Voor de blanken kwamen (vervolg)
Voor de blanken kwamen (vervolg)

 Home 
 Inleiding 
 Voor de blanken kwamen 
 Voor de blanken kwamen (vervolg) 
 Hoe verliep het verder? 
 Hoe verliep het verder?(vervolg) 
 Het beeld van de indianen 
 Conclusie 
 Gastenboek 

Geloofsvormen:

De indianen geloofden in bovennatuurlijke wezens. Volgens de indianen was de wereld bevolkt met wezens die alleen zij konden zien of ervaren. De indianen geloofden dat de wereld van de geesten de wereld van de natuur met elkaar verbonden was op aarde. Alles wat zij deden en meemaakten in hun leven werd bestuurd door belangrijke en minder belangrijke goden en geesten. Wanneer de indianen persoonlijke macht wilden van de geesten, gingen ze op zoektocht naar visioenen. De jonge mannen gingen alleen op pad, ze vastten en deden zichzelf soms opzettelijk pijn en ze hielden zich dan wakker tot ze visioenen zagen. Als ze een visioen hadden gehad, dan hadden ze de sleutel tot de hulp van de geesten voor de rest van hun leven. Het bovennatuurlijke had een enorme kracht, deze kracht werd door de Sioux indianen ‘Wakan’ genoemd. Alle Wakan machten bij elkaar werd ‘Wakan Tanka’ genoemd. Een indiaan kon Wakan krijgen door één te worden met de natuur. Dit gebeurde met rituelen, ceremoniën en dromen. Enkele voorbeelden van ceremoniën zijn: de zonnedans, de zuiveringsceremonie, genezingsceremonies en ceremonies om de natuurlijke cyclus in stand te houden. Bij de meest vroege beschavingen was de belangrijkste ceremonie de initiatieceremonie. Bij deze ceremonie werd de overgang van het kind zijn naar volwassen worden gevierd. Ook de zonnedans was een erg belangrijke ceremonie voor de indianen. De ceremonie duurde soms enkele dagen en nachten. Men hoopte dat de Grote Geest de hele stam in de toekomst lijden zou besparen. De indianen bouwden een heilig Zonnedanshuis, waar een heilige populier met een gevorkt boveneind het middelpunt was van de ceremonie. De indianen maakten aan de vork van de populier allerlei speciale voorwerpen vast. De voorwerpen waren gemaakt van ongelooide huid en werden ‘effigies’ genoemd. De ceremonie was afgelopen wanneer de dansers pijlen op de effigies afschoten. Tijdens de Zonnedans beschilderden de indianen een bizonschedel en deze versierden ze met gras en salie. De versierde schedel was dan een symbolisch offer aan de bizons om hem een goed grazen toe te wensen.

xml:namespace prefix = o />

xml:namespace prefix = o />

Eenheid was het belangrijkste in de indiaanse religie. Het symbool daarvoor was een cirkel. Alle belangrijke dingen werden in een cirkel afgebeeld. De levensloop was volgens de indianen ook een cirkel.

Mensen die er aanleg voor hadden konden sjamaan worden. Sjamanen gebruikten rituelen om invloed uit te oefenen op sommige gebeurtenissen, zoals regen, oorlog, leven of dood. Sjamanen hadden veel aanzien in de stam. Omdat ze vaak ook zieken genazen werden ze ook wel medicijnmannen genoemd. Sjamanen hadden vaak een medicijntas, hierin bewaarden ze de kruiden tegen verschillende ziekten. De kruiden werden met een tinnen rasp fijngemaakt, en moest dan in heet water trekken waardoor een genezende thee ontstond. Sjamanen gebruikten opvallende ceremonies om de geest van een patiënt te helpen bij het afwijzen van een ziekte. De sjamaan kleedde zich hiervoor vaak in een mantel van berenhuid. De kop werd gebruikt als masker. Op deze wijze gekleed danste de sjamaan rond de patiënt.

De indianen kenden ook drugs. De drugs werden door de sjamanen gebruikt. Ze gebruikten de wortel van een stinkende moerasplant voor astma en duizendblad voor kleinere verwondingen.

Indianen geloofden dat wolven via dromen de patronen doorgaven die op de tipi’s moetsen komen te staan. Wat bij ons de melkweg heet, heette bij hun het wolvenspoor.

De indianen accepteerden de dood met weinig drukte en aanvaardden het zoals het kwam. Wanneer de dood naderde zongen de indianen hun persoonlijke dodenzang. De doden werden meestal gecremeerd of begraven in ondiepe graven. Als indianen begraven werden zouden zij zich uiteindelijk weer mengen met de aarde. De indianen geloofden in een gelukkig leven na de dood.

 

De Heilige Pijp:

Bij elke ceremonie werd de heilige pijp gerookt. De pijp werd gerookt om een overeenkomst te bezegelen of om vriendschap te sluiten. De indianen rookten een mengsel van tabak en zoetgeurende kruiden.

Over de heilige pijp van de Sioux indianen wordt de mythe verteld dat deze gebracht werd door White Buffalo Woman. Dit was een soort geest die, nadat de indianen enkele dagen geen voedsel hadden kunnen vinden, een geschenk kwam brengen van het bizonvolk. Het geschenk bestond uit een pijp, de bizon kalf pijp en een rode ronde steen met daarop 7 cirkels die de 7 heilige ceremoniën symboliseerden waarbij de pijp gebruikt moest worden.

De steel van de pijp symboliseerde de botten en de ruggengraat van de mens. De kop van de pijp staat voor het bloed en het vlees. De pijp symboliseerde dus de mens, maar omdat de mens volgens de indianen een weerspiegeling vormt van het universum, symboliseerde de pijp ook het universum.

Het ritueel van de pijp bestaat uit 3 fasen:

1)     Zuivering: de pijp werd in de rook van een heilig kruis gehouden.

2)     Expansie: de pijp werd gevuld en vervolgens met de kop naar de 4 windstreken en naar boven en beneden gericht.

3)     Identiteit: dit werd ook wel ‘de opoffering van het universum in het vuur’ genoemd. De pijp werd aangestoken en opgerookt. De rook bracht de gebeden naar Wakan Tanka.

 

 

De natuur:

Een van de karakteristieke kenmerken van het indiaanse geloof is de heiligheid van de natuur. Alle natuurlijke levensvormen hadden volgens de indianen een ziel en moesten vereerd worden. De indianen spraken bijvoorbeeld niet over bizons of wolven, maar over het bizonvolk en het wolvenvolk. Ze zagen alle levende wezens als verwanten.

De indianen hadden eerbied voor de natuur. Wanneer de indianen iets van de natuur namen, gaven ze altijd iets terug. De indianen jaagden en met zorg. Ze hadden een speciale band met de natuur. De indianen begrepen hoe belangrijk het was om de balans van de natuur niet te verstoren.

 




Dit is een Indian Dog.
Grappig! Naam: Sioux

Getallen:

Het getal 4 was erg belangrijk voor de indiaanse religie. Er zijn namelijk:

  • 4 windstreken
  • 4 seizoenen
  • 4 elementen (aarde, water, vuur, lucht)

    xml:namespace prefix = o />

    xml:namespace prefix = o />

Het Sioux volk bestond uit meerdere stammen die apart van elkaar leefden en jaagden. Het volk noemde zich het volk van de ‘Zeven Raadsvuren’ (oceti šakowin) dat als in een kampcirkel is geordend. Daarom is het getal 7 ook belangrijk voor de indianen.

 

 


Politiek en sociaal gebied:

Het leiderschap was meer gebaseerd op bekwaamheden dan op afstamming en het land was collectief eigendom.

De meeste stammen werden bestuurd door een aristocratie. Een raad van de oudste en dapperste mannen had zeggenschap over de beslissingen die werden genomen.

Het dagelijks leven was bij alle stammen vrijwel hetzelfde.

xml:namespace prefix = o />

xml:namespace prefix = o />

Het ging hier vooral om individuele prestaties. De stam bestond uit 1000 tot 10000 mensen en werd geleid door een of meerdere opperhoofden. Deze werden gekozen op basis van hun verdienste in de oorlog, maar ze bezaten geen echte macht. Als de Sioux indianen vergaderden zaten ze in een kring, om duidelijk te tonen dat elk van hen gelijk was aan de ander.

Vergeleken met andere stammen kenden de stammen van de Grote Vlakten geen strakke organisatiestructuur. Ze waren verbonden via gemeenschappelijke gebruiken. De ceremoniële plechtigheden waren over het algemeen niet erg ingewikkeld en men was niet verplicht ze bij te wonen. Veel stammen hadden speciale genootschappen die de eenheid in de stam bewaarden, de tradities in stand hielden en het sociale leven organiseerden.

Er waren veel kleinere groepjes die bestonden uit verschillende families die zich hadden aangesloten bij het succesvolle opperhoofd. Zij gedroegen zich wel als verwanten, maar waren dat niet altijd. Soms ging een familie weg en sloot zich bij een andere groep aan.

De opperhoofden konden deel uitmaken van een stamraad. De leden van de stamraad werden ‘vredesopperhoofden’ genoemd. Ze werden meestal gekozen voor een periode van 10 jaar. Hun taak was om het welzijn van de stam te garanderen, conflicten op te lossen, ceremonies te bewaken en ’s zomers te zorgen voor de orde in het kamp en tijdens de jacht.

De vrouwen en de mannen hadden verschillenden taken, maar ze waren wel gelijkwaardig aan elkaar. De taken van de vrouw bestond uit, het verzorgen van de kinderen, het verzamelen, bereiden en opslaan van voedsel, het maken van kleren, de tipi maken en opzetten. De man had de volgende verantwoordelijkheden, de mannen zorgden voor de jacht, de oorlog, de handel en de politieke aangelegenheden. De mannen hielden zich vooral met de buitenwereld bezig, terwijl de vrouwen zorgden voor de taken binnen het kamp.

Een huwelijk bij de indianen was niet altijd een verhouding van een man en een vrouw. De mannen kozen er vaak nog een vrouw bij, maar dat vond de eerste vrouw helemaal niet erg. Nu kon ze al haar taken delen met een andere vrouw. Vaak waren er meer vrouwen in een stam. Dit kwam doordat er veel mannen omkwamen in de oorlogen en tijdens de jacht. De Sioux indianen moesten hun huwelijkspartner buiten hun eigen clan zoeken. Daarom kwamen de clanleden vaak uit verschillende stammen.

Wanneer er een kind geboren werd kreeg deze na enkele dagen een naam. De naam werd gegeven door een respecteerde krijger. Deze werd daarvoor betaald, meestal in paarden. De krijger gaf het kind meestal een naam van een glorieus moment uit zijn verleden. De naam van het kind veranderde wanneer het kind zelf een belangrijke daad had gesteld. De indianen moesten dus hun eigen naam verdienen. De opvoeding van het kind werd, als het een jongetje was, door de man gedaan en wanneer het een meisje was, was de vrouw verantwoordelijk voor de opvoeding. De jongens leerden op zeer jonge leeftijd al een pijl en boog maken, ze leerden paardrijden en jagen. Op hun dertiende jaar mochten ze voor het eerst met hun vader mee op bizonjacht. Op vijftienjarige leeftijd konden de jongens al terugkijken op hun eerste ervaringen als krijger.

De meisjes werden door hun moeder, tantes en grootmoeders opgevoed. De meisjes kregen speelgoed in de vorm van mini-tipi’s, poppen en wiegeborden. Dit was de voorbereiding voor hun latere rol als moeder en huisvrouw. De lichamelijke rijpheid van een jonge vrouw was nauw verbonden met verandering van haar sociale en rituele plaats. Wanneer een Sioux meisje voor het eerst menstrueerde, werd zij afgezonderd in een tent. Bij haar kwamen dan de oudere vrouwen uit haar familie die haar inlichtten over haar plichten als toekomstige moeder en huisvrouw.

 




Samenlevingsvormen:

De indianen kenden veel samenlevingsvormen:

  • Stammen
  • Gemeenschappen met klassen, iedereen had een bepaalde rangorde die gebaseerd was op bezit. Deze samenlevingsvorm kwam onder de indianen het minst voor.
  • Clan

    xml:namespace prefix = o />

De samenlevingsvorm van de Sioux indianen was de clan. Een clan bestaat uit meerdere families. Dat klopt ook wel bij de Sioux want deze clan bestond uit de Nakota, Lakota en de Dakota indianen. De clanleden beschouwden elkaar als familie, ook al hadden ze niet dezelfde voorouders.

De clanstructuur was afgekeken bij de wolven. De clanstructuur is ontstaan na een hongerwinter. In die hongerwinter leefden de indianen op dezelfde manier als de wolven, ze leefden in groepsverband en jaagden op dezelfde manier als de wolven. Door de manier van leven van de wolven over te nemen, hebben ze toen de hongerwinter overleefd.

 

 

Communicatie:

Nog maar 200 jaar geleden werden er meer dan 300 talen gesproken in Noord-Amerika. Al deze talen werden gebruikt door de kolonisten. Buiten deze 300 verschillende talen bestonden er ook nog honderden talen die door de indianen gesproken werden. Groepen die tot dezelfde stam behoorden spraken niet altijd dezelfde taal, en volken die dezelfde taal spraken leefden vaak verspreid over een groot gebied. Dit kwam door de handel en de nomadische manier van leven.

Omdat ze onderling handel dreven hadden ze een gebarentaal ontwikkeld die elke indiaan kende. Daardoor was het toch mogelijk om elkaar te kunnen verstaan. Met deze gebarentaal konden ze gevoelens uitdrukken en boodschappen en waarschuwingen overbrengen. De gebarentaal was een mengeling van mime en tekens, die gebaseerd waren op daden en vormen van dingen, in plaats van op geluiden. De namen van de indianen zelf hadden altijd een betekenis. Vaak zijn de indianen vernoemd naar een belangrijke gebeurtenis in hun leven of naar een dier.

 De Sioux indianen hadden natuurlijk ook hun eigen taal. Enkele woorden uit die taal zijn:

 

Ø appel          = Haspa                     Ø vader          = Atewaye ki

Ø aanvallen   = Takpa                     Ø gevaar       = Okokipe

Ø moeder      = Huku                       Ø deur            = Tiyopa

 

Een ander communicatiemiddel van de indianen waren de rooksignalen. De rooksignalen werden door jagers en krijgers verzonden wanneer het weer helder was en er weinig wind stond. Door met een deken boven het vuur te zwaaien maakten ze lange en korte rookwolken. De rooksignalen werden gebruikt om te vertellen over de aanwezigheid van bizons of over de nadering van de vijand.

De indianen hadden een ontzettend goed geheugen ontwikkeld omdat ze geen alfabet hadden. Alle herinneringen en gebeurtenissen werden meegedragen in hun hoofd, ze vonden het niet nodig verhalen op te schrijven. Dat goede geheugen heeft er voor gezorgd dat indianen zulke prachtige verhalen konden vertellen. Soms schreven ze wel een boodschap op, maar dat ging altijd met pictogrammen. De indianen maakten kronieken, hierop werden de belangrijkste gebeurtenissen op afgebeeld met een pictogram.

 

 



Vrije tijd:

In de vrije tijd van de indianen werd er veel muziek gemaakt en gedanst. Het nam een belangrijke plaats in in het leven van de indianen. Volgens de indianen was muziek de taal van de geesten. Er werd heel wat afgezongen, de krijgers zongen liederen om de geesten bescherming af te smeken, jagers maakten muziek met magische dierengeluiden en moeders zongen wiegeliedjes voor hun kinderen. Ook werden liederen vaak gebruikt bij ceremonieën, zoals bij geboortes, huwelijken, sterfgevallen en begrafenissen.

xml:namespace prefix = o />

De overgebleven bizonhoorns werden gebruikt als slaginstrumenten. Fluiten werden gesneden uit zacht hout. Ze werden uitgehold en aan elkaar gelijmd met lijm die gemaakt was van gekookt schraapsel van de huiden. Reepjes ongelooide huid werden gebruikt om de fluit te omwinden. Met de fluiten werden vooral liefdesliedjes gespeeld.

De Sioux indianen speelden spelen waarbij de vaardigheden die belangrijk waren voor hun levenswijze, zoals snelheid en kracht, getest werden. De vrouwen hadden speelden een populair spel ‘shinny’. Twee ploegen probeerden met gebogen of rechte sticks de bal langs elkaars doelpalen te krijgen. De bal mocht niet met de hand aangeraakt worden. De mannen speelden het ook soms en soms daagde een mannenploeg een vrouwenploeg uit.