Geloofsvormen:
De indianen geloofden in bovennatuurlijke wezens. Volgens de indianen was de wereld bevolkt met wezens die alleen zij konden zien of ervaren. De indianen geloofden dat de wereld van de geesten de wereld van de natuur met elkaar verbonden was op aarde. Alles wat zij deden en meemaakten in hun leven werd bestuurd door belangrijke en minder belangrijke goden en geesten. Wanneer de indianen persoonlijke macht wilden van de geesten, gingen ze op zoektocht naar visioenen. De jonge mannen gingen alleen op pad, ze vastten en deden zichzelf soms opzettelijk pijn en ze hielden zich dan wakker tot ze visioenen zagen. Als ze een visioen hadden gehad, dan hadden ze de sleutel tot de hulp van de geesten voor de rest van hun leven. Het bovennatuurlijke had een enorme kracht, deze kracht werd door de Sioux indianen Wakan genoemd. Alle Wakan machten bij elkaar werd Wakan Tanka genoemd. Een indiaan kon Wakan krijgen door één te worden met de natuur. Dit gebeurde met rituelen, ceremoniën en dromen. Enkele voorbeelden van ceremoniën zijn: de zonnedans, de zuiveringsceremonie, genezingsceremonies en ceremonies om de natuurlijke cyclus in stand te houden. Bij de meest vroege beschavingen was de belangrijkste ceremonie de initiatieceremonie. Bij deze ceremonie werd de overgang van het kind zijn naar volwassen worden gevierd. Ook de zonnedans was een erg belangrijke ceremonie voor de indianen. De ceremonie duurde soms enkele dagen en nachten. Men hoopte dat de Grote Geest de hele stam in de toekomst lijden zou besparen. De indianen bouwden een heilig Zonnedanshuis, waar een heilige populier met een gevorkt boveneind het middelpunt was van de ceremonie. De indianen maakten aan de vork van de populier allerlei speciale voorwerpen vast. De voorwerpen waren gemaakt van ongelooide huid en werden effigies genoemd. De ceremonie was afgelopen wanneer de dansers pijlen op de effigies afschoten. Tijdens de Zonnedans beschilderden de indianen een bizonschedel en deze versierden ze met gras en salie. De versierde schedel was dan een symbolisch offer aan de bizons om hem een goed grazen toe te wensen.
xml:namespace prefix = o />
xml:namespace prefix = o />
Eenheid was het belangrijkste in de indiaanse religie. Het symbool daarvoor was een cirkel. Alle belangrijke dingen werden in een cirkel afgebeeld. De levensloop was volgens de indianen ook een cirkel. Mensen die er aanleg voor hadden konden sjamaan worden. Sjamanen gebruikten rituelen om invloed uit te oefenen op sommige gebeurtenissen, zoals regen, oorlog, leven of dood. Sjamanen hadden veel aanzien in de stam. Omdat ze vaak ook zieken genazen werden ze ook wel medicijnmannen genoemd. Sjamanen hadden vaak een medicijntas, hierin bewaarden ze de kruiden tegen verschillende ziekten. De kruiden werden met een tinnen rasp fijngemaakt, en moest dan in heet water trekken waardoor een genezende thee ontstond. Sjamanen gebruikten opvallende ceremonies om de geest van een patiënt te helpen bij het afwijzen van een ziekte. De sjamaan kleedde zich hiervoor vaak in een mantel van berenhuid. De kop werd gebruikt als masker. Op deze wijze gekleed danste de sjamaan rond de patiënt.
De indianen kenden ook drugs. De drugs werden door de sjamanen gebruikt. Ze gebruikten de wortel van een stinkende moerasplant voor astma en duizendblad voor kleinere verwondingen.
Indianen geloofden dat wolven via dromen de patronen doorgaven die op de tipis moetsen komen te staan. Wat bij ons de melkweg heet, heette bij hun het wolvenspoor.
De indianen accepteerden de dood met weinig drukte en aanvaardden het zoals het kwam. Wanneer de dood naderde zongen de indianen hun persoonlijke dodenzang. De doden werden meestal gecremeerd of begraven in ondiepe graven. Als indianen begraven werden zouden zij zich uiteindelijk weer mengen met de aarde. De indianen geloofden in een gelukkig leven na de dood.
De Heilige Pijp:
Bij elke ceremonie werd de heilige pijp gerookt. De pijp werd gerookt om een overeenkomst te bezegelen of om vriendschap te sluiten. De indianen rookten een mengsel van tabak en zoetgeurende kruiden.
Over de heilige pijp van de Sioux indianen wordt de mythe verteld dat deze gebracht werd door White Buffalo Woman. Dit was een soort geest die, nadat de indianen enkele dagen geen voedsel hadden kunnen vinden, een geschenk kwam brengen van het bizonvolk. Het geschenk bestond uit een pijp, de bizon kalf pijp en een rode ronde steen met daarop 7 cirkels die de 7 heilige ceremoniën symboliseerden waarbij de pijp gebruikt moest worden.
De steel van de pijp symboliseerde de botten en de ruggengraat van de mens. De kop van de pijp staat voor het bloed en het vlees. De pijp symboliseerde dus de mens, maar omdat de mens volgens de indianen een weerspiegeling vormt van het universum, symboliseerde de pijp ook het universum.
Het ritueel van de pijp bestaat uit 3 fasen:
1) Zuivering: de pijp werd in de rook van een heilig kruis gehouden.
2) Expansie: de pijp werd gevuld en vervolgens met de kop naar de 4 windstreken en naar boven en beneden gericht.
3) Identiteit: dit werd ook wel de opoffering van het universum in het vuur genoemd. De pijp werd aangestoken en opgerookt. De rook bracht de gebeden naar Wakan Tanka.
De natuur:
Een van de karakteristieke kenmerken van het indiaanse geloof is de heiligheid van de natuur. Alle natuurlijke levensvormen hadden volgens de indianen een ziel en moesten vereerd worden. De indianen spraken bijvoorbeeld niet over bizons of wolven, maar over het bizonvolk en het wolvenvolk. Ze zagen alle levende wezens als verwanten.
De indianen hadden eerbied voor de natuur. Wanneer de indianen iets van de natuur namen, gaven ze altijd iets terug. De indianen jaagden en met zorg. Ze hadden een speciale band met de natuur. De indianen begrepen hoe belangrijk het was om de balans van de natuur niet te verstoren.