Er was eens
zwartgallig sp(r)ookje Een dwaallicht met haren als ebbenhout Al vervloekt voor ze was geboren Dwalende in het duister woud Zielloos en voorgoed verloren In haar ene hand een sigaret In de andere een glas vol drank Niemand die dat haar belet Ze giet zich vol, zonder wanklank Spinrag bedekt haar vleugels Eens zo mooi, nu de schoonheid voorbij Roekeloos viert ze de teugels Het einde van haar vlucht maakt haar vrij Ze had die grote boom daar wel gezien In haar ogen glom de waanzin en de gekte Ze voelde geen twijfels bovendien Zelfs niet, nu haar groen bloed langs de stam lekte - Sheena
|