|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inleiding |
De fiets neemt (vooral in Nederland) een belangrijke plaats in de maatschappij in. De uitvinding en ontwikkeling van de fiets hebben verregaande gevolgen gehad voor de mobiliteit en recreatie van de mens. De fiets is van een luxe artikel tot een alledaags gebruiksvoorwerp geworden, dat in bijna geen enkele maatschappij weg te denken is. De fiets dient in veel landen als een makkelijk en goedkoop vervoermiddel; hij vraagt niet om een (dure) brandstof, en is redelijk onderhoudsarm. Zeker in Nederland gaan duizenden (miljoenen) dagelijks met de fiets naar het werk of school, hij wordt gebuikt bij het boodschappen doen (getuige het grote aanbod van fietsmandjes en fietstassen), en om kleine kinderen voor - of achterop van en naar school te vervoeren. Ook op het gebied van recreatie is de fiets niet meer weg te denken; door heel Europa zijn veel fietspaden te vinden, het aanbod recreatiefietsen (mountainbikes, en ATBs) is groot, veel mensen gaan op fietsvakantie, en rond de fiets bestaan veel sporten en wielerclubs (ANWB), bovendien is de fiets een geschikt middel om je lichaam te trainen zonder het uiterste ervan te vergen. Hoewel het geen uitvinding van de Hollanders zelf is, is de fiets in Nederland niet meer weg te denken. Ons vlakke landschap is een uitermate geschikt gebied om de fiets te gebruiken, bergachtige gebieden zijn een stuk moeilijker te befietsen,en daar kom je dus vaak alleen recreatiefietsers/sporters tegen. Bovendien is de fiets makkelijk in gebruik (geen gebruisaanwijzing nodig), wendbaar (handig in onze vele smalle steegjes), en licht. Elke buitenlander die Nederland bezoekt, zal naast de coffeeshops en The Red Light District, de fiets als typisch Nederlands zien. Nederland bezit het grootste aantal fietspaden ter wereld, en het grootste aantal fietsen per inwoner (gemiddelde van 2,6 fiets per Nederlander). Daar waar de fiets bij andere volkeren voornamelijk een recreatieve waarde heeft, is het bij ons hét vervoermiddel bij uitstek. Tegenwoordig kun je de fiets in vele verschillende vormen en maten tegenkomen. Je hebt ze voor kinderen, volwassenen, en professionals. Je hebt ze voor één persoon (met of zonder zijwieltjes om het te leren), maar ook voor twee (tandem), zelfs voor 5 personen tegelijk! Tevens heb je nog de ligfiets, de driewieler (zowel voor kinderen als voor volwassenen), en wie herinnert zich de crossfiets nog? Dan zijn er nog de sportieve racefiets, de ATB (all-terrain bike), de MTB (mountainbike), en niet te vergeten; de hometrainer. In de paar honderd (misschien wel duizenden) jaar in zijn bestaan heeft de fiets vele vormen gekend, en vele doeleinden gediend. Was hij aanvankelijk het speeltje voor de elite, en later het vervoer van de gewone mens, nu is hij voor iedereen op elk vlak bruikbaar. De populariteit van de fiets is groot, en lijkt te blijven stijgen, en dat is mooi, want mijn (Maartjes) vader is namelijk fietsenmaker. |
|
|
|
|
|
 |
|
Op deze en de volgende pagina's de volgende onderwerpen: - Wanneer was de eerste fiets bekend? - Welke fietssoorten zijn/waren er? (ontwikkeling van de fiets) - Wat is de rol van de fiets in de maatschappij? - De fiets in de geschiedenis en taal - Ten slotte... (conclusie en FAQ's) |
|
|
|
|
De eerste fietsen |
Over de voorgeschiedenis van de fiets is maar heel weinig bekend, het aantal legenden daaromtrent is echter heel groot. De uitvinding van het wiel is uiteraard van grote betekenis geweest voor het ontstaan van de voorlopers van de fiets. Toen de toepassingsmogelijkheden van het wiel ontdekt waren, ontstonden allerlei voertuigen met wielen, draaiend om een aan een wagen vastgemaakte as. Aanvankelijk waren dat wagens met vier wielen, later pas kwamen er ook voertuigen met twee wielen, hierdoor werd manoeuvreren makkelijker. Toch heeft het verhoudingsgewijs heel lang geduurd voordat iemand op het idee kwam, dat het mogelijk zou moeten zijn een voertuig te maken met twee achter elkaar geplaatste wielen, die twee wielen met elkaar te verbinden en op dat verbindingsstuk een zitplaats te maken om zo te kunnen rijden. En dat zonder de hulp van een trekdier, maar met eigen kracht, door de voeten af te zetten tegen de grond; een voertuig dat je een fiets zou kunnen noemen. We vermoeden dat de Egyptenaren en Romeinen al meer dan 2000 jaar geleden geëxperimenteerd met iets dat op een loopfiets leek. In Europa is en echter pas veel later op het idee gekomen. China eist de eer voor zich op de eerste fietsen te hebben gekend. Tijdens de Jau- dynastie, zon 2300 jaar voor Christus, zouden de Chinezen reeds een fiets hebben gekend, deze fiets noemden zij De gelukkige draak. Dit vervoersmiddel was erg in trek bij de dames en tenslotte door de keizer verboden, omdat hij vond dat dit voertuig een ongunstige invloed had op de zo gewenste bevolkingsaanwas. Er bestaan grote twijfels over de echtheid van dit verhaal. Deze zelfde twijfels bestaan over het fietsontwerp van Leonardo da Vinci. In 1965 werd in Madrid een tekening gevonden met het ontwerp van een fiets met zelfs ketting en kettingwiel. De tekening zou uit 1493 stammen en van de hand van Da Vinci zijn. Recent is echter aangetoond dat in het originele document van Da Vinci later bij een restauratie pas een frame werd ingetekend. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Ook over de originaliteit van het glas-in-loodraam in de kerk van het Engelse Stoke Poges bij Windsor valt te twisten. Het raam dat uit de eerste helft van de zeventiende eeuw zou stammen, laat een engelachtige figuur zien op een soort loopfiets op een wolk. Het is maar de vraag of het raam wel uit 1642 stamt, zowel het raam en de voorstellingen kunnen heel goed veel later zijn aangebracht. Serieuzere bronnen over de oorsprong van de fiets zijn de ontwerpen en uitvoeringen van voertuigen die in de loop van de eeuwen zijn geproduceerd. Het gaat om voertuigen die met trap of draaibeweging werden voortbewogen en steeds met wee of drie wielen. De kenmerken van een echte fiets ontbreken echter, maar met wat fantasie zou je aan voorlopers van de fiets kunnen denken. Een paar voorbeelden hiervan zijn de zelfrijdende wagen uit 1420 van de Venetiaan Giovanni da Fontana, het barok versierde karos van Johann Hautsch uit 1649 en de in 1680 gebouwde driewielige invalidenwagen van Stephan Farffler (wie zelf een verlamd onderlichaam had en dankzij zijn wagen toch de zondagse kerkdiensten kon bijwonen). Al deze voertuigen werden voortbewogen door middel van een trap- of een draaibeweging. |
|
|
|
|
|
|