Harry Mulisch
Op deze pagina zul je informatie vinden over Harry Mulisch: terugkerende thema's en motieven; een vergelijking van drie boeken: 'De Aanslag'; 'Het Stenen Bruidsbed' en 'De Pupil; Verder zul je een recensievergelijking vinden op deze pagina.

Harry Mulisch
Harry Mulisch
Biografie

Harry Kurt Victor Mulisch werd op 29 juli 1927 geboren in Haarlem. Harry is de enige zoon van Karl Victor Kurt Mullisch (geboren in Oostenrijk – Hongarije) en Alice Schwarz (geboren in België). Wanneer zijn ouders in 1936 scheiden blijft Harry bij zijn vader in Haarlem wonen. Omdat Harry de enigste thuis was die goed Nederlands spreekt heeft hij nog een vreemde verhouding tot de taal waarin hij schrijft: “voor mij is niets wat ik schrijf vanzelfsprekend”.
Als in 1940 de Duitsers Nederland komen bezetten komen Harry en zijn moeder, die van Joodse komaf is in moeilijkheden. Harry en zijn moeder weten echter uit de handen van de Duitsers te blijven dankzij Harry’s vader. Harry’s vader slaagde hierin door zijn functie als directeur van Lipmann-Rosenthal, een bank die in bezit genomen Joodse bezittingen beheerd. Vanwege dit werk bij Lipmann-Rosenthal is de vader van Harry 3 jaar opgesloten in een interneringskamp. De tweede wereldoorlog en het interneringskamp hebben veel indruk gemaakt op Harry Mulisch. In veel van Mulisch’ boeken speelt de tweede wereldoorlog een belangrijke rol.
Tijdens de jaren op de middelbare school raakte Harry in de ban van de wetenschap. Harry richtte een laboratorium in voor zijn experimenten, verzamelde fossielen en hield zich bezig met alchemie. Dit alles ging ten koste van zijn schoolprestaties en in 1944 ging Harry dan ook van school af. Vanaf 1949 gaat Harry Mulisch zich volledig richten op het schrijven. Na in 1955 al vertrokken te zijn uit het huis van zijn vader, vestigde hij zich in 1958 in Amsterdam waar hij toetrad tot de redactie van het blad “Podium”. Later werd hij nog redacteur van “Randstad” en van “De Gids”.
Mulisch trouwde in 1971 met Sjoerdje Woudenberg met wie hij twee kinderen kreeg. In 1992 werd uit een verhouding met een nieuwe partner nog een zoon geboren. Bij zijn vijftigste verjaardag werd Mulisch benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 1992 volgde een bevordering tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Harry Mulisch heeft een groot aantal literaire prijzen ontvangen, o.a.: de Constantijjn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs en de Nederlandse staatsprijs voor letterkunde.
De magisch-mythische achtergrond / de filosofie van Harry Mulisch

Harry Mulisch heeft een bepaalde levensfilosofie, het magisch-mythische. Deze levensfilosofie speelt in vrijwel al zijn werken een rol. Bij het mythische van zijn filosofie speelt vooral de klassiek-Griekse mythe Oedipus een rol, waarin Oedipus zonder het te weten zijn vader Laios doodde en met zijn moeder Iokaste trouwde.
De Oedipus mythe werd al eerder door de psycholoog Freud verwerkt. Volgens Freud toont de mythe de drang van een jongen om zijn vader opzij te schuiven en met zijn moeder te trouwen. Mulisch legt de mythe op een heel andere manier uit; hij bekijkt het teruggaan naar de moeder en het innemen van de plaats van de vader vanuit het gezichtspunt van de tijd. Oedipus overwint door dit teruggaan de voortschrijdende tijd. De kern van de thematiek van Harry Mulisch is dan ook het probleem van dood en tijd. Volgens Mulisch is het grootste probleem waar mensen zich mee bezig houden het overwinnen van de dood. Mensen proberen de dood te voorkomen.
De Christenen geloven dat zij op de één of andere wijze na de dood zullen voortleven, zonder je stoffelijk lichaam. Mulisch kiest voor een andere weg: hij denkt dat je de dood kan overwinnen als je het kunt winnen van de tijd. Dit kan volgens Mulisch op twee manieren:
- Het stil zetten van de tijd; verstening.
- Het teruggaan in de tijd, naar de moeder, en het innemen van de plaats van de vader.

Het magische element in Mulisch’ filosofie houdt o.a. verband met het schrijven. Behalve het stil zetten van de tijd en het teruggaan in de tijd denkt Mulisch dat je de dood kan overwinnen door God te worden. Dat is precies wat een schrijver doet: hij heerst als een god over de wereld van het verhaal. Hij schept de wereld, hij creëert de personages. Bovendien heeft het schrijven te maken met het stil zetten van de tijd. Een eenmaal gemaakt verhaal ligt vast, het verandert niet meer onder invloed van de tijd.
Zo gezien is de schrijver eigenlijk een magiër, hij kan in zijn werk voort blijven leven, ook als hij zelf allang verdwenen is.
Een andere reden waarom Mulisch vindt dat de schrijver een magiër is, is de magische kracht van ‘het woord’. De schrijver is in staat d.m.v. het woord een boodschap over te brengen. Mulisch gebruikt de magische kracht van het woord om zijn thematiek van dood en leven tot uitdrukking te brengen.
Invloeden van literaire stromingen op de werken van Harry Mulisch

(1) Het symbolisme

Het werk van Mulisch is vaak niet realistisch. In plaats van de werkelijkheid in een roman te beschrijven, probeert Mulisch datgene dat onzichtbaar is, zichtbaar te maken. Om dit te doen maakt Mulisch gebruik van symbolen. Als Mulisch wat beschrijft dan ligt er vaak een achterliggende boodschap onder, een diepere bedoeling.
Veel voorkomende symbolen die Mulisch gebruikt zijn:
- Horloge / klok / het ronddraaien van de aarde om de zon; voor het ‘overdoen’ van de tijd.
- Verstening; voor het stilstaan van de tijd.
- Het ei; voor de levensmysterie.
- Licht en donker; voor leven en dood.
- De scarabee; voor opstanding.
- Zwart; voor krachten van de onderwereld.
- Wit; voor heilig, maar ook voor het leven.

(2) Het maniërisme

Het maniërisme is gebaseerd op de opvatting dat de wereld niet een doorzichtig geheel is, maar een duister en kwellend raadsel. Een manierist ziet kunst als middel om het raadsel te doorgronden. Op Harry Mulisch is het maniërisme ook van toepassing. Hij baseert symbolen en motieven op de periode voor het Christendom: het culturele erfgoed. De bodem van het maniërisme is gelegd in deze periode.


Samenhang in het oeuvre van Harry Mulisch

Vanaf het begin hangen de boeken van Mulisch samen. De boeken zijn als het ware de bouwstenen van het geheel. In een interview zegt Mulisch dan ook: “Mijn oeuvre is één groot organisme, met een hart en hersens en nieren. En tenzij er een grote komeet op aarde valt, zullen mijn boeken overleven”. Het oeuvre van Mulisch is op te delen in drie perioden:
(1) De periode waarin mythische en magische elementen overheersend zijn in de boeken. In deze periode gaat het over de onderliggende werkelijkheid, het systeem, de mythe, die in allerlei gebeurtenissen en belevenissen weer boven komt. Deze mythe heeft te maken met het probleem / raadsel van de tijd: het verstrijken van de tijd, het teruggaan in de tijd, de stilstand van de tijd etc. Voorbeelden van boeken die in deze periode zijn uitgekomen zijn:
- Archibald Strohalm (1952)
- Het zwarte licht (1956)
- De versierde mens (1957)
- Tanchelijn (1960)
- Het stenen bruidsbed (1960)
(2) Het stenen bruidsbed kunnen we zien als een wending naar de realiteit. Het boek heeft dan wel een mythologisch thema, maar er wordt meer naar de realiteit gekeken. In de tweede periode, waar de realiteit meer voorop staat, staat de persoon van de schrijver zelf en zijn kijk op de wereld centraal. Voorbeelden van werken die in deze periode zijn uitgekomen zijn:
- De zaak 40/61 (1962)
- Bericht aan de rattenkoning (1966)
- Het woord bij de daad (1968)
In deze periode hangen de boeken vaak samen met de toenmalige actualiteit. Bijvoorbeeld in “Het woord bij de daad” staat de revolutie van Fidel Castro op Cuba centraal. In deze tweede periode staat centraal dat de mens in staat is met zijn eigen geschiedenis (zijn handelen) in staat is dé geschiedenis te sturen.
(3) In de derde periode keert Mulisch weer terug naar de ‘verbeelding’. Hij verlaat de realiteit. Deze periode kunnen we opsplitsen in twee delen:
(a) De boeken waarin schrijven en het schrijversschap weer centraal staan. Bijvoorbeeld:
- De verteller vertelt: Kommentaar, Katalogus, Kuriosa en een Katastrofestuk (1971)
- De toekomst van gisteren: Protocol van een schrijverij (1972)
(b) De boeken waarin de mythe van de tijd weer terugkeert. Voorbeelden zijn:
- Twee vrouwen (1975)
- Oude lucht (1977)
- De Aanslag (1982)
Opvallend aan deze laatste drie boeken is dat de persoonsuitbeelding
anders is. In zijn vroegere boeken treden vooral fantastische of heel
bijzondere figuren op. In deze laatste drie boeken zijn de personages
levensechte, herkenbare mensen en hun handelen is psychologisch meer
gemotiveerd dan in de oudere romans en verhalen.

De Aanslag

Samenvatting van de Inhoud

Proloog

In de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer Peter aan de rand van Haarlem. Het gezin woonde in een kleine villa waarvan er vier dicht bij elkaar aan de kade staan. In het meest links gelegen huis (‘Welgelegen’) woont de gepensioneerde procuratiehouder Beumer met zijn vrouw. Dan volgt ‘Buitenrust’, waar Anton woont, daarnaast in ‘Nooitgedacht’, wonen een stuurman op de grote vaart, Korteweg en zijn dochter Karin, die verpleegster is. In ‘Rustenburg’ ten slotte woont het echtpaar Aarts. Met de familie Beumer en Karin Korteweg heeft Anton enig contact, niet met het echtpaar Aarts, dat heel afgezonderd leeft.
De vier huizen liggen heel geïsoleerd, alleen aan de overkant van het water liggen wat boerderijen en huizen. Anton speelt vaak op de braakliggende grond achter de huizen of kijkt naar de schepen die door het kanaal varen.

1e episode: 1945

Op een avond in januari 1945 hoort het gezin Steenwijk tijdens een spelletje mens-erger-je-niet een zestal schoten klinken. Voor het huis van de Kortewegs ligt een dode man: de hoofdinspecteur van de politie en NSB-er, Fake Ploeg. De Buren verslepen het lijk en leggen het voor het huis van de familie Steenwijk. Peter probeert het lijk nog te verslepen, maar dit lukt hem niet omdat de Duitsers eraan komen.
De ouders en broer van Anton worden weggevoerd en het huis, ‘Buitenrust’, wordt uit represaille in brand gestoken. Anton wordt in een cel in Heemstede gestopt, waar hij kennis maakt met een jonge vrouw waarvan later in het boek blijkt dat zij één van degenen is die de Aanslag pleegde. De volgende dag wordt Anton naar Haarlem gebracht en later naar zijn oom in Amsterdam.

2e episode: 1952

Als Anton hoort dat zijn ouders en ook zijn broer zijn gedood blijft hij bij zijn oom en tante wonen, die hem als een zoon behandelen. Met de oorlog houdt Anton zich niet erg bezig. Anton doorloopt het gymnasium als geen goede en geen slechte leerling en gaat geneeskunde studeren.
Anton heeft een feestje in Haarlem. Hoewel hij het niet van plan was brengt hij een bezoek aan ‘de plek des onheils’ omdat het feestje hem niet echt beviel. Mevrouw Beumer nodigt hem binnen in ‘Welgelegen’ om wat te praten. Nadat Anton van mevrouw Beumer heeft gehoord van een monument, gaat hij er kijken.
Terug in Amsterdam vraag Anton waarom zijn oom en tante hem nooit wat hadden verteld over het monument. Dit hadden ze wel gedaan maar hij had gezegd niet geïnteresseerd te zijn.

3e episode: 1956

Als geen goede student en ook geen slechte vervolgt Anton zijn studie. In 1953 gaat hij op kamers wonen, boven een viswinkel. Al voor hij zijn artsexamen doet, besluit hij om anesthesist te worden: dat beroep vergt niet al te grote betrokkenheid; bovendien boeit hem de gedachte dat de narcose de uitingsmogelijkheden en de herinnering aan pijn wegneemt.
Bij een rel, toevallig bij Anton voor de deur, staat opeens Fake Ploeg jr. met een ‘grote kei’ voor hem. Anton vraagt Fake mee naar binnen te gaan. Zonder plichtplegingen spreken zij over hun achtergrond. Fake houdt zijn vader in ere en als Anton vraag of zijn naam dan ook op het moment had moeten staan, gooit hij de steen in de spiegel en verdwijnt.

4e episode: 1966

In 1959 doet Anton artsexamen en gaat zich specialiseren in de anesthesie. Hij huurt een verdieping in de buurt van het Leidse plein. In 1960 is hij tijdens de kerstvakantie in Londen. Hier ontmoet hij een Nederlandse stewardess, Saskia de Graaff; een jaar later trouwen zij met elkaar en kopen ze samen een huis.
Anton, Saskia en hun 4 jarig dochtertje Sandra wonen de begrafenis bij van een oud verzetsman, vriend van Saskia’s vader. Tijdens de bijeenkomst hoort Anton iemand iets zeggen over een aantal schoten, wat hem met 1945 verbind.
De man in kwestie, Cor Takes, blijkt een van de daders van de aanslag. In het gesprek dat hij met Anton heeft verteld hij over zijn drijfveer, terwijl Anton hem het een en ander vertelt over de gebeurtenissen na de aanslag. Deze aanslag heeft voor Takes een bijzonder belang, omdat hij die samen met zijn vriendin Truus Coster heeft gepleegd, die daarbij gewond was geraakt. Ze was gearresteerd en kort voor de bevrijding gefusilleerd. Volgens Anton is zij degene bij wie hij in de cel werd ingesloten.
Anton komt erachter dat Saskia wel een heel sterke gelijkenis vertoont met zijn voorstelling van Truus Coster. Of is Truus juist een protectie van zijn beeld van Saskia?
De volgende dag bezoekt Anton Takes. Hij ziet een foto van Truus en inderdaad komt zij overeen met Saskia.

Laatste episode: 1981

In 1967 is Anton gescheiden van Saskia; in 1968 hertrouwd met Liesbeth. Zij krijgen in 1969 een zoon, die ze Peter noemen.
Samen met zijn dochter Sandra bezoekt hij de kade in Haarlem. Opeens herinnert hij zich flarden van Truus’ uitspraken, over schuld. Ze bezoeken samen het graf van Truus.
Op een zaterdag in november 1981 heeft Anton hevige kiespijn. Zijn tandarts helpt hem, nadat hij heeft toegezegd mee te lopen in een anti-kernwapendemonstratie. Dat doet hij, samen met zijn inmiddels 12 jarige zoon Peter. In de mensenmassa ontmoet hij zijn vroegere buurmeisje Karin Korteweg. Karin vertelt hem waarom zij samen met haar vader het lijk tot voor het huis van Anton verplaatste. De reden was dat haar vader zijn hagedissen wilde behouden. Wanneer het lijk voor hun huis zou worden aangetroffen dan zou het huis in brand worden gestoken en dan zouden de hagedissen sterven. Bij Aarts voor de deur kon ook niet, want daar zaten Joden.
Korteweg, die uit angst voor Anton naar Nieuw-Zeeland verhuisde pleegde daar in 1948 zelfmoord.
Analyse van ‘De Aanslag’

Titelverklaring
De titel van het boek slaat op de centraal staande gebeurtenis in dit boek: de aanslag op Fake Ploeg. Deze aanslag heeft het leven van Anton en vele anderen als Fake Ploeg, Cor Takes en Truus Coster beïnvloed. Dè aanslag was een aanslag op het leven van Anton.

Personages
In tegenstelling tot de hoofdpersonen in de meeste andere boeken van Mulisch, is de hoofdpersoon van ‘De Aanslag’ een round character. Hij is een uitvoerig uitgewerkt personage. Dit geldt niet voor de andere verhaalfiguren; wat deze doen is het beïnvloeden van Antons ontwikkeling. Het zijn flat characters.
Dat Anton een round character is, is duidelijk door de vele karaktereigenschappen die hij heeft en de ontwikkeling die hij doormaakt. Zoals iedereen verandert hij, doordat hij ouder wordt. In het begin is hij volgzaam; later wordt hij zelfstandiger, zelfbewuster. Hij ontwikkelt ook een gevoel voor humor, waardoor hij bijvoorbeeld bepaalde emoties in de hand kan houden. Opvallend is verder dat hij langzamerhand materiele zaken steeds belangrijker gaat vinden naarmate hij ouder wordt.
Anton probeert de oorlog en de aanslag te vergeten. Het werk dat hij gaat doen heeft daar ook mee te maken. Hij wordt anesthesist: een specialist in het opzettelijk vergeten. Als er iets gebeurt waardoor de oorlog wordt opgerakeld, verzet hij zich daar niet tegen. Hij verdringt zijn herinneringen niet.
Verder is Anton rustig, beschouwend en intelligent. Hij is ook gevoelig zoals bijvoorbeeld blijkt uit de scène in de cel. Anton interesseert zich voor kunst; dit wordt duidelijk bij zijn bezoeken aan Londen en Italië. Anton wil de duisterheden rond de aanslag verhelderen, hij wil er een completer beeld van krijgen. Zijn handelen wordt soms beïnvloed door de aanslag; bijvoorbeeld bij de scheiding van Saskia. Wat duidelijk is, is dat Anton rust vindt wanneer alles duidelijk is.

Vertelsituatie
Er is een auctoriale vertelinstantie, die het verhaal over Anton vertelt. Vooral in de proloog en op de laatste bladzijde van de roman zien we hem duidelijk aan het woord. Hij maakt algemene opmerkingen, bijvoorbeeld (op blz. 20) over de namen Anton en Adolf. Hij geeft af en toe uitleg, zoals over het liedje dat Anton zong (blz. 21). De vertelinstantie weet wat er later gebeurde(o.a. op blz. 60) als Anton van de Duitsers brood met beleg krijgt. Hij maakt af en toe opmerkingen tussen haakjes(bijvoorbeeld op blz. 71). De auctoriale vertelinstantie weet meer dan Anton. Vooral bij de eerste episode is dat belangrijk omdat de 12-jarige Anton nog te jong is om alles te begrijpen.

Opbouw en Structuur
Het boek bestaat uit 254 bladzijden, die zijn onderverdeeld in een proloog en vijf episodes, die op hun beurt weer zijn onderverdeelt in hoofdstukken en die zijn gekoppeld aan belangrijke historische gebeurtenissen en ontmoetingen:
1e episode (60 bladzijden), 1945: 2e wereldoorlog / hongerwinter
2e episode (31 bladzijden), 1952: Korea oorlog
3e episode (23 bladzijden), 1956: Hongaarse opstand
4e episode (72 bladzijden), 1966: Vietnam oorlog
Laatste episode (49 bladzijden), 1981: vredesdemonstratie in Amsterdam

Aan de 2e tot en met de 5e episode is een ontmoeting gekoppeld met iemand die nauw betrokken was bij de aanslag.
2e episode; ontmoeting mevrouw Beumer
3e episode; ontmoeting Fake Ploeg
4e episode; ontmoeting Cor Takes
5e episode; ontmoeting Karin Korteweg

Thema's

(1) De vraag naar schuld en verantwoordelijkheid; Is het de schuld van de Duitsers? Is het de schuld van de verzetsmensen die de aanslag pleegden? Is het de schuld van Ploeg, die om zijn harde optreden wel uit de weg geruimd moest worden? Of van de oorlog? Of van Korteweg en zijn dochter; die Ploeg voor de Steenwijks legden? Of van de joodse onderduikers bij Aarts? Steeds weer komen we de schuldvraag tegen in ‘de Aanslag’, omdat moeilijk te zeggen is wie de schuldige is. Niemand is volstrekt schuldig of onschuldig. Het is onmogelijk een antwoord te geven op de schuldvraag en als dat mogelijk is, dan lost het antwoord niets op. De vraag naar verantwoordelijkheid kan je wel beantwoorden. Een ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen daden en verder voor niets.
(2) Niets uit de geschiedenis verdwijnt; Anton wordt via dé geschiedenis steeds weer geconfronteerd met zijn eigen geschiedenis. Of zoals Mulisch zegt: ‘een mens zit gevangen in zijn eigen geschiedenis’. Dit thema heeft ook te maken met het thema tijd dat Mulisch in veel van zijn boeken gebruikt. Anton staat in ‘de Aanslag’ met zijn gezicht naar het verleden en met zijn rug naar het heden. Dit is in de Proloog ook onder woorden gebracht in het verhaal over een schipper die door op zijn boot naar achteren te lopen de boot vooruit duwt.

Symbolen

Zoals ik al eerder verteld heb, gebruikt Mulisch vaak symbolen om iets duidelijk te maken (symbolisme). Zo ook in ‘De Aanslag’. Voorbeelden van symbolen in ‘De Aanslag’ zijn:
 Dobbelsteen; symbool van het lot dat een aantal keren voorkomt vlak voordat Antons leven een beslissende wending neemt, bijvoorbeeld vlak voor de aanslag (mens-erger-je-niet) en aan het begin van de crisis die Anton doormaakt in Italië.
 Brand, rook en as (stof); deze symbolen komen voor op dramatische hoogtepunten in het verhaal: bijvoorbeeld het in de brand steken van het huis. De as van deze brand daalt als ware neer op andere momenten in Antons leven. Andere voorbeeld zijn de ontploffende kachel tijdens Antons gesprek met Fake en de brandende asbak in de kelder van Takes. Dit symbool heeft ook te maken van het motto van het boek.
 Steen; een doorgeslagen steen (symbolon) is het bewijs dat de juiste ontmoeting tussen twee mensen tot stand komt. Bijvoorbeeld als Anton Fake ontmoet, heeft deze een steen in zijn hand.
 Tegenstellingen:
- licht – duisternis
 Bijvoorbeeld de ontmoeting tussen Anton en het meisje in de cel, of de overgang uit het licht naar de duisternis van de cel.
- stilte – lawaai

Ideeen en filosofietjes

Behalve deze thema’s heeft Mulisch ook nog andere ideeen gehad bij het schrijven van de Aanslag. Deze ideeen, standpunten van de romanpersonen of filosofietjes van de verteller, hangen samen met de hoofdthema’s.
 Het handhaven van de humaniteit; bijvoorbeeld de Griekse les die vader Steenwijk geeft aan Peter.
 Het verband tussen haat en liefde; Het gesprek dat Anton heeft met het meisje in de cel.
 De koude oorlog; het anti-communisme en het anti-anti-communisme; Dit onderwerp keert steeds terug in gesprekken: bij Van Lennep, met Fake en tijdens de begrafenis.
 De rol van Amerika in de wereldpolitiek.
 Opvattingen over chirurgie en anesthesie, vooral over de aard van de narcose.
 De tweede wereldoorlog als allesbeheersende factor van het leven in het heden.
 De kernbewapening.
Motto

‘Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht’
C.Plinius Caecilius Secundus; Epistulae, V1, 16

Dit motto is ontleend aan een brief die een Romeinse senator schreef aan de geschiedschrijver Tacitus, waarin hij verslag doet van de rampzalige uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79, waardoor Pompeji werd bedolven. De aanslag is ook zo’n ramp waardoor Anton in een diepe duisternis terechtkomt. Deze diepe duisternis kun je ook letterlijk opvatten: de duisternis van de cel waarin Anton na de aanslag terechtkomt.

Net als van de vulkaanuitbarsting zijn de gevolgen van de aanslag langdurig, of zoals Mulisch het in de 2e episode schrijft: ‘De aswolk uit de vulkaan stijgt naar de stratosfeer, draait om de aarde en regent nog jaren later op alle continenten neer.’

Historische achtergronden

‘De Aanslag’ heeft als historische achtergrond de liquidatie van politieman Fake Krist op 25 oktober 1944 op de Westergracht in Haarlem. Voor het onderzoek is toen een foto gemaakt. Deze foto vormde voor Mulisch het uitgangspunt van zijn roman. Dit is te vinden in de documentaire van Ton Kors getiteld: ‘Hannie Schaft; het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s.
De aanslag op Fake Krist werd niet gepleegd door Hannie Schaft maar door andere verzetsstrijders. In ‘de Aanslag’ is Truus Coster één van de plegers van de Aanslag. Truus Coster is een weerspiegeling van de verzetsstrijder Hannie Schaft. Zij zijn niet het zelfde: Hannie Schaft pleegde immers niet de aanslag op Fake Krist en de geboorte- en sterftecijfers komen niet overeen.

Fake Krist is te vergelijken met Fake Ploeg. De politieman waarop de aanslag is gepleegd. Ook zij zijn niet dezelfde. Zo klopt bijvoorbeeld de plaats waarop de aanslag is gepleegd niet. De aanslag werd niet op het Spaarne (zoals in het verhaal), maar op de Westergracht in Haarlem gepleegd.



Het stenen bruidsbed

‘Het stenen bruidsbed’ werd geschreven in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

Samenvatting van de inhoud

De Amerikaan Norman Corinth is door de communistische partij van Oost-Duitsland uitgenodigd tot deelname aan een tandartsencongres in Dresden, de stad die Corinth als oorlogspiloot 13 jaar eerde in de Tweede Wereldoorlog mede gebombardeerd heeft. Tijdens de aanval schoot een Messerschmitt zijn vliegtuig neer. Corinth raakte zwaar gewond. Door Russische plastische chirurgen werd zijn gezicht een beetje opgelapt, maar nog steeds is een litteken zichtbaar.
Corinth is niet alleen uiterlijk geschonden, maar is ook innerlijk een misvormd mens. Zijn huwelijk is mislukt. Toen hij de uitnodiging kreeg, hoefde hij zijn vrouw niets te zeggen.
Mulisch schrijft ook: “Zij begreep immers alles?……..”.
Op het vliegveld Tempelhof wordt Corinth afgehaald door Hella Viebahn, die als gids optreedt. Zij blijkt een gescheiden vrouw te zijn. In Dresden bezichtigt Corinth de stad. Bij de rondleiding betreedt hij een historische plaats, de plaats vanwaar Napoleon in 1913 zijn laatste veldslag waarin hij overwinnaar was leidde. Vanaf deze heuvel overziet Corinth de vernietiging van Dresden die hij mede veroorzaakt heeft. Het wordt Corinth gauw duidelijk, dat Hella een meer dan gewone belangstelling voor hem koestert.
Corinth maakt voor het begroetingsdiner kennis met de Westduitse afgevaardigde: Schneiderhahn. Schneiderhahn zegt werkzaam te zijn geweest bij het binnenlandse front. Schneiderhahn doelt hiermee op de concentratiekampen, waarin hij een functie gehad zou hebben. Hella raakt bij het horen van die mededeling geheel overstuur. Als ze zich daarna enigszins hersteld heeft, dwingt Corinth haar over haar leven te vertellen. Hella vertelt 6 jaar in een concentratiekamp te hebben gezeten vanwege een Joodse achtergrond. Hella vraag Corinth op zijn beurt over zijn geschiedenis te vertellen. Corinth verzwijgt, dat hij Dresden gebombardeerd heeft. Hella koestert geen achterdocht, omdat zij evenals de inwoners meent, dat de Engelsen de schuldigen waren.
Die avond bedrijven Hella en Norman Corinth de liefde. ‘Het Bruidsbed’ koelt echter al snel af; de volgende dag ontwijkt hij haar zelfs en zoekt hij contact met een ander meisje. Hella is diep teleurgesteld en probeert hem terug te winnen. Zij biedt zich opnieuw aan: “kom je vannacht bij me?”. Corinth gaat hier niet op in, hij verschijnt niet op de afgesproken plaats. In deze zelfde nacht rekent de dronken Corinth met Schneiderhahn af, omdat de Westduitser hem over zijn verleden voorgelogen had. Bij nader onderzoek was gebleken, dat Schneiderhahn niet uitstaande had met concentratiekampen, maar dat hij tussen 1942 en1946 een topfunctie in Moskou vervulde binnen een buitenlandse spionageorganisatie. (Corinth was daardoor de enige ‘vernietiger’. Hij voelde zich daardoor alleen komen te staan, vandaar zijn agressie tegen Schneiderhahn.) Op de terugweg krijgt Corinth een ongeluk. Hij raakt licht gewond. Als hij in zijn zakken naar sigaretten zoekt, vindt hij een krantenknipsel Hij steekt zijn auto in brand.

Analyse van ‘Het Stenen Bruidsbed

Titelverklaring

Bij de verklaring van de titel wil ik terugvallen op één van de belangrijkste thema’s in het boek: liefde en oorlog, samenkomend in vernietiging. Mulisch heeft de titel ‘het stenen Bruidsbed’ gebaseerd op dit thema. Voor Mulisch is liefde in aanleg ‘een elkaar dood slaan’. Voor Mulisch ligt liefde in hetzelfde vlak als vernietiging; Liefde en oorlog komen samen in vernietiging.
Corinth bombardeerde met liefde Dresden, waardoor Dresden vernietigd wordt. Dresden is het bruidsbed en Corinth de bruidegom; die de ‘het huwelijk’ vernietigd.

We kunnen ditzelfde ook bij de relatie die Corinth begint met Hella opvatten. Corinth gaat met Hella naar bed en laat haar daarna vallen. Corinth vernietigd Hella en daarmee ook zijn eigen huwelijk.

Genre, Opbouw en Structuur
‘Het Stenen Bruidsbed’ is een 192 bladzijden tellende roman. Bij het schrijven van de roman is Mulisch geïnspireerd door de werken van Horatius en Tacitus. Belangrijke verzen heeft Mulisch dan ook vermeld in dit boek. Mulisch is in 1956 in Dresden geweest waar hij aanvankelijk inspiratie op wilde doen voor zijn nooit afgewerkte boek ‘Gratie voor de Doden’. Het verhaal is fictief, maar de omgeving, met name het bombardement op Dresden zijn echt gebeurd.

Het verhaal is ingedeeld in 5 delen die zelf weer in hoofdstukken zijn ingedeeld. Er zijn 11 hoofdstukken.
Het boek bevat haast geen spanning, maar is een in een symbolische, omschrijvende taal geschreven. Het verhaal gaat rustig vooruit zonder versnellingen.
Er zijn drie verzen in het boek verwerkt:
vers 1: verslag van Corinth als boordschutter in een bommenwerper
boven Dresden
vers 2: Corinth beschiet vluchtende burgers in een rivier.
vers 3: Het vliegtuig stort neer.
Die drie fragmenten geven Corinth's herinneringen over het bombardement weer.


Vertelperspectief

In Het Stenen Bruidsbed is er sprake van een personele hij-verteller. De verteller bekijkt bijna alles uit het oogpunt van Norman Corinth. Toch wordt het vertelperspectief een paar keer naar andere personages verschoven, namelijk naar Hella en naar Günther. Een gedeelte van deel V is vanuit het oogpunt van Hella beschreven die rouwt om het verlies van haar geliefde.
Personages

De round characters:
1) Norman Corinth
Norman Corinth, een Amerikaanse tandarts uit Baltimore is het hoofdpersoon van dit boek. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was hij bemanningslid van een Amerikaanse bommenwerper. Corinth komt in Dresden voor een tandartsencongres. De werkelijke reden van zijn komst naar Dresden is om te zien wat hij vernietigd heeft. Corint vernietigt daarna nog eens Hella door haar na één nacht te laten vallen.
Corinth heeft een eigenzinnig, zelfverzekerd karakter. Hij denkt niet zoals de rest, heeft eigen filosofische bedenkingen over het begrip tijd en hij is zelfverzekerd van zichzelf omdat hij na de eerste keer Hella gezien te hebben zegt: 'ik zal haar hebben'.
Echt sociaal, of beleefd is Corinth niet te noemen. Hij loopt weg tijdens de begroetingsrede van een congres waarvoor hij uitgenodigd is, hij beledigt Schneiderhahn van Nazisme zonder het zeker te weten en laat Hella zo maar vallen en gaat dan zomaar het hulpje van Hella: Karin, versieren.
Ik vind dat Corinth een verderfelijk karakter heeft, hij is egoïstisch en sadistisch. Hij doet alleen wat hem interesseert en wat hij belangrijk acht. Tijdens de oorlog heeft hij zomaar op onschuldige burgers geschoten die verkoeling zochten in de Elbe tijdens het bombardement.
2) Hella Viebahn
Hella is een koele vrouw rond de dertig, die wekelijks horden congresleden ontvangt. Ze is communistisch en heeft tijdens de oorlog in een concentratiekamp gezeten.
Hella is ongehuwd en heeft zichzelf voorgenomen om nooit een affaire te beginnen. Wanneer ze dit een keer in haar leven toch doet, loopt het direct verkeerd af.
Haar verhouding ten opzichte van Corinth verandert in de loop van het verhaal. Wanneer ze hem voor het eerst ziet, met zijn verminkingen moet ze niets van hem hebben, maar naarmate ze hem beter leert kennen wordt Corinth voor haar steeds aantrekkelijker.
Wanneer ze de volgende dag, na haar de nacht die ze met Corinth heeft beleefd, hoort van Corinth's beschuldigen aan het adres van Schneiderhahn en wanneer ze het flirten ziet, wordt ze boos op Corinth. Maar ze houdt van hem en wanneer hij naar zijn hotel vertrekken wil, probeert ze hem tegen te houden. De rest van de avond blijft ze op het bed zitten, verlangend en wachtend op Corinth die niet terug zal keren.
3) Schneiderhahn;
Schneiderhahn is een West-Duitser met communistische ideeën en een voorliefde voor fotografie, ruïnes, rotsen en grotten. Hij is heel scherp zinnig en oplettend en heeft snel door wie wat ziet en wat er om zich heen gebeurd.
Hij ontmoet Corinth en filosofeert met hem over het begrip tijd, heden, verleden en toekomst. Hij trekt samen met Corinth en Hella op, maar wanneer Corinth hem van Nazisme beschuldigt is de vriendschap meteen afgelopen.
De flat characters:
- Günther
Günther is de privé-chauffeur van Corinth. Samen praten ze over Dresden en hun verleden. Günther zat bij de Hitlerjurgend. Hij houdt zich constant bezig met het schoonmaken van zijn auto die telkens weer vies wordt van het vuil van de omgewoelde straten van Dresden. Hij maakt niet echt een verandering door in het boek.
Ludwig, Eugène, Karin en Harry
Ludwig, Eugène, Karin en Harry zijn minder voorkomende en uitgewerkte karakters. Ludwig is de baas van het pensionnetje op de heuvel waar Corinth verbleef. Met Corinth sprak hij over de overwinning van Napoleon te Dresden en over hoe mooi en prachtig die stad vroeger wel niet was. Zijn hulpje, Eugène is zeer nieuwsgierig naar de vreemdelingen, maar heeft niet echt een rol in het verhaal.
Karin is het jonge meisje van een jaar of 20 die Corinth probeert te versie ren.
Harry komt in de eerste vers voor als de navigator in het vliegtuig.
Tijd en ruimte
Het Stenen Bruidsbed is geschreven in de onvoltooid verleden tijd. Delen van de verschillende verzen zijn in onvoltooid tegenwoordige tijd geschreven. Het verhaal is chronologisch opgebouwd met enkele flashbacks (de verzen). De vertelde tijd is langer dan de verteltijd, maar toch heeft dit boek een traag tempo. De verschillende scènes duren vrij lang.
Het verhaal is gesitueerd in 1956, aan het begin van de Koude Oorlog, rond de tijd van de opstanden in Praag. In de jaren '50 was er in de Verenigde Staten een echte communistenjacht gaande, daar maakte Corinth zich, als gast in een communistisch land meer zorgen om dan om het verwerken van zijn oorlogsherinneringen en daden.
Het boek is eind jaren '50 uitgekomen, toen speelde het verhaal zich in het heden af. Nu is Dresden weer opgebouwd en is het geen smeulende puinhoop meer. Dus voor wie het nu leest speelt het verhaal zich in het verleden af (de muur is gevallen, het communisme is op sterven na dood en Dresden is weer uit zijn as herrezen).

Het verhaal speelt zich af in Dresden, een stad in Oost-Duitsland. In de jaren '50 was Duitsland volop bezig met de wederopbouw maar de stad Dresden lag nog voor een groot deel in puin vanwege de ligging in Oost-Duitsland. Het overal aanwezige puin wordt veelvuldig beschreven.
Het hotelletje, het congrescentrum, de auto van Günther en het volkscafeetje vormen de meest voorkomende ruimten waarin het verhaal zich afspeelt.

Thema
Het thema van dit boek is liefde en oorlog, samenkomend in vernietiging.
Corinth bombardeert met liefde Dresden (haat van een Amerikaanse Jood tegen Hitler). Dresden is het Stenen Bruidsbed, Corinth in zijn bommenwerper de bruidegom
Vernietiging als liefde kan je het thema hier noemen. De vereniging eindigt in vernietiging, de hele stad wordt in puin geschoten.

Na een aantal jaren komt Corinth als misdadiger (het bombardement op Dresden was overbodig en het schieten op onschuldige burgers is zeker misdadig) terug naar de plaats van de misdaad. Daar herhaald hij zijn misdadige handeling, maar op een ander niveau. Hella, met wie hij een korte relatie begint, symboliseert de stad die 11 jaar eerder werd vernietigd. Corinth bevredigt niet alleen zijn lust, maar vernietigt haar ook geestelijk door haar meteen weer te laten vallen. Hier zien we het thema liefde als vernietiging in doorschijnen.

Ook staat in deze roman de vraag naar schuld en verantwoordelijkheid centraal. Corinth hoopte niet als enige schuldig te zijn, even dacht hij dat Schneiderhahn zich ook schuldig gemaakt had aan oorlogsmisdaden.

Een ander thema van dit boek is de onmogelijke taak om alle gruweldaden die tijdens de oorlog ondergaan en begaan zijn met hun gevolgen onder ogen te zien. Het onaangenaam aanschouwen van de gevolgen komt meerdere malen terug: De ontmoeting met het echtpaar dat hun kind verloren is, de vrouw die haar been verloren heeft toen er een of andere geschifte (=Corinth) vanuit zijn vliegtuig de rivier beschoot en Corinth die zichzelf geconfronteerd ziet met zijn verminkte gezicht.
De magisch mythische invloed op het Stenen Bruidsbed

Mulisch heeft met het Stenen Bruidsbed een verband gelegd met de Ilias van Homerus.
Ilias (naar Gr. Ilion = Troje), is een Grieks heldendicht uit ca. 800 v.Chr., toegeschreven aan Homerus. Het behandelt in 16000 verzen (hexameters), verdeeld over 24 boeken, een gedeelte van de Griekse expeditie tegen Troje.

Dresden wordt hier dan vergeleken met Troje; Corinth met een Griekse strijder. Hella wordt hier vergeleken met Helena, die door de Trojanen geschaakt was. Hella is een onteerde vrouw (nadat ze verstoten is door Corinth) evenals Helena, die overgelopen is. Dresden is een verwoeste stad (na het bombardement van onder andere Corinth) evenals Troje een stad is verwoest door de Grieken.

Wanneer Corinth aan het einde van de roman een krantenknipsel in zijn zak vindt gaat hij dit lezen. Hij leest over Schliemann, de ontdekker van Troje. Hij leest ‘……. Vond hij (= Schliemann) negen Troje’s onder elkaar, het derde ……… met sporen van brand, gewelddadige verwoesting………’.

Wat Mulisch hier eigenlijk wil zeggen is: Troje is Helena is Dresden is Hella. Deze symboliek vinden we ook terug in de naamkeuze:
Hella (Grieks) Viebahn (Germaans)
Norman (Germaans) Corinth (Grieks)

Motto

Het boek wordt voorafgegaan door twee motto's, één van Homerus en een van Tacitus:

(1) 'Kom mee, lieve Helena, dan kun je wonderlijke dingen zien van de Trojaanse wagenstrijders en de bronsgepantserde Grieken. Zo pas nog raasde de oorlog - bron van tranen - in de vlakte rond en waren zij op dodelijke strijd belust: nu staan zij stil bijeen - de strijd is opgehouden - op hun schild geleund, de lange lansen naast zich in de grond gestoken.'
Homerus, Ilias , IIIe zang

(2) Hoe populair dit ook was, het miste zijn uitwerking omdat het gerucht ging, dat Nero tijdens het branden van de stad in zijn paleis het toneel bestegen had en Troje's ondergang bezongen had, de huidige ramp vergelijkend met vernietigingstaferelen uit de voortijd.
Tacitus, Annalen , Boek XV

De Pupil

Samenvatting van de Inhoud

‘De Pupil’ gaat over een aankomend schrijver, die kort na de Tweede Wereldoorlog uit Nederland naar Rome lift, waar hij voorlopig als pompbediende zijn inkomen verdient. Wanneer Mme. Sasserath, een rijke weduwe - wiens man de veiligheidsspeld uitvond, komt tanken bij het pompstation waar de ‘ik’ figuur werkt, houdt de ‘ik’figuur een filosofische rede over het bestaan van een pompbediende. Hierdoor raakt Mme. S. zodanig gecharmeerd dat zij besluit om de ‘ik’ figuur, als haar pupil mee te nemen naar haar eiland Capri waar de ‘ik’ figuur zich bezig kan houden met literaire bezigheden. Op dit eiland bewijst de ‘ik’ figuur Mme. S. een dienst: hij slaagt erin haar dromen weer terug te geven waardoor hij weer kan slapen. Als dank hiervoor nodigt Mme. S. de ‘ik’ figuur uit om samen met haar de stoeltjeslift te openen. De stoeltjeslift; een gift aan Italie en monument voor haar man is in de vorm van een veiligheidsspeld. Na de openingsrede, waar de ‘ik’ figuur namens Mme. S. zijn dank aan Italie betuigt, bestijgen Mme. S. en de ‘ik’ figuur samen de Vesuvius. Onderweg ziet de ‘ik’ figuur een aantal stoeltjes naar beneden komen met daarin mensen die hem bekend voorkomen maar die hij eigenlijk niet kent. Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat er mensen naar beneden komen terwijl hij de eerste was die naar boven zou gaan. Tegelijk aan deze gebeurtenis verdwijnt Mme. S.
Analyse van ‘De Pupil’

Titelverklaring

Al op de eerste bladzijde staat dat de ‘ik’ gedurende een paar maanden de oogappel, dus de pupil, was van Mme. S. Vandaar de titel ‘de pupil’.
We kunnen de woorden oogappel of pupil ook letterlijk nemen. Hij kon niet schrijven bij gebrek aan beelden’ zij kon niet slapen bij gebrek aan dromen. Wederzijds hielpen zij elkaar; zij bracht hem op inspiratie en hij gaf haar haar dromen terug.
Een oog neemt op wat het ziet, maar geeft ook het innerlijk van de mens weer; de pupil van het oog is ingang en uitgang, begin en einde. Ook de krater van de Vesuvius is ingang en uitgang, begin en einde. Gestold in lava zijn mensen die in het jaar 79 hun einde vonden en wier gipsmodellen in het atelier rondom de ‘ik’ stonden; terwijl de personages in de stoeltjeslift juist door de krater werden voortgebracht.

Genre, Opbouw en Structuur

De Novelle ‘De Pupil’ telt 128 bladzijden. Het eerste hoofdstuk zouden we de ‘kiem’ van het boek kunnen noemen. Allerlei elementen die later aan bod komen, worden hier aan de orde gesteld: het verhaal-gegeven, het begrip 'geheim' in de zin van verborgen en geborgen, de wijn Lacrima Christi, de Vesuvius, ‘de slapende, misschien wel dromende vulkaan’. De overige hoofdstukken vertellen het verhaal – een herinnering van veertig jaar geleden – chronologisch. De hoofdstukken zijn romeins genummerd van 1 t/m XX11.
Dat het boek is in 22 dagen geschreven.

We zouden kunnen zeggen dat ‘de Pupil’ een literair sprookje is. Er gebeuren dingen die praktisch onmogelijk zijn, zoals het zomaar verdwijnen van Mme. Sasserath.
De personen die de ‘ik’ figuur bekend voorkomen maar die hij eigenlijk niet kent zijn toekomstige verhaalfiguren van boeken die de ‘ik’ figuur gaat schrijven. De ‘ik’ figuur is in weze een afspiegeling van Harry Mulisch. De personen die in de stoeltjeslift voorbij komen, vinden we in eerder geschreven boeken van Mulisch terug. Bijvoorbeeld:
“ Ik zag nu een gondel met twee jongens, de jongste met een mooie, notenkleurige huid, die rondom zijn ogen nog iets donkerder was “  Anton Steenwijk in de Aanslag.


Thema

De thematiek van ‘De Pupil’ zou men kunnen omschrijven als de geboorte van het schrijverschap. Het schrijverschap staat in ‘de Pupil’ centraal.

Motto

Het motto voorin het boek, is ontleend aan de beeldhouwer Michelangelo.

Non ha l’ottimo artista alcun concetto c’un marmo solo in sé non circonscriva col suo superchio, e solo a quello arriva la man che ubbidisce all’ intelleto.

De grootste kunstenaar kan niets verzinnen dat niet vooraf al in de steen bestaat, maar als zijn hand niet met zijn geest meegaat zal hij het nooit van ’t ruwe marmer winnen.

Het motto vermeldt de gedachte dat het beeld al in de steen aanwezig is en er ‘slechts’ uit losgehakt moet worden. Daaraan wordt de voorwaarde gekoppeld, dat de geest de leiding heeft. Zowel het aanwezig zijn en het loskomen van de beelden, als het zich laten richten door de geest is van belang met betrekking tot de thematiek van het boek.
Mening en vergelijking met recensenten


Harry Mulisch in het algemeen

Naar wat ik tot nu toe heb gelezen vind ik Harry Mulisch een goede schrijver. Ik heb er bewondering voor hoe hij er telkens weer in slaagt een boek op niveau te schrijven. Telkens weer zit er een achterliggende gedachte onder. Dat maakt de boeken van Mulisch interessant om te lezen. Hoe meer je van Mulisch leest, hoe meer je van zijn boeken gaat begrijpen. Bij het eerste boek moest ik het puur van de secundaire literatuur hebben; eerder zag ik bepaalde verbanden niet. Bij het derde boek zag ik steeds meer dingen zelf in: sommige simpele verbanden wist ik zelf al te leggen.
Soms vind ik de boeken van Mulisch wel te ingewikkeld. Veel filosofische uitspraken in Mulisch’ boeken begreep ik niet.

Door recensenten worden de werken van Harry Mulisch worden over het algemeen wel geaccepteerd. Ze leveren vrijwel altijd positieve reacties op. Mulisch wordt over het algemeen gezien als een chaotisch, nonchalant maar vooral succesvolle schrijver. Als hij kritiek krijgt dan is dat meestal mede door zijn karaktereigenschappen. Harry Mulisch ziet zichzelf als een succesvol man, waardoor vele critici hem arrogant en egocentrisch vinden. ‘De Pupil’ draagt hier ook bij: wanneer critici deze novelle autobiografisch opvatten (wat niet zo hoeft te zijn) dan zou je ook zeggen dat Mulisch arrogant is. Zelf vind ik Mulisch ook wel een beetje arrogant overkomen; hij doet net alsof hij geweldig is.


‘De Aanslag’

De Aanslag vind ik zelf, naar wat ik gelezen heb, het mooiste boek van Harry Mulisch. Het boek is makkelijk en snel te lezen, maar toch zitten er behoorlijk wat ingewikkelde dingen in; waar ik echter pas achter kwam na het lezen van secundaire literatuur. Toch zit er ook nog een klein nadeeltje van de aanslag. Ik vind dat de Personages niet allemaal goed uit de doeken komen. Anton is eigenlijk de enige persoon die echt goed beschreven is. Hij is de enige die in het boek verandert, de enige met verschillende karaktereigenschappen.

Veel recensenten vinden ‘De Aanslag’ een voltreffer; men vind ‘De Aanslag’ Mulisch’ beste boek, waar ik het mee eens ben. De kritiekpuntjes die Mulisch krijgt zijn o.a. dat het boek niet echt vernieuwend is. Men vind het boek passen in het rijtje van door Mulisch eerder geschreven werken. Dit kan ook positief worden opgevat: het boek heeft een vertrouwde indruk.


‘Het Stenen Bruidsbed’

In het begin vond ik het boek moeilijk te lezen. Ik vond het te ingewikkeld en moeilijk te volgen door de filosofische elementen die erin zitten. Na een flink aantal bladzijde begon het boek mij wel te boeien, ik kon het verhaal beter volgen. Met uitzondering sommige ingewikkelde passages vind ik ‘Het Stenen Bruidsbed’ een boeiend, goed te lezen boek.

De recensenten geven over het algemeen ook niet al te veel kritiek over dit werk van Mulisch. Toch wordt dit boek zeker niet beschreven als één van Mulisch meesterwerken. Men vindt dat het werkelijkheidsbesef nog niet wordt getoond.





‘De Pupil’

Voor wie weinig tijd heeft is de Pupil aan te raden. Het is een makkelijk en snel te lezen boek. Echt veel diepgang vind ik het boek niet hebben. De hoofdpersoon wordt geschetst als een perfect, charmant, knap en intelligent wezen; wat ik overdreven vind. Het is onduidelijk of dit boek autobiografisch is. Het boek bevat wel autobiografische elementen, maar als Mulisch dezelfde persoonlijkheid als de hoofdpersoon (‘ik’ figuur) zou hebben dan zou ik hem wel erg arrogant vinden.

Recensenten zien ‘De Pupil’ als kroon, na het succes van ‘De Aanslag’, op het oeuvre van Mulisch. Het boek is plezier leesbaar en goed doordacht; met dit boek weet Mulisch zijn oeuvre ‘samen te klemmen’.
Bij ‘de Pupil’ ben ik erin geslaagd toch nog een negatieve recensie te vinden. Robert Anker schrijft in ‘Het Parool’ dat de 60 jarige Mulisch dit boek heeft geschreven om veel geld te verdienen: geschreven in een kerstvakantie als extraatje voor de oude dag. Robert Anker vindt Mulisch een goed schrijver, die alleen ‘de verkeerde’ boeken schrijft.