|
|
van op het achterdek *IJsselmeer*
glad glijdt de boeg door het water gelig schijnsel van dreiging kleurt de wolkenrand
fluisterzachte wind verstomd tot beklemming wolken, rijzend uit het water vormen onheilspellend grauwe massa
zeilen strijken, de motor aan boeg in het oog van de dreiging
niets te vroeg de hel breekt los zelfs een zeemeermin siddert onder zoveel geweld
geen verschil meer tussen lucht en water bliksemschichten met donderend geweld bepalen onder of boven
geen tijd om denken instinkt en ervaring bepalen
na een uur de rust het IJsselmeer geeft zijn prooi terug
even op koers brengen weer op weg naar zonlicht
--<*>-- * * *
- pramodah -
|
|
|
|
|
|
|
|
-< Zeemeermin >-
Ik zag haar laatst nog op het strand Alsof ze er zojuist geschapen was Haar haren zwevend in de wind De voeten in een waterplas
Ze staarde verlangend naar de zee met een vreemde blik in de ogen zuchtte sprak woorden van heimwee over tijden die nu zijn vervlogen
dat was toen ze nog een staart bezat en nu staat ze op twee benen heeft ze van een oude zeeman gejat die was aan haar verschenen
zicht op zee heeft haar goed gedaan ze voelde zich weer herleven we zijn dan samen weg gegaan eerst haar naam in het zand geschreven
-< * >- * * *
-pramodah-
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
Vlammend zwaard
Een vlammend zwaard heeft mijn hart geraakt Een vriendschap mooier dan liefde Daardoor werd een gesloten deur gekraakt En verdween alles wat griefde
Haar naam was vlammend zwaard En ook wel helder stralend Ze bracht de rust weer in mijn hart Kordaat en nimmer falend
Ik zal haar eeuwig dankbaar zijn Voor wat ze mij daar toonde Ze zei jouw liefde is niet dood Je wist niet waar ze woonde
En nu mijn rust is weergekeerd Echte vriendschap heb gevonden En ik mijn les weer heb geleerd Zijn wij voorgoed verbonden
-<*>- * * *
-pramodah-
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BEKENDE ONBEKENDE
ik vind je soms in de lade die ik openschuif donkere lokken als stille getuigen een achtergelaten haarborstel vertelt jouw verhaal van kortdurend geluk in al zijn werkelijke stilte
ik vind je soms in zijn droeve ogen als hij zacht en melancholiek je wonderlijk leven spiegelt teder rollen zijn woorden en ik weet het heel zeker je werd zo bemind
ik vind je soms in jouw handschrift sierlijk en woest op het papier vol herkenning buig ik diep en als ik me dan omdraai zucht hij vol verlangen zijn gemis pijnlijk tastbaar
ik vind je soms in de geuren van het huis waar jouw sterke aanwezigheid nog immer liefdevol hangt ik ontdek je op vele plaatsen en voel de onmiskenbare leegte die je toch achterliet
wat had ik je zo vreselijk graag eens ontmoet en met je hand in de mijne willen vertellen wees alsjeblieft niet ongerust hij doet het goed
-Ode aan Marth-
-Sheena
|
|
|
|
|
|
|