In sommige opzichten heeft geloven overeenkomsten met roken:
Roken:
Er zijn altijd mensen die zo nu en dan eens roken, gelegenheidsrokers, maar als je er naar vraagt dan zeggen ze toch dat ze niet roken.
Er zijn altijd (jonge) mensen die stiekem roken, als je er naar vraagt
ontkennen ze het.
Ook zijn er mensen (meelopers?) die, vooral in het begin, zeggen dat ze roken lekker vinden, of dat echt zo is valt te bezien.
Geloven:
Zo zijn er ook mensen die zo nu en dan eens wat aan geloof doen. Alleen bij speciale gelegenheden lijken ze ineens christen te zijn, maar als je er naar vraagt dan zullen ze zeggen dat ze niet echt geloven.
Zo zijn er ook altijd mensen die, hoewel ze best geloven, daar niet voor uit durven komen.
Zo zijn er ook altijd mensen die meedoen in het christelijke wereldje, maar dat alleen doen omdat het ze wel bevalt.
Verder zijn roken en geloven beiden schadelijk:
Roken schaadt de gezondheid.
Geloven schaadt de gewoonheid.
Er is echter één belangrijk verschil:
Roken kan dodelijk zijn ...
... maar geloven leidt tot een eeuwig leven!