|
|
Dies irae, dies illa. Tasten in het duister, naar verlossing of jou. Naar de dag na de dag der gramschap. Ik lach, luister, zing alles groen. Ik hap naar de zuurstof die met de boete komen zal. Met het eind van alle lof. Manu militari zal ik ademen. Tot dan bewijst geen vocht het treuren, geen vel de angst. Dag der gramschap, wees niet genadig, pijnig gestadig. Gloeiend vagevuur, laat me slechts haar lauwte, puur. Dood voor het leven, vastgesteld, breng me hels na hemels, geen gezemel. Dag der gramschap, laat me slechts haar. - charly
|
|
|
|
|
|
|
|
|
U, mijn vrouwe. Stormen wezen geluwd in de cocon van Uw wezen, in het scharlaken weefsel, het web van Uw zijde gesponnen. Water weet niet meer te destileren. Overvloed is de grond van Uw getijden van zacht karakter. Licht weegt niet veel, haar hitte is te dragen, schouders verbranden niet en ogen slaan niet ten gronde. De cirkel circuleert niet, althans maar gestadig. Dronken wordt ik maar van witte wijn in Uw blik. Het leven schittert, als glimwormen, in Uw gebalde handen. Dank, dat ook ik daar mag dwarrelen. - charly
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
Vandaar, daar vannacht. Wind woei en bracht me binnen. De poëzie ligt buiten, op straat, te sterven, creperend en kermend. Als altijd niet in mijn handen, hoogstens binnensmonds en onderhuids. Ook dus buitenshuis. Naast de man ligt ze het uit te schreeuwen (ze kan verrekken als de beste) onder het oranje fluorescentielicht, sfeerloos vloeiend uit sferische gasballonnen. En niemand krijgt haar onder woorden. Ze is erop gezeten, zodat zelfs haar naam niet op haar lijkt. Ontbindend takelt ze af in de letters die ze had kunnen zijn, in een nacht die niet één kus baren zal. - charly
|
|
|
|
|
|
|
|
Zee, ze rust, de zee, in een weinig aan wit schuim, ik geloof haar, ze houdt me gezelschap, maar is te immens voor het mijne, ik geloof haar eenzaamheid, ik vertrouw haar, hoewel ze me bedriegt, het strand kust, de zon drinkt, ongemeend, ik vergeef haar, zoek je hand, maar je bent er niet, je bent, slechts wat uitdeinende golven, van Liefde, ik vergeef je niet, niet als de zee, die rust, en zo mijn Liefde steelt, - charly -
|
|
|
|
|
|
|