De primaire taak van Dutchbatt was het bezetten, bewaken en beveiligen van het toegewezen bataljonsvak. Dit moest worden bereikt door -vooral met observatieposten, roadblocks en patrouilles- infiltraties in de Unifil-zone te voorkomen van met name de Israel Defence Forces (IDF), majoor Haddads De Facto Forces (DFF) en de PLO.
Alle hulpmiddelen die het bataljon bezat, werden daarbij ingezet: lichtmunitie voor de 120 mm mortieren, schaarkijkers, gevechtsveldbewakingsradar, zoeklichten en helderheidversterkers. Nadat de zware mortieren in 1983 waren teruggetrokken, kreeg de eenheid de beschikking over lichtmunitie voor de terugstootloze vuurmond Carl Gustav M-2.
In het kader van de bewakingstaak probeerde Dutchbatt mogelijke infiltratieroutes, zoals de noord-zuid lopende Wadi an Nafkhah, af te sluiten. Het bemannen van enkele bovenposten in het gebied van majoor Haddad moest vooral de DFF afschrikken. Daarnaast onderhield Dutchbatt zo intensief mogelijke contacten met alle betrokken partijen en de lokale bevolking.
Unifil beschikte niet over een organieke reserve, wel over ad hoc samengestelde Force Main Reserves (FMR). Als mobiele en gepantserde eenheid leverde Dutchbatt steeds een belangrijke bijdrage aan de FMR. Deze bijdrage bestond uit een commandogroep en -indien nodig- twee pantserinfanteriepelotons. Met zijn zware wapens kon Dutchbatt op aanvraag snel vuursteun geven wanneer zich bij de andere Unifil-bataljons incidenten voordeden. Vanaf februari 1980 leverde Dutchbatt overigens ook nog bij toerbeurt een wachtdetachement van een pelotonsgrootte voor de tussenstop van eventuele konvooien en inviduele transporten via de kustweg richting Beirut in de oude kazerne in Tyrus (Enclave in PLO gebied).