Koel, nat, blauw & niet lief
zonder lange uitleg ben ik het vuurijs in mijn hoofd
blijf niet vragen naar de zin -laat me exploderen lief-
kalmte, rust en leegte tussen de plooien van de wangen
ik bloos van binnen, sla de buitenwereld op voor later
mijn handen op de rug brengen voorbijgangers gebaren
-loop gewoon door mens- er is niets te zien vandaag
het zijn slechts mijn tenen, zij punten een nieuwe wals
een lach zomaar van straat geraapt maakt de melodie
zo is het vuurijs koel te bedaren met een laag zelfspot
de fragmenten banen zich een buitenweg via mijn gehoor
ik zie ze gaan, die flarden geheugen en wuif vaarwel
maak maar manen en scheuren in andermans huid