bezoekadres: Plenkertstraat 55, 6301 GL, Valkenburg aan de Geul
tel. : 043-6012554, b.g.g. 06-51167856
Deze pagina is gemaakt door een oud-gids van de Katakomben. Voor de officiele pagina van de Romeinse Katakomben te Valkenburg klikt U hier. In de zomermaanden dagelijks van 10.00 uur tot 16.00 uur rondleidingen. Daarbuiten alleen op zaterdag en zondag om 14.00 uur. Groepen kunnen ook buiten openingstijden een rondleiding krijgen. Bel: 043-6012554 om meer informatie!
Is te vinden op de website van de katakomben, www.katakomben.nl
PRACHTIG FOTOBOEK OVER DE GROTTEN VAN VALKENBURG VERSCHENEN
Onlangs verscheen een uniek fotoboek over de mergelgroeven ( grotten ) van Valkenburg aan de Geul, onder de titel Onder Arts. Onder de Valkenburgse grond bevinden zich tal van kunstwerken. Ingegaan wordt op de werken van kunstenaars, die schilderijen en beelden nagelaten hebben in de Gemeentegrot, Geulhemergroeve, Fluweelengrot, Romeinse Katakomben en Steenkolenmijn te Valkenburg aan de Geul. Met teksten van Leon Willems (zowel in het nederlands als in het engels ) en foto's van Jo van Aken en Ronald Bouwens. In de toeristisch bekende grotten, ontstaan als gevolg van de winning van mergel, waren vanaf eind achttiende eeuw allerlei kunstenaars actief. De meeste genoten plaatselijke bekendheid, zoals Eugene Dorren, George Tielens, Alfons Volders en Pierre Visschers. Ook Jan Wolkers heeft er in zijn studententijd gewerkt : hij maakte een beeld van de opwekking van Lazarus. Interesse in dit boek? Het is onder de titel Onder Arts verkrijgbaar in diverse boekhandels en bij de betreffende attracties, voor de prijs van 14,95 euro. U kunt het ook bestellen, stuur een mail naar leonwillems@home.nl. Er komen dan wel nog verzendkosten bij (euro 2,64).
Artikel over katakomben verschijnt in Jaarboek Geuldal
Momenteel is de Stichting Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal druk doende met de samenstelling van een nieuw jaarboek. De Stichting Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal werd opgericht in 1991 en heeft tot doel het regelmatig uitgeven van historische en heemkundige publikaties, voornamelijk betrekking hebbende op het Geuldal in Nederland en België en daaraan grenzende gemeenten in het stroomgebied van de Geul, en het bevorderen van het historisch onderzoek in dat gebied in de meest ruime zin van het woord.
De redactie streeft naar opname van 6 artikelen in het jaarboek 2010. Het boek wordt weer rijk geïllustreerd, met een aantal afbeeldingen in zwart/wit en kleur, en heeft een omvang van ongeveer 300 bladzijden. Het jaarboek is voorzien van alfabetische registers op plaats- en persoonsnamen en lijsten van sponsors en intekenaren. Het verschijnt voor Sint-Nicolaas 2010. Het jaarboek kan onder meer besteld worden via de website www.historiegeuldal.nl of via de naar de vaste intekenaren toegestuurde intekenfolder.
Eén van de artikelen in het nieuwe jaarboek is van de hand van Paul Post:
Personen en Patronen. Het ontstaan van de Romeinse Katakomben in Valkenburg.
Honderd jaar geleden, in de zomer van 1910, werd het eerste gedeelte van de replica van delen van katakomben in Rome officieel geopend als ‘attractie’ in Valkenburg. En nog steeds kan dit bijzondere project worden bezocht in nagenoeg exact dezelfde staat als honderd jaar geleden. In deze bijdrage richt de auteur zich op het ontstaan van dit monument in die periode aan het begin van de vorige eeuw. De hoofdinteresse gaat daarbij uit naar de achtergrond of context waarin het ontstond. De dragende these is dat die complex en meervoudig is, complexer en meervoudiger dan tot nu toe in studies wordt gesuggereerd. Het gaat om een complex samenspel van een reeks van zeer bepaalde en verschillende culturele en maatschappelijke settings die we mede op het spoor komen door een reeks centrale personen nader te bezien. Het onderzoek maakt duidelijk dat het hier in menig opzicht een specifieke Nederlandse context betreft waarin het katakombenproject kon ontstaan. Ik leg hiermee een duidelijk ander accent dan bijvoorbeeld in enkele Duitse studies ten aanzien van het ontstaan van de Valkenburgse Katakomben.
* Copy of the atrium of the St. Priscilla-catacombs, built on true scale in the catacombs in Valkenburg
One of the attractions of Valkenburg (Netherlands; southern-Limburg) are the Catacombs. After the distribution of candles for the illumination, the groups go into the cave with the guide to the subterranean galleries. During the tour you can see how the famous Roman Catacombs, the subterranean burialplaces of the first christians in Rome, have been reproduced in the marlstone of Valkenburg. Besides the innumerable amount of tombs you can also admire the beautiful paintings, sculptures, and the perfect examples of subterranean architecture in the chapels and tombs. But we will not tell you everything, you should taste the sphere of the Catacombs yourself!
In the summer opened dailey from 10.00 a.m. till 04.00 p.m. On other times only in the weekends one tour at 2.00 p.m.
Kurzinformation:
Adresse: 6301 GL Valkenburg an der Geul, Plenkertstraße 55
Telefon: 0031/43-6012554 (oder: falls sich hier niemand meldet Tel. 0031/6-51167856)
In den Sommermonaten Juni - September finden täglich Führungen zwischen 10 und 16 Uhr statt, in den übrigen Monaten nur samstags und sonntags jeweils um 14 Uhr. Für Gruppen sind Führungen außerhalb der offiziellen Öffnungszeiten möglich. Weitere Auskünfte (auch in Deutsch) unter Tel. 0031/43-6012554.
BESUCHERINFORMATIONEN ÜBER DIE KATAKOMBEN IN VALKENBURG
Hier in Valkenburg können Sie die schönsten Teile von 14 bedeutenden römischen Katakomben besichtigen. Sie sehen nicht nur Hunderte von Gräbern, sondern auch Plastiken, Gedenktafeln aus Marmor, Licht- und Luftschächte und schöne Beispiele unterirdischer Baukunst sowie Kapellen und Grabkammern. In den Gängen und Räumen zeigen die vielen Malereien die Entwicklung der frühchristlichen Kunst vom dritten bis zum siebten Jahrhundert; unter anderem anhand von dekorativen Verzierungen, Darstellungen von Verstorbenen, biblischen Themen und Bildern der Märtyrer und Heiligen.
In unserem außergewöhnlichen Museum finden Sie detailgetreue Nachbildungen der weltberühmten Katakomben in Rom. Als Besucher erleben Sie hier die Atmosphäre unterirdischer Begräbnisstätten und erhalten zudem die einmalige Chance, eine beeindruckende Anzahl an Kunstschätzen zu bewundern . Bei einem Besuch der Katakomben in Valkenburg geleitet Sie ein sachkundiger Führer durch die Grotten. Im Schein seiner Lampe wird eine Reihe von Sehenswürdigkeiten angeschaut und erläutert. Auch kann jeder Besucher eine Lampe erhalten, um sich bei der Führung in Einzelheiten näher zu vertiefen. Die Führung dauert etwa 45 Minuten und in dieser Zeit erhalten Sie einen guten Eindruck vom "Innenleben" der Mergelgrube an der Plenkertstraat. Die Temperatur in den Katakomben beträgt etwa 12 Grad Celsius das ganze Jahr über. Als Besucher sollten Sie an zweckmäßige Kleidung denken..
Die Katakomben sind das ganze Jahr über geöffnet. In den Sommermonaten Juni - September finden täglich zwischen 10 und 16 Uhr Führungen statt, in den übrigen Monaten nur samstags und sonntags um 14 Uhr. Sie werden in Niederländisch gehalten. Deutsche Einzelbesucher erhalten eine gedruckte Übersetzung des Führungstextes. Für Gruppen besteht nach Anmeldung jederzeit die Möglichkeit zu einer Führung, auch können Gruppenführungen in Deutsch vereinbart werden. Die Katakomben befinden sich in der Plenkertstraat 55 in Valkenburg am Hintereingang der Brauerei DE LEEUW.
Aktuelle Informationen erhalten Sie unter Tel. 0031/43-6012554 beim Museumsdirektor B. Heggen (oder: falls sich hier niemand meldet Tel. 0031/6-51167856). Anrufe in deutscher Sprache werden verstanden.
Übersetzung: Pater Herbert Diekmann, Köln
door: Léon Willems
"Iedere reconstructie is een leugen, het is niet te ontkennen, maar is den openlijk beleden leugen niet de angel der onwaarachtigheid uitgetrokken? Valkenburg wil Rome eeren, niet imiteeren; naderen, niet overbrengen; in eigen soepelen bodem de eeuwenoude karakters der oud-christelijke vroomheid uitteekenen". Dit schreef Dr. Oberman bij gelegenheid van het eerste lustrum van de Valkenburgse Katakomben. In een kalksteengroeve werden aan het begin van deze eeuw aan de Plenkertstraat delen van de Katakomben nagebouwd, de eerste onderaardse begraafplaatsen van de christenen te Rome. Het was een merkwaardig project, waaraan vele beroemdheden hun medewerking hebben verleend. Hoe is het mogelijk dat een dergelijk grootscheeps project werd gerealiseerd in Valkenburg? Dat is de vraag, waarop ik een antwoord tracht te geven.
* Donkere gangen, duizenden graven : een beeld van de katakomben in Rome
Over het ontstaan van de katakomben te Valkenburg doen verschillende verhalen de ronde. In ieder geval mag als initiator van het project de familie Diepen worden genoemd. De relatie tussen deze van oorsprong Tilburgse familie en Valkenburg begint als Armand Diepen zich om gezondheidsredenen in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Valkenburg vestigt. Valkenburg genoot in die tijd al bekendheid als kuuroord en had bovendien het voordeel dicht bij Aken te liggen. Armand Diepen koopt Villa Alpha in de Plenkertstraat op. Ook koopt hij het vlak bij de villa gelegen stuk bos op. Hier laat hij in de winter van 1892 op 1893 het Rotspark aanleggen. Het eertijds moeilijk toegankelijke natuurgebied wordt omgetoverd tot een wandelpark. Daarna wordt ook het Polferbos opgekocht, waar eveneens wandelwegen worden aangelegd. Armand Diepen overlijdt in 1895. Zijn weduwe Leonie Diepen-Bareel vestigt zich in 1911 in Villa Alpha. Ook haar zoons Jan en Karel Diepen komen naar Valkenburg.
Net als zijn vader kampte Jan Diepen met een zwakke gezondheid. Daarom kwam ook hij rond 1901 in Valkenburg wonen. In 1908 las hij een boekje over de katakomben van Rome, geschreven door de redemptorist pater Hagen. Via het klooster te Wittem kon Jan Diepen in persoonlijk contact treden met de pater. Jan Diepen had inmiddels ook het idee opgevat om in een kalksteengroeve op het terrein van de familie Diepen delen van de katakomben van Rome na te bouwen. Hij vond daarin een medestander in de persoon van de Valkenburgse pastoor Sarton, die in het project een unieke kans zag om de werklozen in zijn parochie aan arbeid te helpen. Zij vernamen dat architect Pierre Cuypers enige tijd in Aken verbleef voor een kuur en benaderden hem met de vraag of een dergelijk voornemen wel te realiseren was. Cuypers schrijft daarover in het door de Katakombenstichting uitgegeven gedenkboek: " Zij zagen daarin o.a. eene gelegenheid tot werkverschaffing aan de werkloozen in hunne gemeente. Ik meende hierop te moeten mededelen, dat de Valkenburgsche zandsteengroeven wel degelijk een groote overeenkomst bezaten met de Katakomben te Rome; ook, dat de uitvoering van dit plan aan tal van arbeiders werk zou verschaffen, maar dat een dergelijk werk zeker groote financieele offers zou vragen".
Die financiele offers kwamen voor een groot deel uit het familie-kapitaal van de familie Diepen. Jan en zijn broer Karel waren niet meer te stuiten en betrokken steeds meer mensen bij hun plannen. Er werd contact gezocht en gevonden met diverse Nederlandse kerkelijke autoriteiten, die in Rome verbleven. Een van hen was Mgr. Eras, die in 1908 was benoemd tot procurator et agens van de Nederlandse bisschoppen, een soort zaakgelastigde en intermediair tussen Rome en de Nederlandse bisschoppen. Hij werd op de hoogte gesteld van de plannen van de familie Diepen en bracht hun ideeën ook weer over op anderen, waaronder de hooggeplaatste Monsignori in het Vaticaan.
De eerste katakombe die werd bezocht was die van San Callisto. De archeoloog pater Sixtus Scaglia, prior van de abdij van San Callisto, verleende meteen zijn medewerking. Hij adviseerde Jan Diepen een verzoekschrift te richten tot de Commissione di Archeologica Sacra, waarin om assistentie en medewerking kon worden gevraagd. Het verzoekschrift werd al gauw positief beantwoord en de secretaris van de commissie, baron Kanzler, zegde zijn medewerking toe. Al gauw sloten andere archeologen van faam zich aan in de rij van sympathisanten van het project, zoals mgr. Wilpert en professor Marucchi, evenals de inspecteur van de katakomben Bevignani. Op 1 december 1909 werden Jan Diepen en pater Hagen in particuliere audiëntie ontvangen bij paus Pius X, die blijk gaf van waardering voor het project. De paus zegende bij die gelegenheid een wit-marmeren gedenkplaat, die bij de hoofdingang van de katakomben in Valkenburg zou worden aangebracht. Op 2 december werd er een groots afscheidsdiner gehouden en daarna keerde Jan Diepen terug naar Valkenburg om de plannen eindelijk ten uitvoer te brengen.
Op advies van architect Cuypers werd Jan Lemmens, aannemer te Oud-Valkenburg, belast met de uitvoering van het werk. De reproducties van de schilderingen kwamen voor rekening van de heren Sneltens en Visschers. Begonnen werd met de reproductie van de meest bekende gedeelten van de katakomben van San Callisto en San Priscilla en het baptisterium of doopkapel van de katakomben van Pontianus. Over de werkzaamheden schreef Cuypers later: " Van den aanvang van het werk heeft de bedoeling voorgezeten en is niets verzuimd, om een absoluut getrouwe weergave te verzekeren. Ook is er naar gestreefd op beperkter terrein de ligging der crypten zoveel mogelijk in overeenstemming met die der oorspronkelijke te Rome te brengen. Het terrein en de groeve te Valkenburg leenden zich dikwerf bijzonder voor het aanbrengen der reproducties".
* De pauscrypte te Rome. In Valkenburg werd ze op ware schaal minitieus nagebouwd. Ze behoort nog steeds tot een van de pronkstukken tijdens een rondleiding door de katakomben, zowel in Rome als in Valkenburg!
Toch waren er tijdens de bouw van de Katakomben vaak problemen voor, veelal van een principiële achtergrond. Er was behoefte aan meer deskundige ondersteuning. Daartoe werd op 17 mei 1910 een Archaeologische Commissie van Advies geïnstalleerd. In deze commissie zetelden pater Gietman, een jezuïet van het klooster te Valkenburg; F.A.Hoeffer, lid van de monumenten-commissie te Hattem, F. Hustinx uit Valkenburg, prof. dr. Maere, hoogleraar te Leuven, dr. H.T. Oberman, predikant te Vlissingen, prof. dr. Pijper, hoogleraar te Leiden, dr. X. Smits, archivaris van Den Bosch, architect Cuypers en pastoor Sarton. Zowel katholieken als protestanten zetelden dus in deze commissie. Opvallend is de aanwezigheid van generaal Hoeffer. Deze zou betrokken worden bij de oprichting van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Hoeffer was in 1850 in Sittard geboren. Zijn vader was er dominee. Hij doorliep een militaire loopbaan, die echter in 1880 ten einde kwam door een onfortuinlijke val van een paard. In 1890 belandde hij in Hattem, waar hij zich al gauw stortte op de lokale en regionale geschiedenis. Hij werd directeur van het provinciaal Overijssels Geschiedkundig Museum in Zwolle en richtte in Delft het Koninklijk Leger-en Wapenmuseum op.
Toch werd er één uitzondering gemaakt. Er werd een marmeren kapel gereconstrueerd, die zich bevond bij het graf van de martelaren Feliccisimus en Agipitus in de katakombe van Praetextatus. De reconstructie werd geleverd door baron Kanzler. Van de kapel resteren in Rome slechts een zuil en fragmenten van een marmeren hekwerk. Bij de kapel bevond zich ooit een opschrift, geschreven door paus Damasus en in marmer uitgebeiteld door Philocalus. Dit opschrift werd ook gekopieerd. Een andere kwestie was de kleur van de kalksteen. In Rome waren de katakomben uitgehouwen in tufsteen, die een typische bruine kleur heeft. De commissie was er geen voorstander van om delen van de Valkenburgse katakomben een donkerdere tint te geven, maar moest uiteindelijk toegeven. Sommige delen kregen inderdaad de voor Rome zo typerende donkerbruine kleur, maar een groot deel behield de kenmerkende gele kleur.
Het werk verliep voortvarend. Op 12 juli 1910 vond de plechtige opening van het eerste gedeelte plaats in bijzijn van professor Marucchi en inspecteur Bevignani. Op 16 augustus was er hoog bezoek: prins Hendrik bracht in gezelschap van gouverneur Ruys de Beerenbrouck en bisschop Drehmanns een bezoek aan de katakomben. Op dat moment was nog niet alles afgerond. Karel Diepen bracht een bezoek aan Rome in verband met de voltooiing van de Pontianus- en Priscillakatakomben en het maken van gedeelten van de katakomben van Petrus en Marcellinus en Thraso. Karel Diepen kwam bij die gelegenheid in contact met Dr. Van Doorn.
In november 1911 reisde ook Jan Diepen weer naar Rome, nu in gezelschap van aannemer Lemmens en schilder Visschers. Zij gingen bekijken welke delen van de katakomben in het tweede gedeelte van de groeve in Valkenburg konden worden aangebracht. Men koos voor delen van de katakomben van Domitilla, Commodilla en Praetextatus. Op 2 juli 1912 volgde de plechtige opening van dat tweede deel door baron Kanzler. In het najaar van 1912 reisde Jan Diepen, inmiddels benoemd tot commandeur in de orde van Sint Gregorius, wederom naar Rome. Hij wilde zich nog verdiepen in enkele andere katakomben, waarvan ook nog delen konden worden nagebouwd in Valkenburg. Uiteindelijk zouden er delen van 14 verschillende katakomben in de Valkenburgse groeve worden nagebootst.
De Katakomben naderden dus in 1913 hun voltooiing. Op dat moment waren de Katakomben nog eigendom van de familie Diepen. Om de toekomst echter zeker te stellen, werd besloten tot de oprichting van de Katakombenstichting, die op 13 mei 1913 tot stand kwam. Zij had als doel " de studie van de christelijke oudheid te bevorderen en kennis daaromtrent te verbreiden".
De Katakomben trokken veel publiek in een periode waarin het christelijke geloof dagelijks beleden werd. De secularisatie heeft voor deze wonderbaarlijke bezienswaardigheid duidelijk minder voordelen gebracht. De ingang die U op dit sheet ziet is niet meer in gebruik. Het toegangsgebouwtje, een Romeinse tempel naar een ontwerp van Cuypers, verkeert in vervallen toestand.
Naast een wetenschappelijke achtergrond heeft de realisatie van de katakomben in Valkenburg zeker ook een religieuze functie gehad. Ondanks de verschillen tussen protestanten en katholieken waren beide groeperingen toch welkom in de Katakomben. Alhoewel er twee soorten rondleidingen werden gegeven : één voor protestanten en één voor katholieken. Dat onderscheid wordt thans niet meer gemaakt, zodat iedereen de wonderlijke legende van Caecilia te horen krijgt. Het is één van de vele opmerkelijke verhalen die in de Katakomben aan de Plenkertstraat verteld worden, een merkwaardig monument in een al even historische omgeving.
Lezing gehouden tijdens een culturele avond in opdracht van de Historische Kring Land van Valkenburg en Heuvelland , november 1999.
* Het Sint Caeciliabeeld in de katakomben van San Callisto te Rome
Sint Cecilia werd volgens een vrome legende rond het jaar 200 om het leven gebracht. Men trachtte haar te onthoofden, maar na drie slagen met een zwaard in de nek bleek ze nog in leven. Later overleed ze toch nog aan haar zware verwondingen en werd ze begraven in de katakomben van San Callisto. In de vroege middeleeuwen werd een kerk boven haar oude woonhuis gebouwd, waarin ze opnieuw een prachtige krypte werd begraven. Haar graf werd later geopend en ze bleek nog steeds compleet gaaf. Het originele beeld van Stefano Maderno beeldt uit hoe Cecilia eeuwen na haar dood werd aangetroffen in haar graf. Beeldhouwer Belducci maakte aan het begin van de twintigste eeuw twee kopieen: een voor de katakomben te Rome en een voor de katakomben te Valkenburg! In de katholieke kerk wordt Cecilia vereerd als patrones van de muziek. Vandaar dat vele muziekgezelschappen in het zuiden des lands haar naam dragen!
De tempel wordt weer een juweeltje
Maaike Brems
Een Romeinse schat die 35 jaar voor het oog van de wereld verborgen is gebleven. Dat is het tempeltje boven de onderaardse Katakomben in Valkenburg. Directeur Bert Heggen krijgt met de restauratie van het pronkstuk niet alleen een extra toeristische attractie, maar ook een tweede ingang naar het gangenstelsel. Een Romeinse tempel midden in Valkenburg. Nooit geweten dat het gebouwtje er staat? Het stáát er, en wel al 95 jaar. Gelegen boven de onderaardse Katakomben in de Plenkertstraat is de tempel net als de katakomben een replica, maar niet minder de moeite waard. Dat vinden tenminste de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen (IKL), de gemeente en Bert Heggen, directeur van de Katakomben. Zij willen weer een juweeltje maken van het gebouw dat inmiddels 35 jaar overwoekerd is geweest door bomen en struiken en hierdoor ernstig in verval is geraakt. Met het officiële startsein door wethouder Jo Jacobs is gisteren een maandenlange restauratie van de tempel ingeluid. Waarom de textielfabrikanten Jan en Karel Diepen in 1908 naast de Katakomben opdracht hebben gegeven tot het bouwen van een Romeinse tempel, kan Bert Heggen gemakkelijk verklaren. Net als de originele exemplaren in Rome, vormt deze tempel namelijk geen gebedsoord maar een ingang tot het gangenstelsel van de katakomben. Een toekomstige extra ingang voor Heggen dus. Toevallig, want IKL is zelf met het voorstel gekomen om de tempel weer in het daglicht te zetten, maar daarom is dit voor hem niet minder welkom. Het komt Heggen zelfs heel goed uit dat er nu een extra ingang komt.
,,We merken dat er een stijging is van het aantal groepsreservingen en een daling van het aantal dagrecreanten.'' Voornamelijk scholen weten de weg naar de Katakomben te vinden. ,,Met die extra ingang kan ik de groepen in tweeën splitsen. Eén groep start boven en de andere groep kan bij onze huidige ingang vertrekken'', legt Heggen uit. ,,Ze lopen tegelijkertijd in het gangenstelsel rond, maar zullen elkaar niet tegenkomen. Zo moet het ook.'' Hij ziet ze al helemaal voor zich, de donkere avonden dat hij met een gaslamp in zijn hand zijn klanten via de Bierweg naar de Romeinse tempel leidt. Macaber, griezelig, onvoorspelbaar, Heggen vindt het fantastisch om zo zijn klanten naar de mergelgrot te leiden. Maar voor het zover is, moet er nog het een en ander gebeuren. De bomen en struiken die de tempel hebben overwoekerd, zijn inmiddels verwijderd. Graafwerkers hebben bovendien een pad en pleintje geconstrueerd. ,,In de eerste fase volgt de verharding van het pad en de bestrating van het pleintje voor de tempel. Vervolgens komt er een loei van een hekwerk met een dubbele poort omheen.'' In 1910 stond er nog geen hekwerk, maar toch wordt er zoveel mogelijk getracht om alles authentiek te maken. De rustbankjes, zoals die er in vervlogen jaren stonden, komen ook weer terug. Die klus wordt met een subsidie van 70.000 euro geklaard.
De tweede fase, de daadwerkelijke restauratie van het gebouw, kost 120.000 euro. Heggen weet niet wanneer die van start gaat. ,,Mijn wens is dat alles in oktober volgend jaar af is.'' Met enige trots laat hij de huidige staat van het 'monument' zien. ,,De ingang moet helemaal gerestaureerd worden. Daarnaast moet het hele gebouw schoongemaakt en opgeschuurd worden.'' Heggen vindt dat hij van geluk mag spreken, vandalen hebben het gebouw gelukkig nooit ernstige schade toegebracht. Met een zaklamp daalt hij de trap af, die midden in het tempeltje staat. Een betonnen muur scheidt deze bovenwereld nog van de Valkenburgse onderwereld, maar straks kom je met deze trap midden in het 1300 kilometer lange gangenstelsel terecht. Hij schijnt met een lamp bij: ,,Je ziet het, alles is nog gaaf.'' Waarom de tempel in verval is geraakt en waarom hij het nooit eerder heeft laten restaureren, vat de directeur kort samen. ,,Wij leven enkel van de verkoop van entreekaarten. Voor restauratie hebben we niet genoeg geld. Zonder subsidie lukt het gewoon niet.'' De restauratie van de tempel maakt deel uit van de grootschalige opknapbeurt van de Zuidlimburgse kalksteengroeven. Heggen is blij met de samenwerking met IKL. Een stukje cultuurhistorie blijft bewaard én de toegang naar een potentieel hoger klantenbestand is geopend.
De Limburger/Limburgs Dagblad, woensdag 20 juli 2005
Caeciliaviering in de Katakomben
De meeste muziekgezelschappen herdenken hun patrones Cecilia met een feest. In de katakomben van Valkenburg wordt jaarlijks ter ere van deze muziekheilige een mis opgedragen. Heilige stilte, op een paar honderd meter afstand van de Jingle Bells in de Gemeente- en Fluweelengrot. Kaarsen bepalen het licht in de ondergrondse kapel. Even een zwarte flits van een opgeschrikte vleermuis. Vijftig mensen zitten op houten stoelen, achter het altaar staat priester en oud-hoogleraar Lei Meulenberg, omringd door dertien zangers en zangeressen van het voormalige koor van de UTP, Universiteit voor Theologie en Pastoraat. In de krappe ruimte staan ze schouder aan schouder, als waren ze vervolgde christenen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, die in de Romeinse katakomben stiekem de mis opdroegen.
Meulenberg en het UTP-koor doen dit al enkele jaren: ter ere van harmonie- en koorpatrones Cecilia wordt hier een mis opgedragen. Het is 'uitverkocht', alle stoelen zijn bezet. Meer mensen kunnen er niet in. Jezus, die koning was en mens tegelijk, is het thema van de dienst. Die een leven leidde dat ,,haaks stond op alle ideeën die met de verovering van de macht te maken hebben'', zegt Meulenberg. Die de fout maakte door juist niet naar de macht te grijpen, waardoor de machtigen hem te pakken kregen en kruisigden en het volk verbijsterd lieten toekijken. Aan het eind legt hij nog een link met huidige koningshuizen en staat stil bij de ontmoeting, vorige week, van koningin Beatrix met Marokkaanse jongeren. ,,Gelukkig zijn er hier en daar nog vorsten die ons iets te zeggen hebben.'' Hij zegt te hopen dat veel mensen hier een stimulans in zien om op deze weg verder te gaan.
Na afloop geeft directeur Bert Heggen van de Katakombenstichting een korte rondleiding. Niet voor niks wordt hier Cecilia herdacht. Een replica van het beeld van de Romeinse barok-beeldhouwer Maderno ligt in een van de 163 grafkamers die hier begin 1900 in de mergel zijn uitgehouwen. Een sierlijke kleine vrouw, door Maderno in de zestiende eeuw waarheidsgetrouw in marmer vereeuwigd, nadat haar dode lichaam redelijk ongeschonden is teruggevonden. Nu rust deze Cecilia in de gelijknamige kerk in de wijk Trastevere in Rome. Bijzonder, de rust hier deze grot, op een steenworp van de kerstmarkten vandaan. De vijftig bezoekers lopen met flakkerende kaarsen langs deze indrukwekkende namaak van de oude Romeinse grafkamers, gebouwd door de beroemde architect Pierre Cuypers. Hij was bevriend met de gebroeders Diepen, rijk geworden in de textielindustrie van Tilburg, die met villa Alpha een buitenverblijf in Valkenburg hadden. Cuypers kopieerde met hun geld een stukje van de in totaal 1300 kilometer lange grafkelders, met ruim 600.000 lijken, die in linnen doeken werden gewikkeld en dan in de uitgehouwen gaten werden geschoven. Klein waren ze, niet langer dan 1.75 meter. De rijken dekten hun graven af met een marmeren steen, de armen legden klei te drogen in de zon en maakten daar een deksel van. Dat noemen wij terra cotta, vertelt Bert Heggen. Hij heeft het verhaal al honderden keren verteld, maar blijft ervan houden. Ook van de gruwelijke details. Over Cecilia bijvoorbeeld. Eerst is geprobeerd haar te verstikken, wat niet lukte. Daarna poogde een beul tot drie keer toe haar te onthoofden. Ze stierf pas enkele dagen later aan de pijn van deze verwondingen. Desiree Pappers kent het hele verhaal van buiten. Toch komt ze hier al jaren. Met haar moeder en inmiddels ook met haar negenjarige dochter Claire. Zoals de grotten vertrouwd waren voor de generatie van haar moeder, zo zijn ze dat ook voor haar. En ze mag hopen dat dit straks ook voor haar dochter zal opgaan.
BRON : DE LIMBURGER 22 november 2004 (Sint Caecilia)
Namaak-catacomben dwingen al negentig jaar respect af
Prins Hendrik der Nederlanden en de Keulse kardinaal Fischer behoorden in 1910 tot de eerste bezoekers van de Romeinse catacomben in Valkenburg. Het negentigjarig bestaan daarvan wordt in februari bescheiden gevierd, met lezingen en een rondleiding.
Door Sjef Kusters
Kniehoog wadend door het lijkenvocht, botsend tegen ronddrijvende rottende rompen en schedels, meppend naar legers krioelende ratten. Zo baggerden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de Romeinse christenen door de onderaardse catacomben, wanneer zij daar hun doden gingen begraven. Zeshonderdduizend mensen zijn er in anonieme grafnissen neergelegd, in kilometers lange galerijen, sommigen kregen een prachtig beschilderde eigen grafkamer.Directeur Bert Heggen van de met grote nauwkeurigheid nagebootste Romeinse catacomben in Valkenburg kan zó beeldend vertellen over de gruwelen van toen, dat je bijna kunt ruiken wat hij bedoelt. Ik had een klas moeilijk opvoedbare jongens hier. Als je die een kwartier in toom houdt, ben je een knappe, zei hun groepsleider tegen me. Ze hebben een uur lang muisstil gehuiverd. Maar een gymnasiumklas die hier komt als voorbereiding op hun reis naar Rome, die krijgt natuurlijk een ander verhaal, compleet met alle Latijnse namen en begrippen." Het zijn vooral groepen die de catacomben bezoeken, dagjestoeristen sluiten daar meestal bij aan.
Precies negentig jaar geleden kwamen de eerste bezoekers naar de Valkenburgse namaak-catacomben. Met houtskool op de muren geschreven handtekeningen van Hendrik Prins der Nederlanden Hertog van Mecklenburg en van Antonius Cardinal Fischer Erzbischof von Coeln uit 1910 getuigen daar nog van. Pas drie jaar later was het werk helemaal af.In de Valkenburgse catacomben zijn de 163 mooiste grafkamers gekopieerd van veertien beroemde Romeinse begraafplaatsen uit de eerste eeuwen van het Christendom. Die grafkamers zijn met elkaar verbonden door galerijen waarin talloze grafnissen zijn gehakt. In Rome zijn die galerijen samen 1300 kilometer lang. Alle botten zijn er allang geruimd, wie knekels wil zien moet naar de Parijse catacomben.Jarenlang hadden rond 1900 in Rome archeologen en medewerkers van de beroemde Roermondse architect Pierre Cuypers de onderaardse galerijen, graven en kapellen opgemeten, nagetekend en gefotografeerd. Cuypers, architect van ondermeer het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, wilde dit vroegchristelijk cultureel erfgoed vastleggen. Hij had gehoord dat delen van de catacomben, uitgehouwen in de zachte vulkanische tufsteen waarop een deel van Rome is gebouwd, op instorten stonden. Grafkamers die nu in Rome niet meer te bezichtigen zijn, kunnen hier nog eeuwenlang worden bekeken", zegt Heggen.De Tilburgse textielfabrikanten Jan en Karel Diepen, bevriend met Cuypers, gaven de architect de gelegenheid de Romeinse catacomben te kopiëren. De Diepens hadden in de Valkenburgse Villa Alpha hun buitenverblijf en zij waren eigenaar van een vele hectaren groot mergelgebied daaromheen, aan de Plenkertstraat. In 1908 werd begonnen met het karwei, in 1913 was het werk klaar.
Sindsdien beheert een stichting de catacomben en zeventien gidsen staan klaar om de groepen rond te leiden.Het is een onderneming geweest die nu niet meer te betalen zou zijn", zegt Heggen. Met een ongelooflijk gevoel voor detail zijn de grafkamers en de muurschilderingen daarin nagemaakt. Zelfs barsten in marmeren gedenkplaten zijn precies nagebeiteld. Ook beschadigingen aan fresco's, door bijvoorbeeld illegaal gehakte grafnissen, zijn hier exact gekopieerd."De gelijkenis van de Valkenburgse catacomben met de Romeinse graven is inderdaad treffend. Alleen de kleur van de mergel is wat lichter dan die van de grijsbruine tufsteen. De kopiisten hebben zelfs de grove haksporen uit de tufsteengangen in de mergel nagebootst. De schilderingen, vroeg-christelijke voorstellingen, dodenportretten, decoraties en bijbelse thema's, zijn ook in Valkenburg gemaakt met natuurlijke kleurstoffen, zoals in het oude Rome.Opvallend is dat in Valkenburg de sfeer in de gangen kennelijk zoveel respect oproept bij de bezoekers, al negentig jaar lang, dat er geen spoor van vandalisme, zoals ingekraste namen, is te bekennen. Hooguit een keer of twee per jaar wordt een klein gedeelte van de Valkenburgse catacomben gebruikt voor een trouwpartij. Dat houden we echt zeer beperkt", zegt Heggen, de stichting wil er voor zorgen dat de catacomben ongeschonden blijven."Dat die Valkenburgse catacomben, hoewel namaak, grote indruk op mensen maken, blijkt uit de levensloop van de Belg Jef vanden Berk. Hij bezocht in 1933 als jongeman Valkenburg en was sindsdien geobsedeerd, zo schreef hij in 1994 aan de Valkenburgse stichting. Vanden Berk verdiepte zich grondig in de geschiedenis van de Romeinse catacomben. Veertig jaar later, 1973, volgde de bekroning van zijn werk. Jef vanden Berk werd gids in de Sante Callisto-catacomben aan de Romeinse Via Appia Antica. Hij werd broeder in de congregatie van de Salesianen en verzorgt in 2003 nog steeds - hij is inmiddels 83 jaar oud- dagelijks rondleidingen.
BRON : De Limburger, 25 januari 2000. De opmerkingen over Jeff van den Berk zijn door de internetredactie op advies van eerw. heer P. Herbert Diekmann SDB uit Keulen gewijzigd. In de originele krantentekst werd dhr. Van den Berk ten onrechte opgevoerd als directeur van de San Callisto-katakomben.
Katakombenstichting organiseert lezingencyclus
Naar aanleiding van haar negentigjarig bestaan organiseert de Katakombenstichting Valkenburg binnenkort een lezingencyclus over het vroege Christendom in de tijd van het Romeinse Rijk. De lezingen worden op dinsdag 15 en 22 februari om 19.30 uur gegeven in Grand Hotel Voncken aan het Walramplein 1 te Valkenburg.
De Romeinse Katakomben te Valkenburg waren een initiatief van de gebroeders Jan en Karel Diepen. Zij waren van huis uit textielfabrikanten, maar vestigden zich aan het begin van deze eeuw in een buitengoed aan de Plenkertstraat te Valkenburg. Met hulp van veel deskundigen en vooraanstaande personen ontwikkelden zij een plan om enkele van de belangrijkste katakomben van Rome in een Valkenburgse mergelgroeve na te bootsen. Op een relatief kleine oppervlakte werden delen van veertien Romeinse katakomben nagebouwd onder leiding van de befaamde architect Pierre Cuypers uit Roermond. De eerste katakomben werden in 1910 voor het publiek opengesteld. In 1912 werd een groter deel geopend, waardoor een rondleiding van vele uren mogelijk was. In 1913 werd voor de exploitatie de Katakombenstichting opgericht, die momenteel nog steeds eigenaar is van de katakomben te Valkenburg. In de loop der tijden bezochten honderdduizenden gasten het indrukwekkende labyrint aan de Plenkertstraat. Nog steeds gelden de Romeinse Katakomben te Valkenburg als een van de belangrijkste bezienswaardigheden in het toeristenstadje. De lezingen worden gegeven door emeritus-hoogleraar kerkgeschiedenis Dr. Leo F.J. Meulenberg. Het centrale thema is "De uitdaging van het Romeinse Rijk". Tijdens de eerste bijeenkomst wordt ingegaan op het vroege christendom. Tijdens de tweede bijeenkomst worden dia's vertoond. Inscripties en afbeeldingen uit de katakomben van Rome worden dan onder de loep genomen. Op 29 februari is er een afsluitende rondleiding door de Katakomben in de Plenkerstraat van 19.30 uur tot 21.00 uur.
Deelname aan de cyclus kost twintig gulden. Belangstellenden kunnen voor meer informatie terecht bij de bedrijfsleider van de Katakomben, tel. 043-6012554 of tel. 06-51167856.
Bron: Heuvelland Aktueel, 25-01-2000
Catacomben beveiligd met camera
De Stichting Katakomben, beheerder van de Romeinse catacomben in Valkenburg,wil het ondergrondse museum met een camera gaan beveiligen tegen vandalisme. Directe aanleiding is een brand die in de nacht van dinsdag op woensdag werd gesticht bij de deur van het complex in de Plenkertstraat. Het was minstens de tiende keer in twee jaar tijd dat de catacomben te maken hadden met vandalisme. De politie zegt in het laatste voorval reden te zien om het toezicht op de Valkenburgse catacomben weer te vergroten.
De brand van dinsdagnacht werd veroorzaakt doordat een brandbare vloeistof in de brievenbus werd gegoten en vervolgens werd aangestoken. De schade bleef binnen de perken: de brievenbus, de toegangsdeur en de drempel raakten beschadigd. De brand doofde uit zichzelf. Het was de eerste keer dat er brand werd gesticht bij de catacomben. Wel kreeg het museum de afgelopen twee jaar tien keer eerder te maken met andere vormen van vandalisme, waaronder inbraak en vernieling. Directeur B. Heggen vindt het dan ook tijd worden voor maatregelen. "Ik word er gewoon knettergek van. Ruiten die sneuvelen, stoeptegels die los worden gewrikt, banken die verdwijnen.'
Behalve aan een camera denkt Heggen aan een felle lamp die aanspringt bij de geringste beweging. Volgens Heggen heeft hij meerdere malen om extra toezicht van de politie gevraagd, maar die niet gekregen. Chef basiseenheid L. Knez van de Valkenburgse politie bestrijdt dat. "We hebben na die voorvallen de catacomben telkens opgenomen in onze surveillance-route. Maar mensen hebben daar vaak te hoge verwachtingen van. Vernielingen worden nu eenmaal zelden gepleegd op het moment dat er een politiebusje langskomt. En we kunnen geen uren gaan posten.'
BRON : DE LIMBURGER, vrijdag, 16 februari 2001
door: Stefan Gilissen
Mijn pand blijft een eiland in Valkenburg. Zei Henk van Oosterhout, Amsterdammer en handelaar in plastic zakken, bijna drie jaar geleden over zijn woonhuis Villa Alpha. Het mergelstenen landhuis, een rijksmonument, staat inmiddels al ruim een half jaar te koop. De geschiedenis van villa Alpha in een notendop: van buitenhuis, via clubgebouw van de meisjebeweging tot galerie.
Makelaar T. Reintjes heeft al heel wat kandidaat-kopers voor Villa Alpha aan de lijn gehad. De belangstelling voor het kapitale pand is volgens de makelaar overweldigend, maar tot nu toe is er nog niemand geweest die een serieuze kooppoging heeft gedaan. De prijs, f. 1.8 miljoen gulden, is daar natuurlijk niet vreemd aan. Maar volgens Reintjes is ook de ligging van de villa niet echt bevorderlijk voor een snelle verkoop. Villa Alpha ligt aan de drukke Plenkertstraat die vooral in de vakantietijd wordt overspoeld door toeristen. En dus wacht de mergelstenen villa nog altijd op een nieuwe bewoner. Dat is niet de eerste keer sinds 1880, toen ze gebouwd werd.
Van alle bewoners was Armand Diepen de meest bekende, maar vooral ook de meest betekenisvolle in Valkenburg. In het gedeelte Valkenburg van de telefoongids komt de naam Diepen niet meer voor. Toch drukte deze Tilburgse familie als geen ander een stempel op het Geulstadje. Ze was verantwoordelijk voor de aanleg van het rotspark, de Katakomben, het Openluchttheater en huize Rozenheuvel. De ideeën daarvoor werden geboren in Villa Alpha, nadat Armand Diepen die in 1892 betrok.
De Tilburgse wolfabrikant kwam naar Valkenburg om te kuren. Hij leed onder een longaandoening die hem een jaar eerder dwong af te zien van een zetel in de Tweede Kamer. Als verblijf kocht hij Villa Alpha van een zekere Kreijen. Om zijn wandellust te bevredigen liet hij in de winter van 1892 het ontoegankelijke natuurgebied nabij de villa omvormen tot wandelpark. Ook in het Polferbos - dat Diepen een jaar later kocht - werden looppaden aangelegd. Het mocht de fabrikant niet baten; hij overleed in 1895. Omdat de villa in het bezit bleef van de familie toog weduwe Leonie Diepen-Bareel, samen met haar zonen Jan en Karel, naar het zuiden. Jan hoopte dat de Valkenburgse kuurbaden zijn gezondheid zouden bevorderen omdat hij net als zijn vader ziek was. Tot in de Tweede Wereldoorlog bleef het gebouw in bezit van de Tilburgers. Meta Diepen - een dochter van Leonie - erfde het pand en deed het cadeau aan de kerk, ten behoeve van de Katholieke Meisjes Jeugdbeweging. Ook mensen uit het verzet gebruikten Villa Alpha voor bijeenkomsten.
Nadat de kerk de onderhoudskosten van de villa niet meer kon betalen begon een zwarte periode. Via twee particulieren kwam het pand in handen van de gemeente Valkenburg aan de Geul. Omdat die verzuimde de villa te onderhouden verviel het eens zo statige woonhuis tot een ruïne. Uiteindelijk konden Donna en Jos Schreurs de totaal vervallen villa voor anderhalve ton kopen. Het echtpaar trachtte enige jaren het pand - dat door de aardbeving in 1992 behoorlijk werd beschadigd - op te knappen, maar verkocht het aan de Amsterdamse handelaar in plastic zakken Henk van Oosterhout.
Die besteedde naar eigen zeggen meer dan drie ton aan de restauratie van het pand en kreeg van de Valkenburgse werkgroep Niks aan de Hand de Alle Bonhöär-prijs. Dat is een blijk van waardering voor een ondernemer of bewoner die een pand in authentieke staat heeft hersteld. Ook als onderkomen voor de Amsterdammer, en diens Oekraïense vriendin Galina die in de villa een galerie met schilderkunst vestigde, was Alpha geen lang leven beschoren. Van Oosterhout raakte snel in conflict met de gemeente over het opzienbarende smeedijzeren Chinese hek dat hij voor zijn huis zette. De welstandscommissie keurde het hek af en Van Oosterhout dreigde het huis op te blazen als de gemeente het zou komen weghalen. Uiteindelijk besliste de gemeente dat het hek donkergroen moest worden geverfd en dat enkele versieringen aangepast behoorden te worden.
BRON : DE LIMBURGER 4-09-2001
EEN TOREN VOOR BEATRIX !
door: MICHIEL KOOLBERGEN
Dankzij een pas verschenen brievenboek is nu bekend dat koningin Emma in huiselijke kring Moempie heette en dat Juliana haar ouders Vek en Mek noemde. Onthullend! Mogen wij op onze beurt een duit in het zakje doen door op deze heuglijke dag een plan te onthullen voor een Nationaal Cadeau voor Trix? De Wilhelminatoren en Romeinsche katakomben (Plenkertstraat 55) te Valkenburg zijn evenals de Julianatoren te Apeldoorn geopend voor publiek; de auteur van dit artikel, verbonden aan de kunstredactie van deze krant, bereidt als kunsthistoricus een publikatie voor over de projecten die Jan Diepen en architect P. J. H. Cuypers in Valkenburg uitvoerden. {Noot; LW : Michiel Koolbergen overleed in 2002 en heeft bedoelde publicatie nooit voltooid, helaas!)
Over een paar jaar wordt koningin Beatrix (geboren 31-1-1938) zestig jaar en dit roept om een extravagant nationaal geschenk. Zij is immers - voorlopig - Neêrlands laatste regerend vorstin. De matriarchale lijn in het koningshuis (Emma-Wilhelmina-Juliana-Beatrix) zal bij de komende troonswisseling uitgekristalliseerd zijn. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat dit gegeven leidraad dient te zijn bij de keuze van het verjaardagsgeschenk. Sterker nog, nadere bezinning moet tot de conclusie leiden, dat er zich logischerwijze slechts één Nationaal Cadeau aandient.
Dit toekomstig Nationaal Cadeau voor koningin Beatrix heeft zijn wortels in het soms wonderlijke verleden. Hiervoor moeten we terug naar de periode vlak voor de eeuwwisseling. Plaats: Valkenburg in het Geuldal, een gehucht dat zich met de aanleg van het spoorlijntje Aken-Maastricht tot toeristenplaatsje ontwikkelde, omdat het in de heuvels rondom zo gezond en aangenaam vertoeven was. Een rijke maar wat ziekelijke textielbaas uit Tilburg, Armand Diepen geheten, kocht in 1891 in Valkenburg een riant onderkomen (Villa Alpha) en een flink stuk hooggelegen grond, waar hij op aanraden van de dokter in de frisse buitenlucht aan het houthakken sloeg. Hij schiep er het Rotspark, waar na de aanleg van elektrische verlichting steeds meer toeristen zo tegen de avond kwamen genieten van een goed glas bier en levende muziek. Dit particuliere Rotspark groeide aldus gezwind tot 'stadspark' uit. Armand Diepen zelf was slechts weinig tijd gegund om zich op zijn buitenverblijf te verpozen, hij stierf vier jaar na de aankoop ervan, nog geen 49 jaar oud, al het houthakken ten spijt. Zijn oudste zoon Jan nam zijn zaken over.
Van hem huurde de Valkenburgse Vereniging Het Geuldal, Nederlands oudste VVV, in 1898 een lapje grond boven het Rotspark. Op deze plek deed zij een dertig meter hoge houten uitzichttoren verrijzen, voor zover bekend de eerste in Nederland. De naam van deze toren was dan ook simpelweg: de Uitzichttoren. De toerist had volgens een oud gidsje van Valkenburg zo de mogelijkheid 'om daar het heerlijke landschap in een reusachtig groote schilderij op te nemen in zijn ziel en van dien aanblik een heuglijke herinnering mede te nemen naar huis'. Zo leek alles er pais en vree, daar in het land van Valkenburg.
Maar Vereniging Het Geuldal kreeg alras een geduchte concurrent in een clubje notabelen dat onder de naam Falcobergia het plaatsje Valkenburg de status van Kur-oord trachtte aan te meten. Er gebeurde het onvermijdelijke: beide verenigingen gunden elkaar het licht in de ogen niet. Vereniging Het Geuldal exploiteert een uitzichttoren? Dan wij ook! En dus liet Vereniging Falcobergia in 1906 op de Heunsberg tegenover het Rotspark een even hoge uitzichttoren plaatsen. Het baas-boven-baas-principe werd daarbij echter geenszins veronachtzaamd: de toren werd niet uit hout maar uit steen opgetrokken en kreeg bovendien de koninklijke naam Wilhelminatoren. De bouw van deze toren, naar een ontwerp van architect Alphons Prevoo, duurde zes maanden. Het bouwmateriaal, mergelblokken uit de groeve van het nabijgelegen Sibbe, werd op karren naar de bouwplaats vervoerd. Daar zaagden de arbeiders het materiaal in kleinere blokken, om die vervolgens torenhoog op te metselen.
Het kersverse bestaan van de stenen Wilhelminatoren, luxueus voorzien van café-restaurant met terras, werd min of meer de nekslag voor de houten Uitzichttoren op het Rotspark. Het bezoekersaantal van ruim tienduizend per jaar kelderde zienderogen. In 1910 kwam langzaam maar zeker de sloop van de toren in het verschiet, omdat de exploitatie voor Vereniging Het Geuldal nauwelijks nog winst opleverde.
Het dreigende verdwijnen van de houten uitzichttoren kwam de katholiek en hobby-archeoloog Jan Diepen slecht uit. Op zijn landgoed was hij immers bezig met de ondergrondse aanleg van een replica van de belangrijkste gedeeltes van de catacomben te Rome, de begraafplaatsen van de eerste christenen aldaar. Voor de uitvoering van dit stichtelijke project had hij de bevriende, katholieke bouwmeester P. J. H. Cuypers in de arm genomen, bekend van Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam. Deze was ook verantwoordelijk voor het ontwerp van een restaurant, dat in 1910 op het Rotspark verrees (en dat enige jaren geleden door onwetenden gesloopt werd). Dat de toeristenstroom zich geheel en al naar de aantrekkelijke Wilhelminatoren op de Heunsberg zou verleggen, ten nadele van het Rotspark met nieuw restaurant en in aanbouw zijnde catacomben, moest voorkomen worden door tenminste een toren op het Rotspark te handhaven.
Maar zoals gezegd, de dagen van de houten uitzichttoren waren geteld. Het laatste bericht over het bestaan van deze toren treffen we aan in verband met een bezoek van prins Hendrik aan de bijna voltooide Valkenburgse catacomben in 1910. Op 13 augustus van dat jaar schreef de toenmalige commissaris der koningin in Limburg, Ruys de Beerenbrouck (vader van de latere premier), vanuit Maastricht een nog niet eerder gepubliceerde brief aan Jan Diepen:
WelEdelgeboren heer,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins der Nederlanden heeft Hoogstdeszelfs goedkeuring gehecht aan mijn voorstel om aanstaanden dinsdag 16 dezer, in den namiddag den Romeinsche katakomben te Valkenburg te komen bezichtigen.
Daartoe zal Z.K. Hoogheid vergezeld door Hoogstdeszelfs adjudant Jhr. van Suchtelen van de Haere en door mij, dinsdag des namiddags tusschen 4.20 en half vijf uren per auto aan den uitzichttoren boven het Rotspark aankomen. (Verleden woensdag maakte ik tot daar een proefrit).
Van daar zoude Z.K. Hoogheid dan onder uw geleide rechtstreeks naar de katakomben kunnen gaan en na derzelver bezichtiging in de zich in de nabijheid bevindenden zaal op het terras een kop thee of enige andere verversching kunnen gebruiken zooals wij dat onlangs bespraken: thee dient in ieder geval gereed te staan. Vervolgens dalen wij door het Stadspark naar beneden, waar aan den ingang van hetzelven mijn auto gereed staat om naar Maastricht terug te rijden, hetgeen uiterlijk te 5.25 moet plaats hebben. Voor het geheel bezoek te beginnen aan den uitzichttoren en te eindigen bij het oogenblik van vertrek is derhalve een uur beschikbaar, voor het bezoek der katakomben zelver dus een half uur.
Wilt deze mededeling strikt geheim houden, ten einde toeloop van nieuwsgierigen te voorkomen. Dr. Cuypers zou door u kunnen worden gewaarschuwd, eveneens onder verplichting zijnerzijds van geheimhouding.
Mocht het wenschelijk voorkomen mij nog voor de dinsdag aanstaande te nemen maatregelen te komen spreken, dan kan ik u daartoe ontvangen hetzij overmorgen maandag in den voormiddag tusschen 10 en 12 uren hetzij aanstaanden dinsdag des morgens tusschen 9 en 10 uren.
Het was toen niet anders dan vandaag de dag: koninklijke bezoekjes werden in het geheim tot in de perfectie geregeld.
Besprak Jan Diepen samen met prins Hendrik tijdens diens bezoek aan de Valkenburgse catacomben de kwestie van de houten uitzichttoren en de stenen toren 'aan de overkant' die naar zijn echtgenote vernoemd was? Deed prins Hendrik in een joviale bui Jan Diepen soms wat tips aan de hand? In ieder geval werd de houten uitzichttoren een à twee maanden na het bezoek van prins Hendrik gesloopt en besloot Jan Diepen dat er een nieuwe toren op het Rotspark zou verrijzen. En het was natuurlijk zaak om de Wilhelminatoren te overtreffen; opnieuw trad het baas-boven-baas-principe in werking. Even werd nog met de voor die tijd tamelijk revolutionaire gedachte gespeeld om een ijzeren toren met lift te bouwen, waarmee Valkenburg zowaar het Nederlandse Parijs geworden zou zijn.
Maar uiteindelijk kozen 'archeoloog' Jan Diepen en architect Cuypers voor de bouw van een replica van de Dillenburger toren. Want: was Willem van Oranje niet geboren op Dillenburg, het stamslot van het Nederlandse koningshuis? Vereniging Falcobergia zou het nakijken hebben met haar Wilhelminatoren! Cuypers maakte ontwerptekeningen voor de nieuwe toren van steen, die een dubbele trap zou krijgen voor gescheiden op- en afgaan. Maar met een kostensom van tienduizend gulden, een vorstelijk bedrag voor die tijd, bleek het plan uiteindelijk te duur om daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. Geen Dillenburger toren in Nederland dus, de ontwerptekeningen van Cuypers moeten nog ergens in een archief of op een particuliere zolder een sluimerend bestaan leiden. Er wordt naar gezocht.
Een tweede koninklijke toren kwam er wel degelijk in Nederland, maar op een geheel andere plaats. Na Valkenburg ontwikkelde zich ook de Veluwe snel tot toeristencentrum. En voorbeeld doet volgen. In 1910 zette cafébaas G. Middelink bij Apeldoorn (bekend van paleis Het Loo) enige bouwvakkers aan het werk, die uit witte kalkzandsteen een 24 meter hoge toren optrokken. Deze uitzichttoren, naar een ontwerp van architect Andr. van Driesum, vernoemde hij naar prinses Juliana, die toen één jaar oud was. Net als de 'moedertoren' in Valkenburg, de Wilhelminatoren, had de Prinses Julianatoren een café-restaurant.
Beide torens, de Wilhelminatoren te Valkenburg en de Julianatoren te Apeldoorn, hebben maar liefst twee wereldoorlogen doorstaan. Dat mag een klein wonder heten, vooral wat de Wilhelminatoren betreft. Natuurlijk, de Eerste Wereldoorlog leverde vanwege Nederlands neutraliteit geen gevaar op, maar voor wie in die tijd de Wilhelminatoren beklom, kwam de oorlog toch akelig dichtbij. Een oud ANWB-gidsje meldt: "In het begin van den grooten oorlog konden van hier de gevechten in België, dicht bij onze grenzen, worden gevolgd en waren de branden in de Belgische dorpen duidelijk waar te nemen."
Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in de mobilisatietijd, nam een afdeling van de luchtwachtdienst haar intrek in de Wilhelminatoren. Deze bestond uit dienstplichtige Valkenburgers die vijandige vliegtuigen moesten signaleren en volgens overlevering er niet voor terugdeinsden zichzelf 'het roemruchte bloedbataljon' te noemen. Bij de bevrijding werd in en rond Valkenburg zwaar gevochten en ook het hoge gebouw liep flinke schade op. Maar toch, de Wilhelminatoren hield stand, gelijk de koningin in Engeland.
De Duitsers hadden overigens met de bezetting van Nederland niet alleen de leden van het koninklijk huis lijfelijk verdreven, er werd ook alles aan gedaan om de herinnering aan hen weg te poetsen. Getuige de volgende, in 1953 gepubliceerde anekdote over de Wilhelminatoren: "Toen de toren werd ingewijd kreeg de schilder A. den Hartogh opdracht om op een der wanden in het café een drie en een halve meter hoog portret van de toenmalige Koningin Wilhelmina te schilderen. Gedurende de laatste oorlog hing er op bevel van de bezettende macht een gordijn voor deze wandschildering. Bezoekers (de toren was normaal geopend en niet voor militaire doeleinden bestemd) vroegen wat er achter dat gordijn hing. Nauwelijks had men in de gaten wie daar verstopt was of het Wilhelmus klonk uit volle borst. Toevallig zaten enkele Duitse militairen op het terras hun biertje te drinken. Bij de eerste strofen van het volkslied stoven zij naar binnen en in opgewonden bewoordingen werd bevolen, dat binnen 24 uur het portret verwijderd moest zijn. De directeur, de heer B. W. H. Schetters, wist er wel raad op. Een behanger toog aan het werk, spijkerde latten, spande jute en weg was de schilderij."
Na de oorlog kwam de koningin weer tevoorschijn (zowel letterlijk als figuurlijk) en het portret is nog steeds te zien in de toren te Valkenburg. En ook de toren bij Apeldoorn ontkwam niet aan de censuur van de Duitsers: tijdens de bezetting mocht de Julianatoren slechts Juliatoren heten; een kwestie van twee letters wegmoffelen. (bij de Wilhelminatoren speelde zoiets niet, reeds bij aanvang van de oorlog stond de naam niet meer op het gebouw.)
Dit alles overziende zal de lezer aan één conclusie niet kunnen ontsnappen: Nederland is niet af zonder Beatrix-toren. Wij spreken hier op zijn zachtst gezegd van een perfect Nationaal Cadeau, een geschenk van hopelijk duurzame allure, dat bij Beatrix' zestigste verjaardag in 1998 klaar dient te staan. Resten natuurlijk nog een paar vragen. Moet er ook nog een naar koningin Emma vernoemde toren gebouwd worden? Neen, naar haar is ooit een mijn vernoemd (bij Heerlen), en da's mooi genoeg geweest; weliswaar was zij een geliefd koningin, maar zij is nooit regerend vorstin geweest, zoals Wilhelmina en Juliana; zij nam 'slechts' als regentes het koningschap voor haar minderjarige dochter waar.
En waar moet dan de Beatrix-toren verrijzen? Deze vraag laat zich eenvoudigweg beantwoorden aan de hand van een eerlijke, de meest voor de hand liggende meetkundige formule. Elke afstand tussen Wilhelmina-, Juliana- en Beatrix-toren dient gelijk te zijn, zodat de drie torens op de hoeken van een denkbeeldige gelijkzijdige driehoek liggen, die overigens symbolisch de drieëenheid grootmoeder-moeder-dochter weergeeft; men neme de kaart van Nederland en een simpele passer, men zette de afstand Valkenburg-Apeldoorn in cirkelbeweging vanuit zowel Valkenburg als Apeldoorn uit, en ziedaar: op het kruispunt van beide cirkellijnen ligt precies de plaats waar de Beatrix-toren zich thuis mag voelen. En wie o wie blijken dan de gelukkigen te zijn? Inwoners en notabelen van het Zeeuwse Tholen! Uw prachtige eiland is uitverkoren om een koninklijk baken te ontvangen. De Beatrix-toren is u op geheel onpartijdige wijze toegewezen en komt met uw welnemen vlakbij Stavenisse te staan. Richt extra Oranje-comités op, start landelijke acties ten behoeve van de financiering van hét Nationaal Cadeau! Schrijft onder architecten een prijsvraag uit voor het beste ontwerp voor de bouw van de Beatrix-toren! Er kan wellicht een museum in ondergebracht worden, want Middelburg heeft verzaakt en koningin Beatrix staat bekend om haar kunstlievendheid! Van verre zullen ook de bezoekers komen om van het zeepanorama te genieten, en uw middenstand vaart er wel bij! Koningin Beatrix is ongetwijfeld bereid haar toren persoonlijk te komen openen, gelijk haar grootmoeder dat volgens overlevering deed bij háár toren in het land van Valkenburg, waar zij naar zeggen als jong meisje dikwijls placht te vertoeven om er te schilderen. Talmt niet, Tholenaren, u heeft slechts een paar jaar de tijd!
BRON : TROUW 29-04-1995
Een bijzonder stiefkind van de onderwereld
HARO HIELKEMA en HANS MARIJNISSEN
Trouw gaat deze zomer ondergronds en beschrijft een aantal locaties in 'De Kelder van Nederland'. Vandaag aflevering 16.
Prinsen, kardinalen, politici, wetenschappers en gewone stervelingen - met duizenden verdrongen ze zich vanaf de opening in 1910 voor de ingang van de Valkenburgse Katakomben. Ze daalden af in het dodenrijk van de eerste christengemeente in Rome, dat zo zorgvuldig in de mergelgroeven van Zuid-Limburg was nagebootst. Het was een attractie van wereldformaat, precies zoals de bedenker en financier Jan Diepen het voor ogen had gehad.
Nu zijn de Katakomben een beetje het stiefkind in de onderwereld van Valkenburg geworden. Elders staan dikke rijen toeristen voor een 'grot', hier is het betrekkelijk rustig. De entree ligt ook wat van het bruisende pretcentrum vandaan, in de doodlopende Plenkertstraat, maar dat is niet de enige verklaring. De Katakomben hebben te lijden van de moderne tijd: van de ontkerkelijking en het groeiend toerisme.
Geloven is er tegenwoordig niet meer zo bij, zeker als het om heiligen en martelaren gaat. Pastoors krijgen geen parochies meer naar Zuid-Limburg voor een afdaling in de gangen, waar de grafkamers en grafkapellen uit de ondergrond van Rome zijn gekopieerd. En ook voor het katholieke onderwijs is een schoolreisje naar deze mystieke wereld geen opgelegd pandoer meer. Bovendien is reizen nu geen privilege voor de welgestelden, zoals in 1910: als de massa de Romeinse catacomben wil zien, gaat ze eerder naar de echte in Italië dan naar een replica in eigen land.
Toch is een bezoek aan Jan Diepens levenswerk een bijzondere gewaarwording. De zoon van een rijke Tilburgse textielfabrikant was nog nooit in Rome geweest, toen hij van een neef (die bisschop was) een albumpje kreeg met afbeeldingen van het honderden kilometers lange gangenstelsel, waar sinds het begin van onze jaartelling duizenden grafnissen zijn gemaakt.
Hij raakte verrukt van het idee om dat onderaardse Rome na te maken. En dan niet zo verspreid zoals rondom de Italiaanse hoodstad, maar bij elkaar - in de mergelgroeve onder het Rotspark in Valkenburg, het buiten van de familie Diepen. Hij stuurde in 1909 een pater naar Rome, om de catacomben te verkennen en reisde er zelf achteraan. Hij inviteerde experts voor een kopieuze maaltijd en kreeg hun steun voor zijn initiatief. Ook de paus (Pius X) gaf hem de zegen mee.
In Nederland vormde Diepen een commissie van archeologische adviseurs onder leiding van dr. P. J. H. Cuypers, bouwmeester van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Een Valkenburgse aannemer ging met de duimstok naar Rome, een plaatselijke schilder mocht mee om de kleurstelling op te nemen en Diepen correspondeerde zelf met de grootste catacomben-kenners. Er werd in ijltempo gewerkt. In 1910 ging het eerste deel al voor het publiek open: de catacombe van Callistus (de grootste van Rome), met onder meer de grafkapel van de pausen en de crypte van de heilige Caecilia. In 1913 was het werk voltooid.
Opzet van de makers was de Romeinse catacomben zoals ze op dat moment waren te imiteren, niet in hun oorspronkelijke situatie. De dodenstad was in de loop der eeuwen zo aangetast, dat reconstructie niet haalbaar was. De eerste gebruikers van de graven haden al veel last van vernielingen, in de achtste eeuw waren de Longobarden een nog veel grotere plaag. Uiteindelijk zijn de stoffelijke resten uit de dichtgemetselde nissen gehaald en binnen de stadsmuren in basilieken herbegraven. De catacomben werden gesloten en raakten in de vergetelheid, totdat ze in 1578 werden herontdekt.
Met de kleur had de commissie-Cuypers meer moeite: in Rome is de ondergrond de rood-bruine tufsteen, in Zuid-Limburg gele mergel. Er zijn proeven gedaan om de muren in Valkenburg met fakkels te beroeten, maar dat idee is snel opgegeven. Uiteindelijk zijn de gangen gelaten zoals ze waren en kregen de kapellen, fresco's en opschriften de kleuren van Rome.
De reacties waren vol lof. De Duitse expert Wilpert, die het plan eerst maar wat 'Spielerei' had gevonden, sprak nu over een "grootse prestatie". Volgens de beroemde professor Marucchi waren de catacomben net zo getrouw als in zijn eigen land. En de Commissie voor Christelijke Archeologie in Rome liet weten, dat ze het werk in Valkenburg "als het hare" beschouwde.
Bert Heggen beheert de Katakomben nu namens een stichting, waarin volgens gebruik de gouverneur en de bisschop zitting hebben. Elk jaar gaat hij een maand naar Rome voor studie, regelmatig krijgt hij tegenbezoek. "Wij kunnen hier delen van de catacomben laten zien, die in Rome zelf inmiddels verloren zijn gegaan. In dat opzicht is Valkenburg wetenschappelijk van belang."
BRON : TROUW 22-08-1996
De Katakomben Rome Valkenburg : gedenkschrift / samengest. door de Archeologische Commissie van Advies der Katakomben-Stichting ; [onder voorzitterschap van P.J.H. Cuypers]/ Amsterdam : 1916
De Valkenburgse katakomben / vermoedelijke auteur : P. van den Baer / Maastricht: 1975
De collectie C. M. Kaufmann van de Katakomben-Stichting Valkenburg : overzicht en beschrijving, geschiedenis, "Pelgrimskitsch" / P.G.J. Post / Valkenburg : 1988 [Reeks: Studiën uitgegeven door de Katakomben-Stichting Valkenburg ; dl. 1, niet verder voortgezet}
De Romeinsche katakomben te Valkenburg : een nieuw monument van christelijke oudheid / [Karel Diepen] / Valkenburg : 1922 [Vrij bew. naar: Die römischen Katakomben in Valkenburg / L. Koch, en Gids der Romeinsche katakomben te Valkenburg / L. Hagen]
De Romeinse katakomben te Valkenburg : een nieuw monument van Christelijke oudheid / Karel Diepen]/ Valkenburg : 3de dr., 1949 [1e en 2e dr. o.d.t.: De Romeinsche katakomben te Valkenburg]
Gids der Romeinsche katakomben te Valkenburg / L. Hagen C.s.s.R / Roermond, ca. 1910
De Valkenburgsche katakomben : de gidsenverklaring / Karel Diepen / s.l., s.n. [Oorspr. dr.: ca. 1930]
Die römischen Katakomben in Valkenburg : ein neues Denkmal christlicher Altertümer / L. Koch / Aken : ca. 1915
Reiner Sörries, Ulrike Lange, Josef Wilpert und die Katakomben von Valkenburg In : Antike Welt : Zeitschrift für Archäologie und Urgeschichte, Vol. 24 (Issue 3), 1993, pp. 235-243
Katakomben in Valkenburg : religieus landschap tussen folly en museum / Paul Post in: Ontgonnen verleden : opstellen over de geschiedenis van oostelijk Zuid-Limburg aangeboden aan Louis Augustus bij gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag / [red. J.P.L.G. Offermans ... et al.] / Maastricht 1996, pp. 417-442
De katakomben van Valkenburg / Joep Didden in: S.O.K.-mededelingen 26 (1996)
Romeinse Katakomben Valkenburg: Officiele pagina van de Katakomben te Valkenburg
De Limburgse Mergelgroeven-Page: informatie over de "grotten"
Katakomben te Rome: Veelzijdige informatie over de katakomben van San Callisto
Katakomben te Rome: Duitstalige informatie over de katakomben en het vroege christendom in Rome
Homepage Modelsteenkolenmijn: Modelsteenkolenmijn Valkenburg
Souterrains Homepage : Homepage over allerlei "ondergrondse" zaken
Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven : Homepage over onderzoek naar onderaardse kalksteengroeven in de beide Limburgen
International Catacomb Society : Homepage van deze in Boston zetelende internationale organisatie, die zich bezig houdt met het steunen van het behoud van zowel de christelijke als de joodse katakomben in Rome en daarbuiten.
Catacombe di Priscilla : Homepage van de katakomben van Priscilla, gelegen aan de Via Salaria te Rome
Catacombe di Domitilla :
Homepage van de katakomben van Domitilla
Pauselijk Instituut voor Christelijke Archeologie : Deze kerkelijke instelling houdt zich bezig met het archeologisch onderzoek in de katakomben.