De luipaardgekko
   
 
De luipaardgekko
 
 
 
 Home
 Inleiding
 De luipaardgekko
 De verzorging
 Het terrarium
 De kweek
 Mijn favoriete links

Algemene informatie



De Luipaardgekko (pantergekko)
Latijnse naam: Eublepharis Macularius
Grootte: 20-25 cm
Verspreidingsgebied: Iran, Afghanistan, Pakistan en India.
Meestal gevonden in halfdroge gebieden (geen woestijnen).

De luipaardgekko heeft, in tegenstelling tot de meeste gekko's, geen hechtlamellen maar alleen maar tenen. De gekko kan dus niet tegen verticaal glas opklimmen maar kan wel goed op rotsen klimmen. De luipaardgekko heeft wel oogleden en likt dus niet, zoals de meeste gekko's, zijn ogen schoon maar knippert gewoon. Toch zie ik het mijn gekko's heel af en toe wel eens doen,
maar dit komt amper voor (meestal na het voeren, als ze hun bek schoonlikken).
 


Uiterlijk



De luipaardgekko vind ik persoonlijk een zeer spectaculair getekende gekko. De basiskleur is meestal geel tot geelbruin, dwars over het lichaam bevinden zich vaag bruine tot paarsbruine banden, verder is de gekko bedekt met zwarte stippen. Over het gehele lichaam bevinden zich een soort wratjes, de huid voelt fluweelachtig aan en is teer. Pas geboren gekko’s missen de wratjes, die binnen een paar weken uitgroeien. Ook hebben de jonge gekko’s geen zwarte stippen op hun lijf, maar bij jonge gekko’s zijn de dwarsbanden volledig aanwezig. De staart van de luipaardgekko moet mooi vol zijn, de gekko’s gebruiken hun staart als opslagplaats voor magere periodes, een luipaardgekko met een dunne spitse staart krijgt onvoldoende te eten en mag ook niet in winterrust. De staart van de luipaardgekko lijkt gesegmenteerd, net als bij een harnas lijken de segmenten elkaar te overlappen. De staart voelt als een winegum-snoepje aan (als je er VOORZICHTIG in knijpt).


Een gezonde luipaardgekko heeft een volle staart.
 


Gedrag
 


Iedereen is wel eens moe.

Luipaardgekko’s zijn heel sociale dieren zolang er maar één mannetje per terrarium word gehouden, mannetjes zijn onderling zeer agressief en zullen elkaar net zolang bevechten tot er één sterft of er zich één terugtrekt, in het terrarium kan een dier zich niet terugtrekken door de beperkte ruimte en dus blijven de gevechten doorgaan waardoor de dieren verzwakken. Ik houd een groepje van 3 vrouwtjes met één mannetje en ik heb nog nooit gevechten gezien, er word op z’n hoogst eens een keer naar een teen gehapt tijdens het voeren.
Als een gekko zich bedreigt voelt steekt hij z’n staart in de lucht en gaat er met hele sierlijke bogen mee zwaaien, ik denk dat hij op deze manier groter wil lijken ofzo. Als een luipaardgekko op een prooi afsluipt let hij niet meer op zijn omgeving en is dus kwetsbaarder voor roofdieren, om te voorkomen dat hij word opgegeten door een vogel o.i.d. gaat hij met zijn staart trillen, dit gaat steeds heftiger naarmate de gekko zijn prooi nadert. Mocht de vogel de gekko zien, dan zal hij hoogst-waarschijnlijk de staart pakken omdat die zo beweegt. Op dat moment stoot de gekko zijn staart af en blijft de staart heftig kronkelend achter om de vogel af te leiden, waardoor de gekko kan vluchten. Het afstoten van de staart heet autotomie en is een zelfverdedigingsmethode de veel gekko’s hebben. Als de staart afbreekt trekken spieren in de staartbasis samen om de bloedvaten af te knellen, waardoor de gekko niet doodbloed. Een afgebroken staart groeit binnen een paar maanden weer aan en is in het begin afwijkend van vorm en lelijk, een nieuwe staart word nooit zo mooi als een originele. Luipaardgekko’s houden een winterrust, niet te verwarren met winterslaap waarbij de stofwisseling helemaal stilgelegd word. Tijdens de winterrust die zo’n 8 weken duurt moet de temperatuur zo tussen de 15 en 20 graden liggen, zeker niet onder de 10 graden. Een paar weken voor de winterrust bouw je het voeren en verlichtingsduur af, twee weken voor de winterrust stop je met voeren zodat de darmen zich kunnen legen (om rotting in de darmen te voorkomen). Na twee weken gaat de verlichting helemaal uit en worden de dieren niet gevoerd, stoor de dieren niet maar zorg dat er altijd vers water aanwezig is. Na zo’n 8 weken voer je de omgekeerde procedure uit. Je kan zelf een beetje bepalen wanneer je de winterrust houd, rond januari zo’n beetje. Zorg er wel voor dat de winterrust elk jaar in dezelfde periode is. Als gekko’s regelmatig uit de hand gevoerd worden en tijdens het voeren (uit de hand) af en toe eens aangeraakt worden kunnen ze heel tam worden. Bouw dit voorzichtig op en verwacht niet dat jonge gekko’s na 2 weken op je schouder kunnen zitten. Of een luipaardgekko tam word verschilt per dier, mijn gekko Laisy is zo tam dat ze op mijn schouder kan zitten, terwijl Beanne doodsbenauwd is voor mijn hand, deze angst verdwijnt echter zodra er gevoerd word (uit de hand), want dan is Beanne de eerste die het voer uit mijn handen wegkaapt.
 


Hanteren
 

Ga altijd voorzichtig met je gekko om omdat zijn huid teer is en zijn staart vrij makkelik los kan laten, pak hem ook nooit bij zijn staart op. Als een gekko tam gemaakt is, is oppakken vaak geen probleem meer, schuif je hand onder het dier en til het voorzichtig op. Een schuwer dier is lastiger op te pakken, zeker als er veel schuilplaatsen in het terrarium aanwezig zijn. Probeer beide handen om de gekko te vouwen zonder druk op het dier uit te oefenen, hierdoor raakt het alleen maar meer in paniek. Zorg dat het dier zich een beetje kan bewegen in de holte van beide handen, til het dier dan voorzichtig op. Til een luipaardgekko nooit op voordat je zeker weet dat je hem goed vast hebt. Luipaardgekko’s zijn grondbewoners en zijn er niet op gebouwd om een keer te vallen zoals boomgekko’s. Laat een luipaardgekko nooit zonder toezicht rondlopen, liefst helemaal niet, en kijk uit met andere huisdieren. Laat kleine kinderen nooit alleen achter met een luipaardgekko.


Pas op met andere huisdieren! Onze poes Lapje dood muizen aan de lopende band en zou maar wat graag de gekko's te grazen nemen.