10 tips voor een ligfietsvakantie in Noorwegen

 

10 tips voor een ligfietsvakantie in Noorwegen

In 2002 fietsten Hilary en Steven Staples vier weken door Noorwegen. Op deze pagina een verslag van hun ervaringen waar andere ligfietsers misschien hun voordeel mee kunnen doen!

Het oude centrum van Stavanger Strandavatnet (bji Geilo)

Klik op de foto's om andere te zien!
Last van de Lycos reclame? Ververs dan de pagina (in Internet Explorer: druk op F5).

De 10 tips:

1)   Heen en terug: ga fietsen!
2)   Route
3)   Hoogtepunten
4)   Fietsroutes in Noorwegen
5)   Kaart
6)   Kamperen
7)   Wanneer, weer en kleding
8)   Fietsen
9)   Er kan meer dan je denkt!
10) Links: fietsen in Noorwegen

1) Heen en terug: ga fietsen!

We hadden eerst het idee om vanuit Nederland naar Noorwegen te fietsen, maar zagen er uiteindelijk van af - het zou minstens 1000 km toevoegen, en veel tijd nemen. Tijd die we liever in Noorwegen besteedden. Reizen met de trein zou veel overstappen betekenen en vrij duur uitvallen. Uiteindelijk kozen we voor de fiets-slaapbus van Cycletours (zie http://www.cycletours.nl), 's avonds vertrekken vanuit Amersfoort en de volgende ochtend in Denemarken op de fiets stappen. We stapten uit in Viborg, om in een paar dagen nog wat van Denemarken te zien, voor we de veerboot Hirtshals-Kristiansand namen. Terug zijn we in Hirtshals opgestapt.

Over de fietsbus zelf zijn we wel tevreden: 's Avonds worden de stoelen omgebouwd tot stapelbedden waarop het redelijk comfortabel slapen was. Door de kleine groep reizigers (13 van de 38 plaatsen bezet) was er ruimte genoeg in de bus en in de aanhanger (ligfietsen nemen toch meer plaats in, officieel moeten niet alleen de trappers maar ook het zitje gedemonteerd worden), en een gezellige sfeer tussen de reizigers en de chauffeurs.

De organisatie bij Cycletours rammelt hier en daar. Zo was de opstapplaats bij station Amersfoort verkeerd op de tickets aangegeven, wij stonden voor de fietsenstalling te wachten en de bus stond aan de westkant van het station... als een attente reiziger hun zoon niet had gestuurd om te kijken of er nog een ligfietser op de oude, jaren terug gebruikte, opstapplaats stond, was de bus zonder ons weggereden (Ook een manier om alsnog naar Noorwegen te moeten fietsen)! Op de terugweg kregen we 5 1/2 uur vertraging door een slechte planning bij Cycletours, die besloten had de bus enkele uren later te laten rijden om een groep reizigers van een georganiseerde Cycletoyurs-reis op te kunnen pikken, en de slechte communicatie tussen het kantoor in Amsterdam en de chauffeurs/OAD.

De fietsbus gaat elke 14 dagen van eind juni tot eind augustus, dus alleen in het hoogseizoen. Wees er op voorbereid dat Cycletours de bus bij te weinig aanmeldingen (begin of eind van het seizoen?) geheel kan annuleren! Wij zaten op de heenweg in de eerste bus van het seizoen - vorig jaar reed die niet... en wat als na 4 weken trekken door Noorwegen blijkt dat je ticket opeens niets meer waard is, en je zelf maar moet zien hoe je thuis komt?

2) Route

Wij reden de volgende route, kloksgewijs vanuit Kristiansand (klik op het kaartje voor een vergroting):

Klik hier om de routekaart te zien

Vanuit Kristiansand omhoog door het Setesdal, bij Brokke de vallei uit richting Suleskard/Lysebotn, met de veerboot door de Lysefjorden naar Stavanger, eilandhoppen naar Bergen (een deel van de Noordzeeroute, zie www.northsea-cycle.com), met de trein naar Myrdal, de Rallarvegen naar Finse en Geilo, afdalen naar de kust (fietsroute richting Larvik) via Rødberg en Kongsberg, afbuigen naar Skien en het Telemark-kanaal (Ulefoss-Lunde), en tenslotte langs de zuidkust terug naar Kristiansand (gedeeltelijk volgens de Noordzeeroute). Al met al een afwisselende tocht door zowel het binnenland als de kust, over hoogvlakten, door Bergen en door dalen...

3) Hoogtepunten

Wij reden de route in een periode van 4 weken, met tussendoor ook wandeldagen en dagtochtjes. Als je minder tijd hebt, kan ik de volgende stukken aanraden:

Suleskard-Lysebotn-Stavanger: De klim vanaf hoofdweg 9 naar Suleskard was een flinke (zeker aan het begin van de vakantie), van 200 naar 1050 meter, beginnend met een flinke helling van 10%. Bovendien kregen we tegenwind en regen... maar met mooi weer is fietsen over de hoogvlakte (niet vlak, wel hoog) fantastisch, met steeds andere vergezichten op meren en rotspartijen. Ook de afdaling bij Lysebotn is spectaculair: 800 meter afdalen over 8 km met 35 haarspeldbochten. Boven heb je en fantastisch uitzicht over de fjord (en de mogelijkheid om naar Kjerag te wandelen), beneden kan je de tocht vervolgen met de veerboot naar Stavanger, door één van de langste fjords van Noorwegen. Kijk onderweg uit naar zeehonden!

Eilandhoppen van Stavanger naar Bergen: De kust ten noorden van Stavanger is erg afwisselend en de route (Noordzeeroute = fietsroute 1) voert langs mooie plekjes en rustige weggetjes. Soms doet de route wat overbodige, oninteressante haventjes aan - vertrouw dan op de kaart. Af en toe een veerboot nemen is ook een manier om ontspannen te pauzeren! Het stuk Halhjem-Bergen is wel pittig. Jammer is wel dat Bergen (volgens de Noren zelf) de natste stad van Europa is met meer dan 3000 mm neerslag per jaar. Het centrum (Bryggen) is de moeite waard, daaromheen liggen veel voorsteden die minder interessant zijn.

Rallarvegen: De Rallarvegen (een pad, aangelegd voor de bouw van de spoorlijn Bergen-Oslo en sinds de komst van de ATB in de maanden juli-augustus veel gebruikt als fietspad) bestaat uit twee etappes: Myrdal-Finse en Finse-Haugastøl. De tweede etappe is makkelijker te fietsen en sneeuw wordt geruimd, de eerste is zonder twijfel mooier maar niet voor iedereen weggelegd. Myrdal-Finse is ongeveer 36 km, de eerste km na Myrdal zijn steil en stenig en daar moesten we regelmatig afstappen, maar later valt het prima te fietsen. Behalve als er sneeuw ligt... Wij deden de tocht op 6 juli, ruim na midzomer, en na een uitzonderlijk warm voorjaar - maar daar boven in de bergen was het nog eind winter. Op en onder de lichtblauwe meertjes lag nog veel sneeuw. Volgens het toeristen-informatie in Bergen was het pad zelf sneeuwvrij, maar wij kwamen nog 29 sneeuwvelden tegen (zie foto). Sjouwen dus! En natuurlijk komt er een Noor achter je aan, op zijn gehuurde mountainbike (en zonder bagage), die gefascineerd is door die gekke toeristen die daar door de sneeuw ploeteren: "No, no, you go first - I make picture!" Later was hij aangenaam verrast om te zien dat we op die liggesykkeler ècht konden fietsen...

Overzicht Rallarvegen

Uiteindelijk hebben we toch een hele dag over de etappe gedaan. Tien dagen later waren er nog maar 10 sneeuwvelden over - was het voorjaar toch nog gekomen... Overigens, in één van de sneeuwhopen moet mijn kilometertellertje van het (onder)stuur zijn gerukt, die had ik er beter van te voren af kunnen halen. Het was gelukkig geen dure!

Het Telemark-kanaal: Het kanaal loopt van Skien in het zuidoosten tot Dalen en is 115 km lang. Je kan een rondvaart boeken, maar het is leuker om zelf langs de sluizen te fietsen, gelijk op met de boten (vroeg of laat krijgen de bootreizigers en de kapitein het wel door!). Het stuk van Ulefoss tot Lunde (14 km) is erg geschikt voor een dagtocht, je komt dan o.a. langs Vrangfoss waar zo'n 7 sluizen achter elkaar liggen.

4) Fietsroutes in Noorwegen

In Noorwegen zijn weinig wegen. In principe mag je overal fietsen, van onverharde weggetjes tot autosnelwegen, behalve in de langere, grotere tunnels. Vanwege uitlaatgassen en de grote lengte van sommige tunnels is dat sowieso af te raden. Het enige alternatief is de bus, waarbij de fiets met bagage gratis mee kan, of de trein. In theorie moet de plek in de trein voor de fiets van te voren worden gereserveerd, behalve op lokale treinen (die goedkoper zijn, want geen reserveringskosten!). Wij hebben er voor gekozen het traject Bergen-Myrdal met de trein te doen - we hadden al een keer tot 1050 m geklommen, langs de E16 zijn veel tunnels verboden voor fietsers en het laatste stuk naar Myrdal moet sowieso met de trein, zolang de eerste echte lig-mountainbike nog uitgevonden moet worden!

Noorwegen kent enkele lange-afstands-fietsroutes. Deze zijn over het algemeen goed te fietsen en mijden de drukkere (hoofd)wegen. Zo bleek onze route van Kristiansand naar het noorden deels samen te vallen met route 3, en van Stavanger naar bergen kan je heel goed route 1 volgen. Daarmee kom je niet voor moderne obstakels als onoverbrugbare tunnels (Leirvik) en verdwenen veerboten te staan, wel kan je stukken onverharde weg tegenkomen, wat met bagage lastig fietsen kan zijn.

In de bebouwde kom wil de Noordzeeroute (we reden het stuk langs de zuidkust en Stravanger-Bergen) nog wel eens gekke kronkels maken, over woonerven en langs klaphekjes, zonder dat dat nodig is (bijv. in Haugesund). De route heeft de neiging elk jachthaventje en strandje aan te doen. Leuk als het zonnig weer is en je van badgasten houdt, maar erg vervelend als je op wilt schieten. Dan is het beter om dwars door de steden heen te fietsen en daarna de route op te pakken. Zoals gezegd: zoveel wegen zijn er niet!

5) Kaart

Wij gebruikten de autokaart 1:400.000 van Freytag&Berndt, die identiek is aan de kaart van het Statens Kartverk - delen ervan zijn gereproduceerd op toeristische informatieborden her en der in het land! De schaal lijkt klein, maar is goed bruikbaar voor het aantal wegen dat er üaut;berhaupt is. Heel Noorwegen in 4 delen, het blad Zuid-Noorwegen dekt het hele gebied van onze route. Daar staan alle wegen op (behalve in de bebouwde kom) en toeristische informatie (campings bijvoorbeeld), zelfs een aantal wandelpaden (zoals de Rallarvegen!). Er staan helaas ook een paar dingen niet op: hoogtelijnen ontbreken, zodat je aan bochten en hoogtegetallen van bergen/meertjes naast de route moet afleiden of je een steile klim tegen komt. Ook de lange-afstandsroutes staan er niet op. Het enig mij bekende alternatief is de Cappelen-kaart (1:325.000 tot 1:400.000), die dezelfde nadelen heeft en wat lastiger te lezen is op hobbelig asfalt.

Voorbeelden van beide kaarten zijn te zien op deze site en o.a. te koop bij Pied à Terre in Amsterdam en Interglobe in Utrecht.

6) Kamperen

Campings in Noorwegen zijn over het algemeen vrij duur (100 à 120 NOK voor twee personen en een trekkerstentje is geen uitzondering) en meestal moet je dan extra betalen om warm te douchen (we waren niet de enige Nederlanders die daarover klaagden...) Gelukkig mag je ook wild kamperen, mits buiten de bebouwde kom, niet op akkerland of weiden en meer dan 150 m van een huis. En het goede nieuws: je mag maximaal 48 uur blijven staan! Wij stonden in Myrdal op een veldje iets onder het station, tussen het pad en de beek, en hebben een dag in het Flåmsdalen gewandeld voor we de Rallarvegen op gingen. Helaas kwamen we er pas vlak voor vertrek achter dat er in het station van Myrdal (in de stationsrestauratie, dus alleen tijdens openingstijden) niet alleen toiletten maar ook warme douches waren! Wassen in/bij een beekje (neem afbreekbare zeep!) heeft natuurlijk zijn charme, maar is wèl koud. Hoog in de bergen valt het vinden van een geschikte plek niet mee!

In de steden ben je (als kampeerder) aangewezen op campings:

Kristiansand: Roligheden, Framnesveien, N-4632 Kristiansand. Een echte stadscamping, druk (barbecue!) maar wel uit te houden voor een nacht.

Stavanger: Mosvangen, de stadscamping aan het Mosvannet, ligt in een prettig park op 20 min. lopen ten zuidoosten van het centrum. Relatief goedkoop.

Bergen: Aan de weg Nesttun-Haukaland liggen een aantal campings, waarvan Midtun Motel & Camping het dichts bij Bergen ligt, op 11 km van het centrum. Hier zijn hutten en een smal stukje gras, waar ongeveer 5 trekkerstentjes op passen.

Skien: Skien Camping, Moflataveien 67, N-3733 Skien. Onderdeel van het Fritidspark, ten zuiden van het centrum.

7) Wanneer, weer en kleding

Wij waren in Noorwegen van 23 juni tot 18 juli. Net na midzomer dus, maar daar was hoog in de bergen niet veel van te merken (behalve dan dat de nachten niet donker zijn!). Op 6 juli was het in Finse 2,1 ºC, in Geilo 5ºC en aan de zuidkust hadden we temperaturen boven de 20ºC. Zolang het droog is, kan je je er goed op kleden, maar de bergen in klimmen met tegenwind (over sneeuw en smeltwater) èn regen is niet echt leuk. Bovendien zie je dan weinig van het landschap. Volgens mij vallen er in Noorwegen minder buien dan in Nederland: als het eenmaal regent, kan dat uren door gaan, en stevig blijven regenen.

Vandaar de volgende, misschien voor de hand liggende, adviezen:
- Zorg voor een goede regenjas en -broek. Wij hebben nog geen goede anorak kunnen vinden, maar wel regenjassen van het merk Vaude, die op de ritssluiting een extra flap hebben die voorkomt dat regenwater van je buik naar binnen loopt.
- Neem (waterdichte) handschoenen mee. Vooral met afdalen in nat en koud weer hebben we die erg gemist!
- Denk eens aan thermisch ondergoed. Niet goedkoop, maar het voorkomt dat je de hele dag met een natte rug fietst en het is snel droog.
- Ik zou niet graag meer zonder mijn petje fietsen, dat houdt de directe zon uit je ogen én de regen van je bril!

8) Fietsen

Hilary en ik rijden nu anderhalf jaar op Rainbow Longo's, fietsen met twee 20-inch wielen en een lange wielbasis (zie ook het fotoboek op Ligfiets Plaza). Gelukkig hebben deze fietsen, dankzij het kleine tandrad voor, een geschikt verzet voor de bergen. Met wat training (dat moet je als vlaklander elk jaar weer opbouwen) kom je behoorlijk wat hellingen op waar ook een geoefende mountainbiker of een brullende 4WD zich niet voor hoeft te schamen. Alleen op grindwegen (let op de bordjes grusveg), los zand en de wijd verspreide veeroosters (Zo'n ferist is gemaakt van buizen of oude spoorrails die nèt iets te ver van elkaar af liggen) is het uitkijken: Het gewicht komt voornamelijk op de achteras.

Onze bagage (kleding, kookspullen, tent, reparatiespullen) past bijna geheel in onze banaantassen (Radical, maat M - de Large tassen zouden bij ons bijna over de grond slepen!). We hebben geen toptassen, dit jaar hadden we extra bagage (eten!) in waterdichte zakken van het merk Odlo, die we met spanbanden op onze bagagedragers bonden. Dit gaat erg goed, en hoe meer je eet, hoe kleiner je bagae wordt!

We zorgen altijd voor een extra buitenband (20-inch banden zijn niet makkelijk te krijgen in het buitenland), binnenbanden, kabels (rem- en versnelling) en remblokjes. Neem voor Noorwegen maar liever een stel extra mee, want het gaat hard, en ze zijn in Noorwegen een stuk duurder dan in Nederland! Hilary was blij dat ik, voor de afdaling bij Lysebotn, nog even nieuwe remblokjes monteerde - daarmee daalde ze een stuk zekerder af. We zijn de vakantie (1400 km met soms erg ruwe wegen) zonder lekke banden doorgekomen!

We waren geen ervaren berg-fietsers, maar zijn nu wel een paar ervaringen rijker. Aan het eind van de vakantie ging het klimmen veel gemakkelijker (en ongemerkter) dan aan het begin: ik heb behoorlijk zitten %$#&*@!! bij de eerste forse klim, bij Brokke. In de loop van de 4 weken merkte ik dat het beter is om sneller te trappen, dan om op pure kracht te klimmen: dat houd je niet vol, en is sowieso beter voor de kniën. Zonder bagage klimt het natuurlijk makkelijker dan met, want de fietsroute langs het Telemark-kanaal is volgens de borden "hier en daar steil", maar dat ging zonder al te veel moeite. Heel steile afdalingen, soms over keien en hobbels, gaan makkelijker als je rechtop op je zitje gaat zitten. Dan kan je snel je voeten op de grond zetten en zorgen dat je gewicht even van de fiets is, en je hebt wat beter zicht op het pad en de kuilen!

Aan het eind van de spectaculaire afdaling bij Lysebotn duikt de weg een onverlichte tunnel in. Daar schoot ik in volle vaart in, en dacht opeens: "wat als er zo meteen een auto om de hoek komt?" - een domme gedachte (ik had wel mijn licht aan, dat remt extra af). Maar ja, ik ging iets te ver naar rechts en schoot van het asfalt af, want het verschil tussen wegdek en goot is niet te zien, gleed over mijn bil nog een stukje door en toen was alles stil - en pikdonker. In Stavanger hebben we maar een nieuwe broek gekocht, want die was beyond repair, mijn bil heelde voorspoedig en mijn fiets had gelukkig niets ernstigs! Ik heb me voorgenomen desnoods even stil te staan en mijn ogen te laten wennen aan de donkerte, voor de volgende keer...

9) Er kan meer dan je denkt!

En, hoe beviel het, de fietsvakantie in Noorwegen? Als ik van tevoren geweten had van de klim na Brokke (en de kou, en de regen), de tunnel bij Lysebotn, de regen op weg naar Bergen, de sneeuwhopen op de Rallarvegen - dan had ik gezegd: nee, ik ben niet zo sportief, het hoeft van mij niet zo avontuurlijk, een zomervakantie mag toch wel gewoon leuk zijn? Maar achteraf ben ik blij dat ik het gedaan heb... en op onze ligfietsen, die zo geschikt zijn voor vlakke asfaltwegen en waar alleen maar slicks of banden met een heel klein beetje profiel op passen, kan veel meer dan je denkt!

10) Links: andere sites over fietsen in Noorwegen

Sites van ligfietsers: Luddoh Oh ging ons voor bij Lysebotn. Wouter van Dijk fietste o.a. de Rallarvegen in 1997. Andere verslagen van ligfietsers zijn te vinden via de Nederlandse Ligfietser Thuispagina's.

Rallarvegen: Een goed startpunt is de Noorse site RALLARVEGEN langs Bergensbanen, met o.a. het laatste rapport over de berijdbaarheid, of Finse 1222.

Smaakmakers: Mooie foto's van Carsten Rücker, soms wel wat donker! Of kijk op Geilo i bilder met foto's uit de (wijde) omgeveing van Geilo.

De illustraties voor deze site zijn van diverse sites geplukt, omdat we zelf geen fototoestel bij ons hadden. Voor alle tips voor de vakantie wil ik bedanken: Martine Kramer (wiens vertrouwen in ons groter bleek dan ons vertrouwen in haar), Luddo Oh, Minko Oh, Jan Brands, Nick Kram, Bram Smit (ligfietssteunpunt voor het Gooi: FastFwd) en iedereen die gereageerd heeft via de ligfiets mailinglijst. Ik hoop dat deze site anderen inspireert tot een uitdagende vakantie!

Steven Staples-Kampmeijer, juli 2002
Reacties: shstaples@hotmail.com

bezoekersaantal

StapleSites