|
[strand] [schelpen] [duinen] [eb en vloed] [kwallen] [garnalen] [vogels] [vissen] |
|
Het ontstaan van een duin
|
| Op het wintervloedmerk ligt een hoop rommel te rotten, zoals dode vogels, vissen en planten. Vaak is er al wat zand overheen gestoven. Dit rottende afval vormt de mest en het voedsel voor de eerste strandbewoners: planten en dieren. De planten die er groeien (bijvoorbeeld Zeeraket) worden wel pioniers genoemd. |
| Om
op het droge strand zoveel mogelijk water op te kunnen nemen, bezitten deze
planten een uitgebreid wortelstelsel. Een neveneffect van dit wortelstelsel is,
dat het zand erdoor wordt vastgehouden. Het gevaar echter dat het pasgevormde
zandheuveltje toch nog wegwaait is erg groot. Pas als het heuveltje helemaal
doordrongen is met wortels is er een redelijke kans dat het verder kan groeien.
Niet alleen de wind vormt dan een gevaar, maar ook de zee. Tijdens een storm of
een hoge vloed kunnen deze heuveltjes zo weggespoeld worden.
|
|
|
|
Trotseren de zandbergjes de gevaren, dan komt de volgende stap in het proces tot volwassen duinwording. In de herfst sterk de zeeraket al. De bladeren, stengels en wortels gaan rotten. De rottingsproducten vormen mest voor nieuwe strand- en duin planten, namelijk het biestarwegras. Dit biestarwegras is een meerjarige plant, dus hij houdt zomer en winter stand. Biestarwegras bezit net als de zeeraket een enorm wortelstelsel. |
| Het zandvasthouden wordt voortgezet, maar er komt nog wat bij. 's Winters stuift het gras vaak bijna helemaal onder het zand. Dit is geen probleem, de plant komt er wel weer bovenuit groeien. De plant houdt op deze manier een hoop zand vast. Het zandheuveltje wordt langzamerhand een "miniduintje", jonge duin of stuilduin genaamd. Zeeraket komt er niet meer voor, die is helemaal verdrongen door het biestarwegras. |
| Het kleuterduintje is echter nog lang niet groot genoeg om alle gevaren te doorstaan. Door een hoge vloed kan het nog zo worden weggevaagd. Geleidelijk aan wordt het duin wat groter. Als het gevaar voor overstromen erg klein geworden is, dan komen de echte duinvormers op de proppen; helm en zandhaver. Het duintje is nu groot genoeg om na een regenbui zoet water vast te houden en er is door de rottende planten een beetje humus gevormd. Hierdoor gaan Helmgras en Zandhaver zich vestigen. |
|
|
|
Na een tijdje is het Biestarwegras geheel verdrongen door deze nieuwkomers. Met behulp van Helm en Zandhaver kunnen echte grote duinen ontstaan. Met hun enorme gras wortelstelsels houden ze massa's zand vast en evenals het Biestarwegras zijn ze uitstekend bestand tegen onderstuiven. Na verloop van enige tientallen tot honderden jaren kan zo een duin ontstaan. |