17 november 1997
OM: STRENGE AANPAK VUURWERKCRIMINALITEIT
Het Openbaar Ministerie (OM) gaat bij gevaarlijke vormen van
vuurwerkcriminaliteit vaker gevangenisstraffen eisen. Dit staat in het
Handhavingsdocument vuurwerk dat het OM vandaag heeft uitgebracht. De
aanpak van de handel in verboden vuurwerk heeft prioriteit. Daarbij
krijgt de import via België en Duitsland bijzondere aandacht.
Meer aandacht voor vuurwerk
Particulieren steken elk jaar grote hoeveelheden vuurwerk af dat niet
voldoet aan de wettelijke veiligheidseisen. Dit is de belangrijkste
oorzaak van de soms dodelijke vuurwerkongelukken. Het gebruik van
verboden vuurwerk of het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane
periode schaadt bovendien het milieu en zorgt ook nog eens voor extra
geluidsoverlast.
De jaarlijkse omzet in verboden vuurwerk beloopt naar schatting vele
tientallen miljoenen guldens en de winstmarges kunnen flink oplopen.
Enkele jaren geleden zijn de diverse vuurwerkovertreding strafbaar
gesteld in de Wet op de economische delicten. Dat betekent strengere
straffen dan voorheen en meer mogelijkheden om zaken aan te pakken. De
aandacht van het OM, de politie en de bijzondere opsporingsdiensten is
dan ook flink toegenomen. Bij de aanpak zijn grote vorderingen
gemaakt. In de meeste politieregio's zijn regionale vuurwerkteams
actief, die in toenemende mate onderling en met de Keuringsdienst van
Waren en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) samenwerken.
Jaarlijks worden vele
tienduizenden kilo's verboden vuurwerk inbeslaggenomen (in 1996 ca.
350.000 kilo, waarvan meer dan 80% verboden vuurwerk. Honderden
handelaars en afstekers van gevaarlijk verboden vuurwerk hebben de
afgelopen jaren forse geldboetes of gevangenisstraffen gekregen.
Daarnaast komen duizenden jongeren, bijvoorbeeld voor het afsteken van
strijkers, jaarlijks met de politie in aanraking.
Handhavingsdocument
In de praktijk is gebleken dat er bij het Openbaar Ministerie (OM) en
de opsporingsdiensten grote behoefte bestaat aan duidelijkheid omtrent
de strekking van de vuurwerkregelgeving en de strafvorderlijke
mogelijkheden om tegen overtredingen op te treden. Om in die behoefte
te voorzien en tevens de rechtseenheid te bevorderen heeft het College
van Procureurs-Generaal, de landelijke leiding van het OM een
Handhavingsdocument vuurwerk uitgebracht. In de handleiding staan o.a.
aanbevelingen voor de aanpak van vuurwerkcriminaliteit, richtlijnen
voor te eisen straffen, model processen-verbaal en beschrijvingen van
veel voorkomend vuurwerk.
Prioriteiten
In beginsel treden OM en politie op tegen elke overtreding van de
vuurwerkregelgeving. De opsporing van illegale vuurwerkhandel geniet
prioriteit binnen het spectrum van vuurwerkovertredingen, naast het
terugdringen van de overlast.
De drijfveer voor de handel in verboden consumentenvuurwerk is
geldelijk gewin. Dat betekent dat bij de strafrechtelijke aanpak
daarvan niet altijd kan worden volstaan met een straf, maar bij
voorkeur ook de criminele winsten dienen te worden ontnomen. Het
wederrechtelijk voordeel wordt berekend door de omzet van het
verkochte vuurwerk te berekenen, minus de voor dat vuurwerk betaalde
inkoopprijs en andere gemaakte kosten.
Bij overtreding van kernvoorschriften uit het Besluit opslag vuurwerk
of van de voorschriften bij een op grond van de Wet milieubeheer door
de gemeente verstrekte vergunning wordt steeds onmiddellijk
proces-verbaal opgemaakt. Kernvoorschriften betreffen bijvoorbeeld de
aanwezigheid van verboden consumentenvuurwerk, het ontbreken van
brandblussers of de verkoop aan jeugdigen onder 16 jaar.
Regels
Het Vuurwerkbesluit kent een aantal veiligheidseisen waaraan
consumentenvuurwerk moet voldoen. Zo mag het niet voortijdig kunnen
ontbranden, moet er een goede, Nederlandstalige gebruiksaanwijzing bij
zitten en mag het niet te hard knallen.
Het besluit stelt ook regels aan de periode waarin iemand vuurwerk in
zijn bezit mag hebben. De koper mag slechts tussen 29 december en 1
januari, 02:00 uur buiten de woning vuurwerk voorhanden hebben. Het
afsteken mag alleen vanaf 31 december, 10:00 uur en 1 januari 02:00
uur.
Vuurwerk dat niet aan de kwaliteitseisen voldoet, verboden vuurwerk
dus, mag men nooit in zijn bezit hebben.
Toegelaten vuurwerk mag alleen verkocht worden in de periode van 29
december tot en met 31 december. Aan jongeren onder de zestien mag
geen vuurwerk worden verkocht, behalve fop- en schertsvuurwerk dat ook
voor veertien- en vijftienjarigen te koop is.
Handhaving
In iedere politieregio dient bij voorkeur een regionaal vuurwerkteam
actief te zijn in november en december. Deze teams moeten naar
aanleiding van informatie uit de districten onderzoek doen naar de
grote handelaren in de regio. Het vuurwerkteam coördineert de
informatiestromen en de inzet van bijzondere opsporingsmethoden en
onderhoudt de contacten met de CID. Het verdient aanbeveling om per
district of politieregio een persoon aan te wijzen die de beschikbare
informatie verzamelt en beheert.
Bij geconstateerde handel in verboden vuurwerk, wordt de hele voorraad
in beslag genomen. Als dit vuurwerk met een auto is vervoerd, wordt
ook die in beslag genomen.
De vuurwerkregels worden niet alleen strafrechtelijk gehandhaafd, maar
ook bestuurlijk door de gemeente. Zo is voor het toezicht op de
naleving van het Besluit Opslag Vuurwerk de gemeente het bevoegd
gezag. In veel regio's is de afspraak gemaakt dat de toezichthouders
samen met de politie op pad gaan. Hierdoor wordt de technische
deskundigheid van de toezichthouder gecombineerd met de
strafrechtelijke know-how van de politie.
In veel gemeenten moet een verkoper van vuurwerk een vergunning
hebben. Bij ernstige overtredingen van de vergunningsvoorschriften kan
de gemeente dan de vergunning intrekken.
Strafeisen
De diverse vormen van vuurwerkcriminaliteit zijn strafbaar gesteld op
grond van de Wet economische delicten. Als de delicten opzettelijk
zijn begaan zijn het misdrijven waar een maximumstraf op staat van zes
jaar of een geldboete van fl.100.000,- . De niet-opzettelijke variant
is een overtreding en kent een maximumstraf van 1 jaar hechtenis of
een geldboete van fl.25.000,-.
In het handhavingsdocument staan strafvorderingsrichtlijnen voor het
OM. De officier van justitie kan daarin terugvinden welke straf hij of
zij in beginsel aan de rechter zal vragen of welk transactiebedrag de
verdachte dient te betalen. De richtlijn gaat uit van de eis ter
zitting. Wanneer de verdachte ingaat op een transactieaanbod van het
is het transactiebedrag 20% lager dan de geldboete die de officier op
de zitting zou eisen.
Bij de lichtere zaken is een afdoening via de snelle lik-op-stuk
methode mogelijk Het moet dan gaan om een eenvoudige zaak met een
bekennende verdachte, waar de aan te bieden transactie niet meer is
dan fl.5.000,-.
De strengste strafeisen zijn voor die delicten die de grootste kans op
gevaar voor personen of goederen in het leven roepen.
Enkele voorbeelden
(m.b.t. afsteken)
* Wanneer iemand buiten de toegestane tijden legaal vuurwerk
afsteekt krijgt men een transactie aangeboden van fl.120,-, bij
een strijker fl.160,- en bij een doodskopstrijker of Panzerfaust
fl.240,-.
(m.b.t. reguliere verkoop)
* Wanneer een winkelier vuurwerk voorhanden heeft dat geen
voorgeschreven sticker of gebruiksaanwijzing heeft, zal de
officier op de zitting fl.10,- per kg, vuurwerk eisen, en tevens
onttrekking aan het verkeer.
* De importeur die vuurwerk dat niet aan de eisen voldoet aan de
importeur of detailhandel verkoopt, kan een eis ter zitting van
fl.10.000,- tegemoet zien per type vuurwerk.
* Wanneer een handelaar toegestaan vuurwerk verkoopt aan iemand
onder de 16 is de eis ter zitting fl.2.000,-. Bij herhaalde
overtreding wordt ook de hele handelsvoorraad in beslag genomen.
(m.b.t. de opslag: )
* Het niet aanwezig hebben van brandblussers levert een transactie
van fl.1.200,- op, roken binnen twee meter van de bewaarplaats
fl.600,-.
* De voorraad die een handelaar buiten de toegestane ruimte bewaart,
wordt verbeurdverklaard. Daarbij krijgt de handelaar een schikking
van fl.400,- aangeboden.
Overigens kan de illegale handel die het niveau van een paar strijkers
te boven gaat ook worden aangepakt op grond van overtreding van de
regels voor opslag van vuurwerk.
(m.b.t. de handel in verboden vuurwerk)
Op de handel in en het bezit van verboden vuurwerk staat een stevige
strafeis. De richtlijn kent vier lijsten met een oplopende graad van
gevaarzetting.
* Als iemand minder dan 100 strijkers verkoopt, schrijft de
richtlijn een transactie van fl.600,- voor. Degene die tussen de
25.000 en de 50.000 verboden rotjes in zijn bezit heeft, maakt
kans op een gevangenisstraf van een maand.
* Bij de zwaarste categorie (Lijst 4), zoals de flowerbeds van meer
dan 30 kilogram en de (losse) mortierbommen van meer dan een kilo)
kijkt men al tegen een gevangenisstraf van twee weken aan als men
er twee in het bezit heeft. Wie tien stuks verkoopt aan iemand
beneden de leeftijd van zestien, kan wat het OM betreft, drie
maanden gevangenisstraf tegemoet zien.
Verboden consumentenvuurwerk heeft meestal een flinke explosieve
kracht. Dit heeft tot gevolg dat bij gebruik aanzienlijke schade en/of
letsel kan ontstaan.
Bij schade of mogelijke schade aan auto's, gebouwen of straatmeubilair
kan vervolgd worden terzake van overtreding van art. 157 (opzettelijke
brandstichting, max. gevangenisstraf twaalf jaar) of 158
(brandstichting door schuld, maximaal drie maanden hechtenis). Bij
letsel of mogelijk letsel voor anderen gelden nog hogere strafmaxima
tot en met levenslange gevangenisstraf.
Minderjarigen
Voor een minderjarige verdachte is het aangeboden transactiebedrag of
de gevraagde geldboete de helft van die voor een volwassenen.
Bij de meeste minderjarigen gaat het echter om relatief lichte
overtredingen. In dat geval zal het OM de zaak bij voorkeur via de
HALT-procedure laten afdoen. Het moet dan wel gaan om een eenvoudig
delict, zoals, het bezit en afsteken van vuurwerk buiten de toegestane
tijd of de kleinschalige verkoop. Wanneer een 13-jarige bijvoorbeeld
op een niet-toegelaten tijdstip strijkers afsteekt krijgt hij of zij
een Halt-straf van 4 uur. Bij voorkeur wordt aan de werkstraf ook een
verplichte voorlichtingsfilm toegevoegd.
Verdachten die gevaarlijke zelfgemaakte strijkerbommen voorhanden
hebben of afsteken, komen niet voor Halt in aanmerking. Ook vormen van
baldadigheid, zoals het gooien van vuurwerk naar voorbijgangers en het
bewust kwellen van dieren door hen met vuurwerk te bestoken komen zijn
te zware overtredingen om voor een Halt-afdoening in aanmerking te
komen.
Verboden vuurwerk uit België en Duitsland
Steeds meer Nederlanders rijden in het najaar naar België of Duitsland
om bij een vlak over de grens gevestigde vuurwerkhandel een partij
vuurwerk te kopen.
Om deze stroom vuurwerk te onderscheppen en in te dammen is een
gecoördineerde aanpak door de betrokken politieregio's, KLPD, Douane
en OM noodzakelijk. De aanpak dient te bestaan uit een combinatie van
grootschalige controle-acties in de grensstreek, regelmatige controle
van voertuigen waarin vaak vuurwerk wordt vervoerd en strafrechtelijke
onderzoeken naar Nederlandse bedrijven die zich in België hebben
gevestigd om de Nederlandse wetgeving te ontduiken. Bij de aanpak
hoort ook een nauwe samenwerking met de Belgische autoriteiten. Zij
dienen van tevoren op de hoogte te worden gebracht van gerichte
controle-acties.