wachten, want binnen een kwartier staat ze al voor mijn neus en vanaf dat moment hoef ik niet meer stiekem te doen als ik zin heb in een wandelingetje. Ik weet meteen niet meer van ophouden, en moet regelmatig even afgeremd worden. ’s Middags heb ik weer ontzettende buikpijn, wat nog versterkt wordt door dat gips. Als verder alles goed blijft gaan, mag ik morgen naar huis. Toch zijn er nog 2 dingetjes die me dwars blijven zitten. Ten eerste voelt de bovenkant van mijn linkerbeen en een gedeelte van mijn buik helemaal verdoofd aan. En ten tweede: De pijn van voor de operatie is er nog steeds! Als ik beide zaken ’s avonds aan de dokter voorleg, is hij heel kort van stof. Over het verdoofde gevoel zegt hij dat het meestal vanzelf wel wegtrekt. En voor mijn tweede (en grootste) zorg haalt hij alleen maar nonchalant zijn schouders op. Net alsof het hem allemaal niets kan schelen. En misschien is dat ook wel zo.
Donderdag, 21 september 2000 Al vóór half 10 sta ik helemaal klaar om te vertrekken. Het is niet zo dat ik het hier slecht heb gehad hoor –integendeel - maar toch, home sweet home… Er wordt me bij het weggaan nog eens op het hart gedrukt dat ik het ook thuis heel rustig aan moet doen. Tuurlijk, wat verwachten ze anders van mij?? ’s Avonds ben ik ontzettend moe. C is op visite, maar ik zit haar gewoon weg te kijken (erg hè) en kan mijn ogen bijna niet openhouden. Ik heb zelfs geen fut meer om te mailen. Om 22.00 uur kruip ik (eindelijk) lekker in mijn eigen, vertrouwde bedje….
Tot zover ging alles van een leien dakje. En ook in de periode daarna waren er nauwelijks problemen. Hoewel ik wel heel erg gefixeerd was op elk pijntje in mijn benen. Zo heb ik me ook druk lopen maken over het feit dat nog niet alle beenpijn onmiddellijk weg was. Logisch, denk ik nu achteraf, want alles is een behoorlijke tijd enorm geïrriteerd geweest. Maar op zo’n moment ben je toch wel bang, soms.
Woensdag, 27 september 2000 Het gaat best goed. En de bediening is hier thuis bijna net zo goed als in het ziekenhuis, dus ook op dat gebied hoef ik me geen zorgen te maken. De pijn aan de wond wordt steeds minder en ik probeer elke dag een stukje verder te lopen. Toch ben ik niet helemáál gerust, want ik voel nog steeds uitstralingspijn. De dokter mag er dan wel zo laconiek over doen, maar het is iets waar ik me toch wel degelijk druk over maak.
Vrijdag, 6 oktober 2000 Geweldig nieuws vandaag: De uitstralingspijn is aan het verdwijnen! Het is de afgelopen 1,5 jaar (met uitzondering van die week tijdens het EK dat ik in het gips zat) geen enkele keer voorgekomen dat ik bij de proef van Laseguè spierpijn kreeg, want het optillen van mijn been werd altijd al ruim vóór dat punt belemmerd door pijnscheuten uitstralend van mijn bil naar mijn enkel. Ik kan mijn been nu ongeveer 70 graden optillen en krijg spontaan weer aandacht voor hardloopschema’s, haraigoshi’s en salto’s. Nog een weekje schat ik, en dat leg ik mijn benen weer moeiteloos in m’n nek!
Na 5 weken moest ik voor controle naar het ziekenhuis. Alles voelde goed aan en zelf had ik het voorgevoel dat ik niet meer opnieuw in het gips zou hoeven. Ik keek echt uit naar dit ziekenhuisbezoek, want er was mij iets heel moois beloofd….. DOUCHEN!!!!!!!!!
Donderdag, 26 oktober 2000 Vrolijk liep ik vanmorgen de gipskamer in. Binnen een kwartiertje zou ik lekker onder de douche staan en voorgoed van mijn “zware last” bevrijd zijn. Maar helaas, het mocht (nog) niet zo zijn…. Nadat het gips eraf was (wankel, wankel), moest ik op een brancard gaan liggen. Het bleek dat ik niet mocht lopen, zolang de arts de foto’s nog niet beoordeeld had. Dus: Met de brancard naar de röntgen, fotootjes maken, terug op de brancard, foto’s mislukt, nieuwe pictures, weer op de brancard en zo werd ik op de gang van de afdeling orthopaedie gedropt. Nu moet ik weten dat het daar altijd keidruk is, en ik voelde me dus aardig voor lul liggen, dat kun je je wel voorstellen. Na een half uur mocht ik bij de dokter naar binnen. Alles zag er goed uit, maar hij wilde mijn graag nog een paar weekjes in het gips hebben (4 om precies te zijn). Hmm… tja, als ik eerlijk ben, is het misschien inderdaad wel verstandig (mij kennende), maar ik had er niet op gerekend…. (nou ja, een héél klein beetje wel natuurlijk). Met de brancard weer naar de gipskamer en dan.. (tadadadadaaaaaa) DOUCHEN!!! Ik kwam de douche als herboren weer uit. Omdat ze geen paars gips hadden (stom hè, ze doen hier blijkbaar niet met de mode mee), viel mijn voorkeur vandaag op groen. Dat was tenslotte de laatste kleur van het stoplicht dat ik nog niet had gehad.
Oeps, nu vergeet ik bijna het belangrijkste te vertellen: Ik heb ruim een kwartier gedoucht en geen enkel pijntje gevoeld aan mijn benen en enkel. Zou het nu eindelijk…
Vanaf de operatie leefde ik eigenlijk vrijwel continu in een euforische stemming. VRIJWEL continu dan hè, want af en toe had ik het ook wel eens ff helemaal gehad….
Vrijdag, 27 oktober 2000 Ik ben het even helemaal, hartstikke beu. Ik heb genoeg van starende blikken op straat, op mijn knieën voor het bad m’n haar wassen, trombosetabletjes slikken, iedere week 2 keer bloed laten prikken, beknellend gips en scheef onderuitgezakt in de collegebanken zitten. Ik wil weer normaal zijn, lekker sporten. Vanmiddag had ik een gesprek met mijn mentor; mevr S. Zij heeft in haar jonge jaren geneeskunde gestudeerd en zei met volle overtuiging dat ik het judoën voortaan wel kan vergeten (een onderwerp dat ik bij de arts normaliter angstvallig mijd uit angst voor het antwoord). Ook vond ze dat ik me niet bezig moet houden met wat ik niet meer kan, maar met wat ik wel kan. Mwah, zit wat ik, maar met stille dromen is toch zeker ook niets mis?
De laatste 4 weken in het gips gingen best snel voorbij. Tja, alles went en het gips was voor mij geen belemmering om dingen niet te doen. Zo was ik al tijdens deze periode bezig met een fitnesscursus in het sportcentrum. Want je rug en benen mogen dan wel niet alles kunnen, maar dat betekent nog niet dat je je armen niet kunt trainen! De dag voordat ik terug naar het ziekenhuis moest, was ik nog uitgebreid wezen shoppen. Nu ging dat allemaal nog, maar als ik straks uit het gips zou zijn, zou het toch weer een stuk lastiger worden de eerste tijd. Dus nog snel ff van profiteren…. Ik kocht een lekkere bruisbal, want daar verlangde ik het meest naar: Een ligbad!
Donderdag, 23 november 2000 De procedure in het ziekenhuis verliep vanochtend precies hetzelfde als 4 weken geleden, met als verschil dat ik nu niet een half, maar ánderhalf uur op die brancard in de gang heb gelegen. Maar goed, het was het wachten wel waard, want alles zag er picobello uit en ik kwam de spreekkamer wandelend weer uit. Ik hoef zelfs geen fysiotherapie! Nu weet ik eigenlijk niet of ik hier wel zo blij mee moet zijn, want ik heb toch wel behoefte aan een sturende hand die mij zo af en toe eens af kan remmen. Nu moet ik op eigen kracht rustig aan doen, en dat zal nog niet zo meevallen, vrees ik. Het is echt heel raar, zonder gips (en met spierpijn). Ik voel me zo licht als een veertje en hypermobiel. Mijn humeur bereikt echt een toppunt als na een paar uur blijkt dat de uitstralingspijn weg is én weg blijft! Na 1,5 jaar opeens weer normaal lopen… PS: Mijn bad (met bruisbal) was megarelaxed!! PS 2: Aan mijn linkerbeen zie je best goed dat mijn spieren 10 weken vakantie hebben gehad. Maar nu is het uit met de rust, er moet weer gewerkt worden!
UIT HET GIPS
Zoals ik al voorspeld had, was het allermoeilijkste nog om rustig aan te doen. Het liefst was ik de hele dag aan het lopen, terwijl dat natuurlijk nog niet de bedoeling was. Tenminste, dat wordt volgens mij niet verstaan onder “rustig opbouwen.” En dus kwam ik mezelf ook weleens tegen…
Maandag, 27 november 2000 Ik wíl geen watje zijn! Maar ik ben het wel. Vandaag, de eerste echte schooldag sinds het gips eraf is, verliep een stuk vermoeiender dan ik had verwacht. Halverwege de kookles werd ik van het ene op het andere moment overspoeld met rugpijn. En het ergste is: Ik kon het niet eens verbergen en toen de lerares er wat van zei, kreeg ik spontaan tranen in mijn ogen. Erg hè! Ik ben trouwens ook hartstikke kwaad op mezelf, want als ik de komende tijd doorga in het tempo van vandaag, lig ik binnen de kortste keren weer in het ziekenhuis. En daar heb ik het voorlopig wel even gezien eigenlijk.
Zoals ik al eerder schreef, was ik alweer begonnen met sporten. Eigenlijk zelfs al toen ik nog in het gips zat. Bij het sportcentrum kon je je conditie laten testen door middel van een maximaaltest. Daarbij moest je fietsen tegen een steeds grotere weestand, net zolang totdat je benen verzuurden en zo werd je omslagpunt bepaald. Het was heerlijk om eindelijk weer eens maximaal te gaan! En ik voelde helemaal geen pijn tijdens het fietsen. De volgende dag kreeg ik de uitslag van de test. Ik wist wel dat mijn conditie achteruit was gegaan, maar hoeveel, daar was ik wel benieuwd naar.
Donderdag, 30 november 2000 Dat valt tegen: fitheidsniveau 3. Niveau 7 is het hoogste en 3 is matig. Dat mijn conditie zó ver was weggezakt, had ik toch eigenlijk ook weer niet verwacht!
In het sportcentrum was ik ondertussen lid geworden van de fitnessvereniging. Dat hield in dat je op speciale uren kon komen trainen en daar was dan ook een fysiotherapeut aanwezig. Dat was voor mij wel fijn (en ook eigenlijk de reden dat ik lid geworden was). Ze gaf mij speciale spierversterkende oefeningen voor de rug en zorgde er ook voor dat ik niet te hard van stapel liep. Half december liep ik alweer hard (hetzij intervalletjes van slechts 1 minuut) en het ging hartstikke goed. Ondertussen dacht ik ook weer wat meer na over de toekomst. En dan met name de toekomst op sportgebied. Want hoewel alles supergoed ging, waren er natuurlijk ook dingen die ik nooit meer helemaal voor 100% zou kunnen doen. Neem nou bijvoorbeeld mijn grootste passie: judo.
Zaterdag, 23 december 2000 Ik heb vandaag een moeilijke, dramatische (snik), maar zeer verstandige beslissing genomen: Ik stop met judo. Mama was heel opgelucht toen ik het vertelde, hoewel ze het ook heel moeilijk vindt voor mij. Maar goed, rationeel gezien is dit gewoon de beste keuze.
Zo ging eigenlijk alles weer zijn gangetje. Mijn leven ging weer steeds meer lijken op het leventje dat ik altijd had gehad: actief. Op school ging het ook goed. De angst dat ik na de operatie buiten de groep zou vallen omdat iedereen al vriendinnen zou hebben, bleek volledig ongegrond. Op school werd ik heel goed opgevangen en al snel had ik een hele leuke vriendinnengroep. Eindelijk kon ik alle problemen achter me laten en weer doen waar ik zin in had!!
Donderdag, 1 februari 2001 Ik doe eigenlijk alles weer (behalve judoën dan) en leef weer net zoals “vroeger”. De gevolgen van de operatie, een stijf, soms pijnlijk gevoel in mijn rug, zijn de afgelopen weken wel wat sterker naar voren gekomen. Maar daar valt goed mee te leven hoor! Nee, het is niet met woorden uit te drukken, maar ik voel me echt géwéldig!!!!
Wie had dat ooit kunnen voorspellen: Nog geen 3 maanden nadat ik uit het gips was, sportte ik weer dagelijks en zou een ieder die mij zag zich erover verbazen als ze hoorden dat ik nog niet zolang daarvoor een flinke rugoperatie had gehad. Ik had ook veel schade in te halen natuurlijk, aangezien uit mijn eerste fitnesstest nou niet zo’n geweldig resultaat naar voren kwam. Dat was tijdens de tweede test wel anders…
Maandag, 19 februari 2001 Ik heb het resultaat van de nieuwe fitnesstest binnen: niveau 7!!
Op dit moment had ik alweer hele grote plannen. Zo wilde ik heel graag de Nijmeegse Vierdaagse meelopen en ook de arts had dit goedgekeurd. Dat dit uiteindelijk toch niet gebeurde, had eigenlijk niets met mijn rug te maken. Ik had op dat moment wat last van mijn knieën en voeten en mama vond het maar niks als ik daarmee zo ver zou gaan lopen. En terecht! (Hoewel ik dat op het desbetreffende moment niet zo vond). De Vierdaagse ging dus niet door. Maar wel een andere, zeker zo sportieve prestatie. Op een zonnige zomerdag vertrok ik ’s ochtends vroeg samen met Yvonne op skates vanuit Made. We deden er uiteindelijk de hele dag over, maar bereikten ’s avonds (ondanks het feit dat we onderweg verkeerd waren gegaan en een heel stuk dubbel hebben afgelegd) onze eindbestemming: Nijmegen. Nog een andere sportprestatie die misschien de moeite van het vermelden wel even waard is,: Ik heb de Zevenheuvelenloop meegedaan! 15km met heel veel en hele steile heuvels). Het sportevenement was een geweldig spektakel en de hoeveelheid publiek aan de kant heeft zeker een grote rol gespeeld in mijn uiteindelijke einddtijd: 1.11.58!! Dit was voor mij een belangrijk moment om even bij stil te staan: Het jaar daarvoor zat ik nog van mijn borst tot mijn knie in het gips en nu liep ik 15 km lang met een gemiddelde snelheid van 12,5 km/h net alsof het niets was. Het gebeurt niet vaak, maar dit was een moment waarop ik echt trots was op mezelf. En dat trotse gevoel heb ik nog steeds, als ik terugdenk aan de Zevenheuvelenloop.
Hiermee wil ik mijn verhaal afsluiten. Het is een lang verhaal geworden, maar met een heel happy end. En dat is altijd een leuk punt om te stoppen, toch?
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |