Bosanski-Petrovac
Bosanski-Petrovac
 
 Home 
 Wie zijn we ? 
 België, Bosnië & wij 
 Bosnië, het land 
 Bosanski-Petrovac 
 Bosnische keuken 
 Scopinaro, wat? 
 Scopinaro - Dagboek 
 Scopinaro - Weegschaal 
 Scopinaro - FAQ's 
 Foto's 
 In memoriam 
 Favoriete links 
 Gastenboek 
 
 


Bosanski-Petrovac is het gezellige geboortestadje en de vroegere woonplaats van Hamdija en Irma, is het stadje waar we tot 2005 nog onze jaarlijkse vakantie doorbrachten met vrienden, familie, buren en kennissen, is het stadje waar we telkens weer een blij weerzien hadden met oude bekenden, is het stadje waar zelfs onze Belgische vrienden die al met ons meereisden, erg enthousiast over waren en waar ook zij met meer dan aangename herinneringen op terugblikken...




Bosanski-Petrovac is gelegen in het Unsko-Sanski-kanton, in het noord-westen van Bosnië, op 52 km van de noordelijker gelegen stad Bihac, ongeveer 50 km van Drvar en ongeveer 50 km van Kljuc. Het ligt langsheen de weg die leidt van Bihac naar Jajce (= een stad met prachtige watervallen), temidden van het dal dat wordt gevormd door de bergen 'Osjecenice', 'Klekovace' en 'Grmeca'.
Het ligt tevens op 72 km van het (op Kroatisch grondgebied gelegen) nationaal park 'Plitvice', een prachtig en ongeschonden natuurreservaat dat is beschermd door het UNESCO-erfgoed en een daguitstap meer dan waard is. Petrovac ligt 664 m boven de zeespiegel.




In 1991 telden het nog 15 552 inwoners waarvan er 3 276 als niet-moslim waren geregistreerd. Bosanski-Petrovac is ontstaan ergens rond 1334. Van ongeveer 1400 tot 1800 viel de stad onder de Turkse overheersers en achteraf drukte het Oostenrijk-Hongaars imperium er zijn stempel op. Tijdens de oorlog van 1991- 1995 werden zowat alle moslims van Petrovac verdreven uit hun stad en huizen. Ze vluchtten allen naar verder gelegen steden of vluchtelingenkampen. Mannen werden opgeroepen om het leger te vervoegen en zo hun land te verdedigen. Velen sneuvelden aan het front, anderen zijn nooit meer teruggezien. Vluchtelingen zijn na de oorlog druppelsgewijs(velen vaak na jaren) teruggekeerd naar hun huizen. Ze troffen hun woningen smerig en vaak helemaal vervallen aan nadat Serviërs deze gedurende de oorlogsjaren hadden bewoond en alles vernield hadden alvorens er opnieuw uit te trekken. Heel vaak waren de huizen door de Serviërs tijdens de oorlog gebruikt geweest als luxe-stallen voor hun varkens.


Bosanski-Petrovac, gelegen in het dal onder het skicentrum Ostrelj, aan de berg Osjecenice en langsheen de kruising van de weg naar Bihac-Sarajevo en de weg naar Split


Het ski-centrum Ostrelj, dat zich bovenop de hoogste berg 'Osječenice' bevindt, was voor de oorlog een druk bezocht ski- en vakantiecentrum. Nu, na de oorlog, tref je er enkel verlaten en vervallen huizen aan. Er is geen levende ziel meer te bespeuren, enkel meutes wilde honden kruisen je pad en in de verte hoor je mogelijk nog het gehuil van een bruine beer. De water- en electriciteits-voorzieningen zijn tijdens de oorlog verwoest en nog steeds niet hersteld. De eens zo druk bezochte buitenverblijven en het hotel werden allemaal beschoten en vernietigd door granaten en ander geschut en zijn nu vaak niet meer dan een ruwbouw of een hoop stenen. Zowel de skilift als de museumtrein van Tito werden volledig verwoest door nutteloos geweld.
Nu resten dus nog slechts de ruïnes van dit alles, als stille getuigen van wat ooit zo mooi en voor velen zo ontspannend was maar ook als bewijs van tot welke verwoestende resultaten en ongelooflijke gevolgen oorlogen altijd leiden.




De bewoners van Bosanski-Petrovac zijn nu veel armer dan voor de oorlog. Het textielbedrijf Novitet waar ooit meer dan 600 mensen waren tewerkgesteld stelt er nu nog amper een paar tiental tewerk en vaak gaat dit handvol arbeiders in staking omdat ze gedurende maanden nog steeds geen (of slechts een gedeelte van hun) loon ontvangen. Het houtverwerkend bedrijf Sipat waar destijds een duizendtal personeelsleden hun brood verdienden stelt nu ook amper een paar mensen tewerk. De plastiekfabriek is na de oorlog zelfs niet meer heropgestart. Toeristen vinden spijtig genoeg slechts moeilijk hun weg naar dit toch mooie en rustige stadje, het (staats)hotel werd een paar jaar geleden gesloten. Recent werd het echter opnieuw geopend, met vernieuwingen in aantocht.  Er is ook nog een modern motel mét discotheek, fitness, sauna en live-muziek in het weekend en in 2003 opende ook het pension 'Vienna' de deuren. Een mooi pensionnetje waar je kan overnachten tegen een spotprijs van 12,50€/nacht voor kamer en ontbijt, supervriendelijke service en gastvrijheid 'op zijn Oostenrijks' (want Enes en zijn vrouw woonden jarenlang in Oostenrijk en waar ze de nodige horecaervaring opdeden) inbegrepen. Het stadje telt ook nog talrijke cafeetjes en goedkope eetgelegenheden (pizzeria, grill, Bosnische specialiteiten). Verder zijn er nog talrijke hotels en pensions in Bihac, de 52 km hogerop gelegen stad.




Door de ligging van Bosanski-Petrovac (omgeven door veel onvruchtbare en heuvelachtige gronden, die er in de zomer uitzien als een droge steppe en die in de winter bedekt zijn door een metershoog sneeuwtapijt, gronden vol keien, stenen en rotsblokken) en door het plaatselijke klimaat ('s winters erg koud en 's zomers stikheet en uiterst droog (met onvermijdelijk watertekort)) is landbouw er haast onmogelijk. De enige vorm van agrarische activiteit zou de schapenteelt kunnen zijn (dat was het vroeger) doch het ontbreekt de plaatselijke bevolking nu 10 jaar na de oorlog nog steeds aan financiële middelen om te zorgen voor de aankoop van enkele schapen.

Bosanski-Petrovac is nu reeds een decennium bezig aan de heropbouw: huizen worden gerenoveerd, een jeugdcentrum (Omladinska Centar) werd opgericht, een paar moskeeën en een Islamitisch Centrum werden heropgebouwd. De plaatselijke bevolking voert er echter nog dagelijks een harde strijd, een strijd tegen armoede en tegen het gebrek aan toekomstperspectieven.